Rechtsbeschermingsrichtlijn

Wanneer decentrale overheden een aanbestedingsprocedure volgen, kunnen inschrijvers, gegadigden of belanghebbenden een beroep doen op rechtsbescherming. Hiervoor is in 2007 een herziene rechtsbeschermingsrichtlijn (2007/66) vastgesteld.

Nederlandse wetgeving

De rechtsbeschermingsrichtlijn is omgezet in Nederlandse wetgeving. Voorheen gebeurde dit via de Wira (Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden), maar sinds 1 april 2013 is deze komen te vervallen en is rechtsbescherming in de Aanbestedingswet opgenomen. In art. 2.127 van de  Aanbestedingswet 2012 is een opschortende termijn van tenminste twintig kalenderdagen ingevoerd. Art. 4.15 e.v. regelt de vernietigbaarheid van overeenkomsten die zonder inachtname van de aanbestedingsregels tot stand zijn gekomen.

Voormalige Rechtsbeschermingsrichtlijn

In de jaren ’80 en ’90 zijn de eerste rechtsbeschermingsrichtlijnen vastgesteld door de Europese Commissie (richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG). Deze zijn in 2007 vervangen door de huidige rechtsbeschermingsrichtlijnen. In dit document leest u over het doel van en de verschillen tussen de richtlijnen.

termijn twintig dagen

Volgens de rechtsbeschermingsrichtlijn moet een decentrale overheid bij een aanbesteding een termijn in acht nemen, waarbinnen inschrijvers/gegadigden beroep kunnen instellen tegen een gunningsbeslissing van de aanbestedende dienst. Dit beroep moet kunnen worden ingesteld voordat de aanbestedende dienst over gaat tot het sluiten van de overeenkomst. In Nederland is deze termijn vastgesteld op twintig dagen (art. 2.127 lid 3 Aanbestedingswet 2012).

Een overeenkomst die is gesloten zonder inachtneming van deze termijn of zonder verplichte voorafgaande bekendmaking van de opdracht, kan onverbindend worden verklaard.

Pre- en postcontractuele fase

De richtlijn geeft regels voor twee fases:

  1. De precontractuele fase (waarin er een beslissing tot gunning is genomen, maar er nog geen overeenkomst is gesloten);
  2. Depostcontractuele fase (de fase na de sluiting van de overeenkomst).

1. Precontractuele fase

In de precontractuele fase geldt een opschortende termijn van minimaal twintig dagen tussen de beslissing tot gunning en het sluiten van de overeenkomst. De termijn gaat lopen vanaf het moment waarop de gunningsbeslissing is medegedeeld aan de betrokkenen, een dag na de elektronische verzending. De betrokken inschrijvers moeten alle relevante informatie ontvangen om een doeltreffend beroep in te kunnen stellen. Denk hierbij aan eindscores afgewezen inschrijver/geselecteerden, scores op specifieke kenmerken, verduidelijking toepassing criteria economisch voordeligste inschrijving en beroepstermijn. Pas na het verstrijken van deze termijn, of als er binnen de termijn een kort geding is aangespannen nádat een uitspraak is gedaan, mag een overeenkomst worden gesloten.

Geen opschortende termijn

De opschortende termijn geldt niet als voorafgaande bekendmaking of aankondiging niet noodzakelijk is (art. 2.127 lid 4 Aanbestedingswet 2012). Dit is in drie situaties het geval:

  • wanneer het op basis van aanbestedingsrichtlijn 2004/18 niet noodzakelijk is (sub a);
  • wanneer de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de overheidsopdracht wordt gegund en er geen betrokken gegadigden zijn (sub b);
  • wanneer het gaat om de gunning van opdrachten op basis van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem en hiervoor geen voorafgaande aankondiging is vereist (sub c).

De termijn is beperkt tot het instellen van een voorlopige voorziening.

