Vaststelling Europees recht en beleid

Om te begrijpen hoe Europees recht en beleid tot stand komt, is het voor decentrale overheden van belang meer te weten over de besluitvormingsprocedure van Europees recht en beleid.

Instellingen van de Europese Unie

Bij de besluitvorming op EU-niveau zijn vooral de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betrokken. De Europese Commissie neemt in het algemeen het initiatief tot nieuwe wetgeving en de Raad en/of het Parlement dienen deze dan goed te keuren. Andere instellingen en organen, zoals het Comité van de Regio’s, spelen eveneens een (adviserende) rol.

De regels en procedures voor de besluitvorming in de Europese Unie zijn vastgelegd in de Verdragen. Zo bepaalt art. 14 VWEU de taken en bevoegdheden van het Europees Parlement, art. 16 die van de Raad en art. 17 die van de Commissie. Het initiatief ligt vaak bij de Commissie, al geeft art. 17 VEU ook de ruimte voor initiatieven door andere instellingen. Onder wet- en regelgeving leest u meer hierover.

Wetgevingsprocedures

In het VWEU zijn in grote lijnen twee wetgevingsprocedures voor wetgevingshandelingen benoemd:

  • gewone wetgevingsprocedure (art. 289 lid 1 en 294 VWEU);
  • bijzondere wetgevingsprocedure (art. 289 lid 2 VWEU).

Daarnaast kent het VWEU zg. niet-wetgevingshandelingen, die zich weer nader onderscheiden in gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen (art. 290 en 291 VWEU).

Verschil gewone en bijzondere procedure

Het verschil tussen de gewone en bijzondere procedure is onder meer de manier waarop het Parlement samenwerkt met de Raad. In het kader van de bijzondere wetgevingsprocedure bijvoorbeeld gaat het om een wetgevingshandeling van het Parlement en de Raad tezamen: de rolverdeling daarbinnen verschilt. Wanneer de Commissie wetgeving voorstelt volgens de gewone wetgevingsprocedure, dan wordt een voorstel in principe in codecisie aangenomen.

Welke procedure gevolgd moet worden om een bepaald wetsvoorstel aangenomen te krijgen is dus afhankelijk van de bepaling in de Verdragen die voor dat besluit de bevoegdheid geven. Zie bijvoorbeeld de art. 114 t/m 118 VWEU die voor verschillende doeleinden verschillende wetgevingsprocedures aanwijzen. Uitgebreide informatie over wetgevingsprocedures leest u onder procedures.

Vereenvoudiging

Het geheel van Europese wet- en regelgeving wordt vaak gezien als erg omvangrijk en complex. Dit geldt ook voor decentrale overheden, die immers het EU-recht in acht moeten nemen. In de afgelopen jaren zijn er allerlei maatregelen genomen om wetgeving van de EU te vereenvoudigen, te verminderen en te verbeteren.

Gezonde EU-regelgeving

Zo heeft de Commissie in een mededeling van december 2012 een nieuw pakket maatregelen aangekondigd voor eenvoudigere en effectievere Europese wetgeving. De mededeling bevat onder andere:

  • Een nieuw programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT – Regulatory Fitness and Performance Programme) om systematisch na te gaan welke initiatieven de regelgeving kunnen vereenvoudigen en de kosten ervan kunnen drukken. De initiatieven moeten op doorzichtige wijze worden uitgevoerd.
  • Aangescherpte instrumenten voor het beheer van de regelgeving: steeds betere effectbeoordelingen, grootschaligere en kritischere evaluaties, betere raadplegingen van de belanghebbenden en meer ondersteuning bij de uitvoering.
  • Een vervolg op het Actieprogramma ter vermindering van de administratieve lasten (ABRplus) voor ondernemingen en MKB’s.

De maatregelen bouwen voort op de mededeling van de Commissie uit 2010 over ‘slimme regelgeving’.

Hoe verder?

