Zoeken
Brexit
Subonderwerpen

Vraag en Antwoord Brexit

Wat moet u weten om Brexit te begrijpen? Lees onze vragen en antwoorden en u bent op de hoogte van het Brexitproces.

Wat is het standpunt van het Europees Parlement over de Brexit?
Het Europees Parlement is nauw betrokken bij de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord. Volgens artikel 50 VEU moet het Parlement goedkeuring verlenen aan het uiteindelijke akkoord. Het Parlement heeft op 5 april 2017 een resolutie aangenomen waarin sleutelvoorwaarden voor de Brexit-onderhandelingen zijn uiteengezet. Europarlementariërs roepen de EU en het Verenigd Koninkrijk op om de onderhandelingen in te gaan op basis van volledige transparantie en goed vertrouwen.

Algemene punten

In de sleutelvoorwaarden voor de Brexit-onderhandelingen, die in de aangenomen resolutie van 5 april 2017 staan, worden een aantal belangrijke zaken benadrukt:

  • Gelijke en eerlijke behandeling van EU burgers die in het VK wonen en burgers uit het VK die in EU landen wonen moet gegarandeerd worden.
  • Het VK blijft lid van de EU tot het officiële vertrek. Dit brengt uiteraard rechten en plichten met zich mee. Dit houdt ook in dat financiële verplichtingen die aangegaan zijn vóór vertrek uit de EU maar doorlopen tot na de datum van het officiële vertrek moeten worden voldaan.
  • De vier vrijheden van de interne markt: vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen zijn ondeelbaar.
Standpunt over uittredingsovereenkomst

Belangrijke onderwerpen die volgens het Parlement in de uittredingsovereenkomst aan bod moeten komen zijn:

  • de status en rechten van EU-27 burgers in het VK en visa versa;
  • de onderlinge financiële verplichtingen;
  • de buitengrens van de EU;
  • de status van internationale verplichtingen die het VK als lid van de EU is aangegaan;
  • de rechtszekerheid voor rechtspersonen (waaronder ondernemingen);
  • het Hof van Justitie moet aangewezen worden als bevoegde instantie ten aanzien van uitlegging en tenuitvoerlegging van de uittredingsovereenkomst.
Standpunt over toekomstige relatie

Op 14 maart 2018 heeft het Europees Parlement nieuwe richtlijnen aangenomen voor de toekomstige relatie. Hierin benadrukt het zijn officiële rol en merkt daarnaast onder andere op dat:

  • Een derde land niet dezelfde rechten en voordelen mag hebben als een lidstaat van de EU;
  • De interne markt en zijn werking beschermd moet blijven;
  • Dat het VK een belangrijke partner blijft van de EU.

Verder stelt het Europees Parlement in de toekomst een goede relatie tussen de EU en het VK te willen opbouwen, gebaseerd op vier waarden:

  • Handel en economische relaties
  • Buitenlands beleid, veiligheidssamenwerking en ontwikkelingssamenwerking
  • Interne veiligheid
  • Thematische samenwerking
Wat is het standpunt van het Comité van de Regio’s over Brexit?
Het Europees Comité van de Regio’s (CvdR) heeft een resolutie over de gevolgen van de Brexit voor Europese steden en regio’s aangenomen. Het CvdR neemt zich voor om in de onderhandelingen een begeleidende rol te spelen waarbij zij, ten aanzien van de Europese Commissie, de lokale en regionale belangen zullen vertegenwoordigen. Het Comité zal de dialoog met lokale en regionale overheden intensiveren die direct geraakt worden door de Brexit. Formeel is het CvdR niet betrokken bij de onderhandelingen tussen het VK en de EU.

