Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Staatssteun

Decentrale overheden die steun willen verlenen, moeten goed kijken naar de regels voor staatssteun. Vanwege de mogelijke verstoring van de mededinging op de Europese markt, is staatssteun in principe verboden. Er gelden echter vele uitzonderingen op het staatssteunverbod. De EU wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Controle op overheids- of staatssteun aan ondernemingen is dan ook één van de belangrijkste onderdelen van het Europese mededingingsbeleid.

Staatssteunverbod

De staatssteunregels zijn neergelegd in de artikelen 107, 108 en 109 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Bij het verlenen van steun moeten decentrale overheden deze bepalingen in acht nemen. Staatssteun is in principe verboden (art. 107 lid 1 VWEU), omdat hiermee de mededinging op de Europese markt kan worden verstoord. Een maatregel levert pas staatssteun op als er aan alle voorwaarden van de cumulatieve criteria van het staatssteunverbod wordt voldaan.

Vormen van staatssteun

Staatssteun kan in allerlei vormen voorkomen en beperkt zich niet alleen tot de klassieke subsidie. Ook steunmaatregelen in de vorm van garanties, leningen, risicokapitaal, verlaagde huur en grondverkoop onder de marktwaarde kunnen hier bijvoorbeeld onder vallen.

Staatssteunproof

Hoewel staatssteun in beginsel verboden is en moet worden aangemeld bij de Europese Commissie ter goedkeuring, zijn er veel mogelijkheden om staatssteun zogezegd ‘staatssteunproof’ te verlenen. Zo heeft de Commissie een aantal vrijstellingsverordeningen ontworpen. Op basis hiervan kunnen decentrale overheden steun verlenen voor bepaalde beleidsdoelen, zonder dat een formele aanmeldingsprocedure nodig is.

De belangrijkste vrijstellingsverordeningen zijn de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en de Landbouwvrijstellingsverordening (LVV). In onze kennisgevingen-barometer vindt u meer informatie over de toepassing van deze vrijstellingen door decentrale overheden. Voor lage steunbedragen kunnen overheden de de-minimisverordening gebruiken.

Beleidsterreinen

Hieronder staat een aantal beleidsterreinen opgesomd waarvoor decentrale overheden steun kunnen verlenen en mogelijk met staatssteunregels te maken krijgen:

  • werkgelegenheid;
  • Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (O&O&I);
  • milieu en duurzaamheid;
  • vervoer;
  • landbouw;
  • ruimtelijke ordening;
  • cultuur;
  • natuurbeheer.

Decentrale overheden

De Europese staatssteunregels zijn gericht aan overheden. Decentrale overheden zijn zelf verantwoordelijk voor de naleving en een correcte toepassing van de staatssteunregels. Indien decentrale overheden steun willen verlenen dienen zij deze ‘staatssteunproof’ te maken en rekening te houden met de voorwaarden die daarvoor gelden.

Risico’s

De Europese Commissie kan een onderzoek starten indien zij vermoedt dat er mogelijk onverenigbare steun is verleend. Blijkt uit het onderzoek van de Commissie dat er inderdaad onverenigbare steun is verleend, dan moet deze mogelijk worden teruggevorderd. Meer hierover leest u onder risico’s.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Beleid Staatssteun

Green Deals beleid

In het Energierapport 2011, de Bedrijfslevenbrief, de Duurzaamheidsagenda worden de voorwaarden uiteengezet voor groene economische ontwikkeling. De Rijksoverheid wil bedrijven, organisaties en decentrale overheden helpen bij het realiseren van duurzame initiatieven die moeilijk van de grond komen.

Knelpunten

Knelpunten kunnen bestaan uit:

– Onduidelijkheid over vergunningen en regels;
– Gebrek aan financiering;
– Het niet kunnen vinden van samenwerkingspartners;
– Problemen bij het lanceren van nieuwe producten.

Graan Deals en Duurzamheidsagenda

In oktober 2011 werden de Green Deal aanpak en de Duurzaamheidsagenda gepresenteerd. Hierbij sloot de Rijksoverheid Green Deals af waarbinnen verschillende partijen samenwerken om knelpunten op te lossen. Ook decentrale overheden zijn betrokken bij deze Green Deal aanpak.

Landbouw beleid

De doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zijn vastgesteld in art. 33 van het VWEU. De landbouwsector heeft specifieke kenmerken en een historische plaats in het Europees beleid. Daarom gelden er specifieke staatssteunregels voor de landbouwsector.

Plattelandontwikkelingsbeleid

In de Verordening plattelandsontwikkeling is het plattelandsontwikkelingsbeleid van 2007 tot 2013 vastgesteld en is de rol van plattelandsontwikkeling als tweede pijler van het GLB bevestigd.

Landbouw en staatssteun

In art. 88 en 89 van de Verordening staat specifieke staatssteunbepalingen. Steun voor plattelandsontwikkeling moet in overeenstemming zijn met het Verdrag (art. 5).

Milieusteun beleid

De doelstellingen van het Europese milieubeleid moeten door de Europese Commissie geïntegreerd worden in het staatssteunbeleid (art. 11 VWEU).

De vervuiler betaalt

In het staatssteunbeleid staat twee principes centraal: ‘de vervuiler betaalt’ en ‘internalisering van de kosten’. Ondernemingen moeten kosten die gepaard gaan met milieubescherming opnemen in hun productiekosten.

Interne markt

Staatssteun voor milieubescherming mag niet ten koste gaan van de concurrentie op de interne markt. De Commissie wil voorkomen dat slecht gerichte of onnodige staatssteun wordt toegekend. Bij de beoordeling en controle van milieusteun wordt de verstoring van de concurrentie afgewogen tegen het bereiken van milieudoelstellingen.

Milieusteun moet gericht zijn op de aanpak van marktfalen en een stimulerend effect hebben. Dit vloeit voort uit het Actieplan Staatssteun.

Sport en staatssteun beleid

Bevoegdheid EU

Volgens art. 6 VWEU is de EU bevoegd lidstaten te ondersteunen, coördineren en aan te vullen op onder andere het gebied van sport. Daarnaast geeft art. 165 aan dat de EU eerlijkheid en openheid van sportcompetities en samenwerking tussen organisaties wil bevorderen.

Europees werkplan voor sport

In mei 2014 is het Europese werkplan voor sport verschenen voor de periode 2014-2017. Het werkplan inventariseert de economische aspecten van sport, en besteedt met name aandacht aan een duurzame financiering van sport. Het plan gaat in op de volgende aspecten:

–       Ontwikkelingen op andere beleidsvelden (mededingingsregels, staatssteun, gemeenschappelijk belastingstelsel) van invloed op de financiering van de sportsector
–       Europese fondsen, zoals het Eurasmus+ programma,  die middelen beschikbaar stellen voor de sportsector
–       De uitwisseling van best practices

Mededeling Europese dimensie van sport

In januari 2011 verscheen een Mededeling over de Europese dimensie van sport. Deze vormt een aanvulling op het Witboek uit 2007.