Nationaal loopt er een vereenvoudigingtraject, met onder meer aandacht voor vermindering van administratieve lasten bij decentrale overheden. Dit is te lezen onder het dossier Vereenvoudiging Europese wetgeving.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Nieuws Vaststelling Europees recht en beleid

Publicatie akkoord EU-instellingen over Beter Wetgeven

Het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie is op 12 mei 2016 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (EU). De komende tijd zal de EU daarom aandacht besteden aan de implementatie van dit akkoord.
Lees het volledige bericht

Nieuwe Randstadstrategie: wat is de EU-inzet voor 2016-2019?

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland hebben afspraken gemaakt over hun gezamenlijke inzet in Brussel. Deze Europastrategie Randstad 2016-2019 is op 26 april 2016 vastgesteld door hun Gedeputeerde Staten. Met deze strategie willen de provincies meer invloed uitoefenen op het Europees beleid dat betrekking heeft op de Randstad.

Lees het volledige bericht

Regio’s moeten structureler worden betrokken bij beleid op nationaal en EU-niveau

Regio’s hebben te weinig inspraak op zowel nationaal als Europees beleid. Dit zegt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het advies over de verhouding tussen regio en de EU, dat zij op 11 maart 2016 publiceerde. Dit terwijl het belang van regio’s groeit. Het advies bevat elf aanbevelingen om de positie van regio’s in de Europese beleidsvorming te verbeteren.

Lees het volledige bericht

Akkoord EU-instellingen over betere wetgeving

In het besluitvormingsproces bij nieuwe Europese regels moet meer rekening gehouden worden met regionale belangen. Dat is één van de punten uit het interinstitutioneel akkoord over beter wetgeven dat op 15 maart 2016 werd gesloten door de Europese instellingen. Door onder andere meer rekening te houden met regionale belangen, moeten de gevolgen van EU-wetgeving voor decentrale overheden duidelijker worden.
Lees het volledige bericht

Raad en EP keuren akkoord betere regelgeving goed

De Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie vinden betere regelgeving belangrijk. Ook tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap wil Nederland zich inzetten voor betere wet- en regelgeving. Op 15 december is een akkoord bereikt over betere regelgeving. Voor decentrale overheden is dit akkoord ook van belang: gemeenten, provincies en waterschappen voeren veelal Europese wet- en regelgeving uit.
Lees het volledige bericht

Europese Commissie wil met REFIT afslanking van EU-regelgeving

De Europese Commissie neemt stappen om de EU-regelgeving af te slanken en te vereenvoudigen. Op 2 oktober heeft de Commissie bekend gemaakt welke EU-regels zij gaat vereenvoudigen of zelfs intrekken. Door deze afslanking kan Europa zorgen voor groei en werkgelegenheid. De Europese Commissie heeft het Regulatory Fitness and Performance Programme (REFIT) opgezet voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving. Het programma moet ertoe leiden dat uiteindelijk zowel voor het bedrijfsleven als voor (decentrale) overheden de administratieve lasten afnemen.

Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Vaststelling Europees recht en beleid

Feedback geven aan de Europese Commissie: hoe werkt het?

De Europese Commissie nodigt steeds vaker burgers, bedrijven en overheden uit om feedback te geven op nieuwe of bestaande Europese wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld via bijvoorbeeld roadmaps, impact assessments, consultaties, evaluaties en fitnesschecks. Hoe werken deze verschillende feedbackmechanismen van de Commissie? Komen hier ook onderwerpen aan bod die relevant zijn voor decentrale overheden?

Bekijk het antwoord

Verandert het Verdrag van Lissabon iets aan de EU grond- en burgerrechten?

Bij de provincie vragen wij ons af wat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon aan burgerrechten en de status van Europese grondrechten (zie ook Handvest bij verdrag van Nice) en van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten voor de Mens en Fundamentele Vrijheden (EVRM) verandert?

Bekijk het antwoord

Zijn er bepaalde vereisten voor consultaties?

