Lokale autonomie

Decentrale overheden moeten met Europese wet- en regelgeving op dezelfde manier omgaan als met nationale wet- en regelgeving. Zij dragen zelf verantwoordelijkheid voor de juiste naleving van het Europees recht. De positie van decentrale overheden ten opzichte van de EU is al geruime tijd in ontwikkeling. Bij deze lokale autonomie voor de uitvoering van het Europees recht, vinden ook verandering plaats in de bevoegdheidsverdelingen tussen centrale en decentrale overheden.

Instrumenten lokale autonomie

Op zowel Europees als op nationaal niveau is in de laatste jaren een aantal instrumenten opgesteld waarin de samenwerking van het Rijk met decentrale overheden zijn vastgelegd, met als doel om decentrale belangen in Europa te behartigen. Wanneer een decentrale overheid vindt dat de lokale autonomie wordt geschaad, dan kunnen deze instrumenten ingebracht worden:

Verdragsbeginselen

De invloed van Europa is door het subsidiariteitsbeginsel beperkt tot die doelstellingen die niet of veel minder goed door een lager niveau zelf gerealiseerd kunnen worden. Zie ook onze praktijkvraag over subsidiariteit. Het Verdrag geeft echter (afgezien van de beginselen van subsidiariteit, evenredigheid en unietrouw) geen expliciete regeling over de uitwerking van de relatie tussen centrale en decentrale overheden in lidstaten en laat het verder aan de lidstaten op welke manier zij decentrale overheden betrekken bij het omzetten van Europees recht.

Belangenbehartiging

Zowel op nationaal als Europees niveau worden in verschillende organisaties de belangen van de Nederlandse decentrale overheden via de koepels behartigd. Decentrale overheden hebben de mogelijkheid om het te ontwikkelen beleid en de regelgeving van de EU te beïnvloeden. De positie van decentrale overheden wordt steeds meer erkend.

De beleidsbeïnvloeding in Brussel loopt via de koepelorganisaties en belangenbehartigers van de decentrale overheden. Ook kunnen decentrale overheden via de jaarlijkse werkprogramma’s van de Europese Commissie zich een beeld vormen van relevante ontwikkelingen.

Belangenbehartiging door de koepels

Decentrale overheden kunnen rechtstreekse beïnvloedingsmogelijkheden uitoefenen in het Europese besluitvormingsproces om decentrale belangen in Europa te behartigen. Over het algemeen loopt deze beleidsbeïnvloeding (zowel formeel als informeel) in Brussel en Den Haag in belangrijke mate via de koepelorganisaties:

  • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG);
  • Interprovinciaal Overleg (IPO);
  • Unie van Waterschappen (UvW).

VNG en IPO zijn onder andere aangesloten bij de Europese koepelorganisaties:

  • nationale verenigingen van decentrale overheden;
  • Comité van de Regio’s;
  • Raad van Europese Gemeenten en regio’s (in het Engels Council of European Municipalities and Regions, CEMR);
  • CEEP (Europese organisatie voor werkgevers in de overheidssector).

UvW is aangesloten bij de Europese koepelorganisaties Eureau en EUWMA.

Decentrale beïnvloeding in de EU-besluitvormingsfases

Globaal zijn er enkele besluitvormingsfases te onderscheiden, namelijk de Commissiefase (beleidsvoorbereidingsfase) en de Raadsfase/Parlementsfase (besluitvormingsfase). In de Commissiefase bereidt de Europese Commissie samen met experts nieuwe voorstellen voor. Veelal worden de experts gerekruteerd uit ambtenaren van de nationale overheden. Na aanvaarding worden de Commissievoorstellen aan de Raad en het Europees Parlement gepresenteerd: dit is de Raads- en Parlementsfase.

