Meer informatie:

MEER INFORMATIE

Maritiem en visserijbeleid

Het Europees Fonds voor Maritieme zaken en Visserij (EFMZV) is één van de vijf Europese structuur- en investeringsfondsen, en een financieringsinstrument dat uitvoering geeft aan het realiseren van de doelen van het Gemeenschappelijk Visserij Beleid (GVB). Met betrekking tot visserij betekent dit:

  • het helpen van vissers bij de overgang naar duurzame visserij;
  • het ondersteunen van kustgemeenschappen bij het diversifiëren van hun economie;
  • financiering van projecten die nieuwe banen creëren en de levenskwaliteit aan Europese kusten verbeteren.
Rol decentrale overheden

Decentrale overheden moeten het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) en het geïntegreerd maritiem beleid van de Europese Commissie doorvoeren in eigen regio. Daarnaast hebben zij soms mogelijkheden om de visserijsector te steunen. Hierbij moeten de overheden ook rekening houden met andere Europese regels voor bijvoorbeeld staatssteun. De DG MARE (Maritieme zaken en visserij) van de Commissie streeft een duurzame ontwikkeling van de Europese maritieme economie en visserij na.

Gemeenschappelijk visserijbeleid

Het GVB is een regeling voor beheer van de Europese vissersvloten en voor het behoud van visbestanden. Het doel van het GVB is het zorgen voor een duurzame visserijsector, waarbij Europese vissersvloten gelijke toegang hebben tot EU wateren zodat zij eerlijk kunnen concurreren.

De Europese wetgever stelt het algemene kader, de beginselen en normen, algemene streefdoelen, prestatie-indicatoren en termijnen vast. De lidstaten moeten vervolgens samenwerken op regionaal niveau en de eigenlijke uitvoeringsmaatregelen opstellen. Nieuw is dat lidstaten in een bepaald geografisch gebied gezamenlijke aanbevelingen aan de Commissie kunnen doen om de doelstellingen van instandhoudingsmaatregelen te behalen. De Commissie kan deze aanbevelingen omzetten in EU-wetgeving die voor alle betrokken vissers geldt. Het GVB is vastgelegd in verordening 1380/2012.

Beleidsterreinen

Het GVB betreft verschillende beleidsterreinen ontwikkeld om de doelstellingen op het gebied van visserijbeleid (een ecologisch, economisch en sociaal duurzame aquacultuur) te realiseren:

Visserijbeheer

Het belangrijkste doel van het GVB is het garanderen van hoge opbrengsten op de lange termijn. Dit wordt gerealiseerd door de totale toegestane vangst per vissoort aan banden te leggen. In het hervormde GVB van 2014 is tevens een teruggooiverbod geïntroduceerd, welke stapsgewijs een einde moet maken aan bijvangst en verspilling. Ook wel bekend onder de naam aanlandingsverplichting.

De gevolgen van de visserij op het kwetsbare mariene milieu zijn nog altijd niet volledig duidelijk. Het GVB is dan ook voorzichtig om zomaar alle negatieve gevolgen op alle onderdelen van het ecosysteem aan de menselijke activiteiten toe te schrijven. Wel zeker is dat vis selectiever moet worden gevangen en dat er geleidelijk aan een einde moet komen aan de teruggooi van ongewenste vis. In dat kader wordt vanaf 1 januari 2019 in de EU-lidstaten de aanlandingsverplichting toegepast voor quotumsoorteen.

Internationaal beleid

De EU heeft internationale overeenkomsten en verdragen gesloten  die relevant zijn voor de visserij. Een kwart van de vangst van Europese vissers komt eigenlijk van buiten de EU. In bilaterale overeenkomsten met landen buiten de EU zijn afspraken vastgelegd over duurzame visserij door Europese vissers in de wateren van die derden landen. De multilaterale overeenkomsten, zoals met de Verenigde Naties, zien onder meer op de bestrijding van destructieve visserijpraktijken en op internationale instandhoudings- en beheersmaatregelen.

Markt- en handelsbeleid

De gemeenschappelijke ordening van de visserijmarkt in Europa (hierbij is de denken aan de afzet van visserij- en aquacultuurproducten) heeft als doel een stabiele markt en een goed inkomen te garanderen voor de producenten. Er zijn bijvoorbeeld handelsnormen opgesteld om een goed functionerende interne markt te garanderen waarbinnen producten van hoge kwaliteit worden geleverd. Dit gebeurt door bepalingen betreffende verkoopbenamingen en de voorlichting van consumenten. Met de hervorming van het GVB in 2014 is de nadruk binnen het markt- en handelsbeleid minder op marktinterventie en meer op duurzaamheid en verduurzaming van de sector komen te liggen.

Geïntegreerd maritiem beleid

Het geïntegreerd maritiem beleid streeft naar een meer samenhangende aanpak van maritieme zaken met meer samenwerking tussen sectoren en lidstaten. Dit vanuit het besef dat alles wat met de Europese zeeën en oceanen te maken heeft met elkaar verweven is. Een geïntegreerde en sectoroverschrijdende aanpak moet leiden tot een innoverende, concurrerende en duurzame maritieme sector waarin de economische en ecologische belangen op elkaar zijn afgestemd. Dit ligt ook in lijn met de EU2020-strategie. De aandacht gaat vooral uit naar:

  • kwesties die niet onder het beleid van één sector vallen, zoals “blauwe groei” : economische groei in verschillende maritieme sectoren tegelijk (bijvoorbeeld kusttoerisme);
  • kwesties waarvoor verschillende sectoren en actoren moeten samenwerken (bijvoorbeeld mariene kennis).

Het eerste operationele programma voor maritiem beleid is in 2011 in werking getreden en is vastgelegd in Europese verordening 1255/2011 (programma ter ondersteuning van de verdere ontwikkeling van een geïntegreerd maritiem beleid). Op 8 oktober 2012 hebben de Europese ministers van maritiem beleid en de Commissie een mariene en maritieme agenda voor groei en werkgelegenheid. Alle beschikbare vertalingen goedgekeurd.

Meer informatie:

MEER INFORMATIE

Nieuws Maritiem en visserijbeleid