2. Postcontractuele fase

In een beperkt aantal gevallen bestaat de mogelijkheid voor de rechter om de overeenkomst te vernietigen. Dit moet wel binnen een bepaalde termijn worden ingeroepen. In de Aanbestedingswet (art. 4.15 ) zijn er drie situaties geïmplementeerd, op grond waarvan een overeenkomst vernietigd kan worden:

  • de opdracht is ten onrechte onderhands gegund (sub a);
  • de overeenkomst is gesloten zonder inachtneming van de wettige opschortingstermijn van twintig dagen (sub b);
  • in geval van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem, wanneer is afgezien van de opschortingstermijn, de drempelwaarde overstijgt en onwettig onderhands is gegund (sub c).

Vernietiging kan enkel uitgesproken worden in een bodemprocedure. In een kort geding kunnen partijen verzoeken om opschorting van de uitvoering van de overeenkomst. Vervolgens moet een bodemprocedure gestart worden.

Algemeen belang

De rechter kan daar echter om dwingende reden van algemeen belang van afzien (art. 4.18 lid 1 Aanbestedingswet). Volgens lid 2 kunnen economische belangen alleen als dwingende redenen worden beschouwd, als de vernietiging in uitzonderlijke omstandigheden onevenredige gevolgen heeft. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de betrokken overeenkomst vallen daar niet onder.

Als een overeenkomst niet of gedeeltelijk vernietigd wordt, is de rechter verplicht alternatieve sancties op te leggen. Deze verplichting en de mogelijkheden staan opgesomd in art. 4.21 e.v. van de Aanbestedingswet. Deze alternatieve sancties moeten doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig zijn.

Aankondigingsformulieren

Naar aanleiding van de nieuwste rechtsbeschermingsrichtlijn zijn enkele modellen voor aankondigingsformulieren aangepast. De formulieren voor aankondiging van gegunde opdrachten en een formulier voor aankondiging in geval van vrijwillige transparantie vooraf (zie art. 3 bis) zijn aangepast en verkrijgbaar via SIMAP.

Klachtenregeling

In voormalige Aanbestedingswet (art. 4.27) is een klachtenregeling opgenomen. De Memorie van Toelichting (pagina 20) bij de voormalige Aanbestedingswet 2012 bevat een toelichting op het voorstel voor klachtenafhandeling. De minister van Economische zaken (EZ) stelt een klachtencommissie in die onafhankelijk advies kan geven over klachten met betrekking tot aanbestedingsprocedures.

Advies klachtenafhandeling

In maart 2013 heeft het ministerie van EZ een Advies klachtenafhandeling gepubliceerd. Het advies bevat een vrijwillige standaard voor het afhandelen van klachten bij aanbestedingen (deel 1) en een werkwijze voor de Commissie van aanbestedingsexperts (deel 2). Deel 1 van het advies bevat een standaard voor het opstellen van een interne klachtenregeling voor aanbestedende diensten en ondernemers. De standaard raadt aanbestedende diensten aan deze onderdeel te laten zijn van het aanbestedingsbeleid. Ook gaat dit deel kort in op klachten van aanbestedende diensten over ondernemers. De aanbestedende dienst kan deze klacht kenbaar maken bij de ondernemer.

Deel 2 geeft meer informatie over de mogelijkheid voor ondernemers en aanbestedende diensten, om een klacht voor te leggen aan de klachtencommissie (Commissie van aanbestedingsexperts). De uitkomst van de bemiddeling door deze commissie is niet bindend. Partijen kunnen op ieder gewenst moment nog naar de rechter.

Rechtsbescherming concessieopdrachten

In de nieuwe richtlijn met betrekking tot concessies, richtlijn 2014/23, is het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen uitgebreid tot alle concessieopdrachten die de Europese aanbestedingsdrempel overschrijden. Rechtsoverweging 81 en art. 46 en 47 van de richtlijn gaan in op de rechtsbescherming bij concessies. De bestaande rechtsbeschermingsrichtlijnen gelden dus ook voor concessieopdrachten voor diensten en werken die door aanbestedende diensten worden gegund.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Jurisprudentie Rechtsbeschermingsrichtlijn

Arcadis Nederland B.V. tegen gemeente Franekeradeel

Rechtbank Leeuwarden, 25 juni 2008. LJN nr. BD5542. Het gaat in deze zaak om beroepsmogelijkheden wanneer er sprake is van wijziging in de gunningscriteria van een aanbestedingsprocedure. De rechtbank beslist dat er van potentiële inschrijvers een proactieve houding mag worden verwacht en dat hij behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend is. Doordat de wijziging van de geschikheidscriteria pas een week voor de feitelijke aanbesteding bekend is gemaakt blijven beroepsmogelijkheden op deze grond mogelijk.