Algemene punten

Het Comité heeft een aantal algemene standpunten ingenomen over de Brexit-onderhandelingen:

  • Het CvdR dringt aan zo snel mogelijk zekerheid te creëren voor burgers, lokale en regionale overheden en bedrijven door middel van een overeenkomst die gebaseerd is op ordelijke terugtrekking.
  • Het CvdR geeft aan dat het mogelijk is voor het VK om de kennisgeving van terugtreding in te trekken, mits dit te goeder trouw gebeurd.
  • De toekomstige relatie tussen de EU en het VK mag niet leiden tot een ontmanteling van de interne markt en de vier vrijheden.
  • Een overeenkomst tussen een niet-EU-lidstaat en de EU mag nooit beter zijn dan EU-lidmaatschap.
  • Alle juridische verbintenissen die het VK als lidstaat is aangegaan moeten deel uitmaken van de financiële afwikkeling en meegenomen worden in het terugtrekkingsakkoord.
Relevantie voor Nederlandse (decentrale) overheden

Naast de algemene standpunten, benoemt het Comité ook punten die relevant zijn voor lokale en regionale Nederlandse overheden:

  • Het Comité benoemt dat Britse decentrale overheden en lokale bestuursorganen na 2020 ook aan programma’s voor territoriale samenwerking moeten kunnen deelnemen.
  • Er moet daarnaast bijzondere aandacht worden besteed aan de samenwerking van lokale en regionale overheden in gebieden die aan de Ierse Zee, het Kanaal en de Noordzee liggen.
  • Er moet vermeden worden dat de daling van het gemiddelde bbp per inwoner in de EU (als gevolg van de Brexit) resulteert in een uitsluiting van bepaalde regio’s voor regionale EU-steun.
  • Er moet worden ingezet op het verzachten van de consequenties voor alle betrokken regio’s en lokale overheden met betrekking tot het Europees maritiem- en visserijbeleid.
  • In de onderhandelingen moeten de gevolgen van de Brexit op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voldoende aandacht krijgen.</p>
Wat zijn de gezamenlijke standpunten van de andere Europese lidstaten over de Brexit?
In de Brexit-onderhandelingen is door de Europese raad besloten dat de 27 Europese lidstaten in eenheid naar buiten treden en handelen. Dit betekent dat de lidstaten niet individueel mee doen in de onderhandelingen. De werkwijze van de 27 Europese lidstaten – ook wel de EU27 genoemd – is uitgewerkt in twee onderhandelingsrichtsnoeren van de Europese Raad.

Algemene punten

Zoals hierboven aangegeven, zijn de algemene (politieke) standpunten verwerkt in richtsnoeren die zijn opgesteld door de Europese Raad.  De richtsnoeren voor de eerste fase zijn op 29 april 2017 unaniem goedgekeurd door de Europese Raad. Op 15 december 2017 zijn de richtsnoeren voor de tweede fase van de onderhandelingen aangenomen en gepubliceerd. In de richtsnoeren voor de eerste fase zijn de volgende drie kernbeginselen verwerkt:

  • Verklaring 29 juni 2016 – De Europese Raad heeft aangegeven dat zij de verklaring van 29 juni 2016 – opgesteld door staatshoofden en regeringsleiders – zal blijven gebruiken als uitgangspunt. Afgesproken is dat, totdat het Verenigd Koninkrijk (VK) de Europese Unie verlaat, de rechten en plichten van de EU-wetgeving van toepassing blijven op en in het VK. De Europese Raad ziet het liefst een nauwe samenwerking met het VK in de toekomst. Verder dient een terugtrekkingsakkoord evenwichtig verdeeld te zijn tussen rechten en verplichtingen, met daarbij de garantie voor een gelijk speelveld tussen het VK en de EU-27 lidstaten. De vier vrijheden van de interne markt mogen dan ook niet ter discussie staan.
  • Transparantie – De onderhandelingen over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk dienen in alle transparantie te geschieden en worden in één geheel behandeld. Er is dan ook geen akkoord, indien nog niet alle onderwerpen in het akkoord staan. Dit betekent dat losse kwesties niet afzonderlijk kunnen worden behandeld. De onderhandelingen vinden alleen plaats tussen de Europese Unie (als geheel) en het Verenigd Koninkrijk. Dit houdt dus in dat lidstaten niet individueel mogen onderhandelen met het VK.
  • Toepassing – Bovenstaande beginselen dienen van toepassing te zijn op zowel een terugtrekkingsakkoord als de toekomstige relatie tussen de EU en het VK.

