Zoeken
Brexit
Subonderwerpen

Brexit

Algemene Vragen

Wat moet u weten om de Brexit te begrijpen? Lees onze vragen en antwoorden en u bent op de hoogte van het Brexit-proces.

Wat is het standpunt van het Europees Parlement over de Brexit?

Het Europees Parlement is nauw betrokken geweest bij de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord. Volgens artikel 50 VEU moet het Parlement goedkeuring verlenen aan het uiteindelijke akkoord. Het Parlement heeft op 5 april 2017 een resolutie aangenomen waarin sleutelvoorwaarden voor de Brexit-onderhandelingen zijn uiteengezet. Europarlementariërs hebben de EU en het Verenigd Koninkrijk opgeroepen om de onderhandelingen in te gaan op basis van volledige transparantie en goed vertrouwen. De Brexit-stuurgroep coördineert de besluiten en resoluties met betrekking tot de Brexit namens het Europees Parlement.

ALGEMENE PUNTEN

In de sleutelvoorwaarden voor de Brexit-onderhandelingen, die in de aangenomen resolutie van 5 april 2017 staan, worden een aantal belangrijke zaken benadrukt:

  • Gelijke en eerlijke behandeling van EU burgers die in het VK wonen en burgers uit het VK die in EU landen wonen moet gegarandeerd worden.
  • Het VK blijft lid van de EU tot het officiële vertrek. Dit brengt uiteraard rechten en plichten met zich mee. Dit houdt ook in dat financiële verplichtingen die aangegaan zijn vóór vertrek uit de EU maar doorlopen tot na de datum van het officiële vertrek moeten worden voldaan.
  • De vier vrijheden van de interne markt: vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen zijn ondeelbaar.

STANDPUNT OVER TOEKOMSTIGE RELATIE

Op 14 maart 2018 heeft het Europees Parlement richtlijnen aangenomen voor de toekomstige relatie. Hierin benadrukt het zijn officiële rol en merkt daarnaast onder andere op dat:

  • Een derde land niet dezelfde rechten en voordelen mag hebben als een lidstaat van de EU;
  • De interne markt en zijn werking beschermd moet blijven; en
  • Het VK een belangrijke partner blijft van de EU.

Verder stelt het Europees Parlement in de toekomst een goede relatie tussen de EU en het VK te willen opbouwen, gebaseerd op vier waarden:

  • Handel en economische relaties
  • Buitenlands beleid, veiligheidssamenwerking en ontwikkelingssamenwerking
  • Interne veiligheid
  • Thematische samenwerking
Wat is het standpunt van het Comité van de Regio’s over Brexit?

Het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) heeft een resolutie over de gevolgen van de Brexit voor Europese steden en regio’s aangenomen. Formeel is het CvdR niet betrokken bij de onderhandelingen tussen het VK en de EU.

RELEVANTIE VOOR NEDERLANDSE (DECENTRALE) OVERHEDEN

Naast de algemene standpunten, benoemt het Comité ook punten die relevant zijn voor lokale en regionale Nederlandse overheden:
• Het Comité benoemt dat Britse decentrale overheden en lokale bestuursorganen na 2020 ook aan programma’s voor territoriale samenwerking moeten kunnen deelnemen.
• Er moet daarnaast bijzondere aandacht worden besteed aan de samenwerking van lokale en regionale overheden in gebieden die aan de Ierse Zee, het Kanaal en de Noordzee liggen.
• Er moet vermeden worden dat de daling van het gemiddelde bbp per inwoner in de EU (als gevolg van de Brexit) resulteert in een uitsluiting van bepaalde regio’s voor Europese structuur- en investeringsfondsen.
• Er moet worden ingezet op het verzachten van de consequenties voor alle betrokken regio’s en lokale overheden met betrekking tot het Europees maritiem- en visserijbeleid.

Wat zijn de gezamenlijke standpunten van de andere Europese lidstaten over de Brexit?

In de Brexit-onderhandelingen is door de Europese Raad besloten dat de 27 Europese lidstaten in eenheid naar buiten treden en handelen. Dit betekent dat de lidstaten niet individueel mee doen in de onderhandelingen. De werkwijze van de 27 Europese lidstaten – ook wel de EU27 genoemd – is uitgewerkt in twee onderhandelingsrichtsnoeren van de Europese Raad.

De Europese Raad vertegenwoordigt en verenigt het standpunt van de EU27. De EU27 steunt een ordelijk vertrek van het VK uit de EU met een terugtrekkingsakkoord en een bijbehorende transitieperiode. Omdat de kans op een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord aanwezig blijft, legt de Raad nadruk op de benodigde noodmaatregelen.

Wat is artikel 50?

Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) omvat de te volgen procedures en voorwaarden indien een lidstaat zich wil terugtrekken uit de EU. De eerste lidstaat die gebruikmaakt van artikel 50 is het VK, deze heeft artikel 50 VEU geactiveerd op 29 maart 2017.

PROCEDURE

In artikel 50 VEU staat aangegeven dat de terugtrekking van een lidstaat, in dit geval het VK, uit de EU als volgt moeten verlopen. Ten eerste stelt de lidstaat de Europese Raad in kennis van het voornemen om uit te treden. Vervolgens stelt de Europese Raad richtsnoeren vast voor de uittredingsonderhandelingen tussen de EU en de lidstaat. Daarna mandateert de Raad van de EU conform artikel 218 lid 3 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) de Commissie dat de onderhandelingen gaat voeren.

De Commissie voert dus ook de uittredingsonderhandelingen met het VK. Michel Barnier is door de Commissie aangewezen als hoofdonderhandelaar. Hij moet aan de Raad en de Europese Raad rapporteren over de voortgang en het Europees Parlement op de hoogte houden. Als overeenstemming is bereikt moet het Europees Parlement dit akkoord goedkeuren. Als dat gebeurd is sluit de Raad van de EU het akkoord met de uittredende lidstaat. De Raad neemt dit besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

In artikel 50 VEU is ook bepaald dat vertegenwoordigers van de uittredende lidstaat niet deelnemen aan de besluitvorming in de Europese Raad en de Raad over het eigen vertrek. Daarom voert de EU deze onderhandelingen namens de overige 27 lidstaten, oftewel de EU27.

Als een uitgetreden lidstaat na het vertrek toch weer lid wil worden van de EU, dan moet conform artikel 49 VEU opnieuw een toetredingsprocedure worden gevolgd.

TOEPASSING EU-VERDRAGEN

De toepassing van de EU-verdragen op de uittredende lidstaat vervalt automatisch twee jaar na de datum van de kennisgeving aan de Europese Raad van het voornemen om de EU te verlaten. Als er voor die tijd een terugtrekkingsakkoord is gesloten, vervalt de toepassing van de Verdragen met de inwerkingtreding van het akkoord. Verlenging van deze periode van twee jaar is alleen mogelijk met instemming van zowel het VK als de Europese Raad. Op 21 maart 2019 hebben de Europese Raad en het VK besloten om de Brexit uit te stellen.

Op 10 december 2018 besloot het Europese Hof van Justitie dat een lidstaat die heeft aangegeven de EU te willen verlaten, dit voornemen eenzijdig kan intrekken. Dit is volgens het Hof echter alleen mogelijk binnen de periode van twee jaar na de kennisgeving van het voornemen om de EU te verlaten, én als er nog geen terugtrekkingsakkoord in werking is getreden.

Wat zijn de bevoegdheden van de instituties van de EU?

De Europese Unie bestaat uit verschillende instituties. Zo sluit de Raad, namens de EU, een akkoord over de voorwaarden van de terugtrekking van een lidstaat, en wordt er een Politieke Verklaring aangehecht, die de ambities voor de toekomstige relatie tussen het VK en de EU beschrijft. Wanneer zowel het terugtrekkingsakkoord als de Politieke Verklaring geaccepteerd worden door alle partijen, zal er een transitieperiode volgen, waarin het VK de EU-instituties verlaat maar het complete EU-acquis nog wel zal volgen. Tijdens deze periode zal onderhandeld worden over een vrijhandelsakkoord. Welke formele rol de Europese instituties hebben in het uittredingsproces en het sluiten van EU-handelsovereenkomsten, wordt hieronder uiteengezet.

DE EUROPESE RAAD

Over het terugtrekkingsakkoord wordt besloten door de Raad door middel van een stemming met gekwalificeerde meerderheid. De regels voor deze gekwalificeerde meerderheid zijn vastgelegd in art. 238 lid 3 sub b VWEU.

Met betrekking tot de Brexit is een gekwalificeerde meerderheid bereikt als ten minste 72% van de leden van de Raad instemt met de overeenkomst, en als de bevolking van de lidstaten die de instemmende Raadsleden vertegenwoordigen bij elkaar ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van de hele EU.

Oftewel, minstens 20 lidstaten moeten instemmen met de overeenkomst. Deze 20 lidstaten moeten gezamenlijk minimaal 65 % van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Bij een terugtrekkingsakkoord hoeft dus niet elke lidstaat toestemming te verlenen, in tegenstelling tot het sluiten van een toetredingsakkoord van een nieuwe lidstaat.

