Arbeidsomstandigheden

Decentrale overheden krijgen, in hun rol als werkgever, te maken met regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden. Goede arbeidsomstandigheden zijn belangrijk voor een stabiele en blijvende inzetbaarheid van werknemers.

Minimumnormen

Op Europees niveau wordt veel aandacht besteed aan de vaststelling van regelgeving op dit gebied. Er zijn gemeenschappelijke minimumnormen vastgesteld om de rechten van de werknemers te kunnen waarborgen.

Gemeenschappelijk beleid

Arbeidsomstandigheden gaat in essentie om de gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidstijden, verlofregelingen, arbeidsvoorwaarden, verstrekking van informatie aan werknemers, ontslagvoorwaarden, gelijkheid en bescherming tegen seksuele intimidatie.

De Europese sociale partners

Naast de instellingen van de EU kunnen ook de Europese Sociale Partners een belangrijke rol spelen in het behalen van Europese doelstellingen. De bekendste Europese sociale partners zijn ETUC, EUAPME en BUSINESS EUROPE (voorheen UNICE). Zij hebben op grond van Titel X VWEU verschillende bevoegdheden.

De Europese sociale dialoog

Om een voorstel op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid te kunnen indienen, moet de Europese Commissie sociale partners raadplegen. Daarom is de sociale dialoog ingesteld (art. 155 VWEU), het beraad tussen de Commissie en sociale partners (werkgevers, werknemers, belangenorganisaties).

De standpunten van laatstgenoemden komen voort uit nationale dialogen tussen werkgever- en werknemersorganisaties. Zo worden de belangen van de lidstaten op Europees niveau vertegenwoordigd. In specifieke sectoren worden de sociale partners vertegenwoordigd door comités. Zo kunnen specifiekere onderwerpen doeltreffender worden behandeld.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Jurisprudentie Arbeidsomstandigheden

Arbeidstijden

HvJ EU, 9 september 2003. Jaeger

Zaak C-151/02. Volgens het Hof moeten de wachtdiensten van artsen volledig als arbeidstijd worden aangemerkt, als de fysieke aanwezigheid van de artsen in het gezondheidscentrum vereist is. Een nationale regeling waarin een wachtdienst als rusttijd wordt aangemerkt is in strijd met Richtlijn 93/104/EG. Deze uitspraak heeft betrekking op alle beroepsgroepen waarbij wachtdiensten gehanteerd worden.

VNG en sociale partners

Naar aanleiding van deze uitspraak hebben de VNG en de sociale partners in de gemeentesector op 7 maart 2007 een onderhandelaarsakkoord gesloten over de arbeidstijden van brandweerlieden. Besloten is dat de werkweek van brandweerlieden in 24-uursdienst wordt teruggebracht van 54 naar 48 uur met behoud van loon. Het akkoord maakt een einde aan het conflict over arbeidstijden van brandweerlieden dat ontstond naar aanleiding van bovenstaande uitspraak.

Arrest Adelkader Dellas e.a./Premier Ministre e.a.

Op 1 december 2005 bevestigde het Europese Hof van Justitie de kwalificatie van wachtdiensten als arbeidstijd in het arrest Abdelkader Dellas e.a./Premier Ministre e.a. Het Hof stelde dat nachtelijk toezicht door een opvoeder in een instelling voor gehandicapten volledig in aanmerking moet worden genomen als arbeidstijd. Zo kan bepaald worden of de gemeenschappelijke voorschriften ter bescherming van werknemers – met name de toegestane maximale wekelijkse arbeidstijd – zijn nageleefd. Het Hof heeft daarmee zijn eerdere uitspraak inzake wachttijden van artsen (het Jaeger-arrest) bevestigd en qua toepassingsbereik verruimd.

Rechtbank Den Haag

De rechtbank in Den Haag heeft in 2007 een brandweerman, die met behoud van salaris 48 uur in plaats van 54 uur wilde werken, in het gelijk gesteld. De Haagse brandweer moet de brandweerman een rooster van 48 uur aanbieden. Dat rooster moet zo in elkaar steken, dat er een volledig salaris kan worden verdiend.

Gerechtshof Arnhem

In 2007 deed het Gerechtshof Arnhem uitspraak over de dienstroosters van de Ambulancedienst Gelderland-Zuid. Deze werden strijdig gevonden met de Arbeidstijdenrichtlijn en arrest Jaeger.