Onlangs las ik in jullie nieuwsbrief de Europese Ster dat ook wij als gemeente kunnen reageren op een consultatie van de Europese Commissie over de richtlijn Omgevingslawaai. Worden er procedurele vereisten gesteld aan consultaties? En hoe kunnen we op de hoogte blijven van toekomstige consultaties?

Bekijk het antwoord

Wat is de procedure voor de totstandkoming van een Commissievoorstel?

In jullie berichtgeving lees ik regelmatig over de (voortgang van) procedures van voorstellen van de Europese Commissie. Daarbij kom ik onder andere termen tegen als ‘eerste en tweede lezing’, ‘codecisie’ en ‘conciliatie’. Wat betekenen deze termen? En hoe verloopt een procedure van totstandkoming van Commissievoorstellen eigenlijk?

Bekijk het antwoord

Procedures Vaststelling Europees recht en beleid

Vaststelling Europees recht en beleid

De gewone wetgevingsprocedure

Ook wel medebeslissingsprocedure of codecisieprocedure genoemd.

Bij deze procedure deelt het Europees Parlement de wetgevende bevoegdheid met de Raad. De Commissie stuurt haar voorstel naar beide instellingen. Zij lezen en bespreken het allebei twee opeenvolgende keren (eerste en tweede lezing). Bij onenigheid tussen beide instellingen wordt het voorstel in de zogenaamde conciliatiefase aan een ‘bemiddelingscomité’ voorgelegd. Zodra dit comité binnen een bepaalde periode tot een akkoord is gekomen, wordt de gemeenschappelijke ontwerptekst naar het Parlement en de Raad gestuurd voor een derde lezing, zodat zij het definitief kunnen goedkeuren.

De volgende terreinen vallen onder meer onder de gewone wetgevingsprocedure:

– DAEB (artikel 14 VWEU);
– Recht op toegang tot documenten (aritkel 15 VWEU);
– Non-discriminatie op grond van nationaliteit (artikel 18VWEU);
– Stimuleringsmaatregelen ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (artikel 19 lid 2 VWEU);
– Vrijheid van verkeer en verblijf (artikel 21 VWEU);
– Vrij verkeer van werknemers (artikel 46 VWEU);
– Sociale zekerheid voor vrij verkeer werknemers (artikel 48 VWEU);
– Recht van vestiging (artikel 50 VWEU);
– Vrij verrichten van diensten (artikel 56 VWEU);
– Justitiele samenwerking in burgerlijke en strafzaken (artikel 81 en 82 VWEU);
– Politiele samenwerking (artikel 87 VEU);
– Vervoer (artikel 91 VWEU);
– Stimuleringsmaatregelen werkgelegenheidsbeleid (artikel 149 VWEU);
– Douanesamenwerking (artikel 33 VWEU);
– Bestrijding van sociale uitsluiting en gelijke behandeling mannen en vrouwen (artikel 153 VWEU);
– Uitvoeringsbesluiten betreffende het Europees Sociaal Fonds (artikel 164 VWEU);
– Onderwijs en sport (artikel 165 VWEU);
– Beroepsopleiding (artikel 166 VWEU);
– Cultuur (artikel 167 VWEU);
– Volksgezondheid (artikel 168 VWEU);
– Consumentenbescherming (artikel 169 VWEU);
– Trans-Europese netwerken (artikel 172 VWEU);
– Uitvoeringsbesluiten betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (artikel 178 VWEU);
– Onderzoek (artikel 182 VWEU);
– Milieu (artikel 192 VWEU);
– Energie (artikel 194 VWEU);
– Toerisme (artikel 195 VWEU);
– Civiele bescherming (artikel 196 VWEU);
– Administratieve samenwerking (artikel 197 VWEU);
– Ontwikkelingssamenwerking (artikel 209 VWEU);
– Humanitaire hulp (artikel 214 VWEU);
– Voorkomen en bestrijden van fraude (artikel 325 VWEU);
– Statistieken (artikel 338 VWEU).