In de richtsnoeren voor de tweede fase roept de Europese Raad allereerst op tot het verder uitwerken van de overeenkomsten die bereikt zijn in de eerste fase. Hierbij wil de Raad zo snel mogelijk beginnen met het opstellen van de uittredingsovereenkomst. Ook wordt er in deze richtsnoeren verder ingegaan op de overgangsregeling en toekomstige relatie. De richtsnoeren van de tweede fase zijn een verdere uitwerking van de richtsnoeren van de eerste fase.  De richtsnoeren uit de eerste fase zijn leidend.

Salzburg bijeenkomst 19-20/09/2018

Tijdens de Salzburg bijeenkomst van 19 en 20 september bevestigde de EU27 nogmaals haar eensgezindheid in de onderhandelingen en kwamen ze de volgende punten overeen:

  • Dat er geen uittredingsovereenkomst zal zijn zonder een solide, operationele en wettelijk bindende (nood)oplossing voor de Ierse grenskwestie;
  • Dat er een politieke verklaring over de toekomstige relatie gemaakt zal worden die zo helder als mogelijk is;
  • Dat ze tijdens de Europese Raad in oktober maximale resultaten en voortgang verwachten. Op dat moment besluiten ze pas of de omstandigheden dusdanig zijn dat er een extra top georganiseerd kan worden in november om de deal te sluiten.
Wat is het standpunt van Nederland over de Brexit?
Als één van de belangrijkere handelspartners, zal de uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie negatieve (economische) gevolgen voor Nederland kunnen hebben. De Nederlandse regering is er op uit om deze negatieve gevolgen zo veel mogelijk in te perken

Algemene punten Nederland

Nederland heeft voorafgaand aan de Europese Raad in april 2017 over de Brexit haar visie geuit over het standpunt van Nederland. Het kabinet heeft standpunten uiteengezet op 3 april 2017 in een Kamerbrief van de minister van Buitenlandse Zaken. Deze visie heeft zowel betrekking op het uittredingsakkoord als op een mogelijk handelsverdrag.

In de uittredingsonderhandelingen met het VK zal het kabinet inzetten op:

  • de voortzetting van bestaande rechten van Nederlandse en VK-burgers op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid;
  • een eventueel akkoord dat de integriteit van de interne markt en de EU-rechtsorde zal moeten waarborgen;
  • het voldoen van de VK aan de financiële verplichtingen die aangegaan zijn tijdens het EU-lidmaatschap; en
  • de financiële regeling die wordt afgesproken met het VK om te voorkomen dat de bijdragen van de overige EU-lidstaten stijgen ten gevolge van de Britse uittreding.
Gebalanceerd handelsakkoord

Nederland zet in op een handelsakkoord dat gunstig is voor Nederland. Nederland heeft belang bij een goede handelsrelatie tussen de EU en het VK. Het VK is namelijk een grote handelspartner van Nederland. Er moet echter rekening gehouden worden met een uitkomst waarbij geen of zeer weinig overeenstemming bestaat over de toekomstige relatie. Wanneer dit het geval wordt, zet Nederland in op het voorkomen of verminderen van ernstige verstoringen.

Nederland vindt het belangrijk dat er afspraken worden gemaakt over justitiële samenwerking en het gemeenschappelijk buitenlandsbeleid. Verder heeft het kabinet aangegeven dat afspraken over het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid ook van belang zijn. Het VK is een belangrijke partner van Nederland in de samenwerking tegen grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Het kabinet geeft echter wel aan dat de onderhandelingen over een handelsakkoord losstaan van de onderhandelingen over veiligheidssamenwerking.

Wat is het standpunt van het Verenigd Koninkrijk over de Brexit?
Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft haar onderhandelingspositie ten opzichte van de Brexit duidelijk gemaakt via een aantal papers en speeches. Hoewel het VK minder zogenaamde position papers publiceert dan de EU, zijn er wel degelijk standpunten ingenomen over bijvoorbeeld douane en toekomstige handelsrelaties. Naast position papers maakt het VK zijn standpunten kenbaar door middel van de “Road to Brexit” speeches, vindbaar op dezelfde pagina.