Lees meer

Club Hotel Loutraki e.a

HvJ-EU, 6 mei 2010. Zaken C-145/08 en C-149/08. In de gevoegde zaken heeft het Hof bepaald dat bij een samenwerkingsverband van gezamenlijke leden die zich hebben ingeschreven voor een overheidsopdracht individueel de mogelijkheid dienen te hebben een beroep in te stellen tegen om besluit van een aanbestedende dienst nietig te verklaren.

Lees meer

Commissie tegen Duitsland

HvJ-EG, 18 juli 2007. Zaak C-503/04. In deze zaak stond de vraag centraal of art. 2(6) richtlijn 89/665 nationale regelgeving toelaat waarin is bepaald dat na het sluiten van een overeenkomst, instelling van beroep slechts kan leiden tot de toekenning van schadevergoeding. De beëindiging van de overeenkomst kan zodoende worden uitgesloten. Het Hof bepaalt echter dat een lidstaat zich niet op bepalingen, praktijken of situaties van zijn interne rechtsorde kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit het EG recht voortvloeiende verplichtingen.

Lees meer

Commissie tegen Ierland

HvJ-EU, 28 januari 2010. Zaak C-456/08. Aan de orde is een Ierse regeling ter uitvoering van rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665. Een lidstaat mag een voorkeursgegadigde aanwijzen in een aanbesteding en de beroepstermijn tegen dit besluit kan vanaf dat moment aanvangen. Dan dient in de nationale wetgeving echter wel duidelijk gemaakt te worden dat de beroepstermijn op dat moment wordt ingezet. Daarnaast dienen aanbestedende diensten gegadigden en inschrijvers officieel in kennis gesteld te worden van het gunningsbesluit.

Lees meer

Commissie tegen Ierland

HvJ-EU 23 december 2009. Zaak C-455/08. Volgens de Europese Commissie moeten lidstaten ingevolge rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665 zorgen voor doeltreffende en snelle beroepsprocedures, wanneer er sprake is van een schending van het Gemeenschapsrecht inzake overheidsopdrachten of nationale voorschriften waarin dit recht is omgezet. Zo kunnen schendingen tijdig worden rechtgezet.

Lees meer

Consorzio Elisoccorso San Raffaele

HvJ EG, 4 oktober 2007. Zaak C-492/06. In deze zaak heeft het Hof bepaald dat lidstaten een ruimere toegang mogen bieden tot het indienen van een beroep dan is omschreven in de rechtsbeschermingsrichtlijn. Artikel 1 richtlijn 89/665 staat dan ook toe dat één van de leden van een tijdelijke vereniging, zonder rechtspersoonlijkheid, die heeft deelgenomen aan een gunningsprocedure maar deze niet heeft verkregen, individueel beroep instelt tegen een gunningsbesluit.

Lees meer

Datawatt B.V tegen gemeente Utrecht

Voorzieningenrechter rechtbank Utrecht, 3 maart 2008. Zaak KG ZA 07-1291. In deze zaak gaat om de beroepstermijn in een aanbestedingsprocedure. In het kort geding wordt bepaald dat de eiser te laat is met het indienen van zijn klachten. De vordering van Datawatt wordt daarom afgewezen in het belang van een spoedige voortgang en afwikkeling van de aanbestedingsprocedure.

