Concessies openbaar vervoer

Gemeenten krijgen vaak te maken met het aanbesteden van het openbaar vervoer (OV) binnen hun gebied. Dit gaat meestal via een concessieovereenkomst.

Op deze pagina leest u meer over wat een concessie voor het OV inhoudt en over de verschillende concessietermijnen.

Daarnaast behandelen we de mogelijkheden tot ontheffing van de aanbestedingsplicht, inbesteden en de mogelijkheid om een zogenoemd exclusief recht toe te kennen.

Wat is een concessie?

Een concessie is het alleenrecht om openbaar vervoer te verrichten in een bepaald gebied gedurende een bepaalde periode. Een concessie voor het uitvoeren van openbaar vervoersdiensten is vergelijkbaar met een overheidsopdracht voor diensten.

Het verschil is dat er bij een overheidsopdracht een vergoeding tegenover staat en dat via een concessie een partij het recht krijgt de vervoersdienst te exploiteren. Het kan zijn dat de concessiehouder het geld niet zelf int maar dat de gelden lopen via de concessiegever (hier vaak de gemeente of provincie).

Voor het OV geldt op grond van de Nederlandse Wet Personenvervoer 2000 (Wp2000) dat een bevoegde autoriteit een concessie moet verlenen voordat de vervoerder openbaar vervoer mag verrichten. In Nederland is deze autoriteit vaak een gemeente of in het geval van regionaal openbaar vervoer per trein de provincie of plusregio.

In de concessierichtlijn worden concessies in het openbaar vervoer die onder de PSO-verordening vallen uitgezonderd van de reikwijdte van deze richtlijn.

Concessietermijnen

Voor concessies voor openbaarpersonenvervoer geldt een maximale looptijd. Deze concessietermijn voor personenvervoer per bus is maximaal 10 jaar. Voor openbaarpersonenvervoer per trein geldt een maximale termijn van 15 jaar als men de concessie aanbesteedt. Bij een onderhandse gunning van dit vervoer geldt net als bij vervoer per bus een maximum van tien jaar. Het onderhands gunnen kan hier bij uitzondering, op basis van de PSO-verordening.

De termijn voor multimodale concessies is ook vijftien jaar als spoorvervoer hier minimaal 50 % van uitmaakt. Multimodaal vervoer is vervoer dat op één contract, op één traject, bij één vervoerder plaatsvindt, waarbij er twee of meer verschillende vervoersvormen worden gebruikt.

Verlenging concessietermijn

Concessietermijnen kunnen onder voorwaarden met de helft van de concessieduur verlengd worden. Voor aanbestede concessies geldt dat verlenging dan wel aangegeven moet zijn in de aanbestedingsprocedure. Verlenging kan alleen onder de voorwaarden genoemd in artikel 4 van de PSO-verordening.

Verschil concessietermijn PSO-verordening en Wp2000

De huidige concessietermijn van artikel 24 Wet Personenvervoer 2000 (Wp2000) moet nog worden aangepast aan de nieuwe PSO-verordening (artikel 4). De huidige Wp2000 spreekt namelijk in artikel 24 over een maximale concessietermijn voor openbaar vervoer van – in de meeste gevallen – acht jaar. Voor deze termijn gelden verlengingsmogelijkheden. Het wetsvoorstel wijziging wp2000 is in mei 2012 door de Eerste Kamer verworpen.

Decentrale overheden moeten zelf goed kunnen onderbouwen waarom ze voor een bepaalde duur van een concessietermijn hebben gekozen op een bepaald vervoerstraject.

Regionaal openbaar vervoer per spoor

Voor regionaal openbaar vervoer per spoor geldt een apart, aanvullend regime. Dit regime staat uitgelegd onder regionaal openbaar vervoer per trein.

Ontheffing aanbestedingsplicht concessies openbaar vervoer

Uitgangspunt van de huidige regelgeving is dat gemeenten en provincies een concessie voor het openbaar vervoer, anders dan per trein, moeten aanbesteden. Verdere uitleg hierover vindt u onder inbesteden openbaar vervoer.

Exclusief recht onder de PSO-Verordening

Decentrale overheden kunnen aan een exploitant van openbaar vervoersdiensten een exclusief recht toekennen. Meer over exclusief recht en de PSO-Verordening vindt u hier.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Praktijkvragen Concessies openbaar vervoer

Moet openbaar vervoer in grote steden wel of niet aanbesteed worden?

De afgelopen jaren was er in de media regelmatig aandacht voor de verplichte aanbesteding van het openbaar vervoer. Met name over de vraag of er in de grote steden verplicht aanbesteed dient te worden en of inbesteding (‘in-house’ opdrachtverlening) mogelijk is leek onzekerheid te zijn. Wat is nu de stand van zaken? Mogen de vier grote steden in Nederland hun vervoer uiteindelijk inbesteden?

Bekijk het antwoord

X