Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Nederland beschikt over een groot grensgebied: zeven van de twaalf provincies grenzen direct aan het buitenland. Over zee komen daar nog vier provincies bij. Al meer dan vijftig jaar wordt er met de aangrenzende landen (Duitsland, België, het VK, Noorwegen, Zweden en Denemarken) en in verschillende samenwerkingsconstructies samengewerkt om grensoverschrijdende belemmeringen weg te nemen. Voorbeelden van kwesties waar deze belemmeringen zich voordoen zijn de grensoverschrijdende arbeidsmarkt, verschillen in sociale zekerheidsstelsels, beperkte mobiliteit en administratieve barrières bij wonen en zorgverlening in grensregio’s. Grensoverschrijdende samenwerking (GROS) wordt onder andere mogelijk gemaakt door het gebruik van bepaalde (Europese) fondsen.

Op deze pagina’s vindt u meer informatie over grensoverschrijdende samenwerking en de voor decentrale overheden relevante wetgeving, Europees beleid en financiering en het nationale kader.

Grensoverschrijdende arbeidsmarkt

Wat zijn de huidige belemmeringen op het gebied van grensoverschrijdende arbeid? Hoe kunt u als gemeente grensoverschrijdende arbeid stimuleren?

Knelpunten rondom de grensoverschrijdende arbeidsmarkt liggen vooral in de nog bestaande verschillen tussen de grensregio’s. Verschillen in cultuur, taal, diploma-erkenning, het sociaal zekerheidsstelsel en de fiscale systemen zorgen ervoor dat de grensoverschrijdende arbeidsmarkt nog niet optimaal kan worden benut. Daarnaast zijn mensen niet voldoende op de hoogte van de kansen en mogelijkheden die deze arbeidsmarkt te bieden heeft. Lees hier de praktijkvraag over mogelijkheden om als gemeente grensoverschrijdende arbeid te stimuleren.

Sociale (on)zekerheid

Welke kwesties doen zich voor op het gebied van grensoverschrijdende sociale zekerheid? Hoe is sociale zekerheid geregeld in regio’s waar veel grensarbeiders werkzaam zijn?

Momenteel zijn er nog veel verschillen in het sociaal zekerheidsrecht tussen de grenslanden. Bij het sociaal zekerheidsrecht moet u denken aan bijvoorbeeld volksverzekeringen, sociale voorzieningen en de werknemersverzekeringen. Deze rechten verschillen niet alleen per land, maar ook vaak per persoon. Informatie over deze verschillen is vaak moeilijk te vinden. Factoren die invloed hebben op de sociale zekerheidsrechten kunnen in de loop der tijd ook veranderen. Denk bijvoorbeeld aan leeftijd, burgerlijke staat, gezinsuitbreiding, vermogen, et cetera. Er wordt daarom gewerkt aan grensinformatiepunten, maar ook aan een dekkend netwerk voor persoonlijke informatievoorziening.

De Europese Unie heeft géén zeggenschap over de wijze waarop de lidstaten hun socialezekerheidsstelsel inrichten. EU-landen zijn echter wel verbonden aan afspraken omtrent grensoverschrijdende socialezekerheidswetten via verordeningen (zoals de Europese Verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (883/2004/EG)) en de landen waarmee zij een socialezekerheidsverdrag hebben afgesloten). U vindt hier een voorbeeld van een dergelijk sociale zekerheidsverdrag (Nederland-Duitsland) en een eerdere praktijkvraag over hoe sociale zekerheid is geregeld in regio’s waar veel grensarbeiders werkzaam zijn.

Belemmeringen bij zorgverlening

Wat zijn de huidige ontwikkelingen en belemmeringen voor grensoverschrijdende zorgverlening?

Met betrekking tot de zorg ligt de problematiek vooral in de onduidelijkheden omtrent aansprakelijkheid en financiën. In beginsel stond er niet vast wie aansprakelijk is voor het ingezette personeel, wie de kosten dekt voor dit personeel en wat de bevoegdheden zijn wanneer het ingezette personeel over de grens actief is. Het verbeteren van de afstemming tussen de instanties blijft daarom noodzakelijk.

