Recht op beperking

Onder bepaalde omstandigheden kan de betrokkene zijn recht op beperking uitoefenen om het gebruik van persoonsgegevens te beperken. In artikel 18 AVG staan vier mogelijkheden:

  • De betrokkene betwist de juistheid van de persoonsgegevens;
  • De verwerking is onrechtmatig;
  • De verwerkingsverantwoordelijke heeft de persoonsgegevens niet meer nodig, maar de betrokkene wel voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering;
  • De betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen de verwerking.

Decentrale overheden moeten binnen een bepaalde termijn op een verzoek om beperking van de verwerking reageren, en verifiëren dat degene die het verzoek indient ook daadwerkelijk de betrokkene is. Wanneer de persoonsgegevens aan een derde organisatie zijn doorgegeven moet de verwerkingsverantwoordelijke de beperking aan hen doorgeven.

uitzondering

Een verwerkingsverantwoordelijke kan de persoonsgegevens nog wel blijven verwerken wanneer er toestemming is van de betrokkene, dit nodig is voor de instelling, uitoefening of onderbouwing van een rechtsvordering of om gewichtige redenen van algemeen belang.

meer weten OVER het recht op beperking?

Werkt u bij een (decentrale) overheidsorganisatie en heeft u een vraag over de AVG? Neem dan contact op met onze helpdesk.

Stel direct uw vraag


X