Natuur en Biodiversiteit

De natuur levert vele producten en diensten. Zo is de natuur belangrijk voor schoon drinkwater, voedselproductie en economische activiteiten zoals de (land)bouw. De natuur staat echter op veel plekken onder druk. Dit komt door activiteiten zoals stadsuitbreiding, voedselproductie, vervuiling en klimaatverandering. De achteruitgang van de natuur versterkt op zijn beurt de klimaatverandering. De EU heeft daarom regels opgesteld om gebieden, planten en dieren te beschermen en verlies aan biodiversiteit te voorkomen.  

Europees natuurbeleid  

Het Europese natuurbeleid richt zich met name op het beschermen en het herstellen van biodiversiteit en ecosystemen. Bodem, bossen en landgebruik worden daarbij steeds belangrijker onderdelen.  Daarnaast is natuur een centraal onderdeel in de Europese beleidsvorming. Andere beleidsterreinen en sectoren zoals energie, vervoer en landbouw moeten bijvoorbeeld rekening houden met de effecten  ervan op flora en fauna. 

Green Deal: toekomstig natuurbeleid 

De Green Deal vormt de leidraad in het toekomstige Europese natuurbeleid. De verschillende strategieën van de Green Deal stellen doelstellingen en maatregelen voor om de natuur verdergaand te beschermen en herstellen. Belangrijke strategieën zijn de Biodiversiteitsstrategie voor 2030de van boer tot bord strategie, de Zero Pollution Strategie en de EU-bossenstrategie. Daarnaast heeft de Europese Commissie aangekondigd in de loop van 2021/2022 met een strategie voor een duurzaam gebouwde omgeving te komen.

Op deze pagina komt eerst Europese regelgeving voor biodiversiteit en natuurbehoud aan de orde. Daarna gaan we in op bescherming van specifieke gebieden: bodem, bossen en landgebruik.   

Bescherming biodiversiteit: biodiversiteitswetgeving 

De kern van het Europees natuurbeleid is de instandhouding van biologische biodiversiteit en de bescherming van kwetsbare Europese natuur. Dit gebeurt met name via het Natura 2000-netwerk. Daarnaast heeft de EU-wetgeving voor invasieve uitheemse soorten en wilde en exotische diersoorten. 

Natura 2000 en de Vogel- en Habitatrichtlijnen  

De Vogel- en Habitatrichtlijnen (Richtlijnen 2009/147 & 92/43) regelen de bescherming van kwetsbare gebieden, dieren en plantensoorten. De gebieden die op basis van deze twee Richtlijnen zijn aangewezen, vormen samen het Europese Natura 2000-netwerk. Meer hierover vindt u op onze pagina Natura 2000. Lees ook de praktijkvraag: mag een gemeente overlast veroorzakende duiven vangen en doden? Daarnaast publiceerde de Europese Commissie richtsnoeren om de toepassing van de Habitatrichtlijn te verduidelijken voor wat betreft de bescherming van diersoorten en hun leefomgeving.

Invasieve Uitheemse Soorten 

Invasieve uitheemse soorten kunnen de inspanning om de natuur te beschermen en herstellen ondermijnen. Ze vormen een bedreiging voor (kwetsbare) inheemse dieren en planten. De EU heeft wetgeving voor de bestrijding van invasieve uitheemse soorten opgesteld (Verordening 1143/2014). Meer informatie hierover vindt u op onze pagina invasieve uitheemse soorten

Verder heeft de EU wetgeving voor de bescherming van wilde dieren en planten. De Richtlijn dierentuinen (Richtlijn 1999/22) draagt bij aan de bescherming van wilde diersoorten buiten hun natuurlijke habitat. De CITES-verordening (Verordening 338/97) beschermt wilde dieren en planten door controle op het handelsverkeer.  