Onderhandelingen nieuw handelsakkoord met het VK na de Brexit (toekomstige relatie)

In de transitieperiode zal worden onderhandeld over een vrijhandelsakkoord, zoals beschreven in de herziene Politieke Verklaring. Deze onderhandelingen volgen de wetgeving overeenkomstig artikel 218, lid 3, van het VWEU, met betrekking tot internationale overeenkomsten tussen de Unie en derde landen. De Europese Raad verleent hierbij machtiging tot het openen van onderhandelingen, stelt de onderhandelingsrichtsnoeren vast, verleent machtiging tot ondertekening en sluit de overeenkomsten.

Lees meer over de onlangs door de Raad aangenomen conclusies over de onderhandelingen over- en de sluiting van handelsovereenkomsten van de EU in dit persbericht.

EUROPESE COMMISSIE

De Europese Commissie heeft van de Raad het mandaat gekregen om de uittredingsonderhandelingen met het VK te voeren. Hiervoor is de Taskforce Artikel 50 (beter bekend als de Brexit-taskforce) opgericht, geleid door Michel Barnier, de hoofdonderhandelaar. De taskforce is gebonden door onderhandelingsrichtsnoeren, die zijn vastgesteld door de Raad. Als er een akkoord is bereikt, zal de Europese Raad zich daar vervolgens over uitspreken. Hij moet aan de Raad en de Europese Raad rapporteren over de voortgang en het Europees Parlement op de hoogte houden.

Onderhandelingen nieuw handelsakkoord met het VK na de Brexit (toekomstige relatie)

Tijdens de transitieperiode zal worden onderhandeld over een vrijhandelsakkoord, zoals beschreven in de herziene Politieke Verklaring. De Europese Commissie wordt via een mandaat gemachtigd door de Raad om namens de EU over een nieuwe handelsovereenkomst te onderhandelen. Vervolgens zal de Commissie namens de EU met het VK onderhandelen, in nauw overleg met de Raad en het Europees Parlement. Hierbij geldt ook dat als er een akkoord is bereikt, de Europese Raad zich daar vervolgens over zal uitspreken.

EUROPEES PARLEMENT

Een positieve uitkomst van de stemming van de Raad over een terugtrekkingsakkoord is niet voldoende. Het Europees Parlement moet ook instemmen met het akkoord. Het Parlement besluit bij eenvoudige meerderheid over goedkeuring van een akkoord inzake de terugtrekking.

Onderhandelingen nieuw handelsakkoord met het VK na de Brexit (toekomstige relatie)

Het Europees Parlement moet ook bij de onderhandelingen over een nieuwe handelsovereenkomst een ondertekend akkoord goedkeuren. Na goedkeuring van het Parlement neemt de Raad het besluit tot sluiting van de overeenkomst aan.

HOF VAN JUSTITIE

Het Hof van Justitie (Hof) van de Europese Unie houdt toezicht op de juiste toepassing van de EU-wetgeving en verdragen, dus ook ten aanzien van artikel 50 VEU. De uittredingsovereenkomst wordt gesloten tussen de EU en het VK, niet tussen de lidstaten en het VK. Het krijgt de status van een internationale overeenkomst, waardoor het uittredingsverdrag onderwerp kan zijn van rechterlijke toetsing door het Hof.

In de Politieke Verklaring van 17 oktober 2019 wordt het Hof een enkele keer genoemd met betrekking tot haar rol binnen de onderhandelingen over een nieuwe handelsovereenkomst. Indien een geschil tussen de onderhandelende partijen over de interpretatie van bepalingen en concepten van het Unierecht plaatsvindt, moet dit worden doorverwezen naar het Hof om een bindende uitspraak te doen met betrekking tot de interpretatie van het Unierecht.

COMITÉ VAN DE REGIO’S

Het Comité van de Regio’s heeft geen formele rol binnen de Brexit onderhandelingen. Het Comité heeft zich echter wel toegelegd op actieve betrokkenheid bij het proces.

Wat gebeurt er na de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU?

Na de uittreding van het VK uit de EU en wordt deze een derde land. Het is echter nog niet bekent hoe de Brexit zal verlopen. Er zijn twee scenario’s mogelijk, namelijk een Brexit met terugtrekkingsakkoord en een no deal-Brexit.

BREXIT MET TERUGTREKKINGSAKKOORD

Als er voor de Brexit-datum een terugtrekkingsakkoord wordt gesloten tussen het VK en de EU, zal er sprake zijn van een transitieperiode. Deze periode duurt in principe tot 31 december 2020, maar kan eventueel verlengd worden. Tijdens de transitieperiode zal onderhandeld worden over de toekomstige relatie tussen de EU en het VK. Bij het terugtrekkingsakkoord hoort ook een politieke verklaring over de toekomstige relatie. De belangrijkste uitgangspunten hiervan zijn:

  • economische samenwerking en een vrijehandelszone;
  • bescherming van arbeiders en consumenten;
  • samenwerking op het gebied van duurzaamheid, milieu en klimaatverandering;
  • samenwerking op het gebied van internationale veiligheid.

