Termijnen

Bij het beslissen over vergunningsaanvragen moeten decentrale overheden de geldende formaliteiten en termijnen in acht nemen. De geldende termijnen onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet zullen op deze pagina worden besproken.

Termijnen om te beslissen

1. Welke beslistermijn geldt volgens de dienstenrichtlijn?

Artikel 13 lid 3 Dienstenrichtlijn vereist dat vergunningsprocedures en -formaliteiten aanvragers de garantie bieden dat hun aanvraag zo snel mogelijk en in elk geval binnen een redelijke, vooraf vastgestelde en bekendgemaakte termijn wordt behandeld. Deze termijn gaat pas in op het tijdstip waarop alle documenten zijn ingediend. De termijn mag eenmaal worden verlengd, met als voorwaarden:

  • de complexiteit van het onderwerp rechtvaardigt de verlenging;
  • zowel verlenging als duur dienen gemotiveerd en voorafgaand aan het verstrijken van de oorspronkelijke termijn aan de aanvrager kenbaar te worden gemaakt;
  • de verlenging dient van beperkte duur te zijn.

Indien er binnen de gestelde termijn geen antwoord wordt gegeven op de vergunningsaanvraag door het bevoegde bestuursorgaan, dan wordt de vergunning stilzwijgend verleend. Dit volgt uit artikel 13 lid 4 Dienstenrichtlijn. U kunt hier meer over lezen op de pagina Lex Silencio Positivo.

2. Welke beslistermijn geldt volgens de algemene wet bestuursrecht?

De vereisten in de Dienstenrichtlijn wijken af van de Awb. Uit artikel 4:13 Awb vloeit voort dat een beschikking moet worden gegeven binnen de daarvoor bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn. Bij het ontbreken van zo’n termijn moet dit binnen een redelijke termijn.

De Dienstenrichtlijn eist in artikel 13 lid 1 dat er sprake is van een van tevoren bepaalde en bekendgemaakte termijn. Artikel 31 lid 1 van de Dienstenwet bepaalt in dat verband dat wanneer er bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald voor het geven van een beschikking op een aanvraag, de betreffende vergunning zo spoedig moet worden gegeven, maar tenminste uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn is ontleend aan artikel 4:13 lid 2 Awb.

Artikel 4:14 lid 1 Awb bepaalt vervolgens dat als een beschikking niet binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn kan worden gegeven, het bestuursorgaan dit aan de aanvrager meedeelt en daarbij een zo kort mogelijke termijn noemt waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Echter, dit artikel sluit meerdere verlengingen niet uit.

Artikel 4:14 lid 3 Awb bepaalt verder dat wanneer een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, het bestuursorgaan dit moet mededelen aan de aanvrager en daarnaast moet aangeven binnen welke termijn de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Opschorten van de beslistermijn

1. Wanneer gaat de termijn van de aanvraag lopen volgens de dienstenrichtlijn?

Volgens artikel 13 lid 3 van de Dienstenrichtlijn gaat de behandeling van de aanvraag lopen als alle documenten zijn ingediend. Is de aanvraag onvolledig, dan bepaalt artikel 13 lid 6 van de Dienstenrichtlijn dat een decentrale overheid dit zo snel mogelijk moet melden aan de aanvrager. Ook moet zij melden welke gevolgen dit heeft voor de beslistermijn. De termijn begint pas te lopen als alle documenten zijn ontvangen.

Is een aanvraag in eerste instantie als volledig beoordeeld, en blijkt dit toch niet zo te zijn, dan moet dit zo snel mogelijk worden medegedeeld aan de aanvrager. De richtlijn laat open welke gevolgen dit heeft voor de gestelde termijn. Omdat het bestuursorgaan niet gestimuleerd wordt dit zo snel mogelijk te doen, kan dit nadelig zijn voor de aanvrager.

2. Wanneer gaat de termijn van de aanvraag lopen volgens de algemene wet bestuursrecht?

De behandeling van de aanvraag gaat lopen als de aanvraag is ingediend, ongeacht of deze volledig is. Bestuursorganen zijn verplicht een aanvrager in de gelegenheid te stellen een onvolledige aanvraag aan te vullen. De mogelijkheid om aanvullende gegevens te vragen is niet beperkt. Wel is het zo dat (telkens) gedurende de tijd dat een aanvrager gevraagd is aanvullende gegevens te verstrekken, de beslistermijn wordt opgeschort. Zodra de aanvraag is aangevuld, loopt de termijn weer verder door.

Gevolgen beslistermijn

De verplichting voor een bestuursorgaan een aanvrager gelegenheid te bieden een onvolledige aanvraag te herstellen, geldt ook op grond van artikel 13 lid 6 Dienstenrichtlijn, waarbij de gevolgen voor de beslistermijn aangegeven dienen te worden. Het zou daarbij ten nadele van een dienstverrichter zijn, indien tot aan het moment dat de aanvraag volledig is nog geen beslistermijn is begonnen. Het bestuursorgaan zou dan geen stimulans hebben om in het geval een aanvraag onvolledig is niet langer te wachten met het verzoeken van de benodigde aanvullende gegevens.

Stimulans in Awb

De Algemene wet bestuursrecht bevat wel een dergelijke stimulans. Ook bij een onvolledige aanvraag loopt de termijn gewoon door en wordt de termijn niet eerder opgeschort dan nadat gelegenheid tot herstel wordt geboden. Dat dient het doel van de richtlijn om garantie te bieden dat een aanvraag zo snel mogelijk wordt behandeld. Het systeem van de Awb, met de aanvullingen daarop in hoofdstuk 5 van het wetsvoorstel, voldoet daarmee aan de eisen van de richtlijn.

Verzoeken om aanvullende documenten

Artikel 13 lid 6 Dienstenrichtlijn bepaalt dat bij verzoeken om aanvullende documenten, in voorkomend geval, ook wordt medegedeeld welke gevolgen dit heeft voor de in artikel 13 lid 3 bedoelde termijn. De Awb bevat niet de verplichting aan de aanvrager mede te delen wat de gevolgen voor de beslistermijn zijn, indien een verzoek krachtens artikel 4:5 Awb wordt gedaan om de aanvraag aan te vullen. Artikel 31 lid 1 van het wetsvoorstel bevat daarom een mededelingsplicht die betrekking heeft op de duur van opschorting, zodat daarmee een passende omzetting van de richtlijn plaatsvindt.