Aanpak Biodiversiteitsverlies: Biodiversiteitsstrategie 2030 

In 2020 publiceerde de Europese Commissie de Biodiversiteitsstrategie voor 2030. Hierin stelt de Commissie dat de huidige bescherming van gebieden onvolledig is geweest. De handhaving en uitvoering van Europese natuurwetgeving was tevens ontoereikend. De strategie bevat daarom een langetermijnplan om de natuur te beschermen en te herstellen. Zo moet het netwerk van beschermde gebieden worden uitgebreid en verbeterd. De Commissie stelt voor om ten minste 30 % van het land en de zee te beschermen. Daarnaast moeten Europese steden vergroenen, bijvoorbeeld door het plaatsen van bomen en het creëren van groene daken. 

Biodiversiteit en agricultuur: biologische landbouw, pesticiden en bestuivende insecten 

Bepaalde landbouwpraktijken zijn een belangrijke reden voor de achteruitgang van de biodiversiteit. Zo daalt het aantal bestuivende insecten zoals bijen en vlinders. Betere landbouwpraktijken kunnen helpen bij de aanpak van biodiversiteitsverlies. De Europese Commissie moedigt daarom biologische en organische landbouw aan. Meer informatie hierover vindt u op onze pagina over landbouw. Daarnaast moet het Europese beleid de afhankelijkheid van pesticiden verkleinen en het gebruik van alternatieve gewasbeschermingsmiddelen bevorderen. Meer informatie hierover leest u op onze pagina pesticiden.  

Om de daling van het aantal wilde bestuivende insecten aan te pakken heeft de Europese Commissie in 2018 het EU- initiatief inzake bestuivers gepubliceerd. Dit initiatief bestaat uit verschillende maatregelen zoals het monitoren van bestuivende soorten in de hele EU. Het initiatief moedigt ook het ontwikkelen van strategieën voor bestuivers op regionale niveaus aan.  In 2021 bracht de Europese Commissie een voortgangsrapport uit. 

Bodem

De bodem is een complex ecosysteem. Het wordt ook beschouwd als een niet-hernieuwbare hulpbron. Bodemdegradatie zoals verdichting, verzilting en erosie heeft gevolgen voor de bodemkwaliteit. Landbeheerpraktijken (bijvoorbeeld ontbossing, overbegrazing, verontreiniging en bodemafdekking) zijn belangrijke oorzaken van bodemdegradatie. 

Er is in Europa geen specifieke regelgeving voor de bodem. Wel dragen verschillende richtlijnen en verordeningen bij aan de bescherming van de bodem. De regels richten zich met name op de sectoren die de bodem het meest belasten: industrie en landbouw. De Richtlijn industriële emissies (RIE) moet bijvoorbeeld bodemverontreiniging voorkomen en verminderen door middel van best beschikbare technieken. Verschillende landbouwpraktijken en -methoden kunnen de bodemkwaliteit bevorderen, zoals blijvend grasland en gewasdiversificatie. Deze worden via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid aangemoedigd. Daarnaast heeft waterbeleid ook betrekking op de bodem, aangezien vervuilende stoffen via het grond- en oppervlaktewater in de bodem terecht kunnen komen. 

Bodemsanering is het proces om de bodem te herstellen van bodemverontreiniging. Het principe “de vervuiler betaalt” is van belang voor de kosten van sanering. Wanneer verontreinigende activiteiten lang geleden plaatsvonden, is het lastig om het principe toe te passen. Dan spreekt men van weesverontreiniging.  De belangrijkste bron van bodemweesverontreiniging zijn vroegere industriële activiteiten. Dit heeft geleid tot bodemverontreiniging met metalen, teer en gevaarlijke stoffen. Hierdoor moet de bodem gesaneerd worden met overheidsmiddelen. 

Green Deal: bodemstrategie 

Het doel van de Europese Commissie is dat 75% van de bodem tegen 2030 gezond is. In 2050 moet bodemverontreiniging tot nul worden teruggebracht. In de loop van 2021 zal de Commissie een nieuwe bodemstrategie publiceren. De huidige strategie stamt uit 2006. In de nieuwe strategie wil Commissie de groeiende bedreiging van landdegradatie aanpakken en de inspanningen voor het saneren van verontreinigde grond verhogen. De Commissie heeft aangegeven een EU-prioriteitenlijst van bodemverontreinigende stoffen op te stellen. In 2006 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een Europese Kaderrichtlijn bodem. Dit trok ze in 2014 in na een negatief advies van de Raad.  