Vervoer en milieu

‘Vervuiler betaalt’-principe

In juli 2008 heeft de Commissie een Mededeling, getiteld Strategie voor de Internalisering van de Externe Kosten van Vervoer opgesteld. De Europese Commissie wijst er in deze Mededeling op dat er volgens haar behoefte is aan een doelmatiger tarifering van het vervoer, die beter overeenstemt met de reële kosten van dat vervoer.

Handvatten voor mogelijkheden

In de mededeling worden enkele handvatten geboden voor het creëren van mogelijkheden om:

– de kosten van het goederenvervoer over de weg te internaliseren;
– duurzamer autogebruik te stimuleren;
– om een strategie voor de internalisering van de externe kosten van de overige vervoerwijze te ontwikkelen (luchtvaart, spoorvervoer, scheepvaart en waterwegen).

Gemeenschappelijk kader voor berekenen van kosten

In de technische bijlage bij de Mededeling wordt een gemeenschappelijk kader geboden voor de berekening van de externe kosten van congestie, luchtverontreiniging, geluidshinder en klimaatverandering op basis van gemeenschappelijke beginselen en een gemeenschappelijke methodologie.

Evaluatie maatregelen

De Commissie zal in 2013 een evaluatie van de maatregelen uit de strategie maken en onderzoeken welke voortgang er is geboekt op het gebied van internalisering. Rekening houdend met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek zal de analyse van de externe kosten worden geactualiseerd. Indien nodig en rekening houdend met de geboekte vooruitgang, zullen andere externe kosten, zoals kosten in verband met biodiversiteit, natuur- en landschapskosten en ruimtebeslag, worden meegenomen in de analyse.

Nationaal beleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op nationaal niveau heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) in 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Daarin wordt onder ander de nieuwe rolverdeling Rijk-decentrale overheden uitgelegd. Provincies zijn onder andere verantwoordelijk voor het afstemmen tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal.

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking komt voor uit de SVIR. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat voor ondermeer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De handreiking ondersteunt decentrale overheden bij de toepassing van de ladder. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Meer informatie

Website Rijksoverheid, Ruimtelijke ordening en bereikbaarheid

Jurisprudentie Staatssteun

Appingedam

Europese Commissie tegen Nederland, 19 juli 2006. Besluit C35/2005. De Europese Commissie heeft de bovenstaande benadering in deze zaak herhaald. Zij stelde dat overheidsfinanciering van de aanleg van nieuwe breedbandnetwerken, naast bestaande breedbandinfrastructuur, wel als staatssteun moet worden beschouw.

Lees meer

Bataviawerf

Europese Commissie tegen Nederland, 28 november 2007. Besluit N 337/2007. In deze beschikking bevestigd de Commissie dat de betrokken maatregel geen staatssteun is volgens art. 87 lid 1 EG.

Breedband Beieren

Europese Commissie tegen Duitsland, 26 november 2010. Besluit N299/2010. Op basis van art. 107 lid 3c VWEU en de breedbandrichtsnoeren, heeft de Europese Commissie goedkeuring verleend voor het breedbandproject Beieren. De deelstaat heeft voldaan aan de transparantieverplichtingen van de richtsnoeren. Ze heeft een marktonderzoek verricht en openbare consultaties gehouden.

Lees meer

Citynet Amsterdam

Europese Commissie tegen Nederland, 20 december 2006. Besluit Besluit C53/2006. In deze beschikking omlijnt de Europese Commissie het begrip MEIP aan de hand van vier criteria. Het is tot nu toe het enige breedbandbesluit waarin het MEIP werd getoetst.

Lees meer

Estwin

Europese Commissie tegen Estland, 20 juli 2010. Besluit N196/2010. In deze zaak keurde de Europese Commissie DAEB compensatiesteun goed op basis van art. 106 lid 2 VWEU, de Altmakvoorwaarden, de DAEB Vrijstellingsbeschikking en de Breedbandrichtsnoeren. Estland heeft een project aangemeld dat het hele land van breedbanddekking moest voorzien. Volgens de Commissie voldoet Estland aan alle Altmarkvoorwarden, waaronder aanbesteding.

Lees meer

Garanties

Europese Commissie, 4 april 2006. Marktpassageplan Haaksbergen

Zaak C-33/2005. Deze zaak laat een voorbeeld zien waarbij de Europese Commissie een garantstelling bij gebiedsexploitatie zowel aan de Mededeling grondtransacties als aan de Mededeling garanties toetste.

Toekenning kosten
De gemeente Haaksbergen had toegezegd om 35% van de mogelijke kosten in verband met schadevorderingen op grond van art. 49 Wet op Ruimtelijke Ordening toe te kennen aan de bij het project betrokken ontwikkelaars.

Mededeling garanties
Op basis van de Mededeling garanties 2000 (punt 2.1.2) kwalificeerde de Commissie deze toezegging als een voordeel voor de ontwikkelaars:

– ‘Het risico dat als gevolg van de schadevorderingen vergoedingen moeten worden uitbetaald, wordt gedeeltelijk door de overheid gedragen’;
– ‘De gemeente ontvangt voor deze gedeeltelijke garantie geen premie. Hierdoor ontlopen de ondernemingen de kosten die zij normaal in het kader van een bouwproject moeten dragen. Hetzij in de vorm van een garantie-/verzekeringspremie, hetzij (indien zij geen verzekering afsluiten) in de vorm van voorzieningen voor de mogelijke uitkering van een schadevergoeding. Er is derhalve sprake van een voordeel’.

Aldus de Commissie. Kortom, wilde de gemeente het voordeel voorkomen, dan hadden de ontwikkelaars voor deze garantie een passende garantiepremie moeten betalen

Grensoverschrijdend effect

Europese Commissie, 21 september 2016

De Europese Commissie nam op 21 september vijf nieuwe besluiten over mogelijke staatssteun en het begrip interstatelijke handel. Deze besluiten, met betrekking tot steun aan Spaanse media-outlets, Duitse sportfacilitieiten, een Duitse haven en aan een Portugese thuiszorginstelling, worden hieronder toegelicht.

Spanje

In de besluiten waar de Europese Commissie zich richt tot Spanje, gaat het over steun verleend aan lokale media-outlets.

Besluit Baskische media-outlets. Dit besluit heeft betrekking op steun aan Baskische media-outlets, ter promotie van de Baskische taal. Volgens de Commissie werd er zuiver lokale steun verleend, er was immers geen sprake van ongunstige beïnvloeding van het Europese handelsverkeer. Omdat het steunbedrag erg gering was, had de steun slechts betrekking  op een regionale markt, namelijk de Baskische. Daarnaast waren de steunontvangende partijen kleine ondernemingen, met een beperkte distributie reikwijdte.