De bijzondere wetgevingsprocedure

De bijzondere wetgevingsprocedure wordt niet zoals de gewone wetgevingsprocedure in artikel 294 VWEU stapsgewijs beschreven. Wel geeft artikel 289 lid 2 VWEU aan: ‘In de bij de Verdragen bepaalde specifieke gevallen bestaat een bijzondere wetgevingsprocedure in de vaststelling van een verordening, een richtlijn of een besluit door het Europees Parlement met deelname van de Raad, of door de Raad met deelname van het Europees Parlement’.’

De meeste verdragsbepalingen die een bijzondere wetgevingsprocedure benoemen (neem bijvoorbeeld de artikelen 19 lid 1, 22 t/m 25 en 114 t/m 118 VWEU) zien op de tweede variant in artikel 289 en geven de Raad de beslissingsbevoegdheid (en het Parlement keurt dan bijvoorbeeld goed of wordt geraadpleegd door de Raad). Soms worden in de aangewezen bijzondere wetgevingsprocedure bijzondere vereisten aangaande unanieme besluitvorming/eenparigheid van stemming in de Raad meegenomen of andere bijzondere procedure eisen (neem bijvoorbeeld in artikel 311 VWEU het vereiste van goedkeuring van het besluit van de Raad door lidstaten).

Onder meer de volgende terreinen vallen onder een bijzondere wetgevingsprocedure:

– Passende maatregelen om discriminatie op grond van geslacht, ras, etnische afstamming, godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden (artikel 19 lid 1 VWEU);
– Actief en passief kiesrecht (artikel 22 VWEU);
– Bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties (artikel 23 VWEU);
– Taken Europese Centrale Bank (artikel 127 VWEU);
– Eenvormige verkiezingsprocedure voor het Europees Parlement (artikel 223 VWEU);
– Bepaalde internationale overeenkomsten (artikel 216 ev. VWEU);
– Vaststelling stelsel van eigen middelen van de Unie (artikel 311 VWEU);
– Vaststelling verordening meerjarig financieel kader (artikel 312 VWEU).

Overige procedures

Er gelden aparte procedures voor onder meer:

– Vaststelling van de begroting (artikel 314 VWEU; bijzondere wetgevingsprocedure onder bijzondere bepalingen); en
– Het sluiten van bepaalde internationale overeenkomsten door de EU (artikel 218 VWEU).

Wet- en regelgeving Vaststelling Europees recht en beleid

Vaststelling Europees recht en beleid

Initiatief Commissie

Artikel 17 lid 2 stelt dat -tenzij in de Verdragen anders is bepaald- wetgevingshandelingen van de Unie alleen op voorstel van de Commissie kunnen worden vastgesteld. Andere handelingen worden op voorstel van de Commissie vastgesteld in de gevallen waarin de Verdragen daarin voorzien.

Elk Europees wetsbesluit is gebaseerd op een Verdragsartikel, waarnaar verwezen wordt als de ‘rechtsgrondslag’ van de wetgeving. Dit heeft ook te maken met het attributiebeginsel uit artikel 5 VEU dat stelt dat de Unie alleen die bevoegdheden heeft die haar zijn overgedragen bij de Verdragen.

Uitzonderingen

Bijvoorbeeld de artikelen 76b, 289 lid 4 en 354 van het VwEU die instellingen als een groep lidstaten, het Europees Parlement, de Europese Centrale Bank, het Hof van Justitie EU de mogelijkheid geven met een initiatief te komen.

De Raad en het Europees Parlement kunnen, op grond van de artikelen 225 en 241 van het VwEU, dus niet altijd zelf initiatief-wetsvoorstellen indienen maar kunnen de Commissie wel verzoeken met een initiatief-wetsvoorstel te komen.

Artikel 293 WVEU stelt dat de Commissie een door haar ingediend voorstel ten alle tijden kan wijzigen, zolang de Raad niet op het voorstel van de Commissie heeft besloten. De Raad kan (behalve in een aantal uitdrukkelijk genoemde gevallen) een voorstel slechts met eenparigheid van stemmen wijzigen.

X