Vervoersinfrastructuur

Decentrale overheden zijn verantwoordelijk voor het aanleggen en onderhouden van algemeen openbaar toegankelijke infrastructuur. Ook dragen zij meestal de kosten hiervan. Meestal is er geen sprake van staatssteun. Is de infrastructuur niet algemeen toegankelijk? Of wordt deze beheerd door een onderneming? Dan moeten steunmaatregelen wel getoetst worden aan de staatssteunregels. Ten slotte kan ongeoorloofde staatssteun voorkomen worden door het inrichten van een DAEB.

Algemeen toegankelijk

Infrastructuurvoorzieningen moeten algemeen toegankelijk zijn voor alle potentiële eindgebruikers om de niet onder staatssteun te vallen. Dit is vastgesteld in de beschikkingen ‘Pilot Transferium Sittard’ en ‘Mill en st. Hubert’. Bij infrastructurele werken moet rekening gehouden worden met de aanbestedingsregels.

Infrastructuur voor bepaalde ondernemingen

Wanneer infrastructuurvoorzieningen, die uitsluitend toekomen aan duidelijk identificeerbare eindgebruikers gesteund worden, kan er wel sprake van staatssteun zijn. Een voorbeeld is een parkeervoorziening voor vrijwel exclusief gebruik van één bedrijf.

Wanneer een decentrale overheid een dergelijke maatregel wil subsidiëren, moet deze aangemeld worden bij de Commissie.

Staatsteunregels

Op staatssteun aan de vervoersinfrastructuursector zijn de volgende algemene staatssteunregels van toepassing:

Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV);
Richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun;
Kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie;
De-minimis vrijstellingsverordening.

Beheer infrastructuur

Als de infrastructuur wordt beheerd door een onderneming, moeten overheidssubsidies worden getoetst op staatssteun. Er moet een open, niet-discriminerende en onvoorwaardelijke aanbestedingsprocedure plaatsvinden, zodat de prijs overeenkomt met de marktprijs. Als er geen aanbestedingsprocedure gevolgd wordt, gelden twee voorwaarden:

– Een overheidsbijdrage is noodzakelijk om de uitvoering te realiseren;
– Steun mag niet leiden tot dusdanige verstoring van mededinging dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

Dienst van Algemeen Economisch Belang

Decentrale overheden kunnen een DAEB vestigen om ongeoorloofde staatssteun te voorkomen. Dit is mogelijk voor niet-rendabele infrastructuur, bijvoorbeeld het subsidiëren van fietsenstallingen bij stations.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Jurisprudentie Vervoersinfrastructuur

Vervoersinfrastructuur

Vervoersinfrastructuur

Overheidsbijdrage Maasvlakte II geen staatssteun

De Europese Commissie heeft op 24 april 2007 Nederland toestemming gegeven de uitbreiding van de Rotterdamse haven, het project Ontwikkeling mainport Rotterdam (steunmaatregel nr. N 60/2006), financieel te steunen.

Doel van dit project is de uitbreiding van de haven. Deze beslaat 10 500 ha en is zeer belangrijk voor de nationale en regionale economie. Door tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar dok- en havengebieden, zal het project ruimtegebrek in de Rotterdamse haven voorkomen.

Het ontwikkelingsproject bestaat uit:
– Uitbreiding van het bestaande havengebied door de aanleg van Maasvlakte II, een bedrijventerrein van ongeveer 1000 ha ten westen van de huidige Maasvlakte I. Het nieuwe gebied zal door middel van landaanwinning worden aangelegd;
– Aanleg van een zeevaarttoegang door het huidige havengebied om Maasvlakte II voor zeeschepen toegankelijk te maken;
– Aanleg van een natuur- en recreatiegebied van 750 ha.

Dit project – dat € 2,8 miljard zal kosten – zal voornamelijk door het Havenbedrijf Rotterdam worden gefinancierd. Het Havenbedrijf Rotterdam is een privaatrechtelijke vennootschap waarvan alle aandelen momenteel in handen zijn van de gemeente Rotterdam. De Nederlandse staat zal € 571 miljoen bijdragen in de financiering van de openbare infrastructuur en zal voor € 500 miljoen nieuwe aandelen kopen in het Havenbedrijf Rotterdam.

Infrastructuur

De Nederlandse staat zal bijdragen in de aanleg van de infrastructuur die niet commercieel kan worden geëxploiteerd (een zeewering, een spoorbaan, een weg, pijpleidingen en kabelgoten, het doortrekken en verbreden van de bestaande zeevaarttoegang). De rijksbijdrage heeft geen betrekking op investeringen in havenfaciliteiten die inkomsten voor het Havenbedrijf kunnen genereren (bijvoorbeeld door het aanrekenen van commerciële vergoedingen voor het gebruik van faciliteiten, het verhuren van nieuwe terminals enz.).