Stem inbrengen

De decentrale overheden hebben in deze fases de mogelijkheid om op Europees niveau hun stem in te brengen via bijvoorbeeld de adviserende bevoegdheden van het Comité van de Regio’s en directe contacten met de Raad en het Europees Parlement. Het Comité heeft als doel lokale en regionale overheden een stem in het Europese besluitvormingsproces te geven. Hoe deze decentrale beïnvloeding binnen de besluitvormingsfases van de EU er uit ziet, is te lezen hiernaast onder procedures.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Nieuws Lokale autonomie

VNG presenteert prioritaire Europese onderwerpen 2017

Het VNG-bestuur heeft in haar februarivergadering de lijst met Europese prioriteiten voor het jaar 2017 voor de Nederlandse gemeenten vastgesteld. De VNG maakte dit overzicht ook dit jaar weer aan de hand van het Werkprogramma van de Europese Commissie voor 2017, de prioriteiten van het Congres van Lokale en Regionale Overheden voor de periode van 2017-2020, alsmede de inbreng van diverse bestuurlijke commissies en beleidsafdelingen van de VNG en het VNG Europa-netwerk.

Lees het volledige bericht

Internationale conferentie: ‘subsidiariteit en proportionaliteit belangrijk voor decentrale overheden’

Door decentralisaties worden gemeenten en provincies geconfronteerd met (belastende) EU regelgeving waarbij zij verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. Daardoor is niet alleen subsidiariteit, maar zeker ook proportionaliteit van belang voor decentrale overheden. Dit werd duidelijk tijdens een bijeenkomst over subsidiariteit en proportionaliteit en het belang voor het openbaar bestuur op 7 mei bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die bijgewoond werd door ruim 80 deelnemers uit 20 lidstaten. De bijeenkomst vond plaats voorafgaand aan de internationale conferentie over ’EU Smart Regulation, better business’ op het ministerie van Economische Zaken
Lees het volledige bericht

Nederland pleit voor beperkte inmenging EU

Als het aan Nederland ligt worden decentrale overheden in de toekomst op bepaalde beleidsterreinen minder gebonden door Europese regelgeving. Het kabinet heeft onlangs een lijst samengesteld met beleidsterreinen waar verdere harmonisatie tussen lidstaten door Europese regelgeving niet wenselijk is. Uit de lijst komt naar voren op welke terreinen de EU op basis van het zogenoemde subsidiariteitsbeginsel terughoudender moet zijn.

Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Lokale autonomie

Wat zijn de gevolgen van niet notificatie van de EPC-norm?

Wanneer is de aangescherpte Energie-Prestatie-Coefficiënt-norm (EPC) uit het Bouwbesluit in werking getreden, nu deze aanvankelijk niet is genotificeerd (zie Staatsblad 2006, nr. 289). Dat wil zeggen niet is gemeld bij de Europese Commissie. Is notificatie hier bepalend voor de inwerkingtreding of slechts informatief?

Bekijk het antwoord

Valt het aanbieden van reclamezuilen onder het EU recht?

Valt het aanbieden van reclamemogelijkheden door onze gemeente onder de noemer van het EU recht? Denk hierbij aan het verhuren van lichtmasten en/of reclamezuilen en de verhouding tot het Europees aanbestedingsrecht of mededingingsrecht. Er staan diverse ondernemingen in de rij om een bod te doen voor een meerjaarlijks contract.

Bekijk het antwoord

Procedures Lokale autonomie

Lokale autonomie

De Commissiefase

In deze fase is er beperkte nationale coördinatie. Nederlandse ambtenaren die aan de expertgroepen deelnemen, adviseren de Commissie als onafhankelijke experts. Er is geen zicht op hun contacten met de Commissie in de initiatieffase van beleid. Met het voornemen om bij relevante dossiers tot interbestuurlijke dossierteams te komen, wordt geprobeerd om tot een betere afstemming te komen, ook met de decentrale overheden. Op het terrein van milieu is inmiddels deze manier van werken opgepakt.

De VNG en het IPO opereren zelf in het kader van de Council of European Municipalities and Regions, de Europese koepelorganisatie voor nationale verenigingen van gemeenten en regio’s. Het is inmiddels gebruik geworden dat de Europese Commissie in de Commissiefase de decentrale overheden raadpleegt. Regelmatig reageren de koepels op verzoeken van de Europese Commissie om commentaar te leveren op voorstellen, zowel schriftelijk als mondeling.