Algemene punten

De Britse regering heeft op 2 februari 2017 een White Paper gepresenteerd waarin het de inzet schetst voor het vertrek uit en een nieuw partnerschap met de EU. In het document worden de twaalf voornaamste doelstellingen van het VK naar voren gebracht:

  • duidelijk en open communiceren over de Brexit-onderhandelingen;
  • zelf de wetten bepalen (wat ook betekent dat de Britten het Europees Hof van Justitie niet meer erkennen);
  • de binding tussen Engeland, Schotland, Ierland en Wales versterken (zo veel mogelijk open grenzen tussen deze gebieden);
  • de handelsrelatie met Ierland behouden;
  • controleren wie er van Europa naar het VK komt;
  • de rechten beschermen van EU-burgers die nu in Groot-Brittannië wonen en voor Engelsen die nu in de EU wonen;
  • de rechten beschermen van eenieder die in het VK werkt;
  • een vrijhandelsverdrag met Europa;
  • nieuwe handelsrelaties met andere landen smeden;
  • een belangrijke plaats in de wereld innemen als het gaat om wetenschap en innovatie;
  • de Europese Unie helpen met haar strijd tegen criminaliteit en terrorisme;
  • een soepele en ordelijke Brexit.
Wat is het standpunt van Nederland over de Brexit?
Als één van de belangrijkere handelspartners, zal de uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie negatieve (economische) gevolgen voor Nederland kunnen hebben. De Nederlandse regering is er op uit om deze negatieve gevolgen zo veel mogelijk in te perken

Algemene punten Nederland

Nederland heeft voorafgaand aan de Europese Raad in april 2017 over de Brexit haar visie geuit over het standpunt van Nederland. Het kabinet heeft standpunten uiteengezet op 3 april 2017 in een Kamerbrief van de minister van Buitenlandse Zaken. Deze visie heeft zowel betrekking op het uittredingsakkoord als op een mogelijk handelsverdrag.

In de uittredingsonderhandelingen met het VK zal het kabinet inzetten op:

  • de voortzetting van bestaande rechten van Nederlandse en VK-burgers op het terrein van verblijf, arbeid en sociale zekerheid;
  • een eventueel akkoord dat de integriteit van de interne markt en de EU-rechtsorde zal moeten waarborgen;
  • het voldoen van de VK aan de financiële verplichtingen die aangegaan zijn tijdens het EU-lidmaatschap; en
  • de financiële regeling die wordt afgesproken met het VK om te voorkomen dat de bijdragen van de overige EU-lidstaten stijgen ten gevolge van de Britse uittreding.
Gebalanceerd handelsakkoord

Nederland zet in op een handelsakkoord dat gunstig is voor Nederland. Nederland heeft belang bij een goede handelsrelatie tussen de EU en het VK. Het VK is namelijk een grote handelspartner van Nederland. Er moet echter rekening gehouden worden met een uitkomst waarbij geen of zeer weinig overeenstemming bestaat over de toekomstige relatie. Wanneer dit het geval wordt, zet Nederland in op het voorkomen of verminderen van ernstige verstoringen.

Nederland vindt het belangrijk dat er afspraken worden gemaakt over justitiële samenwerking en het gemeenschappelijk buitenlandsbeleid. Verder heeft het kabinet aangegeven dat afspraken over het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid ook van belang zijn. Het VK is een belangrijke partner van Nederland in de samenwerking tegen grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. Het kabinet geeft echter wel aan dat de onderhandelingen over een handelsakkoord losstaan van de onderhandelingen over veiligheidssamenwerking.

Wat zijn de bevoegdheden van de instituties van de EU?

De Europese Unie bestaat uit verschillende instituties. Zo sluit de Raad, namens de EU, een akkoord over de voorwaarden van de terugtrekking van een lidstaat. Welke formele rol de Europese instituties hebben in het uittredingsproces, wordt hieronder uiteengezet.

De Europese Raad

Over de terugtrekkingsovereenkomst wordt besloten door de Raad door middel van een stemming met gekwalificeerde meerderheid. De regels voor deze gekwalificeerde meerderheid zijn vastgelegd in art. 238 lid 3 sub b VWEU.

