Europees recht en beleid

Laatste update: 1 juli 2022

Contact:


Decentrale overheden die als onderneming op de markt treden, kunnen samenwerken met andere ondernemingen. Bijvoorbeeld door middel van technologieoverdracht of inkoopafspraken. Hierdoor kan er sprake zijn van een schending van het kartelverbod. Naast negatieve effecten kunnen deze afspraken ook positieve gevolgen hebben. Samenwerking kan bijvoorbeeld nodig zijn om tot innovatie te komen. Om hiermee rekening te houden zijn een aantal categorieën afspraken vrijgesteld van het kartelverbod. Op deze pagina vindt u meer informatie over overeenkomsten die zijn toegestaan onder het Europese mededingingsrecht.

Groepsvrijstellingen

Om rechtszekerheid te bieden aan ondernemingen, heeft de Europese Commissie groepsvrijstellingen opgesteld, waarin wordt aangegeven voor welke vormen van samenwerking vrijstellingen van de mededingingsregels gelden en voor welke niet. Indien ondernemingen een overeenkomst sluiten in overeenstemming met de criteria van een bepaalde groepsvrijstelling, dan weten zij vooraf of het kartelverbod is geschonden of niet. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verticale overeenkomsten, horizontale overeenkomsten en overeenkomsten die bepaalde sectoren betreffen.

Verticale samenwerkingsovereenkomsten

Verticale samenwerkingsovereenkomsten zijn overeenkomsten die worden gesloten tussen ondernemingen die elk in een andere fase van de productie- of distributieketen werkzaam zijn. Ook hiervoor zijn bepaalde vrijstellingen vastgelegd.

Groepsvrijstelling verticale overeenkomsten

De Groepsvrijstelling verticale overeenkomsten, die voor het laatst in mei 2022 is gewijzigd, stelt verticale overeenkomsten die aan bepaalde voorwaarden voldoen vrij van het kartelverbod. De voorwaarden gaan onder andere over de inhoud van de overeenkomst en het marktaandeel van betrokken ondernemingen. Verboden zijn bijvoorbeeld:

  • Overeenkomsten waarin een niet-concurrentiebeding van onbepaalde duur of van langer dan vijf jaar is opgenomen;
  • Overeenkomsten tussen leverancier en afnemer waarbij één van hen meer dan 30% marktaandeel heeft.

Richtsnoeren verticale beperkingen

De Richtsnoeren verticale beperkingen beschrijven de aanpak van verticale overeenkomsten die niet onder de Groepsvrijstelling vallen. Ze richten zich op het marktaandeel van 30% uit de vrijstelling. Als dit maximale marktaandeel wordt overschreden, is er niet gelijk sprake van een verboden overeenkomst.

De drempel is bedoeld om overeenkomsten waarover twijfel bestaat individueel te beoordelen. De richtsnoeren bevatten regels voor de evaluatie van verticale beperkingen. Volgens de Commissie gaat het dan met name om:

  • Merkexclusiviteit (niet-concurrentiebedingen);
  • Alleenverkoop;
  • Klantenexclusiviteit;
  • Selectieve distributie;
  • Franchising;
  • Exclusieve levering;
  • Vooraf te betalen toegangsvergoedingen;
  • Beperkingen betreffende de wederverkoopprijs.

Horizontale samenwerkingsovereenkomsten

Horizontale samenwerkingsovereenkomsten zijn samenwerkingsovereenkomsten tussen (potentiële) concurrenten of ondernemingen die actief zijn op dezelfde productmarkt. Zij kunnen bijvoorbeeld afspraken maken over uitwisseling van informatie.

Groepsvrijstelling horizontale overeenkomsten

In de Groepsvrijstellingen over horizontale overeenkomsten worden bepaalde onderzoeks-, ontwikkelings- en specialisatieovereenkomsten omschreven die als voordeliger dan schadelijk kunnen worden beschouwd, en derhalve volgens de mededingingsregels zijn toegestaan. De Groepsvrijstellingen over horizontale overeenkomsten verstrijken op 31 december 2022.  Zij worden daarom momenteel herzien na een openbare raadpleging.

Richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten

De Richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten bepalen wanneer mededingingsregels van toepassing zijn op horizontale samenwerkingsovereenkomsten. In deze richtsnoeren is te vinden wanneer bijvoorbeeld informatie-uitwisseling de mededinging kan verstoren en wanneer dit de markt juist bevordert.

Overeenkomsten die worden gesloten tussen ondernemingen die werkzaam zijn in een verschillend stadium van de productie- of distributieketen, zogenaamde verticale overeenkomsten, vallen in beginsel niet onder de richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten. Wanneer echter verticale overeenkomsten tussen concurrenten worden gesloten, kunnen de gevolgen van de overeenkomst op de markt en de potentiële mededingingsproblemen vergelijkbaar zijn met die bij horizontale overeenkomsten. Derhalve vallen verticale overeenkomsten tussen concurrenten onder deze richtsnoeren.

Technologieoverdracht

De Verordening overeenkomsten technologieoverdracht zondert overeenkomsten waarin technologieoverdracht wordt vastgelegd in bepaalde gevallen uit van de mededingingsregels. Hieronder wordt bijvoorbeeld verstaan het overdragen van octrooilicenties, rechten op tekeningen en modellen en het auteursrecht op software. Deze overeenkomsten zijn uitgesloten van het kartelverbod als de het marktaandeel van de betrokken ondernemingen:

  • Niet groter is dan 20% bij concurrerende ondernemingen;
  • Niet groter is dan 30% bij niet-concurrerende ondernemingen;
  • De overeenkomst geen bepaalde sterk mededinging verstorende beperkingen bevat. Art. 4 en 5 van de verordening noemen een reeks met beperkingen die onder deze voorwaarde vallen, zoals prijsafspraken of productiebeperkingen.

Individuele vrijstelling

Het is mogelijk dat afspraken tussen decentrale overheden en ondernemingen niet onder een bepaalde groepsvrijstelling vallen, maar wel gunstige effecten hebben voor de mededinging. Deze afspraken kunnen geoorloofd zijn, indien zij voldoen aan de vier voorwaarden in artikel 101, lid 3 VWEU.