Besluit Valenciaanse media-outlets. Dit besluit heeft betrekking op steun aan Valenciaanse media-outlets, ter promotie van het Valenciaanse dialect. Ook hier was de Commissie van mening dat er slechts sprake was van een regionale markt met een zeer specifieke doelgroep en dat het steunbedrag erg gering was.

Duitsland

Besluit lokale sportfaciliteiten (dit besluit is nog niet gepubliceerd). De Commissie oordeelde over Beierse steun verleend aan lokale sportfaciliteiten. Deze werden vernieuwd en voorzien van accommodatie, dat bedoeld was voor openbare scholen en amateur-sportclubs. Volgens de Commissie was er geen sprake van staatssteun, omdat de sportfaciliteiten slechts gericht waren tot regionale afnemers en consumenten met een beperkte omvang van activiteiten.

Besluit zeehaven Föhr. In dit besluit wordt toegezien op steun dat verleend was aan het kleine Duitse eiland Föhr, met betrekking tot de renovatie en modernisering van de lokale zeehaven. Volgens de Commissie was hier wederom geen sprake van staatssteun, omdat de zeehaven voornamelijk gebruikt wordt om een verbinding te creëren met het Duitse vaste land. Daarnaast is de zeehaven onaantrekkelijk voor internationale zeevaart, en is er geen sprake van concurrentie met andere zeehavens in de nabije omgeving.

Portugal

Besluit thuiszorginstelling (dit besluit is nog niet gepubliceerd). In dit besluit oordeelt de Commissie over steun verleend aan een Portugese thuiszorginstelling voor ouderen en gehandicapten. De Commissie meende wederom dat er geen sprake was van effect op de tussenstatelijke handel, omdat de steun puur lokaal van aard was. Dit omdat de thuiszorginstelling volgens de Commissie enkel opereerde binnen een kleine Portugese stad en specifiek was gericht tot de bewoners van deze stad. De kans was, volgens de Commissie, dan ook zeer klein dat potentiële klanten afkomstig zouden zijn van andere lidstaten.

Hof van Justitie EU, 2005. Oostenrijkse tandartsen

In 2005 bevestigde het Hof van Justitie EU in de zaak Oostenrijkse tandartsen dat er niet kon worden uitgesloten dat in Oostenrijk gevestigde gespecialiseerde tandartsen concurreren met tandartsen die hun vak in andere lidstaten uitoefenen. Er was sprake van een grensoverschrijdend effect en Europese concurrentievervalsing.

Complex

De afweging van het criterium grensoverschrijdend effect en concurrentievervalsing blijft complex en kan risico’s voor decentrale overheden met zich meebrengen. De Europese Commissie is uiteindelijk bevoegd hier uitsluitsel over te geven.

Overige zaken

Zaak Philip Morris, over concurrentievervalsing
Zaak Eni Lanerossi, over concurrentievervalsing in één lidstaat
Zaak Wouters, over activiteiten die buiten het economisch verkeer vallen of neerkomen op het uitoefenen van een overheidsvoorrecht
Zaak Altmark (punt 81 en 82), over kleine ondernemingen en lage steunbedragen
Zaak Maribel, over grensoverschrijdend effect binnen een lidstaat
Zaken Zwembad Dorsten, Nederlandse jachthavens, Brighton West Pier en Steun voor Bataviawerf, over lokale activiteiten
Zaken Matra en Vlaams Gewest, over hoogte steunbedrag
Zaken Italiaanse Textielindustrie, Kimberley en BAI, over sociale en culturele steun
Zaak MuzyQ, over de garantstelling die de gemeente Amsterdam verleende aan het muziek centrum dat volgens de rechtbank geen staatssteun is

Groenblauwe diensten

Europese Commissie, 27 februari 2006. Groenfonds Midden-Delfland

Zaak N-33/2005. Voorafgaand aan de goedkeuring van de Catalogus Groenblauwe Diensten 2007 heeft de Europese Commissie begin 2006 steunmaatregelen van gemeenten Midden-Delfland, Delft en Den Haag ten behoeve van het Groenfonds Midden-Delfland goedgekeurd.

Handhavind open agragrisch landschap
Het doel van het fonds is de handhaving van een open agrarisch landschap met een hoge milieu- en culturele waarde. Uit het fonds gefinancierde activiteiten worden opgenomen in de Catalogus Groenblauwe Diensten.

Grondtransacties

Europese Commissie, 14 december 2004. Aircraft Services Lemwerder

Steunmaatregel C56/2003. In dit besluit werd de vergelijkingsmethode door de Commissie als een goede berekeningsmethode voor grondtaxatie beoordeeld.

Hierbij komt de grondprijs tot stand door vergelijking met de waarde van recentelijk verkochte vergelijkbare grond in de gemeente of de regio. In Oosterhout Zwaaikom (17 juni 2008 (Steunmaatregel N209/2008) heeft de Commissie dit standpunt herhaald.

Europese Commissie, 19 juni 2002. Terra Mítica/Valencia

Steunmaatregel C 42/2001. De Mededeling grondtransacties schrijft niet een specifieke taxatiemethode voor. Dit is de beleidsruimte van de lidstaten. Deze beleidsruimte is echter niet onbeperkt.

De Commissie heeft in de toepassing van de mededeling ruimte geboden voor de verschillende taxatiemethoden in de lidstaten en in Nederland zelf. In deze zaak heeft Commissie een grondberekeningsmethode die voorzag in de kapitalisering van de verwachte opbrengsten goedgekeurd.

De gebruikte grondberekeningsmethode in deze zaak, komt overeen met de residuele grondwaardeberekening. De residuele grondwaarde wordt bepaald door de kosten die gemaakt moeten worden om vastgoed te realiseren af te trekken van de opbrengsten van het vastgoed.

HvJ EU, 16 december 2010. Seydaland

Zaak C-239/09. Bij de discussie welke berekeningsmethode het meest geschikt is, kan nieuwe rechtspraak van het Hof van Justitie en de Raad van State mogelijk uitkomst bieden. Uit recente uitspraken volgt dat het de overheden van de lidstaten een bepaalde beleidsruimte laat in het berekeningssysteem van de grondwaarde, zolang deze berekeningsmethode tot een ‘reële marktwaarde’ leidt.

