Vestiging

De Dienstenrichtlijn heeft zowel betrekking op het tijdelijk grensoverschrijdend verrichten van diensten als op de permanente vestiging van dienstverleners. Het is voor decentrale overheden belangrijk om het onderscheid tussen deze twee vormen van vrij verkeer te maken, aangezien de regels die op deze respectievelijke regimes betrekking hebben verschillen. Voor het verschil tussen beiden kunt u kijken op de pagina Voorschriften vergunningsstelsels. Op deze pagina zal worden ingegaan op de vrijheid van vestiging.

Wat betekent vestiging?

Het Europese Hof van Justitie heeft in de zaken Reyners (C-2/74) en Gebhard (C-55/94) bepaald dat ‘vestiging’ in de zin van het Verdrag inhoudt dat een EU-burger voor een onbepaalde tijd op een stabiele en continue basis kan deelnemen aan het economische leven van een andere lidstaat, anders dan zijn land van herkomst.

Volgens artikel 4 lid 5 Dienstenrichtlijn is vestiging “de daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit, zoals bedoeld in artikel 49 VWEU, door de dienstverrichter voor onbepaalde tijd en vanuit een duurzame infrastructuur, van waaruit daadwerkelijk diensten worden verricht”.

Volgens overweging 37 van de Dienstenrichtlijn kan er ook aan de eis van vestiging worden voldaan wanneer een onderneming voor bepaalde tijd wordt opgericht of zij als het gebouw van waaruit zij de economische activiteit uitoefent, huurt. Er kan ook aan de eis worden voldaan wanneer een lidstaat tijdelijke vergunningen verleent die alleen geldig zijn voor specifieke diensten. Het hebben van enkel een brievenbus voldoet niet aan de eisen om aangemerkt te worden als vestiger (overweging 37 Dienstenrichtlijn).

Wat bepaalt de Dienstenrichtlijn over vestiging?

De Dienstenrichtlijn is ook van toepassing op de vrijheid van vestiging. Hoofdstuk III van de Dienstenrichtlijn bevat specifiek bepalingen over de vrijheid van vestiging. Lidstaten kunnen het uitoefenen van een dienstenactiviteit bijvoorbeeld niet laten afhangen van de naleving van een eis zoals het hebben van een vergunning. Dit volgt uit artikel 10 van de Dienstenrichtlijn. U kunt hier meer over lezen op de pagina Voorschriften vergunningsstelsels.

Vestigen in een (andere) lidstaat

De bepalingen in de Dienstenrichtlijn zijn in principe van toepassing wanneer een dienstverrichter zich naar een andere lidstaat verplaatst om zich daar te vestigen. Echter, in Visser Vastgoed (C-360/15, rechtsoverweging 110) heeft het Hof van Justitie bepaald dat de bepalingen in Hoofdstuk III van de Dienstenrichtlijn ook van toepassing zijn op zuiver interne situaties. Hierover schreef Europa decentraal deze praktijkvraag.

Moet de gemeente de Dienstenrichtlijn in acht nemen bij een ‘zuiver interne situatie’?

Nieuws Vestiging

Europees Parlement stemt over Trade in Services Agreement (TiSA)

Het Europees Parlement beveelt de Europese Commissie onder andere aan nationale standaarden binnen het Trade in Services Agreement (TiSA) niet te verlagen. Het rapport met aanbevelingen dat het Europees Parlement afgelopen maandag 18 januari 2016 de Europese Commissie over het Trade in Services Agreement (TiSA) heeft overhandigd, is met een ruime meerderheid goedgekeurd. Deze aanbevelingen moeten dienen als leidraad voor de Europese Commissie die namens de Europese Unie over dit verdrag onderhandelt.
Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Vestiging

Moet een vergunningsvereiste getoetst worden op vrijheid vestiging of tijdelijke dienstverlening?

De provincie is momenteel in het kader van de Dienstenrichtlijn haar regelgeving aan het screenen. In een provinciale verordening is bepaald dat elke commerciële huisschilder een vergunning van de provinciale schildersbond moet verkrijgen. Moet dit vergunningsvereiste getoetst worden aan art. 9 Dienstenrichtlijn (vrijheid van vestiging van een dienstverlener) of aan art. 16 (tijdelijke dienstverlening)?

Bekijk het antwoord