Via verschillende samenwerkingsverbanden en instanties wordt gewerkt aan verbetering van spoedeisende hulp. Daarnaast is er in Nederland een Contactpunt voor grensoverschrijdende zorg (NCP/CAK) opgezet. Uit de Special Eurobarometer 425 blijkt dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de zorgmogelijkheden over de grens. Uit het onderzoek blijkt dat een van de redenen hiervoor is dat mensen te weinig toegang hebben tot informatie omtrent het recht op zorg in het buitenland. Voor EU-burgers staat dit recht onder andere vastgelegd in de Richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (ook wel: de Patiëntenrichtlijn). U kunt meer lezen over de ontwikkelingen op het gebied van grensoverschrijdende zorg in deze praktijkvraag.

Onderwijs en diploma-erkenning

Hoe worden belemmeringen binnen grensoverschrijdend onderwijs tegengegaan?

In de Europa-2020-strategie van de Commissie staan een aantal doelen ter verbetering van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van onderwijs. Onder andere diploma-erkenning speelt een grote rol binnen dit thema. In veel gevallen is het nu nog zo dat de werkgever over de grens beslist of het diploma van de werkzoekende goed genoeg is. Daarnaast zijn er beroepen waarvan het diploma officieel moet worden erkend.

Binnen de grensregio’s wordt gewerkt aan het vergroten van kennis over de buurtaal en cultuur bij schoolbesturen, ouders en leerlingen. Het toevoegen van deze kennis aan het schoolbeleid van de scholen binnen de grensregio’s moet de grenzen tussen de buurlanden vervagen. Op deze manier moet worden voorkomen dat mensen wegens gebrek aan kennis vertrekken en buiten de grensregio’s gaan studeren en werken.

Mobiliteit

Wat voor barrières bestaan er op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit?

Bij voorgenoemde thema’s is mobiliteit een terugkerend aspect. Een beperkte mobiliteit zorgt er namelijk voor dat zowel wonen, werken, studeren, zorg als ondernemen aanzienlijk belemmerd worden. Het probleem ligt voornamelijk bij de minder en onregelmatige beschikbaarheid van het openbaar vervoer en hulpdiensten. Daarnaast is ook het wegennetwerk (met name de verbindingswegen) kleinschaliger aangelegd.

Door middel van een Europees structureel grensoverschrijdend mobiliteitsoverleg, zoals het Gemeentelijk Netwerk voor Mobiliteit en Infrastructuur (GNMI), kunnen oplossingen die reeds in werking zijn getreden in andere grensregio’s mogelijk ook een oplossing bieden voor andere grensregio’s. Plannen om directe treinverbindingen tussen Zuid-Nederlandse, Belgische en Duitse regio’s (zoals Eindhoven en Düsseldorf) te faciliteren onder de noemer van ‘Eurekarail’ is hier een voorbeeld van.

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Beleid Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Nieuws Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Kabinet richt meldloket op voor informatiedeling grensoverschrijdende medewerkers

Decentrale overheden kunnen met de handhavings- en detacheringsrichtlijnen geconfronteerd worden wanneer zij als werkgever bepaalde verplichtingen uit de handhavingsrichtlijn moeten naleven. Dit gebeurt bij het aannemen van gedetacheerde personen uit andere lidstaten of bij het detacheren van personen naar organisaties over de grens. Het kabinet publiceerde onlangs een reactie op de Commissie-evaluatie van de toepassing van deze richtlijnen, en is van plan om een meldloket in te stellen om het delen van informatie over grensoverschrijdende medewerkers tussen lidstaten verder te verbeteren.

Lees het volledige bericht

Interview: Circulair bouwen en aanbesteden in de Zeeuwse praktijk

Richard van Bremen en Martin Scherpenisse werken beiden bij de provincie Zeeland. Van Bremen is senior beleidsmedewerker circulaire economie en Scherpenisse senior strategisch inkoopadviseur. Samen werken zij aan het project Circular Bio-based Construction Industry (CBCI). Dit wordt gefinancierd uit het Interreg 2 Zeeën-Programma. Dit project ontwikkelt een integrale aanpak voor circulaire bouw om het gebruik van niet-hernieuwbare grondstoffen en CO2-uitstoot te verminderen. Lees het volledige bericht

Europese Rekenkamer doet onderzoek naar grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s in grensregio’s

Op 9 december 2019 kondigde de Europese Rekenkamer een controle aan van de implementatie van grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s in grensregio’s. Dit doet de Rekenkamer naar aanleiding van het naderende einde van de huidige Europese budgetperiode en Interreg-periode die allebei van 2014-2020 lopen.