Grondprijs

Het Havenbedrijf zal de marktprijs betalen voor de pacht van de gronden waarop de haven zal worden uitgebreid. Daarom is de Commissie tot de conclusie gekomen dat deze maatregel geen staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU inhoudt.

Market Economy Investor Principle

De Nederlandse overheid betaalt ook een marktprijs voor de nieuwe aandelen en zal delen in de inkomsten van het Havenbedrijf Rotterdam. De Commissie heeft vastgesteld dat het besluit van de Nederlandse overheid op winstvooruitzichten berust. Daar de Nederlandse overheid bij de aankoop van aandelen als een particuliere investeerder handelt (het MEIP ), wordt deze aankoop evenmin als staatssteun beschouwd.

Infrastructuur voor culturele, sport- en recreatie-evenementen

Gemeente Rotterdam en Ahoy (21 oktober 2008)

C 4/08, ex N 97/07. De Europese Commissie heeft op 21 oktober 2008 een investering van 42 miljoen euro door de gemeente Rotterdam in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis, een onderdeel van het Ahoy’-complex, goedgekeurd. Een diepgaand onderzoek heeft uitgewezen dat de investering geen onrechtmatig voordeel toekent aan de exploitant van het complex of aan enige andere onderneming, omdat de overeenkomsten met de gemeente Rotterdam tegen marktvoorwaarden (het zogenaamde market economy investor principle ) zijn gesloten. De Commissie heeft geconcludeerd dat de maatregel geen staatssteun inhoudt. Deze beschikking is interessant voor andere decentrale overheden die investeren in accommodaties voor culturele, sport- en recreatie-evenementen.

Het Ahoy’-complex omvat een Sportpaleis, tentoonstellingshallen en een groot vergader- en congrescentrum. Het biedt onderdak aan een groot aantal verschillende evenementen zoals tentoonstellingen, conferenties, handelsbeurzen, shows, concerten en sport- en maatschappelijke evenementen. In 2006 privatiseerde Rotterdam de exploitatie van het Ahoy’-complex en verhuurde het gebouw aan de exploitant, Ahoy Rotterdam N.V.. Als eigenares van het complex investeert de gemeente thans in de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis.

In februari 2007 meldde de gemeente Rotterdam de voorgenomen investering bij de Commissie om rechtszekerheid te verkrijgen, waarbij zij het standpunt innam dat de investering geen staatssteun vormde, omdat de gemeente geen selectief voordeel aan de exploitant van het complex verschafte. De Europese Commissie opende op 30 januari 2008 een officieel onderzoek (steunmaatregel nr. C 4/2008) naar de geplande investering in de renovatie en ontwikkeling van het Ahoy’-complex. Ze onderzocht de voorwaarden waaronder de transacties tussen de gemeente en de exploitant van het complex zijn gesloten. Na het onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat noch de aangemelde investering in het Sportpaleis, noch de daarmee samenhangende verkoop- en verhuurtransacties in verband met de exploitatie van het complex een onrechtmatig voordeel aan de exploitant of aan enige andere onderneming verlenen. Met name kwam zij tot de conclusie dat de prijs van de aandelen in Ahoy’-Rotterdam N.V. en de huurprijs voor het Ahoy’-complex marktconform zijn.

Nieuws Vervoersinfrastructuur

Duitse steunmaatregel van € 300 miljoen voor laadpalen elektrische auto’s rechtmatig

De Europese Commissie heeft het voorstel van Duitsland om € 300 miljoen te investeren in laadpalen voor elektrische auto’s gehonoreerd. Volgens de Commissie is de steunmaatregel in overeenstemming met de EU-staatssteunregels. Ook dicht de maatregel een gat in de markt zonder daarbij de interne markt onnodig te verstoren.
Lees het volledige bericht

EU Transport Scoreboard: Nederland beste infrastructuur

Op 27 oktober heeft de Europese Commissie de nieuwe editie van het ‘EU Transport Scoreboard’ gepubliceerd. Nederland staat voor de derde keer op rij op de eerste plek. Het scoreboard vergelijkt de Europese lidstaten op 30 verschillende indicatoren met betrekking tot transport. De informatie voor het scoreboard is verkregen uit publieke bronnen als Eurostat, World Economic Forum en European Environment Agency.

Lees het volledige bericht

Provincie Limburg en Rijksoverheid investeren in internationale spoorverbinding

De provincie Limburg gaat in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur en Milieu 58 miljoen euro investeren in de uitbreiding van grensoverschrijdende spoorverbindingen. Deze afspraak is gemaakt tijdens de TEN-T dagen op 20 en 21 juni jl. in Rotterdam. Treinreizen voor Nederlanders, Belgen en Duitsers in het Limburgs grensgebied wordt hierdoor makkelijker.

