eIDAS

Volgens eIDAS-verordening (910/2014) moeten publieke organisaties vanaf 29 september 2018 alle EU-burgers en -bedrijven kunnen identificeren aan de hand van een nationaal inlogmiddel. De Europese Unie wil middels deze Verordening dat het makkelijker en veiliger wordt om binnen Europa online zaken te regelen. Nederland, net als andere EU-lidstaten, maakt gebruik van een eID. In Nederland is dat DigiD voor burgers en eHerkenning voor bedrijven. Deze diensten moeten dus per 29 september 2018 grensoverschrijdend zijn. Ook moeten Nederlandse overheidsdiensten op die datum bereikbaar zijn met een eID uit andere lidstaten.

eIDAS

eIDAS staat voor ‘Electronic Identities and Trust Services’ en refereert naar elektronische identificatiemiddelen en vertrouwensdiensten. De eIDAS-verordening moet het vertrouwen in het elektronisch verkeer tussen burgers, bedrijven en overheden in Europa vergroten. Het gebrek aan vertrouwen en rechtszekerheid zorgt er momenteel nog te veel voor dat er geaarzeld wordt transacties elektronisch uit te voeren en van nieuwe diensten (grensoverschrijdend) gebruik te maken.

Inkomend verkeer en uitkomend verkeer

De verordening bestaat uit twee delen, namelijk inkomend en uitgaand verkeer:

  • Inkomend verkeer (verplicht): Europese burgers die met hun nationale inlogmiddel inloggen bij Nederlandse dienstverleners. Dit deel van de verordening is verplicht voor Nederlandse publieke organisaties.
  • Uitgaand verkeer (niet verplicht): Nederlanders die met een genotificeerd (door Europa erkend) Nederlands inlogmiddel bij andere Europese dienstverleners inloggen. Dit deel van de verordening is niet verplicht. Wel zijn DigiD, eHerkenning en Idensys van plan hun inlogmiddelen te notificeren bij de Europese Commissie. Deze worden dan geschikt om in te loggen bij alle Europese overheidsdienstverleners

Decentrale overheden 

Het verplichte deel van de verordening (inkomend verkeer) is bindend voor de openbare instanties (art. 6). Onder ‘openbare instanties’ vallen de staat, regionale of lokale overheden (provincies, gemeenten en waterschappen) en publiekrechtelijke instellingen.

Wederzijdse erkenning

Op basis van de eIDAS-verordening kunnen lidstaten hun nationale eID aanmelden bij de Europese Commissie (art. 9 lid 1). Lidstaten die deelnemen moeten deze aanmeldingen wederzijds erkennen, wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan (art. 6 lid 1):

  • het eID is uitgegeven op grond van een stelsel voor elektronische identificatie dat is opgenomen in de lijst van de Commissie;
  • het betrouwbaarheidsniveau van het eID is gelijk aan of hoger dan het betrouwbaarheidsniveau dat de bevoegde openbare instantie als voorwaarde stelt voor onlinetoegang tot die dienst in de eerste lidstaat;
  • de openbare instantie in kwestie gebruikt het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ voor de toegang tot die onlinedienst.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Nieuws eIDAS

Voldoet uw overheidsorganisatie al aan de eIDAS-verordening?

Vanaf 29 september 2018 moeten de online diensten van publieke organisaties in de Europese Unie grensoverschrijdend zijn. Dit houdt in dat decentrale overheidsorganisaties Unieburgers en -bedrijven toegang moeten geven tot bepaalde online diensten via hun eigen nationale inlogmiddelen (eID). De Nederlandse inlogmiddelen die onder eID vallen zijn bijvoorbeeld het DigiD voor burgers en eHerkenning voor bedrijven. De eIDAS-verordening regelt dat burgers en bedrijven inlogmiddelen voor publieke diensten ook in een andere lidstaat kunnen gebruiken. Voor decentrale overheden is belangrijk dat op 29 september hun online diensten bereikbaar moeten zijn met een eID van een andere lidstaat. Lees het volledige bericht

X