Hernieuwbare energie

Hernieuwbare energiebronnen zoals windenergie, zonne-energie, aardwarmte en biobrandstoffen zijn een alternatief voor fossiele brandstoffen. Deze vormen van energie dragen bij aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, en dus aan het realiseren van de energie- en klimaatdoelstellingen. Daarnaast zorgt het gebruik van hernieuwbare energiebronnen voor een diversificatie van de energievoorziening. Dit draagt bij aan een verminderde energieafhankelijkheid van het buitenland en de bevordering van de energievoorzieningszekerheid. 

De Europese wetgeving bevordert dan ook het gebruik van hernieuwbare energie. Het pakket ‘Schone energie voor alle Europeanen’ moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat de EU een wereldleider blijft op het gebied van hernieuwbare energie. 

Deze stimulerende rol van de EU is voor decentrale overheden van belang. 

Doel
In 2009 is vastgelegd dat tegen 2020 20% van het energieverbruik in de Eu uit hernieuwbare energiebronnen moet komen. In 2018 is dit doel verhoogd: tegen 2030 moet dit 32% zijn. Het is mogelijk dat dit percentage een 2023 wordt verhoogd. 

Green Deal
Met de Green Deal wil de Commissie er voor zorgen dat de Europese energiemarkt over gaat naar hernieuwbare energie, terwijl de afhankelijkheid van vervuilende grondstoffen zoals olie, steenkool en gas wordt afgebouwd. De Commissie zal bij de lidstaten nagaan of de energie- en klimaatplannen ambitieus genoeg zijn. Als dit niet het geval is, zal de Commissie de energiewetgeving herzien. 

Europees beleid

De Europese wetgeving op het gebied van hernieuwbare energie is hoofdzakelijk vastgelegd in de Richtlijn hernieuwbare energie (RED II; Richtlijn (EU) 2018/2001). Richtlijn 2009/28/EG (RED I) is nog tot 30 juni 2021 van kracht. 

De Richtlijn hernieuwbare energie omvat definities en basisprincipes voor hernieuwbare energie en berekeningsmethodes. Zo moeten lidstaten bij de uitvoering van de verplichtingen in de richtlijn rekening houden met de afvalhiërarchie, milieukeuren, energie labels en andere technische specificaties. Ook bevat de richtlijn streefcijfers en een kader voor steunregelingen, en gaat de richtlijn verder in op hernieuwbare energie in de verwarming- en koelsector en de vervoersector. 

Definitie hernieuwbare energie

Energie uit hernieuwbare energiebronnen omvat volgens de herziene richtlijn energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk 

  • windenergie
  • zonne-energie (thermische zonne-energie en fotovoltaïsche energie) 
  • geothermische energie
  • omgevingsenergie
  • getijdenenergie, golfslagenergie en andere energie uit de oceanen
  • waterkracht
  • energie uit biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties, en biogas
Streefcijfers 2020

Om het potentieel van hernieuwbare energie te benutten en het gebruik te stimuleren zijn er verschillende streefcijfers vastgelegd die lidstaten dienen te behalen. In richtlijn 2009/28/EG was al vastgelegd dat:

  • Het aandeel hernieuwbare energie in het eindverbruik van energie in de vervoersector in 2020 ten minste 10% moet bedragen 
  • Het aandeel hernieuwbare energie in de gehele Unie tegen 2020 20% van het totale bruto-eindverbruik van energie moet bedragen.
  • Nederland tegen 2020 14% van het bruto-eindverbruik van energie uit hernieuwbare bronnen moet halen. 
Streefcijfers 2030

In richtlijn 2018/2001 zijn deze nationale en unie streefcijfers voor 2030 verhoogd en is vastgelegd dat:

  • Het aandeel hernieuwbare energie in de gehele Unie tegen 2030 32% van het totale bruto-eindverbruik van energie moet bedragen.
  • Het aandeel hernieuwbare energie in het eindverbruik van energie in de vervoersector in 2030 ten minste 14% moet bedragen 
  • Uiterlijk in 2030 een elektriciteitsinterconnectiviteitsstreefcijfer van 15% moet zijn behaald
  • Er een jaarlijkse toename van 1,3 procentpunt van het aandeel van hernieuwbare energie in de verwarmings- en koelingssector moet worden behaald
  • Het gebruik van geavanceerde biobrandstoffen en biogassen in de vervoerssector in 2030 tot ten minste 3,5% moet stijgen. 
Steunmaatregelen

Om het gebruik van hernieuwbare bronnen te bevorderen maakt de richtlijn het gebruikt van ‘steunregelingen’ mogelijk. Dit kan – onder andere – in de vorm van investeringssteun, belastingvrijstelling of –verlaging, terugbetaling van belasting en steunregeling voor verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen zijn. Ook kan in een andere lidstaat geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen worden gesteund. Het coördineren of steunen van projecten in andere lidstaten kan meetellen voor het aandeel hernieuwbare energie van de eigen lidstaat bij het behalen van de streefcijfers. Daarnaast kunnen ook hernieuwbare energiegemeenschappen deelnemen aan steunmaatregelen.