BREXIT ZONDER TERUGtREKKINGSAKKOORD

Een no deal-Brexit zou inhouden dat er geen terugtrekkingsakkoord wordt gesloten en geen afspraken worden gemaakt over toekomstige betrekkingen. Alle EU verdragen, verordeningen en richtlijnen komen in dit geval op de Brexit-datum te vervallen voor het VK. Handel tussen EU-lidstaten en het VK zou dan geschieden via de ‘derde land’ regels van de WTO. Dit zou veel handelsbarrières creëren die een negatief effect hebben op onder andere geïntegreerde productieketens.

De Europese Commissie is sinds december 2018 bezig met het publiceren van voorbereidingsplannen voor een no deal-Brexit. Zo publiceerde zij op 19 december 2018 een actieplan over zaken als verblijfsrechten, sociale zekerheid, financiële diensten, luchttransport, wegtransport, goederenexport en Europees klimaatbeleid. Voordat de EU op 29 oktober 2019 akkoord was gegaan met het gevraagde uitstel, heeft de Commissie in haar laatste mededeling voorgesteld om de eerdere noodmaatregelen van de EU te verlengen op verschillende vlakken. Ook de Nederlandse regering houdt zich bezig met de voorbereidingen op een no deal-scenario, onder andere door middel van een crisisplan voor de eerste drie dagen na de Brexit en een voorstel voor de verzamelwet.

Hoe bereidt Nederland zich voor op een no deal-Brexit?

Omdat het nog niet duidelijk is of het terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het VK geratificeerd zal worden, treft het Nederlandse kabinet verschillende noodmaatregelen om het land voor te bereiden op een eventuele no deal-Brexit. Dit doen zij onder andere door middel van de verzamelwet en een crisisplan voor de eerste drie dagen na de Brexit. U kunt een overzicht van de gevolgen en maatregelen voor verschillende sectoren bij een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord vinden in dit document.

VERZAMELWET BREXIT

Op 29 januari 2019 heeft de Tweede Kamer een verzamelwet voor de Brexit aangenomen. In de verzamelwet stelt het kabinet een aantal wetswijzigingen voor die nodig zijn voor een ordelijk uittreding van het VK. Bijvoorbeeld wijzigingen in regelgeving op het gebied van sociale zekerheid en zorgverzekering om de nieuwe status van het VK en zijn burgers te regelen.

Artikel X van de verzamelwet zorgt voor een regelgevende bevoegdheid voor een overgangs- of spoedeisende situatie. Voorzieningen die nodig zijn voor een goed verloop van de terugtrekking kunnen tot een jaar na de datum van de terugtrekking genomen worden per algemene maatregel van bestuur (AMvB) of ministeriële regeling. Betreft dit een structurele afwijking van de wet, dan wordt vervolgens een voorstel ingediend dat de wet dusdanig wijzigt dat de (nood)voorziening niet langer nodig is. Dit voorstel geeft het kabinet bevoegdheden om op te treden en de uittreding van het VK uit de EU in goede banen te leiden.

De Eerste Kamer heeft de Raad van State begin maart gevraagd om een nadere beschouwing over artikel X te geven. De Raad van State kwam vervolgens met een voorlichting over de Verzamelwet waarin het concludeerde dat de onvoorspelbare gevolgen van de Brexit vragen om een regeling zoals in artikel X is vastgelegd.

CRISISPLAN BIJ EEN EVENTUELE NO-DEAL BREXIT

Het kabinet werkt ook aan een crisisplan voor de eerste drie dagen na een eventuele no deal-Brexit, omdat Nederland in deze cruciale periode hard geraakt kan worden. Het is dus van belang dat het kabinet zich samen met een aantal gemeenten voorbereidt op de mogelijkheid tot het tegelijkertijd ontstaan van problemen in de luchtvaart, het verkeer en problemen rondom de invoer van medische hulpmiddelen. Minister Blok is inmiddels begonnen met het organiseren van bureau-oefeningen en bredere sessies in samenwerking met de douane, marechaussee, provincies, gemeenten en het bedrijfsleven.

VOORLICHTING

Het is van belang dat ook decentrale overheden, ondernemers en burgers zich bewust zijn van de gevolgen van de Brexit en zich hierop voorbereiden. Daarom is er naast het Brexit-loket voor decentrale overheden een Brexit-loket voor ondernemers ingesteld en verschaft de Rijkoverheid algemene informatie over de Brexit door middel van een speciaal Brexit-magazine en een podcastreeks. Bovendien licht de Immigratie- en Naturalisatiedienst burgers voor over de gevolgen rondom burgerzaken en verblijfsrechten.