In deze zaak overwoog het Hof dat wanneer het nationale recht regels invoert ter berekening van de marktwaarde van grond ten behoeve van de verkoop daarvan door de overheid, de toepassing van die regels, met het oog op hun conformiteit met art. 107 VWEU, in alle gevallen moet leiden tot een prijs die de marktwaarde zo dicht mogelijk benadert. Aangezien die marktwaarde theoretisch is, behalve wanneer de verkoop plaatsvindt tegen het hoogste bod, moet, zoals de Commissie opmerkt in haar mededeling van 1997 inzake verkoop van grond en gebouwen door openbare instanties, een speling van de verkregen prijs ten opzichte van de theoretische prijs worden aanvaard.

Het Hof overweegt verder dat het ontbreken van een afdoende actualisatiemechanisme kan leiden tot verkoopprijzen die niet de werkelijke prijzen op de betrokken markt weerspiegelen. Het Hof antwoordt dat het staatssteunverbod van artikel 107 VWEU zich niet verzet tegen een nationale regeling die voorziet in berekeningsmethoden voor de vaststelling van de waarde van land- en bosbouwterreinen die door de overheid te koop worden aangeboden in het kader van een privatiseringsplan, zoals die in de Duitse regeling, voor zover die methoden voorzien in actualisering van de prijzen in gevallen waarin sprake is van een aanzienlijke prijsstijging, zodat de daadwerkelijk door de koper betaalde prijs de marktwaarde van die terreinen zoveel mogelijk benadert.

Overige Zaken

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze beleidsruimte bevestigd. Zie hiervoor de zaken ABRvS 29 juni 2011, Bestemmingsplan Perkpolder, gemeente Hulst, LJN BQ9692; ABRvS 13 april 2011, Centrumplan Haaren, LJN BQ1077. Deze nieuwe rechtspraak stelt in zo veel woorden dat bij grondtransacties het voornaamste punt is dat de werkelijke marktprijs wordt vastgesteld.

EUrrest oktober 2015

Het EUrrest van oktober 2015 gaat over decentrale overheden die transacties met gronden aangaan. Zij dienen rekening te houden met de Europese staatssteunregels. De hoofdregel is dat dergelijke transacties staatssteun kunnen opleveren als deze niet tot stand komen aan de hand van één van de methodes die zijn beschreven in de Mededeling Grondtransacties van de Europese Commissie. Echter, uit de in dit EUrrest besproken zaak volgt dat, in bepaalde gevallen, de methode van de verkoop tegen het beste bod, zoals is omschreven in de Mededeling Grondtransacties, niet geschikt is om de marktwaarde van een perceel vast te stellen. Is dat het geval, dat is het gerechtvaardigd om rekening te houden met andere factoren dan de prijs.

EUrrest september 2012

Het EUrrest van september 2012 gaat over het besluit over staatssteun voor het gebiedsontwikkelingsproject Kanaalzone Apeldoorn. Deze geeft een goede kijk op de wijze waarop de Commissie steunmaatregelen voor herontwikkelingsprojecten beoordeelt. Belangrijk punt bij de goedkeuring van onrendabele topfinanciering is dat stedelijke herontwikkeling een publiek belang dient en bijdraagt aan de Europese doelstellingen op het gebied van sociale en economische cohesie.

Investering van de gemeente Rotterdam in het Ahoy-complex

Europese Commissie tegen Nederland, 21 oktober 2008. Besluit C4/2008 (ex N 97/2007, ex CP 91/2007). Deze beschikking is interessant voor decentrale overheden die investeren in accommodaties voor culturele, sport- en recreatie-evenementen.De Europese Commissie keurde op 21 oktober 2008 een investering van € 42 miljoen van Rotterdam goed. De investering ging naar de renovatie en uitbreiding van het Sportpaleis, een onderdeel van Ahoy’. Onderzoek heeft uitgewezen dat de investering geen onrechtmatig voordeel toekent aan de exploitant van het complex of aan een andere onderneming. De overeenkomsten met Rotterdam zijn namelijk tegen marktvoorwaarden (MEIP) gesloten. Deze maatregel houdt geen staatssteun in.

Lees meer

Kan staatssteun worden voorkomen?

Europese Commissie, 11 december 2007. Glasvezelnet Citynet Amsterdam

Zaak C-53/2006. Volgens de Commissie investeerde de gemeente Amsterdam, bij investering in een glasvezelnetwerk, onder dezelfde voorwaarden als de betrokken particuliere partijen. De investering vormde geen staatssteun, omdat deze in overeenstemming was met het zogenoemde MEIP-beginsel.

Vier criteria
Het Market Economy Investor Principle (MEIP-beginsel) wordt uiteen gezet aan de hand van vier criteria:

– De investeerders zijn marktinvesteerders. De investeringen van particuliere investeerders moeten een reële economische impact hebben;
– Alle betrokken partijen moeten de investering gelijktijdig hebben gedaan;
– De investeringsvoorwaarden moeten voor alle aandeelhouders identiek zijn;
– Er moet sprake zijn van gelijkheid van investeerderwaarden.

Nieuws Staatssteun

Versoepeling staatssteunregels zal cofinanciering eenvoudiger maken

Op 26 november heeft de Raad van de Europese Unie de zogenaamde machtigingsverordening aangenomen waarmee de Europese Commissie staatssteunregels kan versoepelen. De gewijzigde machtigingsverordening is onderdeel van het MFK-pakket en biedt de Europese Commissie de mogelijkheid om de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) zo uit te breiden dat de staatssteunregels beter aansluiten op nationale cofinanciering bij EU-fondsen. Lees het volledige bericht

Nieuwe Catalogus Groenblauwe diensten goedgekeurd door de Europese Commissie

Op 26 oktober 2018 heeft de Europese Commissie de verlenging en uitbreiding van de Catalogus Groenblauwe diensten goedgekeurd. Decentrale overheden kunnen van de Catalogus gebruikmaken wanneer ze steun willen verlenen voor de actieve ontwikkeling en beheer van natuur en landschap, waardoor kwetsbare soorten worden beschermd en zich kunnen ontwikkelen. In hoofdlijnen is de catalogus gelijk gebleven maar op een aantal punten is de catalogus verder uitgebreid. Specifieke informatie over de wijzigingen is (binnenkort) hier terug te vinden in het besluit. Lees het volledige bericht

Hoe Nederlandse gemeenten de Europese staatssteunregels toepassen

Onlangs heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een rapport verspreid over de toepassing en naleving van de staatssteunregels door Nederlandse gemeenten. Uit de kennisgevingen-barometer van Europa decentraal blijkt dat gemeenten in toenemende mate gebruikmaken van vrijstellingsverordeningen zoals de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Beide informatiebronnen geven meer inzicht in de wijze van toepassing van de staatssteunregels door gemeenten.

