Waterbeheer

Er is in Europa een groeiende vraag naar water voor huishoudens en economische en industriële activiteiten. Tegelijkertijd zetten ook watervervuiling en klimaatverandering de vraag naar water steeds meer onder druk. De bescherming en het beheer van water overstijgt de nationale grenzen. De Europese Unie heeft daarom regels opgesteld voor het waterbeheer en de bescherming van de kwaliteit van het water. Daarnaast beoogt de EU duurzaam gebruik van water op lange termijn te waarborgen. Tevens speelt water een belangrijke rol in klimaatadaptatie.

Decentrale overheden hebben diverse taken op het gebied van waterbeheer. Zo moeten ze de kwaliteit van water bewaken en burgers beschermen tegen overstromingsrisico’s.

Waterbeheer in de Green Deal

Het streven van de Europese Commissie is om de vervuiling van water tot nul terug te brengen. De EU-strategie duurzaam gebruik van chemische stoffen, het actieplan om lucht-, water- en bodemvervuiling tot nul terug te brengen en de Farm to Fork strategie bevatten voorstellen om deze doelstelling te realiseren. Zo moet de wetgeving gemoderniseerd worden om chemische verontreiniging en vervuiling door microplastics terug te drinken.

Europees waterbeleid

Het waterbeleid in de Europese Unie is hoofdzakelijk vastgelegd in twee kaders: de Kaderrichtlijn water en de Kaderrichtlijn mariene strategie. Deze juridische kaders zijn aangevuld met meerdere specifieke richtlijnen.

Kaderrichtlijn Water

De Kaderrichtlijn Water (KRW) (2000/60/EG) is de basis voor de bescherming en het beheer van landoppervlaktewater, overgangswateren, kustwater en grondwater. De Richtlijn heeft als doel de kwaliteit van deze wateren en de daarbij behorende ecosystemen te beschermen en waar nodig te herstellen. Daarbij beoogt het de vervuiling van waterlichamen te verminderen en voorkomen, duurzaam watergebruik te bevorderen en de effecten van overstromingen en droogte te beperken. Uiterlijk in 2027 moeten de door de KRW aangewezen wateren voldoen aan de vastgestelde doelen. In Nederland zijn dat de stroomgebieden van de Eems, Rijn, Maas en Schelde.

De KRW wordt aangevuld met andere wetgeving die ingaat op specifieke aspecten van het waterbeleid. De Richtlijn heeft twee dochterrichtlijnen: de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn Prioritaire stoffen. Deze Richtlijnen leggen normen voor grondwater en oppervlaktewater vast.

Doelstellingen van de Kaderrichtlijn water

De KRW heeft twee doelstellingen: een goede chemische toestand en een goed ecologisch potentieel van het water. Voor oppervlaktewater stelt de richtlijn eisen aan de chemische en ecologische kwaliteit. Voor grondwater stelt de regelgeving eisen aan de kwantiteit en de chemische kwaliteit van het water. Eisen die daarop zien zijn zowel uitgewerkt in de bijlage van de KRW als ook in overige Richtlijnen, zoals de Grondwaterrichtlijn en de Richtlijn Prioritaire stoffen. De doelstellingen van de KRW moeten uiterlijk in 2027 bereikt zijn. Zie onze praktijkvraag voor meer informatie over de voortgang hiervan.

Voor beschermde gebieden zoals drinkwateronttrekkingsgebieden, zwemwater, nutriëntengevoelige gebieden en Natura 2000-gebieden stelt de KRW aanvullende eisen. De Richtlijn verwijst hierbij naar specifieke regelgeving, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR), de Nitraatrichtlijn en de Richtlijn behandeling stedelijk afval. Wanneer meerdere richtlijnen betrekking hebben op hetzelfde gebied dan moet rekening geworden met de meest kritische gestelde doelstellingen en de strengst gestelde eisen. Meer informatie over deze Richtlijnen vindt u op onze specifieke pagina’s drinkwater, zwemwater en Natura 2000, afvalwater en meststoffen.