De Raadsfase

In de Raadsfase beslissen de Raad van Ministers en het Europees Parlement over de Commissievoorstellen. De besluitvormingsprocedure van het Europees Parlement is complex. Er zijn drie lezingen waarbij in de tweede lezing het Parlement met een absolute meerderheid het voorstel kan amenderen. Wanneer vervolgens de Raad de amendementen niet overneemt en geen compromis wordt bereikt, kan het Parlement in een derde lezing het voorstel verwerpen. De VNG en het IPO onderhouden ter beïnvloeding van deze amendementen regelmatig contacten met de leden van het Europees Parlement, zowel rechtstreeks als in CEMR-verband.

Nationaal overleg

In Nederland worden de nieuwe Commissievoorstellen door het ministerie van Buitenlandse Zaken ingebracht in de interdepartementale werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC). Het doel van de BNC is een eerste standpuntbepaling van de lidstaat Nederland in de Raad van Ministers voor te bereiden. Zie ons dossier PV, BNC, Coco

Na goedkeuring in de werkgroep BNC gaat het ambtelijke fiche naar de CoCo (Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen). Via de CoCo gaan de fiches naar de Ministerraad.

De goedgekeurde fiches vormen de basis voor de Nederlandse inbreng bij de behandeling van de Commissievoorstellen in de Raad en de Raadswerkgroepen in Brussel en worden ook toegestuurd aan het Nederlandse parlement. De VNG, het IPO en de UvW hebben zitting in de BNC.

Mede onder invloed van de rapporten van de Raad voor het Openbaar Bestuur (onder andere dit rapport) en de Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (dit advies) is het voor de koepels mogelijk geworden om in diverse andere nationale overlegstructuren te participeren. Deze deelname is vastgesteld in de Code Interbestuurlijke Verhoudingen en in eerder gesloten bestuursakkoorden tussen het rijk, het IPO en de VNG. In het oog springende overlegstructuren zijn het EOBB (Europa Overleg Binnenlands Bestuur), het ISO (Interdepartementaal Steunoverleg) en het (inmiddels opgeheven) IOEA (Interdepartementaal Overleg Europees Aanbesteden).

Zie voor meer informatie

Rapport CEMR (2007): ‘consultatieprocedures in Europese lidstaten vergeleken’

Zie Rapport CEMR, ‘Consultation procedures within European states. An assessment of the systems for consultation between central government and the national associations of local and regional gouvernment’. (Nederland p. 151 ev.) Het kenniscentrum Europa decentraal wordt in het rapport genoemd als een initiatief om de participatie van decentrale overheden op het gebied van Europese wetgeving en politiek op nationaal niveau te bevorderen.

CEMR hoopt met dit rapport de kwaliteit van consultatieprocedures te verbeteren doordat nationale én decentrale overheden naar elkaars procedures kunnen kijken en daardoor van elkaars ervaringen kunnen leren. Daarnaast hoopt CEMR dat hierdoor ook de nationale procedures verder naar Europese maatstaven worden ontwikkeld, aangezien dit nog een ondergeschoven onderwerp is.

Naast de beschrijving van de consultatieprocedures worden in het rapport hier ook conclusies over getrokken. Zo vindt CEMR de consultatieprocedure in Nederland als één van de weinige landen bevredigend. Nederland heeft, evenals Italië en Spanje, een geavanceerd proces van decentralisatie doorlopen. Hierbij zijn de consultatieprocedures zo vastgesteld dat ze de continuïteit van de dialogen tussen de decentrale overheden en de staat kunnen garanderen. Daarnaast zijn deze procedures de laatste jaren zo versterkt dat ze zijn gegroeid tot sterk gedefinieerde en effectieve procedures. Bovendien is ook decentralisatie niet langer een politiek doel op zichzelf, maar wordt het gezien als een mogelijkheid om de kwaliteit van het overheidsoptreden op zowel centraal als decentraal niveau te verbeteren.