Lees het volledige bericht

Nieuwe CEF transport calls in najaar 2016 verwacht

De Europese Commissie heeft de werkprogramma’s 2016 voor de Connecting Europe Facility (CEF) transport vastgesteld. Deze werkprogramma’s zijn het uitgangspunt voor nieuwe calls in het najaar van 2016. Naar verwachting zijn drie calls interessant voor Nederlandse belanghebbenden; vrachtvervoersdiensten, reductie van geluidsoverlast op het spoor en synergieprojecten tussen transport en energie.

Lees het volledige bericht

Praktijk Vervoersinfrastructuur

Vervoersinfrastructuur praktijk

Pilot Transferium Sittard: staatssteun bij investering in infrastructuur

Waarom belangrijk?
De Commissie heeft zich in april 2000 uitgelaten over verleende steun door de overheid aan het bedrijf Q-Park voor de bouw van een transferium. Uit dit voorbeeld blijkt dat dergelijke steun valt onder staatssteun en daarom ook zal moeten worden aangemeld. Uiteindelijk verklaarde de Commissie in haar Besluit (voorheen Beschikking) nr. N464/99 de steun voor infrastructuur wel verenigbaar met het Verdrag, als infrastructuur op niet-discriminerende basis algemeen toegankelijk is.

Doel
Het doel van de maatregel was het mogelijk maken van een transferium bij Sittard. Door de bouw van het transferium zou het aantrekkelijker worden om gebruik te maken van het openbaar vervoer in plaats van de auto.

Aanmelden van de steun
Staatssteun voor vervoerinfrastructuur hoeft in principe niet te worden aangemeld zolang de infrastructuur op niet-discriminerende basis toegankelijk is voor alle potentiële gebruikers. Echter, als een onderneming die losstaat van de overheid de infrastructuur beheerd -zoals hier het geval was- moet de steun wel getoetst en dus aangemeld worden. Bovendien was er geen openbare aanbesteding gehouden, zodat niet bij voorbaat zeker was dat de steun een marktconforme prijs bedroeg.

Beoordeling van de steun
De steun werd door de Commissie getoetst aan artikel 93 VWEU (oud artikel 73 EG-Verdrag). Artikel 93 VWEU is van toepassing als voldaan wordt aan twee voorwaarden:
– Overheidsbijdrage moet noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project;
– Steun mag niet leiden tot een zodanige concurrentiestrijd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

In Transferium Sittard werd voldaan aan de voorwaarden. De steunmaatregel werd noodzakelijk geacht aangezien er een substantieel exploitatierisico bleef bestaan voor de private onderneming (Q-Park) en uit een extern rapport bleek dat de steun niet zou leiden tot hoge rendementsverwachtingen.

Door het specifieke karakter van het transferium viel er ook geen concurrentie met naburige landen te verwachten. Het zou immers onrealistisch zijn om te veronderstellen dat een Nederlandse forens naar bijvoorbeeld Duitsland rijdt om daar de trein naar Nederland te pakken.

Bron: Beschikking N464/99 van de Commissie.
Dit voorbeeld wordt ook besproken in B. Hessel, ‘Staatssteun en EG-recht’ (p. 248-253) en de ‘Checklist Staatssteun 2004’ van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (p. 84-87).

Steunmaatregel Gelderland: stimuleren milieubescherming en innovatie openbaar vervoer

Waarom belangrijk?
In juli 2006 heeft de Commissie een steunmaatregel van de provincie Gelderland goedgekeurd. Deze maatregel houdt een subsidieregeling in voor milieubescherming en innovatie in het openbaar vervoer in Gelderland. Binnen de regeling zijn vier categorieën aan te merken:
– Niet-economische activiteiten die worden uitgevoerd door NGO’s en lagere overheden;
– Technische innovatie in het openbaar vervoer;
– Innovatie in mediacampagnes en communicatie op het gebied van milieu;
– Innovatie in milieubescherming.

In de beschikking van de Commissie blijkt duidelijk welke regimes per categorie van toepassing zijn.

Doel
Het doel van de steunmaatregel is het stimuleren van innovaties in en ten behoeve van het openbaar vervoer die tot doel hebben:
– Instandhouding en verbetering van de basismobiliteit, of;
– Het verhogen van de kostendekkingsgraad van het openbaar vervoer, of;
– reizigersgroei.