Voor elk stroomgebiedsdistrict moet een maatregelenprogramma, oftewel stroomgebiedbeheerplan (SGBP) worden opgesteld. Hierbij moet rekening gehouden worden met alle Europese wetgeving voor waterbescherming. De relevante richtlijnen ziet u hieronder. Ook worden ‘factsheets’ opgesteld met gedetailleerde informatie per waterlichaam.  

Relevante water wet- en regelgeving
  • Zwemwaterrichtlijn (2006/7/EG)
  • Vogel- en Habitatrichtlijn (79/409/EEG & 92/43/EEG)
  • Drinkwaterrichtlijn (98/83/EG)
  • Richtlijn zware ongevallen SEVESO (2012/18/EG)
  • Milieueffectrapportagerichtlijn (85/337/EEG) & (2001/42/EG)
  • Zuiverringsslib-richtlijn (86/278/EEG)
  • Richtlijn behandeling stedelijk afvalwater (91/271/EEG)
  • Pesticiden regelgeving:
    • Verordening gewasbeschermingsmiddelen (1107/2009/EG0
    • Biocidenverordening (528/2012/EU)
    • Richtlijn duurzaam gebruik van pesticiden (2009/128/EG)
  • Nitraatrichtlijn (91/676/EEG)
  • Richtlijn industriële emissies (2010/75/EG)
  • Richtlijn prioritaire stoffen (2008/105/EC)
  • Grondwaterrichtlijn (2006/118/EG)

Voor de implementatie van de KRW zijn er verschillende ‘guidance documents’ opgesteld door de Europese Commissie. Ook Stowa (het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders) heeft een handleiding uitgebracht voor het bereiken van de KRW-doelen.

Stand van Zaken

In december 2019 publiceerde de Europese Commissie het resultaat van een evaluatie (fitness check) van de Europese waterwetgeving. Deze had betrekking op de Kaderrichtlijn water, de Grondwaterrichtlijn, de Richtlijn overstromingsrisico’s (ROR-richtlijn; Richtlijn 2007/60/EG), en de Richtlijn voor Milieukwaliteitsnormen voor oppervlaktewater Richtlijn 2008/105/EG. Hierin stelde de Commissie dat na 2027 de uitzonderingsmogelijkheden die nu gelden op basis van artikel 4 van de KRW beperkt worden. Verder zal de Commissie in 2022 een voorstel publiceren voor een richtlijn om chemische watervervuiling aan te pakken. 

Kaderrichtlijn mariene strategie

De Kaderrichtlijn mariene strategie (KRM; 2008/56/EC) is de milieurechtelijke basis voor de bescherming en beheer van mariene wateren in de EU. De Richtlijn heeft als doel om een goede milieu toestand van de mariene wateren in de EU te waarborgen. Het is gericht op het verminderen en voorkomen van vervuiling en het handhaven van de biodiversiteit.

Het waterbeheer onder de KRM is gebaseerd op mariene regio’s: de Oostzee, de noordoostelijke Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. Lidstaten moeten strategieën voor hun mariene wateren opstellen om een goede milieutoestand te bereiken. Deze strategieën worden elke zes jaar geëvalueerd.

De KRM wordt aangevuld door de Richtlijn Maritieme ruimtelijke planning voor de duurzame ontwikkeling en groei van maritieme gebieden van Europa (Richtlijn 2014/89). Deze Richtlijn coördineert EU-breed de nationale, regionale of lokale planning in gemeenschappelijke water volgens bepaalde minimumeisen. Dit moet conflicten tussen gebruiksvormen voorkomen.

Aanpak watervervuiling en verontreiniging

Om water te beschermen tegen de risico’s van chemische stoffen is er uitgebreide EU-wetgeving op dit gebied. De Europese regels op het gebied van vervuilende stoffen zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de REACH-verordening, de Kaderrichtlijn Water, de POP-verordening, de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-Richtlijn) en de Richtlijn voor het duurzaam gebruik van pesticiden. Zo moet de RIE-richtlijn waterverontreiniging door emissies beperken door het toepassen van de best beschikbare technieken. Meer informatie over deze Richtlijnen vindt u op onze pagina zeer zorgwekkende stoffen, pesticiden, en industriële emissies.