Lees het volledige bericht

SEREH: hoe grensoverschrijdende samenwerking lokale voordelen kan hebben

Een voorbeeld van innovatief energiebeleid met behulp van Europees geld is SEREH: Smart Energy Region Emmen Haren. Dit samenwerkingsverband tussen de gemeente Emmen en de Duitse gemeente Haren moet mogelijk maken dat beide gemeenten optimaal profiteren van lokaal opgewekte duurzame energie. De samenwerking met Haren is tot stand gekomen vanuit het wederzijds besef dat de twee gemeenten elkaar nodig hebben voor het bereiken van de klimaat- en energiedoelstellingen. Europa decentraal sprak met projectleider Siegbert van der Velde en beleidsadviseur energietransitie Melinda Loonstra over dit project. Lees het volledige bericht

Europees akkoord over wijzigen vennootschapsrichtlijn ter bevordering van grensoverschrijdende mobiliteit

Het Europees Parlement en de EU-lidstaten hebben op 13 maart overeenstemming bereikt over het wijzigen van de vennootschapsrichtlijn. Het doel van deze wijziging is om de mobiliteit van ondernemingen in de Europese Unie te bevorderen door middel van duidelijke procedures voor grensoverschrijdende verhuizingen, splitsingen en fusies. Lees het volledige bericht

Mag Wallonië straks tol gaan heffen?

De Waalse overheid wil een wegenvignet gaan invoeren die voor rekening komt van automobilisten buiten Wallonië. Het Europees Hof van Justitie moet zich nog uitspreken over deze plannen, maar dit wordt door de initiatiefnemers met vertrouwen tegemoet gezien. Een advocaat-generaal (AG) van het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft namelijk geconcludeerd dat de tolheffing op de Duitse snelwegen geen discriminatie vormt op grond van nationaliteit.

Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Hoe zit het met onderwijs en grensoverschrijdende samenwerking?

Als medewerker onderwijs bij een grensgemeente vraag ik me af hoe het staat met de grensoverschrijdende samenwerking (GROS) tussen Nederland en onze buurlanden Duitsland en België op het gebied van onderwijs? Wat is sinds de Kamerbrief van het Ministerie van BZK over stand van zaken Task Force GROS (april 2010) bereikt en wat gaat er nog gebeuren?

Bekijk het antwoord

Wat is de voortgang van de activiteiten van de grensmakelaar en de Taskforce GROS?

In 2009 zijn de Taskforce grensoverschrijdende samenwerking (GROS) en de functie van grensmakelaar ingesteld door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Buitenlandse Zaken. Het mandaat van de grensmakelaar en Taskforce liep eind 2010 af. Hoe is dit van invloed op hun activiteiten en het belang van grensoverschrijdende samenwerking voor decentrale overheden?

Bekijk het antwoord

Hebben jullie informatie over grensoverschrijdende samenwerking en crisisbeheersing?

De afgelopen maanden hebben wij binnen onze provincie projecten afgerond voor grensoverschrijdende samenwerking (GROS) met Kreise in Duitsland op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding op leidinggevend niveau. De projecten werden ondersteund door het ministerie van Binnenlandse Zaken en wij hebben samen met onze zusterorganisatie in Duitsland de projecten uitgevoerd.

Bekijk het antwoord

Publicaties Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Actiepunten

Kamerbrief over Grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van economie en arbeid, juli 2015
Voortgangsbrief GROS, februari 2015
Voortgangsbrief GROS, oktober 2012
Bijlage voortgangsbrief GROS, oktober 2012
Verslag Kamerdebat GROS, december 2011

Grenseffectentoets, Panteia 2014
Kansen aan de grens, VNG 2014
Advies wegnemen praktische belemmeringen bij grensoverschrijdende arbeid, 2013
‘Wij doen dat zo’: Onderzoek naar de grenseffecten van Europees beleid, Universiteit Leiden 2012
Benelux Almanak Grensoverschrijdende Samenwerking 2011-2015, Benelux 2011

GROS actielijsten

GROS actielijst Nederland/Vlaanderen, oktober 2012. Over dit document:

1) Deze lijst schept geen juridisch verbindende verplichtingen. Beide zijden engageren zich tot het leveren van een adequate inspanning om de knelpunten in deze lijst (de actiepunten) binnen 2 a 2,5 jaar op te lossen, dan wel om binnen deze periode forse voortgang te boeken. De monitoringspunten zullen op iets grotere afstand worden gevolgd.