Lees het volledige bericht

Extra duiding over de werking van de Transparancy Aid Module (en cumulatie)

Wanneer decentrale overheden gebruik maken van een vrijstellingsverordening, kunnen ze vanaf bepaalde drempelwaarden te maken krijgen met de zogenaamde State Aid Transparancy Award Module (TAM). Om uit te leggen hoe de module gebruikt kan worden, heeft het ministerie van BZK een praktische TAM-handleiding gepubliceerd. Daarnaast kunt u hieronder meer lezen over hoe cumulatie van steun hier mogelijk ook van belang kan zijn. Lees het volledige bericht

Wet terugvordering staatssteun: gevolgen decentrale praktijk

Decentrale overheden zijn verplicht om staatssteun die als onrechtmatig wordt aangemerkt terug te vorderen (inclusief rente) op basis van de recent in werking getreden Wet terugvordering staatssteun. Ook rust op bestuursorganen de verplichting om reeds verleende beschikkingen die onrechtmatige staatssteun behelzen te wijzigen en de reeds verleende steun terug te vorderen. De Wet terugvordering staatssteun heeft daarmee gevolgen voor de decentrale staatssteunpraktijk.

Lees het volledige bericht

Terugblik lustrumeditie Landelijk Staatssteunnetwerk

Op donderdag 14 juni vond de vijfde editie van de jaarlijkse bijeenkomst van het Landelijk Staatssteunnetwerk plaats in Den Haag. Europa decentraal is een van de oprichters en organisatoren van dit initiatief. Tijdens de bijeenkomst is er op een informele en interactieve manier ingegaan op diverse actuele staatssteunontwikkelingen in Nederland met als overkoepelend thema ‘staatssteun en innovatie’.

Lees het volledige bericht

EU-Hof: grote detailhandel mag hoger belast worden

Bestuursorganen mogen in beginsel op grond van ruimtelijke ordening en milieu meer belasting heffen op winkels met een grote verkoopoppervlakte. Dit is volgens het Europese Hof van Justitie niet in strijd met de vrijheid van vestiging, omdat er geen sprake is van (indirecte) discriminatie. Het zou echter in bepaalde gevallen wel tot onrechtmatige staatssteun kunnen leiden.

Lees het volledige bericht

Factsheet gewijzigde AGVV gepubliceerd

In navolging van het eerdere drieluik heeft Europa decentraal de factsheet gewijzigde AGVV opgesteld. Dit naar aanleiding van de wijzigingen van de AGVV in de zomer van 2017 en de vele vragen die kenniscentrum Europa decentraal hierover heeft ontvangen. De factsheet geeft een handig overzicht met uitleg over alle wijzigingen van de AGVV. In het bijzonder raden we u de bijlage aan als  effectief hulpmiddel om precies te kunnen zien wat er in de tekst van de AGVV is aangepast.

Lees het volledige bericht

Staatssteun: drieluik wijzigingen AGVV (deel III): steun voor regionale luchthavens en zee- en binnenhavens

De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) is in de zomer van 2017 op een aantal punten gewijzigd. Deze wijzigingen bieden uitgebreidere mogelijkheden voor kennisgevingen die decentrale overheden doen onder toepassing van de AGVV. In de Europese Ster wordt in de vorm van een drieluik nader ingegaan op de wijzigingen van de AGVV en wordt de decentrale relevantie geduid. In dit derde en laatste deel van het drieluik wordt nader ingegaan op de nieuwe steuncategorieën regionale luchthavens en steun voor zee- en binnenhavens.

Lees het volledige bericht

Praktijk Staatssteun

Algemene groepsvrijstellingsverordening praktijk

Kennisgevingsprocedure AGVV

Binnen twintig dagen na de inwerkingtreding van een steunmaatregel onder de AGVV moet de betreffende decentrale overheid, namens de lidstaat, de Europese Commissie op de hoogte stellen door middel van kennisgeving. Er hoeft geen officiële melding gedaan te worden.

Gemeenten en provincies

Via het Coördinatiepunt Staatssteun van het Ministerie van BZK vraagt een gemeente of provincie een SANI-account aan. Daarin worden de gegevens aangeleverd. Het ministerie controleert de gegevens. De gemeente of provincie stuurt de kennisgeving door naar de Permanente Vertegenwoordiging bij de EU (PVEU) in Brussel die namens de lidstaat de melding indient bij de Commissie.

Waterschappen

Via het ministerie van I&M, Hoofddirectie Juridische Zaken/Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken vraagt een waterschap een SANI-account aan. Daarin worden de gegevens aangeleverd. Het ministerie controleert de gegevens. Het waterschap stuurt de kennisgeving door naar de PVEU in Brussel die namens de lidstaat de melding indient bij de Commissie.

SANI

Via het online meldingssysteem State Aid Notifications Interactive (SANI) kunnen decentrale overheden staatssteun of vrijgestelde staatssteun melden of ter kennis geven. Via het betreffende ministerie kan er een account aangevraagd worden.

Kennisgevingsformulier

In bijlage III AGVV staat het benodigde formulier voor de kennisgeving. Deze kan via SANI ingevuld worden. De benodigde gegevens worden ook via SANI verstrekt. Via een compleet formulier stellen decentrale overheden de Commissie op de hoogte. Deze onderzoekt de kennisgeving niet inhoudelijk, maar kan deze wel achteraf controleren. Is het formulier niet compleet, dan kan de Commissie om aanvullende informatie vragen. Het formulier is een samenvatting van de steunmaatregel.

Decentrale overheden zijn verplicht de Commissie jaarlijks te rapporteren over de vrijgestelde staatssteun.

Publicatie steunmaatregel

De Commissie publiceert de samenvatting in het Publicatieblad van de EU en op haar eigen website. De decentrale overheid dient de volledige tekst van de steunmaatregel op internet te publiceren. Hierin zit verschil tussen een steunregeling en ad hoc steun:

1. Steunregeling

De tekst bevat de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden die de naleving van de toepasselijke bepalingen van de AGVV garanderen. De tekst moet toegankelijk blijven zolang de steunregeling van kracht is. De website waar de maatregels is te vinden, wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU.

2. Ad hoc steun

De tekst bevat een uitdrukkelijke verwijzing naar de bijzondere bepalingen uit hoofdstuk II AGVV op basis waarvan deze steun is verleend. Er moet verwezen worden naar de in de nationale wetgeving vastgestelde voorwaarden die de naleving van de toepasselijke bepalingen van de AGVV garanderen.

Commissiebrief over stimulerend effect steun aan grote ondernemingen

Decentrale overheden mogen alleen steun op basis van AGVV geven, als dit daadwerkelijk een stimulerend effect heeft. De steunmaatregelen moeten reëel bijdragen aan het scheppen van banen en het versterken van het Europees concurrentievermogen.