Wat verandert er aan het Meerjarig Financieel Kader na de Brexit?

Elke zeven jaar wordt er een nieuw Meerjarig Financieel Kader afgesloten, waarin de EU besluit wat ze gaan uitgeven en hoe ze dat gaan doen. Het uittreden van het VK uit de EU zal effect hebben op de EU-begroting, aangezien de bijdrage van het VK zal wegvallen na de Brexit.

LOPEND MFK

Het huidige MFK loopt van 2014 tot en met 2020. Dit is opgesteld toen het VK nog lid was. Het nakomen van de betalingsverplichtingen van het VK was onderdeel van de eerste fase van de Brexit-onderhandelingen. Het VK heeft toegezegd om zijn betalingsverplichtingen na te komen, het gaat om een bedrag van 40 miljard euro. Mede dankzij deze toezegging stemde de Europese Raad in december 2017 in met het opstarten van de tweede fase van de onderhandelingen. Inmiddels zijn de onderhandelingen van de tweede fase in volle gang, maar uit deze onderhandelingen zijn nog geen nieuwe conclusies gekomen betreffende het MFK.

NIEUWE MFK

De onderhandelingen over het nieuwe MFK zijn eind februari begonnen op een informele top. Aangezien het VK de Europese Unie wil verlaten, maken zij geen onderdeel uit van de onderhandelingen. Of er eventueel een transitieperiode komt en of dit leidt tot een verdere bijdrage van het VK aan het nieuwe MFK was onder andere onderwerp van de onderhandelingen. De voorkeur van de Europese Raad is een overeenkomst tot 31 december 2020, een dag voordat het nieuwe MFK ingaat (1 januari 2021). Het VK heeft dus geen formele invloed op de nieuwe Regio- en Structuurfondsen, maar de Brexit wel, aangezien het VK een bijdrager is aan de begroting

BREXIT EFFECT

Het vertrek van het VK zorgt er dus mogelijk voor dat er minder geld beschikbaar is voor de nieuwe begroting. Volgens een studie, uitgevoerd in Oktober 2017 in opdracht van de commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (AGRI) van het Parlement, zal de uittreding van het VK leiden tot een jaarlijks tekort van € 10,2 miljard in de EU-begroting. De inschatting is dat dit leidt tot een disproportionele toename in de bijdrages van de grootste nettobetalers van de EU. Nederland is een van de grootste nettobetalers.

NIEUW VOORSTEL

Op 2 mei 2018 publiceerde de Commissie een voorstel voor het nieuwe MFK. Hierin stelt de Commissie dat het vertrek van het VK uit de EU inderdaad een financiële impact gaat hebben en dat het nieuwe MFK hier passend op moet reageren. In het voorstel staat dat de bijdrages van alle lidstaten verhoogd moeten worden, maar dat het budget ook efficiënter besteed moet worden. Ook moet het tekort veroorzaakt door het vertrek van de VK gecompenseerd worden met nieuwe eigen middelen, en besparingen en herindelingen van bestaande programma’s. De meeste lidstaten staan welwillend tegenover een verhoging van de eigen bijdrage aan het EU-budget. Naast Nederland zijn er nog enkele lidstaten die van mening zijn dat de eigen bijdrage niet omhoog zou moeten gaan. Meer informatie over het Nederlandse standpunt vindt u hier.

Wat betekent de Brexit voor de samenstelling van EU-instellingen en -organisaties?

VRAAG:

Elke lidstaat heeft een aantal zetels in EU-instellingen zoals het Europees Parlement, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Wanneer het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat, komen er binnen deze instellingen verschillende zetels vrij. Hoe verandert de verdeling van de zetels en daarmee de samenstelling van deze instellingen na de Brexit?

ANTWOORD IN HET KORT:

De zetels die vrijkomen wanneer het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat, worden (al dan niet gedeeltelijk) herverdeeld over de 27 EU-lidstaten. Zo krijgt Nederland na de Brexit drie extra zetels in het Europees Parlement, maar blijft het aantal Nederlandse zetels gelijk in het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Ook de samenstelling van diverse andere Europese-samenwerkingsverbanden waar ook decentrale overheden in actief zijn, kan na de Brexit mogelijk veranderen.

Lees het volledige antwoord


Praktijkvragen

Waar kan u als decentrale overheid mogelijk tegen aanlopen bij de Brexit?  Lees onze praktijkvragen voor meer informatie.

Praktijkvraag: Inkoopcontracten met dienstverleners uit het VK, wat verandert er na de Brexit?

Vraag:

Onze gemeente heeft inkoopcontracten voor dienstverlening uit het VK, en we zijn mogelijk voornemens om in de toekomst nieuwe inkoopcontracten af te sluiten bij dienstverleners uit het VK. Wat gaat er veranderen bij een (no-deal-)Brexit? En kan hier op worden voorbereid?

