Meerjarig Financieel Kader

De langetermijnbegroting van de EU wordt ook wel meerjarig financieel kader (MFK) genoemd. Over een periode van doorgaans zeven jaar worden maximumbedragen vastgesteld voor de diverse begrotingen van de EU. Het gaat hierbij zowel om de totale uitgaven van de Unie als voor de verschillende actiegebieden. Het huidige MFK 2014-2020 bedraagt bijna 1.000 miljard euro en loopt eind 2020 af. Het wettelijk kader van het huidige MFK is Verordening 1311/2013.

Het MFK wordt gefinancierd uit de jaarlijkse bijdrage van elke lidstaat op basis van het percentage van hun bruto nationaal inkomen gefinancierd. Daarnaast komt ook een percentage van alle BTW-opbrengsten van de lidstaten ten goede aan het MFK. Tot slot vloeien ook de douanetarieven die lidstaten heffen op import uit landen buiten de EU naar het MFK. De verdeling van financiële middelen binnen het MFK weerspiegeld de politiek prioriteiten van de EU. Ook wordt de begrotingsdiscipline van de EU gewaarborgd doordat vooraf al vaststaat hoeveel financiële middelen beschikbaar zijn voor een bepaalde doelstelling. Dit zorgt er voor dat de goedkeuring van de jaarlijkse EU-begroting vereenvoudigd wordt en Europese financiering beter voorspelbaarder te maken.

Voorstel nieuw MFK 2021-2027

Het voorstel voor het MFK 2021-2027 is in 2018 door de Europese Commissie gepresenteerd. Hierin wordt bepaald hoeveel geld aan de verschillende EU-beleidsterreinen besteedt wordt in de komende jaren. Tevens was de presentatie de formele start van de onderhandelingen tussen Europese Commissie, Europese Raad en het Europees Parlement om te komen tot het uiteindelijke voorstel dat in de loop van 2020 formeel wordt vastgesteld door Raad en Parlement. Parallel aan het voorstel voor een nieuw MFK heeft de Commissie voorstellen gedaan voor de Europese fondsen voor de periode 2021-2027. Meer informatie over deze voorstellen leest u op de pagina’s onder Voorstellen Europese fondsen 2021-2027

Waaraan wordt het MFK besteed?

Gezamenlijk bepalen de lidstaten waaraan de Europese middelen besteed worden. De Europese Commissie is eindverantwoordelijk voor de uiteindelijke toewijzing van deze middelen.

De middelen besteedt de Europese Unie, via het MFK, aan investeringen in economie en werkgelegenheid, landbouw- en plattelandsontwikkeling, klimaat en het verminderen van welvaartsverschillen tussen Europese regio’s. Daarnaast wordt een klein deel besteedt aan ontwikkelingssamenwerking, veiligheid (zowel binnen als buiten de EU) en migratie.Deze thema’s lopen als een rode draad door zowel het MFK als door de Europese fondsen.

Het MFK is onderverdeeld in een aantal pijlers. De pijlers komen overeen met de lange termijndoelen en thema’s (zoals hierboven vermeld) van de EU. De pijlers 1,2 en (deels) 3  zijn het meest van toepassing voor decentrale overheden. De uiteindelijke verdeling van middelen over de verschillende pijlers komt tot stand doormiddel van onderhandelingen tussen de Europese Commissie, De Europese Raad en het Europees Parlement. De lidstaten ontvangen met 90% van de Europese uitgaven het grootste deel van het budget komende uit het MFK.

Pijler 1: Slimme en Inclusieve Groei
A: Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid

Deze pijler  richt zich op het verbeteren van de concurrentiepositie van de EU door te investeren in kennis en innovatie, onderwijs, het versterken van netwerken en in innovatieve bedrijven. Programma’s die onder deze pijler vallen zijn:

B: Economische, sociale en territoriale samenhang

Onder deze pijler vallen instrumenten ter verstevigen van de economische, sociale en territoriale cohesie en het wegwerken ongelijkheden binnen de EU. Programma’s die onder deze pijler vallen zijn:

  • Europees Sociaal Fonds (ESF): richt zich op het bevorderen van werkgelegenheid, ondersteunt mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en helpt bij het creëren van eerlijke arbeidskansen voor EU-burgers;
  • Europees Cohesiefonds (CF): richt zich op het verminderen van socio-economische ongelijkheden in de EU, stimuleert territoriale cohesie en duurzame ontwikkelingen binnen de EU;
  • Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO): is gericht op het versterken van de regionale concurrentiekracht en het vergroten van werkgelegenheid in de ‘meer ontwikkelde regio’s’, waaronder Nederland; Voor Europese territoriale (grensoverschrijdende) samenwerking (Interreg)
Pijler 2: Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen

Het bekendste beleid wat onder deze pijler valt is het Europese landbouwbeleid. Het omvat het gezamenlijk landbouwbeleid, plattelandsontwikkeling, visserijbeleid en verduurzaming.

Programma’s die onder deze pijler vallen zijn:

  • Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF): is vooral gericht op directe betalingen aan landbouwers en markt gerelateerde uitgaven;
  • (ELFPO): gericht op plattelandsontwikkelingsbeleid
  • EFMZV): gericht op ontwikkeling in de visserijsector;
  • (LIFE): voor leefmilieu en klimaat
Pijler 3: Veiligheid en burgerschap

Deze pijler richt zich op de veiligheid van Europese burgers. Ook de middelen voor migratie vallen onder deze pijler. Programma’s die onder deze pijler vallen zijn:

  • Asiel- Migratiefonds: voor de integratie en inburgering van nieuwkomers
  • Europa voor de Burger: gericht op burgerparticipatie
  • Creatief Europa: gericht op cultuur, media en creatieve industrieën
Pijler 4: Europa als wereldspeler

Gericht op het buitenlandbeleid van de Europese Unie.

Pijler 5: Administratie

Interne administratieve kosten van de EU.