Klimaat

De negatieve effecten van veel consumptie, het verbruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van broeikasgassen zijn steeds meer te zien en te voelen: de aarde warmt op, er zijn steeds minder grondstoffen beschikbaar en we krijgen vaker te maken met extremere weersomstandigheden. Een belangrijke actie om hier iets aan te doen was het Klimaatakkoord van Parijs. Het Klimaatakkoord is gesloten om de temperatuurstijging van de aarde te verminderen. Zo mag de wereldwijde temperatuur niet verder stijgen dan 2°C en het streven is om de stijging onder de 1.5°C te houden. Tevens dienen deelnemende landen maatregelen te nemen om de uitstoot van schadelijke stoffen en gassen te verminderen en een financiële bijdrage te leveren aan onderzoek naar klimaatbestendige ontwikkelingen.

Aangezien klimaat een doorslaggevende impact heeft op ons leven en welzijn is hiervoor op alle beleidsniveaus – van Europees, tot aan nationaal en regionaal – veel aandacht voor.

EU Green Deal

De Europese Unie zette een grote stap met de introductie van de EU Green Deal op 11 december 2019. Hiermee liet de actuele Von der Leyen Commissie duidelijk zien hoe bepalend klimaatbescherming is voor de politieke koers van de EU. Met de EU Green Deal wil de Commissie het ‘oude groeimodel’ gericht op fossiele brandstoffen en vervuiling duurzaam vervangen door een nieuw groeimodel baserend op klimaatdoelstellingen. Daarbij is de doelstelling duidelijk: Europa wordt een koploper op het gebied van klimaatvriendelijke industrie en schone technologieën. Inhoudelijke speerpunten van de Green Deal zijn onder andere de energietransitie, het mogelijk maken van een eerlijke transitie, CO2-heffingen, schone mobiliteit &  alternatieve brandstoffen, duurzaamheid &  voedsel, biodiversiteit, lucht-, water & grondvervuiling en onderzoek & innovatie

Hieronder worden een aantal relevante punten uit de EU Green Deal benoemd:

  • Ambitieuzere doelstellingen: De overkoepelende doelstelling is dat Europa in 2050 het eerste klimaat neutrale continent op de wereld gaat worden. In tussentijd wordt de ambitie van 2030 geactualiseerd. In plaats van een reductie van broeikasgassen van 40% in 2030, streeft de EU in eerste instantie een reductie van 50% na, en kijkt naar de mogelijkheid de doelstelling naar 55% te verhogen.
  • Klimaatwet: Om deze ambitieuzere doelstellingen in de wetgeving vast te leggen, introduceert de Commissie in maart 2020 een ‘Klimaatwet’. Tevens zal de Klimaatwet borgen dat het algemene EU beleid bijdraagt aan klimaatneutraliteit en alle sectoren een bijdrage leveren.
  • Vernieuwing van beleid: Om alle doelstellingen te bereiken zal de Commissie vóór 2021 alle klimaat-gerelateerde beleidsinstrumenten herzien. Daaronder valt bijvoorbeeld ook het Emissiehandelsysteem. De Commissie overweegt hierbij een uitbreiding naar nieuwe sectoren.
  • Schone hernieuwbare energie: De EU wil zich de komende jaren blijven inzetten voor een duurzaam energiesysteem, veilig en betaalbaar voor consumenten. Daarbij heeft een energiesector grotendeels gebaseerd op hernieuwbare energiebronnen prioriteit. Hiervoor is de volledige integratie van de energiemarkt een voorwaarde. De Commissie wil in toekomst onder andere maatregelen introduceren om de integratie van slimme energiesystemen te bevorderen, en lidstaten sterker te ondersteunen om energiearmoede aan te pakken. Tevens wordt de TEN-E richtlijn herzien om het raamwerk aan te passen aan klimaatdoelstellingen en daarmee de toepassing van innovatieve, schone technologieën en infrastructuur te bevorderen.
  • Extra investeringen: De Commissie schat in dat het bereiken van de doelstellingen in 2030 ongeveer €260 miljard aan jaarlijkse investeringen behoeft. De Commissie stelt tevens een doelstelling van 25% aan investeringen voor het klimaat binnen alle EU-programma’s voor en wil een Duurzaam Europees Investeringsplan introduceren. Hierbij hoort ook een ‘Just Transition Mechanism’ zodat ook lidstaten die de economische mogelijkheden niet hebben om bij te dragen aan klimaattransities en financieel bijzonder daarvoor gevoelig zijn, ook mee kunnen doen.
  • Klimaatpact: Vóór 2020 zal de Commissie een Europees Klimaatpact introduceren om het publiek sterker bij klimaatacties te betrekken. Dit uit zich onder andere in de bevordering van (digitale) kennisdeling (in onderwijs), inspiratie en creatie van publiek draagvlak via verschillende kanalen en evenementen.

