Drinkwater

Er zijn normen voor drinkwater vastgesteld op Europees niveau. Dit moet er voor zorgen dat het water dat voor menselijke consumptie bestem veilig geconsumeerd kan worden.

Europees drinkwaterbeleid 

De Europese regelgeving voor drinkwater wordt is opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (Richtlijn 2000/60) en de oude en nieuwe Drinkwaterrichtlijnen (Richtlijn 98/83 en Richtlijn 2020/2184) . 

De Kaderrichtlijn Water 

De Kaderrichtlijn Water (KRW, Richtlijn 2000/60/EG) is het kader voor de bescherming van grond- en oppervlaktewater in Europa. Voor de productie van drinkwater wordt grond- en oppervlaktewater gebruikt. De kwaliteits- en kwantiteitseisen uit de KRW zijn dus ook voor drinkwater van belang omdat deze Richtlijn eisen stelt aan de bron van het drinkwater. Een voorbeeld is het beperken van de emissie van chemische stoffen in het water: In de (KRW; 2000/60/EG) en de dochterrichtlijn Prioritaire Stoffen / milieukwaiteitsnormen (MKN; Richtlijn 2008/105) is hiervoor een lijst met stoffen  en concentratienormen opgenomen. Water dat gebruikt wordt voor de productie van drinkwater moet voldoen aan deze kwaliteitsnormen. 

Verder stelt artikel 7 van de KRW verdere eisen aan water dat bestemd is voor menselijke consumptie. Gebieden waar drinkwaterwinning plaatsvindt kwalificeren als beschermde gebieden. Beschermde gebieden en de daarbij horende kwaliteitseisen moeten door de lidstaten opgenomen worden in waterbeheer- en stroomgebiedbeheerplannen. De KRW stelt verder dat kwaliteit van deze waterlichamen zodanig moet worden beschermd en gewaarborgd dat het niveau van waterzuivering voor de productie van drinkwater kan worden verlaagd.  Meer informatie over de KRW en stroomgebiedbeheerplannen vind u op onze pagina waterbeheer.

De Drinkwaterrichtlijn 

In de Drinkwaterrichtlijn (Richtlijn 98/83) zijn de minimum kwaliteitsnormen voor drinkwater vastgelegd. Deze normen hebben betrekking op de monitoring, beoordeling en handhaving van de drinkwaterkwaliteit. Drinkwater moet regelmatig worden gecontroleerd aan de hand van verschillende microbiologische, chemische en indicatoren en parameters. Deze zijn opgenomen in Bijlage I van de Richtlijn.  

Lidstaten mogen aanvullende eisen opnemen of hogere normen stellen. Indien water een potentieel gevaar voor de volksgezondheid vormt, moet de levering van water worden beperkt of verboden en moeten herstelmaatregelen worden getroffen. Verbruikers moeten vervolgens ook worden geïnformeerd over de getroffen maatregelen.   

Stand van zaken 

In december 2020 is de nieuwe Drinkwaterrichtlijn, Richtlijn 2020/2184 aangenomen. De nieuwe Drinkwaterrichtlijn stelt aanvullende eisen met betrekking tot veiligheid, duurzaamheid en toegankelijkheid. Ook is de nieuwe Richtlijn beter afgestemd op de Kaderrichtlijn Water. De nieuwe Drinkwaterrichtlijn moet uiterlijk op 12 januari 2023 in nationale wetgeving zijn omgezet. Op dat moment vervalt Drinkwaterrichtlijn 98/83, die tot dat moment blijft gelden. 

Opkomende verontreinigende stoffen 

De nieuwe Drinkwaterrichtlijn pakt opkomende verontreinigende stoffen, zoals microplastics, PFAS, hormoon-ontregelaars en nieuwe soorten chemicaliën aan. Hiervoor zal de Europese Commissie ‘aandachtstoffenlijsten’ op stellen. De eerste aandachtstoffenlijst zal uiterlijk in januari 2022 worden vastgesteld. De aandachtstoffenlijst zal consequenties hebben voor de controle en de behandeling van het drinkwater. Uiterlijk in 2024 zal de Commissie verdergaande technische richtsnoeren voor de monitoring van PFAS vaststellen en gedelegeerde handelingen voor de monitoring van microplastics. 

Materialen die in contact komen met water dat voor menselijke consumptie bestemd is 

De nieuwe Drinkwaterrichtlijn stelt verder nadere eisen aan materialen, behandelingschemicaliën en filtermaterialen die in contact komen met water dat voor menselijke consumptie bestemdis. Deze minimumvereisten gelden voor nieuwe behandelinstallaties en bestaande installaties in geval van herstellings- of verbouwingswerken. 