ANTWOORD IN HET KORT:

Als er een terugtrekkingsakkoord wordt gesloten, zal er sprake zijn van een transitieperiode tot en met 31 december 2020. Tijdens de transitieperiode zal alle relevante EU-wetgeving nog geldig zijn in het VK. Naar verwachting zullen het VK en de EU in deze periode afspraken maken over de toekomstige betrekkingen na 31 december 2020. Wanneer er géén terugtrekkingsakkoord gesloten wordt, zal alle relevante EU-wetgeving na de Brexit niet langer gelden in het VK. Het is daarom raadzaam uw huidige en toekomstige inkoopcontracten te bestuderen en mogelijke die kunnen ontstaan bij een no-dealBrexit in kaart te brengen.

LEES HET VOLLEDIGE ANTWOORD

Praktijkvraag: Moeten ondernemers uit het VK na de Brexit worden toegelaten tot Europese aanbestedingsprocedures?

Vraag:

Ons samenwerkingsverband van gemeenten koopt voor drie gemeenten werken, leveringen en diensten in. Het samenwerkingsverband is aanbestedingsplichtig. Incidenteel ontvangen wij bij Europese aanbestedingsprocedures inschrijvingen van ondernemers uit het VK. Hoe gaat dat na de Brexit? Moeten wij die ondernemers uit het VK blijven toelaten tot Europese aanbestedingsprocedures?

ANTWOORD IN HET KORT:

Ja. U moet rekening houden met twee scenario’s: een Brexit met terugtrekkingsakkoord én een Brexit zonder terugtrekkingsakkoord. Als er tijdig een terugtrekkingsakkoord wordt gesloten, blijven de Europese aanbestedingsregels voorlopig van toepassing op lopende en toekomstige Europese aanbestedingsprocedures. Dat betekent dat ondernemers uit het VK moeten worden toegelaten tot Europese aanbestedingsprocedures. Ook als er geen terugtrekkingsakkoord komt, zullen ondernemers uit het VK echter moeten worden toegelaten, omdat het VK en de WTO hebben afgesproken dat het VK na de Brexit aangesloten blijft bij de GPA-overeenkomst.

Lees het volledige antwoord

Praktijkvraag: Kan er in onze regio nog samengewerkt worden met VK-partners in een door de EU gefinancierd project na de Brexit?

vraag:

Onze provincie is betrokken bij diverse projecten die financiering ontvangen vanuit Europese fondsen. In enkele projecten zijn ook VK-partners betrokken. Gaan er door de Brexit zaken veranderen, en kunnen wij in de toekomst nog met VK-partners financiering vanuit Europese fondsen aanvragen?

ANTWOORD IN HET KORT:

Door de Brexit zal het VK een ‘derde land’ (een land buiten de EU) worden, waardoor Europese financiering voor begunstigden uit het VK zal veranderen. Als het terugtrekkingsakkoord wordt goedgekeurd, is er afgesproken dat begunstigden uit het VK in ieder geval tot en met 2020 aanspraak kunnen blijven maken op EU-fondsen. Mocht het terugtrekkingsakkoord niet worden goedgekeurd, dan is dit niet het geval. Het is nog niet bekend of er dan noodmaatregelen in werking treden waardoor VK-begunstigden aanspraak kunnen blijven maken op EU-fondsen. Indien u samenwerkt met VK-partners in een door de EU gefinancierd project is het raadzaam om met beide scenario’s rekening te houden en daarvoor passende maatregelen te treffen.

Lees het volledige antwoord

Praktijkvraag: Hoe verschillen de verblijfsrechten van VK-burgers in een Nederlandse gemeente bij een deal of no-deal Brexit?

DE VERBLIJFSRECHTEN VAN VK-BURGERS VOOR de breixt:

VK-burgers die in een Nederlandse gemeente als EU-burger verblijven en verblijfsrecht hebben, zullen dit verblijfsrecht behouden tot de Brexit indien hun situatie ongewijzigd blijft.
Wanneer VK-burgers die als EU-burger in een gemeente verblijven nog vóór de Brexit Nederlander worden en zij op de Brexit-datum in het bezit zijn van een geldige, nationale vergunning, dan zal de Brexit geen invloed hebben op hun verblijfsrecht.

