Rampenpreventie chemische stoffen

De EU heeft in de Seveso-richtlijn verschillende maatregelen opgenomen om rampen met chemische stoffen te voorkomen en de gevolgen voor mens en milieu te beperken. De richtlijn heeft veel gevolgen voor decentrale overheden, omdat de uitvoering vaak op decentraal niveau ligt. Bijvoorbeeld bij bodemgebruik en ruimtelijke ordening.

Verplichtingen decentrale overheden

Decentrale overheden moeten inzicht krijgen in risico’s, toezicht uitoefenen op bedrijven, activiteiten ontplooien om de gevolgen van ongevallen te beperken en ze zijn verplicht activiteiten met verschillende overheidsdiensten af te stemmen. Dit levert vereisten op de volgende gebieden op:
– Externe noodplannen;
– Publieke voorlichting over veiligheidsmaatregelen voor vestigingen in het hoogste controleniveau;
– Domino-effecten;
– Ruimtelijke ordening;
– Rapportage van ongevallen;
– Inspecties.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Publicaties Rampenpreventie chemische stoffen

Rampenpreventie chemische stoffen

Seveso II richtlijn, samenvatting (samenvatting Seveso III nog niet beschikbaar)

Wet- en regelgeving Rampenpreventie chemische stoffen

Rampenpreventie chemische stoffen

Seveso richtlijnen

Als reactie op grote ongevallen met chemische stoffen in Engeland en Italië is in 1982 de Seveso-richtlijn I aangenomen. Deze gaat over de preventie en beheersing van zware chemische ongevallen. De richtlijn is in 1996 opgevolgd door de Seveso II-richtlijn. Na onder andere de vuurwerkramp in Enschede is deze richtlijn in 2003 aangevuld en uitgebreid (d.m.v. Richtlijn beheersing ongevallen chemische stoffen). In 2012 heeft de Seveso III-richtlijn de Seveso II-richtlijn vervangen.

De Seveso III-richtlijn omvat, evenals de Seveso II-richtlijn, strenge voorschriften voor de inspecties die decentrale overheden moeten uitvoeren om rampen te voorkomen. Er worden in de Seveso III-richtlijn zowel verplichting op de industrie als op de (decentrale) overheden opgelegd.

Doel

Ongevallen waarbij grote hoeveelheden chemische stoffen zijn betrokken moeten worden voorkomen.Als dergelijke ongevallen toch plaatsvinden dan moeten de effecten op mens en milieu worden beperkt.

Exploitanten van vestigingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn moeten hun activiteiten aanmelden en beleid maken om grote ongevallen te voorkomen. Vestigingen van het hoogste controleniveau moeten een veiligheidsverslag opstellen en beschikken over een noodplan en een veiligheidssysteem. Er moet door de decentrale overheden een strenge controle toegepast worden.

Implementatie Seveso II in Nederland

Seveso II is in 2005 en 2006 geïmplementeerd in:
– Wet milieubeheer;
– Arbeidsomstandighedenwet;
– Wet rampen en zware ongevallen;
– Brandweerwet 1985.
Ook zijn er drie algemene maatregelen van bestuur (gewijzigd):
– Besluit risico’s zware ongevallen 1999;
– Besluit rampenbestrijdingsplannen inrichtingen;
– Besluit informatie inzake rampen en zware ongevallen.

Herziening

Seveso II is herzien en in augustus 2012 is Seveso III-richtlijn in werking getreden. Nederland heeft tot 31 mei 2015 om de Seveso III in Nederlands recht om te zetten. Deze zal geïmplementeerd worden in het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 1999. Belangrijke veranderingen ten opzichte van de Seveso II richtlijn zijn:
– Technische herziening van het classificatiesysteem van chemicaliën (aanpassing aan het wereldwijd geldende classificatiesysteem);
– Betere toegang voor burgers tot informatie over risico’s in hun omgeving;
– Regels voor burgerparticipatie bij de totstandkoming van projecten die onder de Seveso regels vallen;
– Toegang tot de rechter voor burgers die niet afdoende hebben kunnen participeren of niet afdoende zijn geïnformeerd;
– Striktere normen voor inspecties.

X