Met betrekking tot de Brexit is een gekwalificeerde meerderheid bereikt als ten minste 72% van de leden van de Raad instemt met de overeenkomst, en als de bevolking van de lidstaten die de instemmende Raadsleden vertegenwoordigen bij elkaar ten minste 65% uitmaakt van de bevolking van de hele EU.

Oftewel, minstens 20 lidstaten moeten instemmen met de overeenkomst. Deze 20 lidstaten moeten gezamenlijk minimaal 65 % van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Bij een uittredingsakkoord hoeft dus niet elke lidstaat toestemming te verlenen, in tegenstelling tot het sluiten van een toetredingsakkoord van een nieuwe lidstaat.

Europese Commissie

De Europese Commissie heeft van de Raad het mandaat gekregen om de uittredingsonderhandelingen met het VK te voeren. Hiervoor is de Taskforce Artikel 50 (beter bekend als de Brexit-taskforce) opgericht, geleid door Michel Barnier, de hoofdonderhandelaar. De taskforce is gebonden door onderhandelingsrichtsnoeren, die zijn vastgesteld door de Raad. Als er een akkoord is bereikt, zal de Raad van de Europese Unie zich daar vervolgens over uit spreken.

Europees Parlement

Een positieve uitkomst van de stemming van de Raad is echter niet voldoende. Het Europees Parlement moet ook instemmen met het uittredingsakkoord. Het Parlement besluit bij eenvoudige meerderheid over goedkeuring van een akkoord inzake de terugtrekking.

Hof van Justitie

Het Hof van Justitie (Hof) van de Europese Unie houdt toezicht op de juiste toepassing van de EU-wetgeving en verdragen, dus ook ten aanzien van artikel 50 VEU. De uittredingsovereenkomst wordt gesloten tussen de EU en het VK, niet tussen de lidstaten en het VK. Het krijgt de status van een internationale overeenkomst, waardoor het uittredingsverdrag onderwerp kan zijn van rechterlijke toetsing door het Hof.

Comité van de Regio’s

Het Comité van de Regio’s heeft geen formele rol binnen de Brexit onderhandelingen. Het Comité heeft zich echter wel toegelegd op actieve betrokkenheid bij het proces.

Welke structuur volgen de Brexit-onderhandelingen?

Na de kennisgeving van uittreding op 29 maart 2017, hebben het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU) in beginsel twee jaar om tot een uittredingsovereenkomst te komen. Hiernaast dient ook nog onderhandeld te worden over de toekomstige relatie van de EU met het VK.

Structuur onderhandelingen

Over de uittreding van het VK werd in eerste instantie in fases onderhandeld. Het gefaseerde onderhandelingsproces was een initiatief van de EU en houdt in dat in de eerste fase van de onderhandelingen alleen over de uittredingsovereenkomst werd gesproken. Pas in de tweede fase werd ook gesproken over de toekomstige betrekkingen met het VK en een transitieperiode. Deze tweede fase kon volgens de EU pas aanvangen wanneer er voldoende vooruitgang ten aanzien van de onderhandelingen was geboekt in de eerste fase.

De Europese Raad (in artikel 50-samenstelling) oordeelde op 15 december 2017 dat er voldoende vooruitgang was geboekt en dat de tweede fase van de onderhandelingen gestart kon worden. Tijdens de Europese top van 15 december 2017 zijn algemene richtsnoeren voor de tweede fase van de Brexit-onderhandelingen opgesteld. Ook heeft de Europese Commissie op 20 december 2017 een aanbeveling gedaan voor specifieke onderhandelingsrichtsnoeren. Op 23 maart 2018 zijn nieuwe richtsnoeren gepubliceerd, waarin de standpunten van 15 december 2017 zijn bevestigd en in detail worden uitgewerkt.

Onderwerpen uit eerste fase

In juni 2017 ving de eerste fase van de Brexit-onderhandelingen aan. In deze fase werd met name onderhandeld over de uittredingsovereenkomst. Onderwerpen die centraal stonden in de onderhandelingen van de eerste fase waren:

  • de rechten van burgers;
  • de Ierse grenskwestie, waarbij het de wens van de EU is dat een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland vermeden wordt;
  • de financiële afwikkeling van het Britse vertrek uit de EU.
Tweede fase

Tijdens de onderhandelingen van de tweede fase is er onder meer gesproken over de toekomstige relatie tussen het VK en de EU.