Meer informatie over staatssteun vindt u op onze pagina staatssteun.

Integratie van hernieuwbare energie in de verwarming en -koelingssector

Met name in de verwarming- en koelingssector zit een groot potentieel voor het gebruik van hernieuwbare energie. De richtlijn bevordert dan ook de integratie van hernieuwbare energie in deze sectoren. Zo moeten lidstaten lokale en regionale autoriteiten aansporen om verwarming en koeling uit hernieuwbare bronnen op te nemen in de planning van stedelijke infrastructuur. Dit betreft de ruimtelijke planning, het ontwerp, de bouw en renovatie. Naast verwarming en koeling uit hernieuwbare bronnen moet ook in de integratie en inzet van onvermijdelijke afvalwarmte en – koude worden voorzien. Verder zijn er streefcijfers en verscherpte criteria vastgelegd voor deze sector. 

Meer informatie over energie in gebouwen vindt u op onze pagina energieprestaties gebouwen

Integratie hernieuwbare energie in de vervoerssector

Ook in de vervoersector zit een groet potentieel voor het gebruik van hernieuwbare energie. De richtlijn introduceert versterkte duurzaamheidscriteria op het gebied van biobrandstof en biomassa.

Meer informatie over hernieuwbare energie in de vervoerssector vindt u op onze pagina vervoer en duurzaamheid.

Zelfverbruikers van hernieuwbare energie & hernieuwbare energiegemeenschap

De richtlijn versterkt tevens de positie zelfverbruikers van hernieuwbare energie. Het stelt burgers beter in staat hun eigen elektriciteit te produceren en hun overtollige productie op te slaan en te verkopen. Ook kunnen lokale burgers en (lokale) autoriteiten participeren in projecten via hernieuwbare energiegemeenschappen. Deze hernieuwbare energiegemeenschappen kunnen tevens deelnemen aan de steunregelingen. Hiermee wil de EU de rol van burgers in de energietransitie erkennen.

Rapportage

In het kader van Richtlijn 2009/28 diende lidstaten nationaal actieplannen voor energie uit hernieuwbare bronnen vast te stellen. Deze rapportageverplichtingen zijn met de herziening van de richtlijn (2018/2001) geïntegreerd in het governancesysteem van de energie-unie. Lidstaten moeten hiermee elke 10 jaar nationale energie en klimaatplannen opstellen. Meer hierover vindt u op onze pagina monitoring en governance. 

De lopende nationale actieplannen van lidstaten zijn te vinden op de website van de Europese Commissie.  

Nationale implementatie

Richtlijn 2009/28 is onder andere omgezet door een wijziging in de Wet Milieubeheer. 

De herziene richtlijn 2018/2001 is nog niet in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Deze moet voor 30 juni 2021 zijn omgezet in nationale wetgeving. Dit zal onder andere gebeuren door een wijziging in de Energiewet.

Energieakkoord

De Nederlandse afspraken op het gebied van hernieuwbare energie zijn opgenomen in het energieakkoord (2013-2023) en het klimaatakkoord. In het energieakkoord staat dat in 2020 het aandeel hernieuwbare energie 14% moet zijn. In 2023 moet dit aandeel oplopen tot 16%.

In het klimaatakkoord is vervolgens afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt.

Decentrale Relevantie

Decentrale overheden vervullen verschillende rollen op het gebied van hernieuwbare energie. Provincies en gemeenten zijn betrokken bij ruimtelijke ordening en vergunningsverlening van hernieuwbare energieprojecten. Hiervoor moet er onder andere rekening worden gehouden met bestaande wetgeving zoals de Wet milieubeheer, de Natuurbeschermingswet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zo moet er bijvoorbeeld bij het plaatsen van windturbines gekeken worden naar de impact van geluid en de emissie uitstoot van de turbine op de natuur.

Gemeenten spelen een rol bij de integratie van hernieuwbare energie in gebouwen. Hernieuwbare energie is zowel voor nieuwe gebouwen als ook bestaande gebouwen die gerenoveerd dienen te worden van belang. De richtlijn spoort regionale en lokale overheden dan ook aan om de hernieuwbare energie op te nemen in de ruimtelijke ordening en om hernieuwbare energie in de verwarmings- en koelingssector te gebruiken. Meer informatie over de energieregelgeving betreffende gebouwen vindt u op onze pagina: energie efficiëntie gebouwen.

Daarnaast spelen decentrale overheden een rol bij het versnellen van de marktintroductie van hernieuwbare energie. Decentrale overheden kunnen bijvoorbeeld bij de inkoop van energie en de daarvoor vereiste aanbesteding duurzaamheidscriteria opnemen. Hiernaast is het ook mogelijk om binnen het staatssteunrecht, bijvoorbeeld met de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) duurzame initiatieven te stimuleren.