DE RECHTEN VAN VK-BURGERS NA de brexit:

VK-burgers die verblijf hebben in een Nederlandse gemeente zullen na de Brexit geen EU-burgers meer zijn. Dit zal gevolgen hebben voor de verblijfsrechten van VK-burgers in de gemeente na de Brexit.
Op 13 november 2018 hebben de onderhandelaars van het VK en de EU een voorlopige uittredingsovereenkomst gesloten. Hierin zijn onder andere afspraken gemaakt over de verblijfsrechten van VK-burgers in de EU en van EU-burgers in het VK na de Brexit. De voorlopige uittredingsovereenkomst is pas definitief als deze is goedgekeurd door het Britse en Europees Parlement.
Wanneer de voorlopige uittredingsovereenkomst niet wordt goedgekeurd, zal er sprake zijn van een zogenaamde no-deal Brexit. Dit zal andere gevolgen hebben voor de verblijfsrechten van VK-burgers na de Brexit in gemeenten. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft VK-burgers in Nederland hierover een informatiebrief gestuurd waarin staat wat een mogelijke no-deal Brexit betekent voor hun verblijfsrechten.

Lees het volledige antwoord

Praktijkvraag: Dataopslag in het Verenigd Koninkrijk, hoe zit dat met de AVG na de Brexit?

Vraag:

Onze gemeente heeft delen van haar administratie, waarin ook persoonsgegevens zijn verwerkt, ondergebracht bij een databedrijf dat is gevestigd in het VK. Het databedrijf geeft aan dat het per 25 mei 2018 zal voldoen aan de voorwaarden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Ook heeft het bedrijf de intentie om aan de AVG te blijven te voldoen na de Brexit-datum. Kan de gemeente er vanuit blijven gaan dat het verwerken van persoonsgegevens bij het databedrijf in het VK ‘AVG-proof’ zal blijven ondanks de Brexit?

Antwoord in het kort:

Nee, de gemeente kan hier niet zonder meer vanuit gaan. Het is waarschijnlijk dat het VK na de Brexit het Europese Hof van Justitie niet aanvaardt. Dit betekent dat het VK wordt gezien als derde land binnen het wettelijke kader van de AVG. Persoonsgegevens mogen dan alleen geoorloofd worden verwerkt in het VK, mits de Europese Commissie (EC) een zogenaamde adequaatheidsbeslissing neemt of dat de verwerker in het VK toeziet op passende waarborgen.

Lees het volledige antwoord


Voorbereiden op de Brexit

Gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid zullen gevolgen ondervinden van de Brexit. De Brexit Impact Scan voor overheden biedt overheden inzicht op dit gebied.  Overheden die al begonnen zijn met het voorbereiden op de Brexit kunnen de impactscan gebruiken als een checklist om na te gaan of zij niet iets over het hoofd hebben gezien.

Daarnaast kunnen gemeenten, provincies en waterschappen via het Brexit-loket voor decentrale overheden op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen omtrent de Brexit. Ook kunnen zij via de helpdesk kosteloos vragen stellen over de Brexit.

 


Nieuws Brexit

Brexit: stand van zaken

Op 17 oktober hebben de onderhandelaars van de EU en het VK een nieuw akkoord bereikt over de Brexit. De Europese Raad (in artikel-50-configuratie) heeft het akkoord bekrachtigd. De Britse premier Johnson kreeg daarnaast een meerderheid in het Britse Lagerhuis voor de tweede lezing van zijn Brexit-deal. Desondanks eiste het Britse Parlement meer tijd om het benodigde wetsvoorstel te bestuderen. De premier moest daarom opnieuw om uitstel van de Brexit vragen aan de Europese Raad. Lees het volledige bericht

Uitgelicht: Brexit: hoe kunnen decentrale overheden hun samenwerking met partners in het VK voortzetten na de Brexit?

Met ‘Uitgelicht’ zal de Europese Ster de komende weken praktische adviezen uit de Brexit Impact Scan voor overheden uitlichten, om aandacht te geven aan de verschillende gevolgen van de Brexit voor decentrale overheden. In de editie van deze week worden de onderwerpen internationale samenwerkingsverbanden, EU-fondsen en VK-partners, en internationale verdragen behandeld.

Lees het volledige bericht

In gesprek met Rem Korteweg (Instituut Clingendael): Brexit en de consequenties voor Nederlandse regio’s

Op 3 oktober organiseerde Kenniscentrum Europa decentraal samen met de Provincie Zuid-Holland een werklunch waar verschillende experts en betrokkenen van de Provincie spraken over het voorbereiden op de Brexit. Hier ging Kenniscentrum Europa decentraal in gesprek met Rem Korteweg, senior onderzoeker bij Instituut Clingendael en deskundige op het gebied van Europees extern beleid, over de recente voorstellen van de Britse regering aan de EU, de consequenties voor de Nederlandse positie, en de effecten voor de regio.

