Statistische verplichtingen

Nieuwe aanbestedingsrichtlijn

De nieuwe aanbestedingsrichtlijn 2014/24 bevat een aantal nieuwe statistische verplichtingen. Meer informatie over deze nieuwe verplichtingen vindt u onder de rechterkantpagina ‘wet- en regelgeving’.

1. Toezichtsrapporten

De lidstaten dienen uiterlijk op 18 april 2017 en vervolgens elke drie jaar bij de Commissie een toezichtrapport in met, indien van toepassing, informatie over de meest voorkomende factoren die tot verkeerde toepassing of rechtsonzekerheid leiden, met inbegrip van mogelijke structurele of terugkerende problemen bij de toepassing van de regels, de mate van mkb-deelname aan overheidsopdrachten, en de preventie, opsporing en adequate melding van gevallen van aanbestedingsfraude, corruptie, belangenverstrengeling, en andere ernstige onregelmatigheden (artikel 83 lid 3).

De Commissie kan de lidstaten ten hoogste om de drie jaar verzoeken informatie te verstrekken over de praktische uitvoering van het nationale strategische beleid inzake overheidsopdrachten. Op basis van de uit hoofde van dit lid ontvangen gegevens brengt de Commissie regelmatig een verslag uit over de tenuitvoerlegging van en de beste praktijken inzake nationaal beleid met betrekking tot overheidsopdrachten in de interne markt.

2. Kopieën overeenkomsten en aanbestedingsrapport

De aanbestedende diensten houden, tenminste gedurende de looptijd van de opdracht, kopieën bij van alle gesloten overeenkomsten met een waarde van ten minste 1.000.000 EUR voor opdrachten voor leveringen of diensten en 10.000.000 EUR voor opdrachten voor werken (artikel 83 lid 6 en overweging 126). Van elke aanbestedingsprocedure moeten de basiselementen en besluiten in een aanbestedingsrapport worden beschreven (zie ook artikel 84 over het proces verbaal).

3. Nationale verslaglegging en statistische informatie

De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op 18 april 2017 en vervolgens elke drie jaar een statistisch rapport toekomen voor overheidsopdrachten die onder deze richtlijn zouden vallen indien de waarde hoger zou liggen dan de in artikel 4 vastgestelde toepasselijke drempel, waarbij een raming wordt gegeven van de gezamenlijke totale waarde van deze aanbestedingen in de betrokken periode. Zie artikel 85. Deze raming kan met name worden gebaseerd op gegevens die beschikbaar zijn op grond van nationale publicatievoorschriften of op steekproeven.

De lidstaten stellen de Commissie informatie ter beschikking over hun institutionele organisatie met betrekking tot de uitvoering, controle en naleving van deze richtlijn, alsmede over nationale initiatieven om voorlichting en bijstand te verlenen bij de uitvoering van de aanbestedingsregels van de Unie of een antwoord te formuleren op de uitdagingen die zich bij de uitvoering van deze regels aandienen.