Aantonen stimulerend effect

Wanneer grote ondernemingen de AGVV steun krijgen, moeten zij bij de steunverlenende overheid duidelijk aantonen, dat dit stimulerend effect heeft. De begunstigde onderneming levert hiervoor documenten in, die aan drie eisen moeten voldoen:

1. De levensvatbaarheid van het project met en zonder steun, moet goed onderzocht zijn.
2. Het document moet aan de steunverlener ter beschikking zijn gesteld.
3. Het document moet een geloofwaardige analyse van het stimulerend effect bevatten.

De steunverlenende overheid controleert de documenten zorgvuldig.

Informatiewijzer staatssteun

Meer hierover leest u in de Informatiewijzer Staatssteun, hoofdstuk 6 en checklist.

Garanties praktijk

De methodiek van de Mededeling over garanties komt voor in de beschikking over de Garantieregeling Groeifaciliteit van het ministerie van EZ

Marktpassageplan Haaksbergen

In de zaak Marktpassageplan Haaksbergen had de gemeente toegezegd om 35% van de mogelijke kosten voor schadevorderingen toe te kennen aan de betrokken ontwikkelaars. Dit op grond van de toen geldende Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Voordeel voor ontwikkelaars

Op basis van de Mededeling over de garanties bracht deze toezegging volgens de Commissie voordeel voor de ontwikkelaars. Het risico dat schadevergoedingen eventueel uitbetaald moeten worden, wordt door de gemeente gedragen.

Ook ontvangt de gemeente geen premie voor deze gedeeltelijke garantie, waardoor de ondernemingen bepaalde kosten ontlopen. Wilde de gemeente het voordeel voorkomen, dan hadden de ontwikkelaars voor deze garantie een passende premie moeten betalen.

Green Deals praktijk

Green Deal Provincie Flevoland

Deze Green Deal werd gesloten tussen de provincie Flevoland, alle gemeenten uit de provincie, waterschap Zuiderzeeland, HVC en Alliander. De deal is gericht op verduurzaming via de oprichting van DE-on, een professionele ontwikkelingsmaatschappij die Flevoland in 2020 energieneutraal moet maken. Hiervoor is € 1 miljard aan investeringen nodig. De Rijksoverheid is bereid een financiële bijdrage beschikbaar te stellen.

Green Deal Westland

Deze Green Deal betreft het opzetten van een biobased park in het Westland. Verschillende bedrijven zijn hier fysiek gekoppeld voor het verwaarden van plantaardig restmateriaal uit de tuinbouw en GFT-afval uit Westland. De Rijksoverheid ondersteunt met kennis en regie het verkrijgen van vergunningen en spant zich in voor het aanpassen van knellende wet- en regelgeving.

Green Deal Rotterdam

Met deze Green Deal wordt de CO2-uitstoot in 2025 in Rotterdam gehalveerd en de Rotterdamse economie versterkt aan de hand van de volgende doelstellingen:

– Duizend elektrische voertuigen en oplaadpunten per 2014;
– 25% van het gemeentelijk wagenpark is elektrisch of hybride;
– De aanleg van een stoomleiding die in 2013 circa 20.000 ton CO2 bespaart en in 2017 400.000 ton.

Andere onderdelen van de Green Deal zijn energieprestatie contracten voor gebouwen, windenergie op de maasvlakte en een klimaatneutrale wijk. De Rijksoverheid draagt hier aan bij door het wegnemen van knelpunten in regelgeving, een financiële bijdrage, meewerken aan ontwerpen en projecten en het vereenvoudigen van regelgeving.

Landbouw praktijk

Bedrijfsbeëindiging grondgebonden agrarische gebieden

Steunmaatregel SA 31586. De provincie Groningen had op basis van titel 4:2 Awb, de provinciale kaderverordening subsidies en de provinciale beleidsregel bedrijfsbeëindiging grondgebonden agrarische gebieden een subsidie verleend voor het beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van tuinbouwers.

Steun aan een bepaalde sector in een bepaalde regio is altijd selectief en een subsidie levert een niet-marktconform voordeel op. Er is daarom sprake van staatssteun. De Commissie keurt echter de steun goed om de volgende redenen:

– De steun draagt bij aan een milieudoelstelling. Het voornaamste doel van de subsidie voor bedrijfsbeëindiging is natuurontwikkeling in het kader van de EHS en biodiversiteit;
– De grond mag niet meer voor landbouwdoeleinde worden gebruikt en krijgt een milieubestemming. Het einde van het landbouwgebruik heeft geen negatieve gevolgen voor het milieu;
– De productielocatie is de afgelopen vijf jaar in bedrijf geweest;
– De onderneming verkeert niet in moeilijkheden;
– De steunmaatregel is voor alle marktdeelnemers in de sector toegankelijk zijn;
– De gronden zijn getaxeerd. Er is niet meer dan 20 % van de waarde van de betrokken grond gesubsidieerd.

Subsidieverordening inrichting landelijk gebied

Een voorbeeld van kennisgeving onder de MKB-Vrijstelling, is de subsidieverordening inrichting landelijk gebied van de provincie Utrecht.

De provincie heeft een subsidieregeling voor o.a. opleidingssteun, kennisdeling, technische ondersteuning en het organiseren van bijeenkomsten voor fruittelers ingericht, op basis van art. 15 MKB-Vrijstelling. Het doel van de subsidieregeling is het mogelijk maken van een duurzame bestrijdingsmethode voor fruitteeltondernemingen tegen fruitmot.

Subsidieregeling investeringen in duurzame stallen

De subsidieregeling van het ministerie van EL&I (toen LNV) is succesvol onder de landbouwrichtsnoeren geschaard. De regeling is van toepassing op de extra kosten die primaire landbouwbedrijven maken voor investeringen in dierenwelzijn, milieu en de gezondheid van dieren. Deze extra kosten maken de bouw, inrichting of verbetering van duurzame dierenstallen mogelijk.

Volgens de Europese Commissie draagt de subsidieregeling bij aan doelstellingen op het gebied van kwaliteitsverbetering en duurzaamheid. De steunmaatregel draagt ook bij aan de oplossing van problemen op het gebied van duurzaamheid in de Nederlandse veehouderijsector. Het effect van de subsidieregeling werd aan het Europese plattelandsontwikkelingsprogramma gekoppeld.

Boerderijeducatie (Taskforce Multifunctionele Landbouw)

Decentrale overheden kunnen tot € 200.000,= steun aan boerderijeducatie verlenen, dit hoeft niet gemeld te worden bij de Commissie. Boerderijeducatie wordt niet gezien als onderdeel van het productieproces van landbouwproducten, daardoor kan het profiteren van een hoger steunplafond onder de reguliere De-minimisvrijstelling.