Risicobeoordeling en beheer 

Om de veiligheid van water in het voorzieningssysteem te waarborgen introduceert de nieuwe Drinkwaterrichtlijn (2020/2184) een risicogebaseerde benadering. Hiervoor moeten de gevaren die bij de onttrekking, de behandeling, de opslag en de distributie van drinkwater worden geïdentificeerd. Deze gevaren worden beoordeeld op het risico dat zij vormen voor menselijke consumptie. Op basis van deze risicobeoordeling moeten risicobeheersingsmaatregelen ter preventie en beheer van de vastgestelde risico’s worden genomen. 

Deze risicobeoordeling voor de gebieden waar water wordt onttrokken dat voor menselijke consumptie is bestemd moet voor de eerste keer uiterlijk op 12 juli 2027 zijn uitgevoerd. De risicobeoordeling en het risicobeheer van het watervoorzieningssysteem en van  huishoudelijke leidingnetten moet uiterlijk 12 januari 2029 zijn uitgevoerd.  

Lekverlies en waterlekkage 

Om waterverlies in waterleidingsnetwerken en systemen tegen te gaan en droogte te bestrijden moeten de lidstaten een beoordeling van het lekverlies op hun grondgebied en mogelijkheden tot verbetering opstellen. Deze resultaten moeten in 2026 met de Commissie worden gedeeld. Op basis hiervan stelt de Commissie gedelegeerde handelingen vast. In 2030 moeten lidstaten een actieplan indienen om het percentage lekkage uit netwerken te verminderen.  

Toegang tot kraanwater 

Daarnaast introduceert de Richtlijn verplichtingen voor lidstaten om de toegang tot veilig drinkwater, en tot informatie over de kwaliteit van het water te verbeteren. Dit moet onder andere het gebruik van plastic flessen verminderen. Zo moeten lidstaten ervoor zorgen dat tappunten buiten en binnen in openbare ruimten worden geplaatst. Ook moeten maatregelen worden genomen om de toegang tot kraanwater voor kwetsbare en gemarginaliseerde groepen te waarborgen. Daarnaast worden informatiecampagnes rondom de consumptie van kraanwater aangemoedigd. 

Nationaal drinkwaterbeleid 

In Nederland zijn de Europese richtlijnen met betrekking tot drinkwater geïmplementeerd in de Drinkwaterwet en de daarbij horende besluiten. Hierin is bepaald dat het Rijk verantwoordelijk is voor het drinkwatervoorzieningsbeleid. De Rijksoverheid stelt dus de kaders en voorwaarden voor de drinkwatervoorziening. Drinkwaterbedrijven hebben de taak om drinkwater van goede kwaliteit te leveren.  

Decentrale relevantie 

In Nederland zijn drinkwaterbedrijven verantwoordelijk voor de levering van voldoende drinkwater van goede kwaliteit. Provincies, gemeenten en waterschappen zijn betrokken bij deze taak. Zij zijn (mede)verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van het water in Nederlanden dragen zorg voor de bescherming van drinkwaterbronnen en de infrastructuur. 

Waterschappen zijn hoofzakelijk betrokken bij de kwaliteits- en kwanteitswaarborging van het (oppervlakte)water. De minimumvereisten op het gebied van verschillende microbiologische, chemische en indicatorparameters en de opkomende stoffen in de aandachtlijst zijn dan ook voor waterschappen van belang, bijvoorbeeld bij het zuiveren van het afvalwater.  

Ook provincies zijn betrokken bij de bescherming van grondwaterwinningsgebieden en oppervlaktewater. Zij bewaken de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater en verlenen watervergunningen aan bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven om grondwater te onttrekken voor het bereiden van drinkwater. Hierdoor zullen zij worden betrokken bij de risicobeoordeling voor de onttrekkingsgebieden voor onttrekkingspunten die geldt op basis van de nieuwe drinkwaterrichtlijn.  

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de drinkwatervoorziening. Ze moeten ervoor zorgen dat activiteiten in de openbare ruimte geen risico vormen voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld bij het afgeven van milieu- en bouwvergunningen. Daarnaast zijn gemeenten betrokken bij de toegang tot veilig en voldoende drinkwater. Zo dragen gemeenten zorg voor de nooddrinkwatervoorziening, en spelen ze een rol bij het plaatsen van drinkwatertappunten en informatiecampagnes.