Voor decentrale overheden zijn met name deze punten van belang:

  • Staatssteun: De EU gaat staatssteunrichtsnoeren met betrekking tot milieu en energie evalueren en herzien en acties vereenvoudigen om fossiele brandstoffen uit te faseren.
  • Milieuvriendelijk aankoopbeleid: De Commissie zal wetgeving voorstellen op het gebied van milieuvriendelijke aankoop. Dit is met name bedoeld voor publieke autoriteiten.
  • Afvalbeheer: Om afvalbeheer te vereenvoudigen, zal de Commissie een EU model voor aparte afvalverzameling voorstellen.
  • Gebouwde omgeving: Eén van de grootste speerpunten in de Green Deal is de gebouwde omgeving. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor 40% van de verbruikte energie, maar de renovatie van gebouwen komt niet op gang. De Commissie wil renovaties van openbare en particuliere gebouwen op gang brengen. De Commissie overweegt emissies vanuit de gebouwde omgeving aan het emissiehandelssysteem toe te voegen. Tevens zal de Commissie met de bouwsector, architecten en lokale autoriteiten een open platform lanceren om renovaties te bevorderen. De Commissie zal daarbij innovatieve financieringsmogelijkheden met InvestEU aan het platform koppelen.
  • Luchtkwaliteit: De Commissie zal plannen voorstellen om lokale autoriteiten te ondersteunen een betere luchtkwaliteit te realiseren. Hiervoor zal de Commissie luchtkwaliteit-standaarden herzien.

Een overzicht van alle EU-wetgeving die door de EU Green Deal wordt herzien, geactualiseerd en geïntroduceerd is hier te vinden.

EU-Financieringsmogelijkheden:

Diverse EU-financieringsmogelijkheden kunnen worden benut om bij te dragen aan klimaatdoelstellingen. Het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) kon in de Operationele Periode 2014-2020 worden ingezet voor projecten die de transitie naar een koolstofarme economie versnellen. Voor de toekomst, in de Operationele Periode 2021-2027, zal hiervoor naar verwachting ruimte gemaakt worden met de doelstelling ‘Een groener, koolstofarm, Europa’ (Artikel 2, COM/2018/372).  De verordening voor de Operationele Periode 2021-2027 is echter een wetsvoorstel, en nog steeds geen definitieve verordening.

LIFE is een Europees thematisch programma dat vanuit twee inhoudelijke speerpunten – milieu en natuur – financieel bijdraagt aan onder andere projecten rondom de vermindering van emissies van broeikasgassen,  klimaatmitigatie, efficiënt hulpbronnengebruik, innovatieve technologieën en de verbetering van water-, afval- en luchtkwaliteit.

Horizon 2020 draagt bij aan klimaatdoelstellingen door nadrukkelijk de focus te leggen op maatschappelijke uitdagingen. Daarbinnen richten zich calls op thema’s zoals duurzame energie, groene transport, klimaatactie, milieu, en een efficiënte omgang met hulpbronnen. Er zijn ook calls specifiek bestemd voor lokale autoriteiten, zoals deze. De EU Green Deal kondigt aan dat ten minste 35% van het budget van de opvolger van Horizon 2020, Horizon Europe, ingezet wordt op nieuwe oplossingen voor de klimaattransitie. De Green Deal kondigt ook aan dat Horizon Europe sterker lokale gemeenschappen hierbij zal betrekken.

Overige EU-doelstellingen

De Europa 2020 strategie heeft ambitieuze doelstellingen met betrekking tot klimaat vastgesteld:

  • vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 20% (vergeleken met 1990)
  • aandeel hernieuwbare energie verhogen met 20%
  • verbetering van de energie-efficiëntie met 20%

De conclusie was veelal positief. Tegen 2017 was de uitstoot van broeikasgassen reeds met 22% verminderd, dat is 2% boven de oorspronkelijke doelstelling. Op de Europa 2020 strategie volgden daarom nóg ambitieuzere doelstellingen. De Clean Energy Package stelde voor in 2030 de emissies van broeikasgassen met 40 % te verlagen, een energieverbruik uit hernieuwbare bronnen van 32%  te realiseren en sterkere energie-efficiënte met 32,5% te bereiken. De EU Green Deal zorgde voor een flinke verhoging van de ambities van de Clean Energy Package.

