De ontvangstbevestiging

Volgens de Dienstenrichtlijn moeten decentrale overheden de ontvangst van een vergunningsaanvraag zo snel mogelijk bevestigen. Aan het bevestigen van ontvangst van een aanvraag zijn zowel inhoudelijke als vormvereisten verbonden. Op deze pagina zal worden uitgelegd welke vereisten dit zijn.

Moeten vergunningsaanvragen volgens de dienstenrichtlijn besvestigd worden?

De Dienstrichtlijn vereist dat alle vergunningaanvragen bevestigd moeten worden. Dit geldt ook voor niet-elektronische aanvragen. Als een vergunningaanvraag via het Dienstenloket is ingediend dan wordt de ontvangstbevestiging ook via dit loket verzonden.

Artikel 13 lid 5 bepaalt verder dat een ontvangstbevestiging bepaalde informatie moet bevatten. In de bevestiging moet altijd informatie staan over:

  • de tot die vergunning wettelijk bepaalde termijn waarbinnen de beschikking wordt afgegeven, of de termijn van acht weken;
  • de beschikbare rechtsmiddelen om tegen de beschikking op te komen;
  • als er niet tijdig op de aanvraag is beslist, is Lex Silencio Positivo van toepassing. Bij bevestiging wordt aangegeven dat de gevraagde vergunning (beschikking) van rechtswege is verleend.

Wat bepaalt de awb over rechtsmiddelen?

Artikel 3:45 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft ook betrekking op het vermelden van rechtsmiddelen. Dit hoeft pas bij de bekendmaking en de mededeling van een besluit. Voorwaarde is dat daartegen bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Niet alleen het moment van informatieverstrekking over rechtsmiddelen verschilt, ook de inhoud daarvan.

Volgens artikel 3:45 lid 2 Awb, dient te worden vermeld door wie, binnen welke termijn en bij welke orgaan bezwaar kan worden gemaakt of beroep kan worden ingesteld. Artikel 29 lid 1 sub b Dienstenwet vereist dit niet. Een algemene vermelding van de toepasselijke categorieën van rechtsmiddelen volstaat bij toepassing van dit artikel.

Anders dan bij artikel 3:45 lid 2 Awb, dient een bevoegde instantie aan artikel 29 lid 1 sub b Dienstenwet al uitvoering geven op het moment van versturen van een ontvangstbevestiging van de aanvraag. Inhoudelijke beoordeling van de aanvraag moet dan nog plaatsvinden. Het gaat telkens om rechtsmiddelen die gebruikelijk zijn om een beslissing op een aanvraag ter discussie te stellen. De aanvrager dient in algemene zin te worden geïnformeerd over de rechtsmiddelen die op een aanvraagbeslissing van toepassing zijn.