Lees het volledige bericht

VK doet nieuw voorstel in de Brexit-onderhandelingen

Afgelopen woensdag, 2 oktober, heeft het Verenigd Koninkrijk een nieuw voorstel gedaan in de Brexit-onderhandelingen. De Brexit, die twee keer is uitgesteld, staat nu gepland voor 31 oktober 2019. Als er tegen die tijd geen akkoord is gesloten, verlaat het VK de EU in principe zonder afspraken. Dit zal negatieve gevolgen hebben voor Nederlandse bedrijven en overheden. Lees het volledige bericht

Kansen voor Nederland door internationale bedrijvenstroom rondom Brexit

In de berichtgeving van zowel de Rijksoverheid als de Europese Commissie wordt in de aanloop naar de Brexit volop gewezen op de noodzakelijke voorbereidingen op alle mogelijke Brexit-scenario’s. Omdat alle scenario’s risico’s en negatieve gevolgen met zich meebrengen, hebben al veel bedrijven en overheden noodmaatregelen getroffen. Zo ook bedrijven die zich gevestigd hebben in het Verenigd Koninkrijk. In een recente analyse van het Clingendael Instituut worden 56 bedrijven uitgelicht met betrekking tot hun besluit om zich te vestigen in Nederland.

Lees het volledige bericht

Uitgelicht: werkgevers en de Brexit – Wat moeten overheidsorganisaties met (toekomstige) werknemers uit het VK weten?

Met ‘Uitgelicht’ zal de Europese Ster de komende weken praktische adviezen uit de Brexit Impact Scan voor overheden uitlichten, om aandacht te geven aan de verschillende gevolgen van de Brexit voor decentrale overheden. Deze week wordt een onderwerp belicht binnnen het thema interne bedrijfsvoering en Brexit.

Van de ongeveer 45.000 inwoners met de VK-nationaliteit in Nederland is volgens het CBS ongeveer de helft actief op de Nederlandse arbeidsmarkt of als zelfstandige. Er werken in Nederland ongeveer 5000 VK-werknemers voor overheden, in de zorgsector en het bankwezen. Welke gevolgen heeft de Brexit voor overheidsorganisaties met VK-werknemers en waar moeten zij rekening mee houden? Lees het volledige bericht

Commissie publiceert nieuwe mededeling over status Brexit-noodmaatregelen

Het is nog niet bekend hoe de Brexit er precies uit gaat zien. Door de geringe tijd tot de Brexit datum van 31 oktober 2019, dringt de Europese Commissie er bij de lidstaten en belanghebbenden op aan om zich op alle scenario’s voor te bereiden. De Commissie heeft in een nieuwe mededeling onder andere verschillende voorstellen gedaan om de bestaande Brexit-noodmaatregelen aan te passen. Lees het volledige bericht

In gesprek met Mark Thissen, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving

“Er is nog te weinig aandacht voor de gevolgen van de Brexit. Regio’s en gemeenten zouden meer in gesprek moeten gaan met het regionale bedrijfsleven over de gevolgen van de Brexit.” Dat zegt dr. Mark Thissen, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), op basis van zijn onderzoek naar de regionale impact van de Brexit. Hij blikt vooruit op het volgende beslissende moment in oktober en legt uit wat de cijfers betekenen voor gemeenten en regio’s. Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Brexit

Wat betekent de Brexit voor de samenstelling van EU-instellingen en -organisaties?

Elke lidstaat heeft een aantal zetels in EU-instellingen zoals het Europees Parlement, het Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité. Wanneer het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat, komen er binnen deze instellingen verschillende zetels vrij. Hoe verandert de verdeling van de zetels en daarmee de samenstelling van deze instellingen na de Brexit?

Bekijk het antwoord

Moeten ondernemers uit het VK na de Brexit worden toegelaten tot Europese aanbestedingsprocedures?

Ons samenwerkingsverband van gemeenten koopt voor drie gemeenten werken, leveringen en diensten in. Het samenwerkingsverband is aanbestedingsplichtig. Incidenteel ontvangen wij bij Europese aanbestedingsprocedures inschrijvingen van ondernemers uit het VK. Hoe gaat dat na de Brexit? Moeten wij die ondernemers uit het VK blijven toelaten tot Europese aanbestedingsprocedures?

Bekijk het antwoord

Dataopslag in het Verenigd Koninkrijk, hoe zit dat met de AVG na de Brexit?

Onze gemeente heeft delen van haar administratie, waarin ook persoonsgegevens zijn verwerkt, ondergebracht bij een databedrijf dat is gevestigd in het VK. Het databedrijf geeft aan dat het per 25 mei 2018 zal voldoen aan de voorwaarden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Ook heeft het bedrijf de intentie om aan de AVG te blijven te voldoen na de Brexit. Kan de gemeente er vanuit blijven gaan dat het verwerken van persoonsgegevens bij het databedrijf in het VK ‘AVG-proof’ zal blijven ondanks de Brexit?

Bekijk het antwoord

X