Uitzendrichtlijn

Decentrale overheden die werken met uitzendkrachten, moeten rekening houden met de Uitzendrichtlijn (2008/104/EG). Deze richtlijn regelt de gelijke behandeling van uitzendkrachten en werknemers van inlenende organisaties door een kader op te richten voor arbeidsvoorwaarden.

Rechten uitzendkrachten

Volgens de richtlijn hebben uitzendkrachten vanaf de eerste dag dezelfde rechten als gewone werknemers in hetzelfde bedrijf. Dit betreft zaken als loon, ouderschapsverlof, gebruik van transportdiensten, etc.

Uitzendkrachten mogen maximaal 48 uur per week werken. Ook moeten zij verbeterde toegang krijgen tot opleidingsmogelijkheden. Werkgevers behouden echter vrijheid om met hun werknemers te onderhandelen over eventuele uitzonderingen en deze vast te leggen in een arbeidsovereenkomst.

Nederlandse regelgeving

Nederland heeft de regelgeving voor uitzendwerk in 2012 afgestemd op de Uitzendrichtlijn, door aanpassing van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en de Wet op ondernemingsraden (WOR)

Volgens de Uitzendrichtlijn mag de inzet van uitzendkrachten niet onnodig beperkt worden. De sociale partners zijn daarom opgeroepen om de cao’s hiermee in overeenstemming te brengen.

Schijnconstructies

Verder moet bij het gebruik van uitzendkrachten rekening worden gehouden met de Wet Aansprakelijkheid Schijnconstructies (WAS). De WAS ziet op de verbetering van de naleving en handhaving van arbeidsrechtelijke wetgeving in verband met de aanpak van schijnconstructies door werkgevers in de werken- en dienstensector.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Praktijkvragen Uitzendrichtlijn

X