Tevens kunnen decentrale overheden aandeelhouder zijn in hernieuwbare energieprojecten, zoals de hernieuwbare energiegemeenschappen. Zodra het schone energiepakket in Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd zal hierover meer duidelijkheid komen. 

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

Nieuws Hernieuwbare energie

Eurostat: Nederland blijft nog achter in doelen hernieuwbare energie

Uit onderzoek van Eurostat blijkt dat Nederland nog ver verwijderd is van het behalen van de Europese doelstellingen omtrent hernieuwbare energie. Alleen Frankrijk is nog verder verwijderd van deze doelen. Volgens het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) is het achterblijven van Nederland onder andere te wijten aan het gebrek aan overheidssteun voor hernieuwbare energiebronnen.

Lees het volledige bericht

Minister Kamp roept in themaconferentie energie op tot meer regionale samenwerking

Energie is cruciaal voor individuele lidstaten én de Europese Unie als geheel, nu en in de toekomst. Die energie moet wel betaalbaar en betrouwbaar zijn. Daarom is het voltooien van de Europese interne markt voor energie onmisbaar. De huidige diversiteit in nationaal energiebeleid werkt averechts. Deze uitspraken deed Minister Henk Kamp tijdens de themaconferentie energie op 4 april jl. in de Ridderzaal.

Lees het volledige bericht

Europese Commissie actief op het gebied van (duurzame) innovatie

De Europese Commissie probeert op meerdere fronten innovatie te stimuleren. Bijvoorbeeld door initiatieven omtrent innovatie en duurzaamheid aan te moedigen: door de toekenning van een subsidie of door het organiseren van de jaarlijkse Energy Week. Daarnaast wil de Commissie innovatie een nieuwe impuls geven door een European Innovation Council op te richten.
Lees het volledige bericht

Nederland scoort slecht op milieuranglijst

Nederland deelt met Luxemburg de laatste plek op de ranglijst van het Europees Milieuagentschap. De ranglijst bekijkt of de EU-lidstaten hun klimaat- en energiedoelen in 2020 gaan halen. Er is gekeken naar de uitstoot van broeikasgassen, het aandeel duurzame energie en energiebesparing.
Lees het volledige bericht

Doelstellingen Energieakkoord worden niet behaald

Uit de Nationale Energieverkenning 2015 blijkt dat de doelstellingen van het Nationaal Energieakkoord niet behaald worden. De verduurzaming gaat langzamer dan in het Nationaal Energieakkoord is afgesproken. Volgens de verkenning zou in 2020 maar 12,4% – in plaats van de afgesproken 14% – van de energie schoon kunnen worden opgewekt. De Rijksoverheid heeft nieuwe maatregelen aangekondigd. Dit kan gevolgen hebben voor decentrale overheden.
Lees het volledige bericht

Provincies wijzen op noodzaak regionaal overleg over hernieuwbare energie

Het Europees Parlement behandelde eerder deze maand het onlangs door de Europese Commissie gepubliceerde kader voor energie- en klimaatbeleid 2030. In grote lijnen stelt de Commissie voor dat in 2030 de broeikasgasemissies op europees niveau met 40% moeten zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. Hiernaast moet minimaal 27% van de energie productie op EU niveau uit hernieuwbare bronnen komen. Voorlopig bevat het kader geen verplichting tot meer energiebesparing na 2020. Eerst wil de Commissie de resultaten van de huidige EU besparingsrichtlijn evalueren, die pas kort geleden is aangenomen en doorloopt tot 2020.

Lees het volledige bericht

Sustainable Energy Week: Regio’s leren van regio’s

Van 24 tot 28 juni vond in Brussel de EU Sustainable Energy Week (EUSEW) plaats. De week werd georganiseerd door de Europese Commissie en bestond uit verschillende uiteenlopende evenementen. Op donderdag 27 juni organiseerde het Hanse kantoor een seminar in het kader van SUEW “ Regio’s leren van regio’s: De regionale dimensie van een Groener en Schoner Energie Aanbod voor Europa”.

Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Hernieuwbare energie

Moet steun aan een CO2-reductie en energiebesparingsproject gemeld worden als staatssteun?

Onze gemeente wil een project te financieren waarmee CO2-reductie en energiebesparing wordt nagestreefd. Het betreft een systeem tussen een aantal bedrijven op een bedrijventerrein, om de restwarmte die bij industriële processen vrijkomt te kunnen gebruiken voor de verwarming van andere bedrijven op het terrein. Er wordt een overeenkomst met de deelnemende bedrijven gesloten die gebruik maken van het systeem en het systeem wordt door een exploitant aangelegd.

Bekijk het antwoord