Op 28 november 2018 presenteerde de Commissie de mededeling  “A Clean Planet for All“. In lijn met de klimaatdoelen afgesproken in Parijs bevat deze strategie verhoogde ambities voor het gebruik van hernieuwbare energie en het terugdringen van broeikasgassen. De strategie legt de doelstelling van een klimaatneutraal Europa in 2050 vast. Deze doelstelling heeft ook een plek gekregen in de EU Green Deal. Ook speerpuntthema’s zoals energie-efficiëntie, een duurzame gebouwde omgeving, de circulaire economie, groene mobiliteit en slimme netwerk infrastrucuur worden in de EU Green Deal gespiegeld.

In navolging van de mededeling “A Clean Planet for All’ stelde de Commissie de mededeling ‘Naar een efficiëntere en meer democratische besluitvorming voor het energie- en klimaatbeleid van de EU voor op 9 april 2019. Daarin constateert de Commissie dat de EU grote vooruitgang heeft geboekt op het gebied van de doelstellingen van de energie-unie, maar dat de ‘energietransitie een brede economische en maatschappelijke transformatie’ vereist ‘om tegen 2050 de overgang naar klimaatneutraliteit en duurzaamheid tot stand te brengen’. De mededeling richt zich vooral op de verbetering van de besluitvorming zoals een

efficiëntere en democratische besluitvorming in het fiscale beleid van de EU. De Commissie wil op deze terreinen besluitvorming via gekwalificeerde meerderheid  plaats laten vinden. In het huidige energiebelastingkader is echter voorzien in een bijzondere besluitvormingsprocedure, met eenparigheid van stemmen in de Raad (van Ministers).

In oogschouw nemend dat de Europa 2020 strategie langzaam ten einde komt, stelde de Commissie in januari 2019 tevens de strategie voor een duurzaam Europa in 2030 voor. Daarmee wilde de Commissie een inspiratie bieden voor de programmering van het Meerjarig Financieel kader 2021-2027. De strategie richt zich specifiek op duurzaamheidsaspecten van de SDGs (Sustainable Development Goals), zoals duurzame consumptie & productie, klimaat- & energiebeleid en voedsel, landbouw & landgebruik. De aandacht voor circulaire economie, energieneutrale gebouwen, een ‘eerlijke transitie’ en voor de verduurzaming van de voedselketen in de vorm van de Farm to Fork-strategie heeft een plek gekregen in de EU Green Deal.

Klimaatakkoord

Het kabinet presenteerde op 28 juni 2019 het Klimaatakkoord. Het hoofddoel van het Klimaatakkoord is de CO2-uitstoot in 2030 met 49% ten opzichte van 1990 te verminderen. Het Klimaatakkoord legt meer dan 600 afspraken vast binnen diverse sectoren en bevat een pakket aan maatregelen met een zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak.

Het Klimaatakkoord richt zich op de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw & landgebruik en mobiliteit. Hieronder worden de belangrijkste afspraken per sector samengevat:

  • Elektriciteit: In 2030 komt 70 % van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
  • Gebouwde omgeving: In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af. Als eerste stap dienen in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd te zijn.
  • Industrie: In 2050 is de industrie circulair en stoot vrijwel geen broeikasgas meer uit. De fabrieken draaien dan op duurzame elektriciteit uit zon en wind of energie uit aardwarmte, waterstof en biogas.
  • Landbouw en landgebruik: In 2050 moet de landbouw en het landgebruik klimaatneutraal zijn.
  • Mobiliteit: Mobiliteit in 2050 is emissie loos en van hoge kwaliteit.

Daarnaast spelen sommige onderwerpen in een aantal – of zelfs alle sectoren – tegelijk. Dit zijn de sector overschrijdende maatregelen, zoals publieke participatie, innovatie, financiering en Human Capital.

Gemeenten spelen een bijzonder grote rol met betrekking tot de doelstellingen in de gebouwde omgeving. Zo dient elke gemeente in 2021 een transitievisie warmte te hebben. Hierin leggen gemeenten het tijdpad vast voor een (stapsgewijze) aanpak richting de doelstelling van aardgasvrij wonen.

Ook spelen decentrale overheden een belangrijke rol met betrekking tot groene mobiliteit. Het Klimaatakkoord verplichtte bijvoorbeeld gemeenten, provincies, energieproducenten, de Rijksoverheid en het bedrijfsleven een nieuw convenant voor zero-emissie reinigingsvoertuigen uit te werken. Tevens werken provincies en gemeenten samen om te zorgen dat daar waar nodig in de Regionale Energie Strategieën (RES) in de behoefte aan duurzame energie voor duurzaam transport wordt voorzien.