Verder is water ook opgenomen in de MER-richtlijn. Zo moet een prognose van de soort en hoeveelheid van de waterverontreinigingen en overige effecten op het water in het milieueffectenboordelingsrapport staan. Ook het afvalbeleid speelt een rol bij het aanpakken van watervervuiling: de Richtlijn Verpakking en verpakkingsafval (Richtlijn 94/62/EG) en de Single Use Plastics Richtlijn (2019/904)  moeten bijvoorbeeld zwerfafval in het water voorkomen en verminderen.  Meer informatie vindt u op onze pagina’s afvalbeheer, verpakkingsafval en kunststofafval.

Nationaal waterbeleid

Belangrijke Nederlandse wetgeving over water is te vinden in de Waterwet, het Waterbesluit en de Wet milieubeheer. In deze wetten is de implementatie van de Kaderrichtlijn Water en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie geregeld. De Rijksoverheid heeft een coördinerende rol en biedt de kaders voor het waterbeheer. De hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren zijn vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022-2027. Grote delen van de huidige Waterwet zullen in januari 2023 overgaan in de Omgevingswet.

Decentrale Relevantie Waterbeleid

Gemeenten, waterschappen, provincies zijn nauw en intensief betrokken bij het uitvoeren van het Europese waterbeleid. Provincies zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en kwantiteit van grondwater, waterschappen voor het beheer van oppervlaktewater dat onder regionale wateren valt. Grotere wateren, zoals de zee en rivieren, vallen onder de verantwoordelijkheid van de rijksoverheid.

Provincies wijzen aanvullende strategische voorraden (ASV’s) aan. Dit zijn gebieden die mogelijk als drinkwatervoorziening kunnen dienen. Zulke voorraden zijn nodig om te voorzien in de verwachte stijgende vraag naar drinkwater. Ook verlenen provincies vergunningen aan drinkwaterbedrijven en andere bedrijven waarin ze bepalen hoeveel grondwater deze mogen oppompen. Tot slot hebben provincies een grote rol in het natuurbeleid, dat ook van belang is bij waterbeheer.

Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor stedelijk waterbeheer en riolering.

Het Europees waterbeleid leidt dus tot verplichtingen voor decentrale overheden. Niet alleen zijn decentrale overheden betrokken bij het vaststellen van doelstellingen voor grond- en oppervlaktewater, stroomgebiedbeheersplannen en maatregelingspakketten maar ook bij de uitvoering hiervan. De KRW-doelstellingen moeten in regionale waterprogramma’s worden opgenomen. De kwaliteitseisen uit de KRW voor grond- en oppervlaktewater moeten door decentrale overheden worden behaald. Daarnaast moet er bij het uitvoeren van het beleid en het verstrekken van vergunningen rekening gehouden worden met alle Europese waterwetgeving zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Nitraatrichtlijn en de Richtlijn Prioritaire Stoffen. Meer informatie daarover vindt u op de pagina’s Natura 2000, meststoffen en zeer zorgwekkende stoffen.

Financieringsmogelijkheden

Er zijn verschillende financieringsmogelijkheden om lidstaten te helpen bij het aanpakken van waterbeheerproblemen en risicopreventie op het gebied van landbouw, infrastructuur en milieu. Zo bieden structuur- en cohesiefondsen mogelijkheden om kapitaalintensieve investeringen in waterinfrastructuur mede te financieren.  Meer informatie over Europese fondsen vindt u in de EU-fondsenwijzer. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) bevordert daarnaast duurzaam waterbeheer via plattelandsontwikkeling en randvoorwaarden. Meer informatie over het GLB en de daarbij horende POP3+ subsidies vindt u op onze pagina GLB.