Besloten werd dat de rusttijd alleen nog mag worden ingekort als daar een goede reden voor is. Dit moet collectief worden afgesproken. De rusttijd tussen twee diensten mag maximaal twee keer per week worden ingekort tot eenmaal tien uur en eenmaal acht uur. De inkortingen mogen niet direct achter elkaar worden toegepast. De gemiste rusturen moeten direct in de volgende rustperiode worden gecompenseerd. De aangecherpte regels maken deel uit van het Arbeidstijdenbesluit.

Kantongerecht Rotterdam

In 2006 stelde het kantongerecht Rotterdam dat Rotterdamse brandweerlieden niet langer dan 54 uur per week hoeven te werken. De rechter bepaalde dat het gehanteerde dienstrooster in strijd was met de Europese richtlijn voor Arbeidstijden, waarin een maximum is opgenomen van 48 uur. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, aan wie de gemeente Rotterdam haar dienst brandweer overgedragen heeft, moest in een nieuw dienstrooster rekening houden met dit verminderde aantal uren.

Nederlandse standpunten Arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandigheden in Nederland

Uit onderzoek van TNO blijkt dat Nederland een goede prestatie levert op het gebied van arbeidsomstandigheden. Vergeleken met andere Europese landen is de kwaliteit van arbeid in Nederland gunstig. Opvallend is dat goed gescoord wordt op het combineren van privé en werk.

Nederlandse werkgevers besteden, op eigen initiatief, steeds meer aandacht aan arbeidsomstandigheden. Hier halen zij zelf ook veel voordelen uit. De arbeidsproductiviteit stijgt en het aantal arbeidsongevallen en het ziekteverzuim dalen. De Nederlandse overheid stelt zich daarom in beginsel terughoudend op, maar blijft wel oog houden voor consistente nakoming van de regelgeving. De bedoeling is dat werkgevers in de toekomst steeds meer verantwoordelijkheden krijgen.

Nieuws Arbeidsomstandigheden

Tweede Kamer neemt moties over aanbesteden aan

Op 6 maart 2018 heeft de Tweede Kamer twee moties in het kader van aanbestedingen aangenomen. De moties werden ingediend door CDA-Kamerleden van den Berg, Heerma en Ronnes en spitsten zich toe op het aanbestedingsgedrag van overheden en arbeidsvoorwaarden bij aanbesteden.

Lees het volledige bericht

Nederland loopt vooruit op aanpassing detacheringsregels

De uitvoering van de Europese detacheringsregels gaat mogelijk beter worden. Ook de Eerste Kamer heeft namelijk ingestemd met de wet waarmee de handhaving van de Europese detacheringsregels verbeterd moet worden. Daarnaast wordt de Wet werk en zekerheid aangepast om problemen met seizoenswerk aan te pakken.
Lees het volledige bericht

Europese detacheringsconstructies moeten eerlijke concurrentie bevorderen

De voorschriften in verband met de detachering van werknemers worden door de Europese Commissie herzien. Hiermee wordt beoogd sociale dumping tegen te gaan door de detachering van werknemers te vergemakkelijken. De oneerlijke concurrentie op de Europese arbeidsmarkt wordt hiermee tegen gegaan. Om dit mogelijk te maken stelt de Commissie voor om de Europese detacheringsrichtlijn aan te passen.
Lees het volledige bericht

Praktijkvragen Arbeidsomstandigheden

Wat is de Open Coördinatiemethode?

In het kader van het Europese sociaal- en werkgelegenheidsbeleid wordt er veel gebruik gemaakt van de term Open Coördinatiemethode. Ik ben werkzaam op de afdeling sociale zaken van een gemeente en kom de term vaak tegen zoals in de Lissabonstrategie en de EU2020 strategie. Kunt u uitleggen wat deze methode inhoudt?

Bekijk het antwoord

Wet- en regelgeving Arbeidsomstandigheden

Arbeidsomstandigheden

Arbo Kaderrichtlijn

De Arbo Kaderrichtlijn is de belangrijkste Europese richtlijn met betrekking tot arbeidsomstandigheden. Het bevat maatregelen ter om de veiligheid en de gezondheid van werknemers op hun werkplek te verbeteren. Uit deze richtlijn vloeren vier andere richtlijnen voort:

Richtlijn Arbeidsplaatsen;
Richtlijn Arbeidsmiddelen;
Richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen;
Richtlijn Zware Lasten.