Huidige structuur van de onderhandelingen

Op dit moment is het model van de twee fases enigszins losgelaten. Er is namelijk nog geen overeenstemming bereikt over, bijvoorbeeld, de Ierse grenskwestie. Tegelijkertijd wordt er al wel onderhandeld over de toekomstige betrekkingen en dan met name over de toegang van het VK tot de interne markt. Daarvoor zijn het verzekeren van het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal van belang.

Hoe gaat de uittredingsovereenkomst eruit zien?
Het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU) zijn momenteel in onderhandeling over een uittredingsovereenkomst. Volgens artikel 50 VEU moet er in beginsel binnen twee jaar na de notificatie van het VK een uittredingsovereenkomst worden gesloten. De EU-instellingen hebben ten aanzien van het afsluiten van deze overeenkomst verschillende bevoegdheden.

Termijn

Artikel 50 VEU schrijft voor dat de uiterlijke datum voor het sluiten van een uittredingsovereenkomst twee jaar na het verzoek tot uittreding is. De kennisgeving is door het VK op 29 maart 2017 ingediend. Dit houdt in dat de uittredingsovereenkomst moet zijn gesloten voor 29 maart 2019. Echter, artikel 50 lid 3 VEU geeft de Europese Raad de mogelijkheid om deze termijn te verlengen. De verlenging moet dan wel met eenparigheid van stemmen door de Europese Raad  worden besloten. Ook moet het VK hiermee instemmen.

Inhoud

De uittredingsovereenkomst ziet toe op de voorwaarden van uittreding van het VK uit de EU. Volgens artikel 50 VEU moeten ook de toekomstige betrekkingen van het VK en de EU hierbij in acht genomen worden. De afspraken uit het uittredingsakkoord zullen van tijdelijke aard zijn, aangezien deze voorwaarden toezien op de uittreding van het VK en de overgangssituatie. De toekomstige relatie tussen het VK en de EU zal in afzonderlijk(e) verdrag(en) moeten worden geregeld.

Volgens de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad van de EU (de Raad) zijn de voornaamste onderwerpen die moeten worden behandeld in de uittredingsovereenkomst:

  • bescherming van burgerrechten van EU-burgers in het VK en visa versa;
  • de financiële afwikkeling (boedelscheiding);
  • grenzen van VK (Noord-Ierland, Gibraltar en Cyprus);
  • lopende zaken Hof van de Europese Unie en toekomstige geschillenbeslechting;
  • goederenverkeer op dag van uittreden;
  • lopende juridische en administratieve procedures;
  • EU-agentschappen gevestigd in VK.

Meer informatie over de verschillende EU-standpunten over deze onderwerpen leest u hier.

Wat gebeurt er na de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU?
Uit artikel 50 VEU blijkt dat bij de onderhandelingen over uittreding van een lidstaat rekening moet worden gehouden met het kader van de toekomstige betrekkingen tussen de EU en de uittredende lidstaat, in dit geval het Verenigd Koninkrijk (VK). Aan het sluiten van een toekomstig handelsakkoord verbindt artikel 50 echter geen deadline.

Mogelijke scenario’s

Over de vorm en inhoud van de samenwerking tussen het VK en de EU na uittreding is nog veel onduidelijk. Er is een breed scala aan mogelijkheden voor de situatie na de uittreding van het VK. Zo zijn er verschillende scenario’s mogelijk, variërend van een ‘harde’ tot een ‘zachte’ Brexit.

Harde en zachte Brexit

Met een zachte Brexit wordt geduid op een samenwerking die zo dicht mogelijk bij de huidige status quo ligt. Een zachte optie is bijvoorbeeld lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte, zoals Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Deze landen zijn geen onderdeel van de EU, maar wel van de interne markt. De minder zachte optie is lid worden van de Europese Vrijhandelsassociatie (beter bekend als EFTA). Dit is een samenwerkingsverband met de EU, waarin naast de EER leden ook Zwitserland zit.