Lees meer

De Raad Bouw B.V tegen gemeente Noordwijk

Rechtbank Den Haag, 24 september 2008. LJN nr. BF4232. In deze zaak gaat het om beroepsmogelijkheden en rechtsverwerking in aanbestedingsprocedures. Volgens de rechtbank is er geen sprake van niet ontvankelijkheid van de eiser, omdat hij te lang zou hebben stilgezeten. Dit vloeit voor uit het feit dat gedaagde op geen enkel moment, direct of indirect, een termijn heeft gesteld waarbinnen bezwaren kenbaar moesten worden gemaakt of dat rechtsmaatregelen zouden moeten zijn getroffen.

Lees meer

Eiser B.V. tegen gemeente Arnhem

Voorzieningenrechter rechtbank Arnhem, 26 februari 2007. LJN nr. BA1484. Het gaat in deze zaak om de beroepstermijn in een aanbestedingsprocedure. De rechter volgt de redenatie van het Grossman arrest en stelt dat er van een potentiele inschrijver een proactieve houding mag worden verwacht. De eiser is zijn recht om te klagen over eventuele gebreken in het aanbestedingsdocument verloren doordat de eiser niet tegen eventuele onduidelijkheden of onvolkomenheden is gekomen in een eerder stadium, terwijl zij hiertoe wel de mogelijkheid had.

Lees meer

Europese Commissie tegen de Portugese Republiek

HvJ-EG, 10 januari 2008. Zaak C-70/06. Portugal heeft nagelaten uitvoering te geven aan een eerder arrest van het Hof (zaak C-275/03). Het ging hierbij om de onjuiste omzetting van de rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665 van 21 december 1989. Portugal had, in strijd met Europese regelgeving, bij wet bepaald dat schuld of opzet wordt vereist voor de toekenning van een schadevergoeding voor een schending van aanbestedingsrecht voor overheidsopdrachten.

Lees meer

Fastweb tegen Telecom Italia en Path-net

HvJ-EU, 4 juli 2013. Zaak C-100/12. In deze zaak wordt door het Hof gesteld dat een ongeldige inschrijver op een aanbesteding bezwaar kan maken tegen de winnaar van de aanbesteding, als deze zich ongeldig in heeft ingeschreven. Het Hof bevestigt dat ongeldige inschrijvers wel een procesbelang kunnen hebben bij de stelling dat een andere inschrijver (ook) ongeldig heeft ingeschreven.

Lees meer

Nieuws Rechtsbeschermingsrichtlijn

Efficiëntere rechtsbescherming bij aanbestedingen

De Europese Commissie heeft de Rechtsbeschermingsrichtlijn bij aanbestedingen geëvalueerd. De rechtsbeschermingsrichtlijn biedt op effectieve wijze bescherming aan ondernemers binnen het aanbestedingsrecht. Conclusie van de Commissie: de richtlijn wordt behouden in de huidige staat. Maar, er zullen wel ondersteunende maatregelen worden getroffen door de Commissie om de tekortkomingen in de rechtsbescherming voor inschrijvers aan te pakken.
Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Rechtsbeschermingsrichtlijn

Kunnen wij op grond van gewijzigde inzichten een Europese aanbesteding intrekken?

Een gemeente heeft voor groenonderhoud een meervoudig onderhandse aanbesteding uitgezet bij een vijftal bedrijven. In tweede instantie wil de gemeente het onderhoud liever inbesteden bij de sociale werkvoorziening. Kan de gemeente die meervoudig onderhandse aanbesteding op grond van gewijzigde inzichten alsnog intrekken en vervolgens tot inbesteding overgaan zonder dat dit in strijd komt met aanbestedingsrichtlijnen of leidt tot schadeclaims?

Bekijk het antwoord

Kan een onderhands gegunde opdracht achteraf worden vernietigd bij de rechter?

Ons waterschap heeft gehoord dat ondernemers zich in het kader van een Europese aanbestedingsprocedure kunnen beroepen op de Europese rechtsbeschermingsrichtlijnen, waarmee een reeds gesloten overeenkomst door de rechter vernietigd zou kunnen worden. Dit kan onder meer als een overheidsopdracht in strijd met de Europese aanbestedingsrichtlijnen onterecht onderhands is gegund. Klopt dit?

Bekijk het antwoord

X