Bossen

Bossen en beboste gebieden zijn belangrijke natuurgebieden voor de biodiversiteit en voor het bestrijden van klimaatverandering. De vraag naar land, houtproducten en energie zetten deze gebieden onder druk.

Er is geen specifieke Europese regelgeving voor bossen. De bescherming van de kwantiteit en kwaliteit van bossen is wel opgenomen in andere Europese wet- en regelgeving. Zo zijn in bijlage I van de Habitatrichtlijn (Richtlijn 92/43) de bossen opgenomen die onder Natura 2000 beschermd moeten worden. In Nederland vallen acht typen bos onder bescherming van Natura 2000. Daarvoor moet een beheerplan worden opgesteld.  

De richtlijn hernieuwbare energie (RED II; Richtlijn 2018/2001)bevat duurzaamheidscriteria voor bosbiomassa. Bio-energie mag niet geproduceerd worden uit grondstoffen van land met een hoge biodiversiteitswaarde. Ook stelt het aanvullende eisen voor bosbiomassa. Zo moeten gebieden waar bomen gekapt worden ten behoeve van biomassa worden herbebost.  

Ook is er regelgeving op het gebied van hout en houtproducten zoals bijvoorbeeld de houtverordening (Verordening 995/2010). De aankoop van hout of houtproducten kan onderdeel uitmaken van overheidsopdrachten. Hout is bij voorbeeld een onderdeel van bouwwerken, meubilair of van vloerbedekking. Sinds 2010 mogen gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat alleen nog maar duurzaam hout inkopen voor overheidsopdrachten. Er zijn verschillende soorten keurmerken die aangeven of hout als duurzaam gekwalificeerd kan worden. Meer hierover leest u op keurmerken hout. 

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) biedt een belangrijk financieringskader voor bossen. Het plattelandsontwikkelingsbeleid kan worden ingezet voor investeringen in de ontwikkeling van het bosareaal en de verbetering van de levensvatbaarheid van bossen. Daarnaast kunnen duurzame bosbouwpraktijken zoals agroforestry in aanmerking komen voor subsidies.  

Green Deal: bossenstrategie

In juli 2021 publiceerde de Europese Commissie een nieuwe EU-bossenstrategie. De voorgaande strategie stamde uit 2013. Deze nieuwe strategie bevat maatregelen voor de bescherming en het herstel van bossen. Het belang van duurzame (her)bebossing en duurzaam bosbeheer staat centraal: het doel is om in 2030 minstens 3 miljard extra bomen in de EU te planten.

De strategie stelt maatregelen voor ter bevordering van innovatie en promotie van producten en materialen die een alternatief zijn voor producten uit fossiele materialen. De strategie wil daarnaast andere economische activiteiten dan houtproductie bevorderen, bijvoorbeeld ecotoerisme.  

De Europese Commissie heeft in juli 2021 een voorstel voor een nieuwe Richtlijn hernieuwbare energie (RED III) gepubliceerd. Dit voorstel scherpt de duurzaamheidscriteria voor (bos-)biomassa aan. 

Landgebruik

In Europa wordt land intensief gebruikt, bijvoorbeeld voor landbouw, woningbouw en infrastructuur. De manier waarop land wordt gebruikt heeft echter gevolgen voor het klimaat, milieu en natuur. Intensieve landbouw, verstedelijking en versnippering van het platteland zijn oorzaken van de achtergang van de biodiversiteit. Daarnaast zijn er zorgen over de directe en indirecte gevolgen van de verandering van landgebruik. De productie van biomassa voor bio-energie kan bijvoorbeeld leiden tot indirecte broeikasgasemissies door verandering in landgebruik. Ook kan de biomassaproductie de voedselproductie en de biodiversiteit verder onder druk zetten. 