Arbowet

Bovenstaande richtlijnen zijn in Nederland geïmplementeerd in de Arbowet. Hierin zijn de kaders bepaald waarbinnen werkgevers en werknemers mogen handelen. Als gevolg van een vereenvoudiging van de wet in 2007, konden meer verantwoordelijkheden overgedragen worden aan werkgevers en werknemers zelf. De basisregels van de Arbowet zijn nader uitgewerkt in de Arbeidsomstandighedenregeling en het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Arbo richtlijnen

In 2012 is in een vergadering met de Europese Raad en de Europese ministeries van Sociale Zaken door verschillende lidstaten verzocht voorlopig geen nieuwe Arbo richtlijnen te ontwikkelen. Met het oog op de crisis moet volgens hen gestreefd worden naar economische groei en de ontwikkeling van de werkgelegenheid. De invoering van herziene regels draagt daar volgens hen niet aan bij.

Arbeidstijden

De Arbeidstijdenrichtlijn

De huidige regels ten aanzien van arbeidstijden zijn te vinden in Richtlijn 2003/88/EG, de Arbeidstijdenrichtlijn.

Voorstel wijziging richtlijn

In 2004 stelde de Europese Commissie een wijziging van de richtlijn voor. Door jurisprudentie van het Hof is er verwarring gezaaid met betrekking tot wachttijden en rustperiodes. Dit leidde tot veel verwarring en problemen, vooral bij ziekenhuis- en brandweerdiensten.

Opt-out regeling

Uiteindelijk hebben de Europese ministers van Werkgelegenheid in 2008 een politiek akkoord bereikt over het voorstel van de Commissie. Hierin is de opt-out regeling opgenomen. Een uitzonderingsregeling waardoor werkweken langer dan het officiële maximum van 48 uur kunnen worden afgesproken. De regeling kent voorwaarden en een limiet van een 65-urige werkweek.

Verdeeldheid over arbeidstijden

Nog steeds bestaat er in de Europese Unie grote verdeeldheid over arbeidstijden. De Europese vakbond ETUC en de socialistische fractie in het Europees Parlement hebben laten weten ontevreden te zijn. Zij houden vast aan het standpunt dat er niet kan worden gesproken van een werkelijke bescherming van werknemers, omdat zij door het behoud van de opt-out regeling kunnen worden gedwongen om in te stemmen met een langere werkweek.

Herziening richtlijn

In 2010 heeft de Commissie weer een stap gezet om toch tot herziening van de richtlijn te komen. Eerst wil de Commissie de mening van vakbonden en werkgevers horen, in overeenstemming volgens de procedure van Titel X VWEU: Sociale Politiek. Tegelijk met deze raadpleging zal de Europese Commissie een uitgebreide effectbeoordeling maken. Hierna komt zij mogelijk met een nieuw voorstel voor een richtlijn.

Voorgestelde Herzieningen

De belangrijkste punten voor herziening zijn de volgende:

1. Arbeidstijden

In sommige gevallen (bijvoorbeeld in de sectoren brandweer en zorg) is gebleken dat de maximale werktijd van 48 te laag is. Hier moet de bescherming van werknemers en hun productiviteit worden afgewogen tegen de vrijheid om meer te kunnen werken. Hiervoor is de opt-out regeling afgesproken. Niet alle lidstaten staan deze regeling toe. Het kan namelijk ook de gezondheid en veiligheid van werknemers in gevaar brengen.

2. Wachttijden

Volgens het Hof (arrest SIMAP en Jaeger) moeten wachttijden, waarbij werknemers aanwezig moeten zijn voor een oproep maar in de tussentijd kunnen rusten, ook tot arbeidstijd gerekend worden. Deze flexibiliteit is in bepaalde sectoren onmisbaar, maar kan de veiligheid van werknemers in gevaar brengen.

(Niet) actieve wachttijden

Er is nu voorgesteld om onderscheid te maken tussen actieve en niet-actieve wachttijden, waarbij actieve wachttijd gerekend moet worden als werktijd. Niet-actieve wachttijd kan alleen als werktijd worden gerekend als dat door nationale wetten of een overeenkomst tussen sociale partners wordt geregeld.