Een belangrijke reden om hiervoor steun te verlenen is omdat exploitanten geen zekerheid hebben over het behoud van hun concessie. Daarom zijn zij zeer terughoudend in het investeren in innovaties die zich pas op middellange termijn terugbetalen.

Samenvatting en resultaat
In het uiteindelijke voorstel voor de subsidieregeling van de provincie is nog een klein aantal wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van eerdere versies na overleg met de Commissie. Eén van deze wijzigingen was de uitsluiting van projecten die vallen binnen het kader van openbare-dienstverplichtingen, wegens mogelijke problemen met het vierde Altmark criterium.

De vier categorieën werden na enige aanpassing door de Nederlandse overheid allen afzonderlijk goedgekeurd, zij het op basis van verschillende regimes. In de eerste categorie valt de steun niet aan te merken als staatssteun, hetgeen in de overige drie categorieën wel het geval is. Hier zal dan ook moeten worden beoordeeld of de maatregelen in aanmerking komen voor één van de uitzonderingen waarin het EU-Werkingsverdrag voorziet.

Niet-economische activiteiten die worden uitgevoerd door NGO’s en lagere overheden
Het standpunt van de Nederlandse autoriteiten is dat deze categorie begunstigden geen ondernemingen zijn in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU, als gevolg waarvan de maatregel niet als staatssteun is aan te merken. Op basis van jurisprudentie van het Hof blijkt echter dat dit niet per se het geval hoeft te zijn: lagere overheden en ngo’s kunnen ook economische activiteiten ontplooien en zijn dan aan te merken als ondernemingen. In de steunmaatregel van de provincie Gelderland zijn echter aanvragers die economische activiteiten ontplooien op het terrein van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd uitgesloten. Daarnaast is het ook uitgesloten dat aanvragers hun economische voordeel doorgeven aan derden die wel een economische activiteit ontplooien. De Commissie oordeelt dat deze uitsluitingbepalingen voldoende zijn om vast te stellen dat geen steun wordt verleend aan ondernemingen in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU.

Technische innovatie in het openbaar vervoer
Om te bepalen of de steun voor technische innovatie in het openbaar vervoer verenigbaar met het verdrag is, wijkt de Commissie uit naar artikel 93 VWEU. Vervolgens wordt naar Verordening 1107/70/EG gekeken voor de uitleg van artikel 93 VWEU bij maatregelen die de coördinatie van het vervoer verbeteren door technische innovatie. De steun wordt goedgekeurd omdat hij voldoet aan artikel 3 lid 1 onder c) van deze verordening, namelijk ‘steun voor technisch(e) onderzoek en ontwikkeling in voor de Gemeenschap economischer vormen van technieken van vervoer’.

Innovatie in mediacampagnes en communicatie op het gebied van milieu
Wat betreft innoverende informatie- en mediacampagnes geldt het milieusteunkader niet. Deze campagnes beschermen immers het milieu niet rechtstreeks en zullen daarom getoetst moeten worden aan artikel 107 lid 3 onder c). De Commissie moet hiervoor vaststellen dat de steun:
– Bijdraagt aan een doelstelling van de Gemeenschap;
– Noodzakelijk en stimulerend is ten opzichte van deze doelstelling;
– Niet leidt tot buitensporige verstoring van de mededinging of het handelsverkeer.

Milieubescherming is een belangrijk doel en de campagnes in kwestie dragen volgens de Commissie bij aan dit gemeenschappelijke doel. Ook zijn de campagnes noodzakelijk en stimulerend voor dit doel, omdat zij er voor kunnen zorgen dat mensen meer gebruik gaan maken van het openbaar vervoer. Tenslotte vindt de Commissie dat de steun de mededinging niet buitensporig verstoord omdat:
– Er een open oproep tot indienen van voorstellen plaats zal vinden;
– De campagnes innoverend en dus ook nieuw moeten zijn;
– De steun minder dan 100% bedraagt van de totale waarde van het project;
– Er een plafond is van EUR 100.000 tot maximaal EUR 500.000.

Innovatie in milieubescherming
De innovatie in milieubescherming moet beoordeeld worden aan de hand van de uitleg van artikel 107 lid 3 onder c) die in het milieusteunkader wordt gegeven. De steun beoogt namelijk bescherming van het milieu, aangezien het openbaar vervoer een efficiënt gebruik van hulpbronnen bevordert. De provincie Gelderland verleent bovendien alleen steun aan projecten met een milieudoelstelling die bijdragen tot een betere bescherming van het milieu. Om deze redenen en omdat de steun onder het plafond van 30% uit het milieusteunkader blijft, is de staatssteun voor innovatie in milieubescherming verenigbaar met het verdrag.

Bron: Beschikking N556/2005 van de Commissie.

Praktijkvragen Vervoersinfrastructuur

X