Er is in Europa geen specifieke regelgeving voor landinrichting. Wel moedigt de EU duurzaam landgebruik aan. In de hernieuwbare energierichtlijn (RED II; Richtlijn 2018/2001 ) zijn duurzaamheidscriteria opgenomen die de gevolgen van verandering in landgebruik moeten beperken. Het gebruik van voedsel en voedergewassen voor de productie van biomassa wordt in de RED II-richtlijn bijvoorbeeld ontmoedigd: maximum 7% van biobrandstoffen in de vervoerssector mag afkomstig zijn uit voedsel en voedergewassen. Ook zijn er eisen voor biomassa afkomstig uit bossen. Deze richtlijn wordt aangevuld door gedelegeerde Verordening 2019/807. Hierin zijn de criteria voor de certificering van biobrandstoffen vastgesteld in de gevolgen van verandering in landgebruik .  

Landgebruik en landgebruiksverandering worden samen met de bosbouw ook wel de LULUCF sector genoemd (LULUCF: Land Use, Land Use Change and Forestry). De rol van LULUCF categorieën wordt steeds belangrijker in het bestrijden van klimaatverandering. Meer hierover vindt u op onze pagina CO2-reductie en emissiehandelssysteem. 

Kavelruil is een landinrichtingsinstrument waarmee de inrichting van de natuur en het landgebruik kunnen worden verbeterd. Het kan bijvoorbeeld versnippering tegengaan. Kavelruilprojecten kunnen in aanmerking komen voor POP3+ subsidies. Hierop kunnen staatssteunregels van toepassing zijn. Meer informatie hierover vindt u in deze praktijkvraag.  

Nationaal natuurbeleid 

De Wet natuurbescherming beschermt planten en diersoorten. De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het omzetten van Europees beleid naar nationaal beleid. Provincies werken de kaders vervolgens uit in provinciale strategieën. In het programma Natuur (2020) werken het rijk en de provincies gezamenlijk aan het versterken en verbeteren van de natuur en biodiversiteit. Het programma Natuur vormt een aanvulling op het Natuurpact (2013).   

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de basis van het natuurbeleid in Nederland. NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Eerder stond het ook wel bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk bestaat onder andere uit nationale parken en Natura 2000-gebieden. Het rijk en provincies zijn verantwoordelijk voor deze gebieden. Het NNN moet aansluiten op natuurgebieden in andere Europese landen. Samen moeten deze gebieden uiteindelijk een pan-Europees Ecologisch Netwerk vormen. 

Decentrale relevantie 

Het natuurbeleid in Nederland is gedecentraliseerd. Provincies zijn op grond van de Wet Natuurbeheer verantwoordelijk voor het natuurbeleid binnen hun provinciegrenzen. Provincies en gemeenten geven bijvoorbeeld vergunningen en ontheffingen af voor activiteiten in natuurgebieden. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de controle van aanvragen van omgevingsvergunningen, indien noodzakelijk het vragen van aanvullend natuuronderzoek en het verzorgen van toezicht en handhaving. Waterschappen, provincies en gemeenten zijn daarnaast verantwoordelijk voor de uitvoering van natuurbeleid.

Zo kunnen steden en stedelijke gebieden bijdragen aan het bevorderen van de biodiversiteit door meer groen te incorporeren. Hier zijn fondsen voor beschikbaar. De Commissie heeft bijvoorbeeld in de Biodiversiteitsstrategie aangegeven steden met ten minste 20.000 inwoners een plan voor stedelijke vergroening zouden moeten hebben. Deze plannen kunnen bijvoorbeeld maatregelen omvatten om groendaken, groenmuren en straten met bomen te creëren. Hiervoor wordt een Europees platform opgericht.

Natuurbeheer kan in aanraking komen met staatssteunregels. De Europese Commissie heeft namelijk in meerdere zaken geconcludeerd dat natuurbescherming gepaard kan gaan met activiteiten die economisch van aard zijn. Meer informatie hierover vindt u op onze pagina staatssteun en natuur, in onze praktijkvraag over staatssteunregels bij financiering van natuurbeheerders en de praktijkvraag rond steun voor natuurbeheer als compensatie voor de uitvoering van een dienst van algemeen economisch belang (daeb).