Publicaties Lokale autonomie

Lokale autonomie

Code Interbestuurlijke Verhoudingen

In 2004 is de Code Interbestuurlijke Verhoudingen voor het eerst vastgesteld door het kabinet, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), waarin de samenwerking met het rijk op Europees terrein wordt vastgelegd. De Code bevat spelregels ten aanzien van de omgangsvormen tussen de medeoverheden.

In 2011 werden de omgangsvormen herbevestigd en in dat jaar trad ook de Unie van Waterschappen (UvW) toe.

Begin 2013 hebben het Rijk, het IPO, de VNG en de UvW de Code Interbestuurlijke Verhoudingen (met aanbiedingsbrief)  geactualiseerd en herbevestigd. De Code benadrukt dat Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen de verantwoordelijkheid dragen voor een goed bestuur van Nederland. Een goed samenspel tussen alle overheden is noodzakelijk om de gezamenlijke doelstellingen te realiseren, problemen in de Nederlandse samenleving het hoofd te bieden en ambities te realiseren. Deze Code bevat dan ook afspraken tussen het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen die eraan bijdragen dat er een goed samenspel ontstaat tussen de verschillende medeoverheden, zodat ieder zijn verantwoordelijkheid in het bestel kan waarmaken.

De belangrijkste wijziging in deze Code uit 2013 betreft het artikel over Europa (artikel 9). In dit artikel staat dat het subsidiariteitsbeginsel in acht moet worden genomen. Het Rijk en decentrale overheden dienen, waar EU-dossiers gevolgen hebben voor decentrale overheden, in een zo vroeg mogelijke fase van de beleidsvoorbereiding met elkaar in overleg te treden en de mogelijkheden voor samenwerking te verkennen om nieuwe Europese beleidsvoornemens te beoordelen.

Conclusie van de Raad van State

De Raad van State concludeert in zijn onverplicht advies over de Code Interbestuurlijke Verhoudingen dat in de Code te weinig aandacht is besteed aan de invloed van ‘Europa’ op de interbestuurlijke verhoudingen. In de Code wordt onvoldoende onderscheid gemaakt tussen de verschillende fasen van besluitvorming over EU-regelgeving. Betrokkenheid van decentrale overheden bij de onderhandelingen en totstandkoming van besluiten of regelgeving in Brussel vraagt een andere vorm van overleg met decentrale overheden, dan de betrokkenheid van decentrale overheden bij de implementatie en uitvoering van EU-besluiten of regelgeving.

(Bron: Advies van de Raad van State, “Spelregels voor interbestuurlijke verhoudingen”. Eerste periodieke beschouwing over interbestuurlijke verhoudingen.)

Bestuursakkoord ‘samen aan de slag’

In 2007 hebben het rijk en gemeenten het ‘Bestuursakkoord samen aan de slag’ gesloten.

In dit akkoord hebben de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de VNG ook afspraken gemaakt over de Europese bestuurskracht van gemeenten. Op dit gebied gaan gemeenten en rijk meer samenwerken. In het bestuursakkoord uit 2007 staat dat gemeenten er zelf verantwoordelijk voor zijn dat zij Europaproof zijn.

Hier ligt echter ook een wezenlijk belang en een taak voor het rijk, omdat het rijk wordt aangesproken door de EU in geval van niet-naleving van Europees recht door gemeenten. Gemeenten en provincies kunnen er op hun beurt hinder van ondervinden als EU-regels niet tijdig door het rijk in Nederlandse regelgeving wordt geïmplementeerd.

Rapport decentrale autonomie (oktober 2012)

Linze Schaap stelt in zijn rapport ‘Decentrale autonomie?’ dat de decentrale autonomie gevaar loopt. Het rapport is opgesteld ter voorbereiding van de monitoring van de decentrale democratie en het decentrale bestuur in Nederland in 2013 door de Raad van Europa.

X