Taskforce Multifunctionele Landbouw heeft hier onderzoek naar laten doen. Aanleiding voor het onderzoek was een amendement van Provinciale Staten uit 2008, waarbij geld was uitgetrokken voor boerderijeducatie aan basisscholen. Onderzocht is hoe decentrale overheden boerderijeducatie kunnen financieren zonder staatssteunregels te overtreden. De resultaten zijn verwerkt in de Handreiking boerderijeducatie uit publieke middelen.

Volgens de handreiking groeit het besef dat het leerzaam is kinderen te leren waar voedsel vandaan komt, wat een verantwoordelijke omgang met dieren is en hoe voedselproductie zich verhoudt tot de natuurlijke omgeving waarin die plaatsvindt. Scholen hebben hier vaak geen budget voor, terwijl er decentrale overheden zijn die dit willen financieren.

Bij deze financiering moet rekening gehouden worden met Europese regelgeving over staatssteun en aanbesteding. Voor overheidsbetalingen aan agrariërs gelden strikte eisen. Betalingen voor boerderijeducatie vallen niet onder staatssteun en kunnen daarom vallen onder de De-minimisvrijstelling. Er mag dus maximaal € 200.000,= steun per drie belastingjaren per onderneming worden verleend.

Beschikking Boeren voor Natuur

In juli 2006 heeft de Commissie staatssteun goedgekeurd aan het project ‘Boeren voor Natuur’. Op twee plaatsen in Nederland gaan boerenbedrijven landbouw en natuur- en landschapsmaatregelen combineren. Het project wordt financieel gesteund door het Rijk, de provincies Overijssel en Zuid-Holland, de gemeenten Delft, Hof van Twente en Pijnacker-Nootdorp, het stadsgewest Haaglanden, het Hoogheemraadschap van Delfland en het waterschap Regge en Dinkel.

Het project wijkt sterk af van de gangbare agrarische bedrijfsvoering, omdat de boeren milieuvriendelijker en duurzamer manier van werken. De bedrijfsvoering is gesloten, op het bedrijf worden geen (kracht)voer en meststoffen van buiten het bedrijf aangevoerd en er worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. De bedrijven maken op hun grond landschapselementen, zoals hagen en houtwallen. Dit is een nieuwe vorm van bedrijfsvoering: landschap, natuur en agrarische productie worden in verband met elkaar ontwikkeld voor het hele bedrijf.

De steunmaatregel betreft twee submaatregelen:

1. Extensief en milieuvriendelijk boeren
Volgens de Commissie is er sprake van staatssteun die verenigbaar verklaard kan worden met het EG-Verdrag. De Commissie heeft deze maatregel beoordeeld in het ligt van de (oude) Communautaire richtsnoeren voor staatssteun aan de landbouwsector (punt 5.3.1.) en principes van hoofdstuk VI Verordening 1257/1999.

2. Verandering van landbouwgrond in natuurterrein
De Commissie concludeert dat er geen sprake is van staatssteun in de zin van het Verdrag betreffende de werking van de EU, onder meer omdat de betrokken landbouwer elke mogelijkheid verliest om een economische activiteit op een deel van zijn land uit te oefenen.

Leningen praktijk

In 2006 gaf de Europese Commissie goedkeuring aan leningen die enkele gemeenten en de BNG aan de Vereniging van Aanbieders van Oud Papier hadden verstrekt. De leningen voldeden aan de voorwaarden die ook voor een particuliere investeerder aanvaardbaar zouden zijn.

De VAOP heeft dus geen niet marktconform voordeel ontvangen dat op staatssteun zou kunnen wijzen.

Milieusteun praktijk

Vrijgestelde steunmaatregelen onder de AGVV

Enkele voorbeelden van vrijgestelde steunmaatregelen onder de AGVV zijn:

– Energiebesparing woningcorporatie, provincie Limburg;
– Subsidieregeling ‘stimulering verbetering luchtkwaliteit’, provincie Noord-Holland;
– Eenmalige subsidie NUON Helianthos voor flexibele zonnecellen, stadsregio Arnhem-Nijmegen;
– Bio-energiecentrale Meerhoven, gemeente Eindhoven;
– Subsidie aan Biomassacentrale Treurenburg, provincie Noord-Brabant;
– Garantiefonds Energie, provincie Utrecht.

Zie Voorbeelden van vrijgestelde steunmaatregelen onder de AGVV voor uitgebreide informatie over bovenstaande voorbeelden.

Goedgekeurde steunmaatregelen onder de Richtsnoeren

Enkele voorbeelden van goedgekeurde steunmaatregelen onder de Richtsnoeren zijn:

– Beschikkingen over windenergie;
– Nederlandse garantiefaciliteit voor geothermische energie;
– Subsidieregeling Vitaal, provincie Gelderland;
– Warmtebedrijf NV, gemeente Rotterdam;
– Eneco duurzame energie, provincie Zuid-Holland.

Zie Voorbeelden van goedgekeurde steunmaatregelen onder de Richtsnoeren voor uitgebreide informatie over bovenstaande voorbeelden.

Beschikkingen over windenergie

In 2011 keurde de Europese Commissie een reeks Nederlandse steunmaatregelen voor windenergie goed op basis van de Richtsnoeren:

– Aid for offshore wind farm Buitengaats (SA.31961);
– Aid for offshore wind farm Zee energie (SA.31962);
– Wind farm project Acousticon (SA.32855);
– Creil (SA.32856);
– Zuidermeerdijk (SA.32857);
– Wind farm project VWW (SA.32858);
– Westermeerwind (SA.32859).

Deze beschikkingen zijn nog niet gepubliceerd.

Risico niet-naleving

In Nederland zijn er voorbeelden van zaken waar een concurrent van een begunstigde onderneming de bepaling van art. 108 lid 3 VWEU oproept:

– Samenwerkingsverband Noord-Nederland en de gemeente Groningen tegen Stichting Prins Bernardhoeve (een overheidssubsidie voor de verbouwing van het evenementencomplex Martinihal);
– Essent tegen de gemeente Appingendam (aanleg van een gemeentelijk glasvezelnetwerk);
– UPC tegen de gemeente Amsterdam (gemeentelijke betrokkenheid in Glasvezelnet Amsterdam).

Gemeente Noordwijk

Ook in zaken die over de aanbestedingsplicht van gemeenten gaan, wordt beroep gedaan op staatssteun. Zo heeft de eiser in het kort geding tegen gemeente Noordwijk over de herontwikkeling van de locatie Rederijkersplein gesteld dat zij de Commissie laat onderzoeken of het samenwerkingsverband tussen de gemeente en de gekozen ontwikkelaar aan de staatssteunregels voldoet.

Het vermoeden van staatssteun bestaat, omdat de gemeente voor de verkoop van de grond geen onafhankelijke taxatie heeft laten uitvoeren en evenmin voor een onafhankelijke biedprocedure heeft gekozen (zaak BF4232).