3. Flexibiliteit

De verhoogde participatie van vrouwen en ouderen binnen de werkgelegenheid is een van de redenen voor de vraag naar meer flexibiliteit van arbeid- en rusttijden. Hiermee wordt onder andere beoogd de productiviteit te verbeteren.

In afwachting van invoering van de herzieningen heeft de Commissie verschillende documenten gepubliceerd waarin de belangrijkste aspecten van de richtlijn worden belicht.

Gelijke behandeling

Europese richtlijnen

Het algemene rechtskader met betrekking tot gelijke behandeling bestaat uit drie richtlijnen:

Richtlijn 2000/78/EG, over de instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;
Richtlijn 2000/43/EG, over de toepassing van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming;
Richtlijn 2004/113/EC, over de toepassing van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten buiten de arbeidsmarkt.

Nederland

In Nederland zijn deze richtlijnen grotendeels geïmplementeerd door:

– Aanpassing van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb);
– Aanname van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ);
– Aanname van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL);
– Aanname van de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen (WGB).

Voorstel Richtlijn gelijke behandeling

In 2008 presenteerde de Europese Commissie maatregelen om gelijke behandeling in de EU beter te kunnen verwezenlijken. Het voorstel wordt in samenhang gezien met de vernieuwde sociale agenda en deze Mededeling van de Commissie.

De voorgestelde richtlijn heeft betrekking op gelijke behandeling in kader van:

– Toegang tot sociale bescherming;
– Sociale voordelen;
– Gezondheidszorg;
– Onderwijs;
– Goederen en diensten.

Op 2 april 2009 heeft het Europees Parlement het voorstel voor de richtlijn aangenomen. Nu moet de Raad van Ministers het eens worden over het voorstel. Een actueel overzicht van het proces is te vinden bij de Commissie.

Gelijke behandeling op de arbeidsmarkt

In bovengenoemde regelgeving worden verschillende discriminatiegronden genoemd. Hieronder wordt specifiek ingegaan op de gronden die van belang voor de arbeidsmarkt.

1. Geslacht

Sinds 1975 zijn er verschillende richtlijnen goedgekeurd om gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt te bewerkstelligen. Deze richtlijnen spitsen zich toe op:

– Gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers;
– Gelijke behandeling bij de toegang tot de arbeid;
– Carrièremogelijkheden en beroepsopleidingen;
– Sociale zekerheidsregelingen;
– Ouderschapsverlof;
– De verbetering van de gezondheid en veiligheid op het werk.

Richtlijn

In 2006 zijn de richtlijnen samengevoegd in de Richtlijn 2006/54/EG betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep.

Naast deze Richtlijn zijn diverse initiatieven op touw gezet om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te promoten en waarborgen:

De Strategie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen;
Een grotere inzet voor de gelijkheid van vrouwen en mannen: een vrouwenhandvest.

2. Handicap

Gelijke behandeling voor gehandicapten in werkgelegenheid en beroep is vastgelegd in Richtlijn 2000/78/EG. Europees beleid is gericht op integratie van gehandicapten in de maatschappij. Er wordt voornamelijk gewerkt aan het identificeren en uit de weg ruimen van de belemmeringen voor hun actieve deelname aan de arbeidsmarkt. Hiertoe is een aantal communautaire documenten opgesteld:

Strategie inzake handicaps;
Gelijke kansen voor personen met een handicap: een Europees actieplan;
Naar een Europa zonder drempels voor mensen met en functiebeperking.

3. Leeftijd

Gelijke behandeling op grond van leeftijd in werkgelegenheid en beroep is ook vastgelegd in Richtlijn 2000/78/EG. De vergrijzing van de bevolking in Europa gaat gepaard met een verhoging van de pensioenleeftijd. Daarnaast stijgt het werkloosheidspercentage onder jongeren vanwege de economische crisis. Op Europees niveau zijn maatregelen genomen om deze groepen werknemers te ondersteunen:

– Jeugd in beweging (één van de vlaggenschipprogramma’s van de EU2020-strategie);
– Europees Jaar van het actief ouder worden in 2012.

X