Daarnaast is er de ‘Canada’-optie, waarin het VK een vrijhandelsovereenkomst zou sluiten met de EU. Onlangs heeft de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, gezegd dat de EU aan het VK een Canada ++ deal aanbiedt, een vrijhandelsakkoord met verregaande samenwerking op het gebied van onder andere veiligheid.

De ‘hardste’ Brexit optie zou inhouden dat er geen uittredingsovereenkomst wordt gesloten en geen afspraken worden gemaakt over toekomstige betrekkingen. Deze optie wordt ook wel de ‘cliff-edge Brexit’ genoemd. Het VK zou dan op 29 maart 2019 een derde land worden en handel zou dan geschieden via de ‘derde land’ regels van de WTO. Dit zou veel handelsbarrières creëren die een negatief effect hebben op onder andere geïntegreerde productieketens.

Wat verandert er aan het Meerjarig Financieel Kader na de Brexit?
Elke zeven jaar wordt er een nieuw Meerjarig Financieel Kader afgesloten, waarin de EU besluit wat ze gaan uitgeven en hoe ze dat gaan doen. Het uittreden van het VK uit de EU zal effect hebben op de EU-begroting, aangezien de bijdrage van het VK zal wegvallen na de Brexit.

Lopend MFK

Het huidige MFK loopt van 2014 tot en met 2020. Dit is opgesteld toen het VK nog lid was. Het nakomen van de betalingsverplichtingen van het VK was onderdeel van de eerste fase van de Brexit-onderhandelingen. Het VK heeft toegezegd om zijn betalingsverplichtingen na te komen, het gaat om een bedrag van 40 miljard euro. Mede dankzij deze toezegging stemde de Europese Raad in december 2017 in met het opstarten van de tweede fase van de onderhandelingen. Inmiddels zijn de onderhandelingen van de tweede fase in volle gang, maar uit deze onderhandelingen zijn nog geen nieuwe conclusies gekomen betreffende het MFK.

Nieuwe MFK

De onderhandelingen over het nieuwe MFK zijn eind februari begonnen op een informele top. Aangezien het VK de Europese Unie wil verlaten, maken zij geen onderdeel uit van de onderhandelingen. Of er eventueel een transitieperiode komt en of dit leidt tot een verdere bijdrage van het VK aan het nieuwe MFK was onder andere onderwerp van de onderhandelingen. De voorkeur van de Europese Raad is een overeenkomst tot 31 december 2020, een dag voordat het nieuwe MFK ingaat (1 januari 2021). Het VK heeft dus geen formele invloed op de nieuwe Regio- en Structuurfondsen, maar de Brexit wel, aangezien het VK een bijdrager is aan de begroting

Brexit effect

Het vertrek van het VK zorgt er dus mogelijk voor dat er minder geld beschikbaar is voor de nieuwe begroting. Volgens een studie, uitgevoerd in Oktober 2017 in opdracht van de commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (AGRI) van het Parlement, zal de uittreding van het VK leiden tot een jaarlijks tekort van € 10,2 miljard in de EU-begroting. De inschatting is dat dit leidt tot een disproportionele toename in de bijdrages van de grootste nettobetalers van de EU. Nederland is een van de grootste nettobetalers.

Nieuw voorstel

Op 2 mei 2018 publiceerde de Commissie een voorstel voor het nieuwe MFK. Hierin stelt de Commissie dat het vertrek van het VK uit de EU inderdaad een financiële impact gaat hebben en dat het nieuwe MFK hier passend op moet reageren. In het voorstel staat dat de bijdrages van alle lidstaten verhoogd moeten worden, maar dat het budget ook efficiënter besteed moet worden. Ook moet het tekort veroorzaakt door het vertrek van de VK gecompenseerd worden met nieuwe middelen, en besparingen en herindelingen van bestaande programma’s. De meeste lidstaten staan welwillend tegenover een verhoging van de eigen bijdrage aan het EU-budget. Naast Nederland zijn er nog enkele lidstaten die van mening zijn dat de eigen bijdrage niet omhoog zou moeten gaan. Meer informatie over het Nederlandse standpunt vindt u hier.


X