2) De lijst is een dynamisch document. Beide zijden kunnen aangeven een punt van de lijst te willen afvoeren of – indien daarover overeenstemming bestaat – er een actiepunt of monitoringspunt aan toe te voegen. Ook kunnen Nederland en Vlaanderen bij onderlinge overeenstemming besluiten een monitoringspunt te verheffen tot actiepunt.

3) In Nederland zal het Ministerie van Binnenlandse Zaken primair verantwoordelijk zijn voor het monitoren van de voortgang; in Vlaanderen het Departement Internationaal Vlaanderen. Beide departementen houden daarover ook onderling contact.

4) De actie- en monitoringslijst is niet het enige instrument van Vlaams-Nederlandse grensoverschrijdende samenwerking. Vlaanderen en Nederland erkennen de grote, eigen, en intrinsieke waarde van een goede samenwerking en communicatie op alle bestuurlijke niveau’s en zij blijven deze samenwerking aanmoedigen en waar mogelijk faciliteren.

Kamerbrief ‘Stand van zaken Actielijst Nederland-Vlaanderen’, februari 2015

GROS Actielijst Nederland-Nedersaksen, januari 2014
GROS Actielijst Nederland – Noordrijn-Westfalen, december 2013

 

 

 

 

 

Wet- en regelgeving Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Wat is GROS?

Benelux- en de Anholt-overeenkomst

De Raad van Europa is de motor achter grensoverschrijdende samenwerking. In 1980 werd de Kaderovereenkomst van Madrid gesloten. Hierdoor hebben regionale en lokale overheden de mogelijkheid om op publiekrechtelijke basis over de grens samen te werken. Lidstaten kunnen zo bilaterale en multilaterale overeenkomsten sluiten over grensoverschrijdende samenwerking.

Er zijn twaalf bilaterale en multilaterale overeenkomsten opgesteld. Voor Nederland en zijn buurlanden zijn voornamelijk de Benelux-Overeenkomst en de Anholt-Overeenkomst van belang.

Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking

De Verordening over Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) is op 1 augustus 2006 in werking is getreden. De verordening biedt de mogelijkheid een grensoverschrijdend lichaam op te richten met rechtspersoonlijkheid.

Juridisch instrument

Een EGTS is een juridisch instrument om grensoverschrijdende, transnationale of interregionale samenwerking tussen regionale of lokale overheden te vergemakkelijken. De leden van een EGTS kunnen lidstaten, regionale en lokale overheden en publiekrechtelijke instellingen zijn. De leden moeten uit ten minste twee lidstaten komen.

Met name landen die nog geen partij zijn bij de Kaderovereenkomst van Madrid of die geen bilateraal akkoord hebben afgesloten, kunnen gebruik maken van de verordening. Voor Nederland is de EGTS verordening daarom van minder toegevoegde waarde.

Structuurfondsprogramma’s

De EGTS-verordening is ontstaan nadat bleek dat lidstaten moeilijkheden ondervonden bij grensoverschrijdende samenwerking in het kader van de Europese structuurfondsprogramma’s. Bijzonder is dat de EGTS overheden voor het eerst de mogelijkheid biedt zich te verenigen in instanties uit verschillende landen, zonder dat daarvoor een internationale overeenkomst is getekend door de nationale parlementen.

Benelux Verdrag

Decentrale overheden kunnen via het Benelux Verdrag in de drie Beneluxlanden op publiekrechtelijke basis grensoverschrijdend samenwerken. Het eerste Benelux Verdrag werd in 1958 ondertekend voor een periode van vijftig jaar. Omdat er noodzaak was tot vernieuwing is een nieuw verdrag vastgesteld dat op 1 januari 2012 in werking is getreden. Het nieuwe verdrag is meer pragmatisch ingericht en beter afgestemd op de veranderende internationale en maatschappelijke context.

Hoofdthema’s Benelux-samenwerking

De nieuwe Benelux-samenwerking richt zich op drie hoofdthema’s:

  • interne markt en economische unie;
  • duurzaamheid;
  • justitie en binnenlandse zaken.