Risicokapitaal praktijk

Agro&Co Kapitaalfonds in Noord-Brabant is een voorbeeld van een risicokapitaalfonds. Zij nemen deel in initiatieven die bijdragen aan systeeminnovaties in de agrarische sector, waarvoor financiering uit de markt moeilijk is te vinden.

Oprichting investeringsfonds

De provincie Noord-Holland heeft bij de Risicokapitaalregeling Duurzame Energie een investeringsfonds opgericht. Dit heeft tot doel het investeren in MKB ondernemingen die zich bezighouden met onderzoek naar en de ontwikkeling van technologieën van duurzame energie en voornemens zijn nieuwe producten en diensten op de markt te brengen.

Steun voor het MKB praktijk

AGVV

Subsidieprogramma Zuid-Nederland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
Noordelijke Innovatie Ondersteuningsfaciliteit, SNN
Human Resource Mangement Plus, SNN
Ad hoc subsidie Gebiedscoöperatie Oregional, Arnhem/Nijmegen
Subsidieregels koersvast Limburg, Quick Scan
Regeling Technologische Innovatie en Milieu Innovatie, Flevoland 

MKB-Landbouwvrijstellingsverordening

Pilots duurzaam ondernemen, Utrecht
Projecten duurzame landbouw, Utrecht
Stimulering Agro-innovatie in Limburg, Limburg
Veldmakelaars groenblauwe diensten, Limburg
Subsidieverlening natuur, fosfaat en landbouw, Noord-Brabant
Subsidieregeling convenant Stuurgroep Landbouw Innovatie, Noord-Brabant 

Richtsnoeren risicokapitaal en Kaderregeling O&O&I

Aanpassing risicokapitaalregeling ODR module 9
Belastingfaciliteit voor MKB-beleggingen door particulieren, ministerie van Financiën 

Wijziging bestemmingsplan praktijk

Een voorbeeld van een wijziging in het bestemmingsplan waar geen uit staatsmiddelen bekostigd voordeel uit voortkomt, is de gemeente Madrid die een wijziging toebrengt die ten voordele is voor voetbalclub Real Madrid. In het antwoord van de Commissie en onder Staat en staatsmiddelen leest u meer.

Praktijkvragen Staatssteun

Kunnen we op basis van de de-minimisverordening een lening verstrekken die de de-minimisdrempel ver overstijgt?

Onze provincie is voornemens een lening tegen gunstige voorwaarden (een zogenaamd ‘zachte lening’) te verstrekken op basis van de reguliere de-minimisverordening. Dit om zo de financiering van een omvangrijk project mogelijk te maken voor een bedrag dat een veelvoud is van de de-minimisdrempel van € 200.000 ligt. Kan dit, en zo ja, hoe moet dan het (staats)steundeel worden bepaald?

Bekijk het antwoord

Kan een provincie woningcorporaties steunen voor de aansluiting van sociale huurwoningen op het lokale warmtenet?

Onze provincie overweegt een subsidie te verlenen aan een woningcorporatie op basis van een subsidieregeling voor lokale energie-initiatieven. Het gaat om een subsidie als vergoeding voor de (hogere) aansluitkosten van sociale huurwoningen op het lokale warmtenet ten opzichte van gas. Kan dergelijke steun door de provincie worden verleend op basis van het DAEB-kader? De maximale subsidiehoogte is in de subsidieregeling vastgesteld op €75.000,- per project.

Bekijk het antwoord

Kan een onderneming worden belast met het uitvoeren van een DAEB wanneer andere marktpartijen al soortgelijke diensten verrichten?

Onze gemeente overweegt een onderneming te belasten met het uitvoeren van sociale diensten als een zogenaamde Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Deze onderneming is actief op een markt waar ook andere marktpartijen actief zijn die niet met een DAEB zijn belast. Is het dan wel mogelijk om deze dienst als een DAEB aan te wijzen en de betreffende onderneming te belasten met het uitvoeren van een DAEB?


Bekijk het antwoord

Is een compensatie voor het verplaatsen van een landbouwbedrijf staatssteun?

In het kader van een gebiedsontwikkelingstraject overweegt onze provincie de verplaatsing van een agrarische onderneming. Het landbouwbedrijf bevindt zich nabij een woongebied en de verplaatsing zal bijdragen aan het verminderen van geuroverlast. De provincie wil een (financiële) compensatie toekennen aan het landbouwbedrijf voor de verplaatsing. Betreft een dergelijke compensatie staatssteun en zo ja, op welke wijze kan deze steunverlening dan ‘staatssteunproof’ plaatsvinden?

Bekijk het antwoord

Heeft het voorstel tot wijziging van de Jeugdwet en de Wmo 2015 een relatie met de uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen door gemeenten?

Minister Hugo de Jonge (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft onlangs een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd om knelpunten in de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) weg te nemen. Welke wijzigingen brengt dit wetsvoorstel met zich mee voor gemeenten? Zijn de veranderingen van het wetsvoorstel ook gerelateerd aan de uitvoering van Europese regelgeving door gemeenten?

Bekijk het antwoord

Te koop: niet-marktconforme grond (deel II)

Onze gemeente overweegt een stuk grond dat zij in eigendom heeft te verkopen aan een geïnteresseerde marktpartij. De gemeente wil de grond verkopen onder de marktconforme prijs ter ondersteuning van het lokaal beleid omtrent cultuur. Echter, doordat de verkoopprijs niet gelijk is aan de marktprijs, is er mogelijk sprake van staatssteun. Zijn er mogelijkheden om een dergelijke transactie ‘staatssteunproof’ in te richten, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de AGVV?

Bekijk het antwoord

Kan de DAEB-regelgeving worden toegepast voor steun aan een lokale publieke omroep?

Onze gemeente kent een publieke omroep, die onder meer de inwoners van de gemeente attendeert op kwesties van lokaal belang. De gemeente wil graag deze lokale publieke omroep financiële steun verlenen om dergelijke diensten (het attenderen van lokale kwesties) aan te kunnen (blijven) bieden. Is het dan bijvoorbeeld mogelijk de publieke omroep (voor bepaalde diensten) aan te wijzen als dienst van algemeen economisch belang (DAEB) om zo geoorloofd steun te kunnen verlenen? Zo ja, wat zijn dan eventuele gevolgen voor de omroep qua inkomsten uit reclame; mogen zij die dan nog steeds verkrijgen?

Bekijk het antwoord

Wat is de verhouding tussen CEF en het Europese breedbandfonds?

Wij willen in onze provincie een breedbandinitiatief steunen. Op grond van onze provinciale regeling met betrekking tot de aanleg van breedband kunnen leningen worden aangevraagd. Nu wordt ons gevraagd of dergelijke leningen kunnen worden aangevuld vanuit de Europese Unie. Zijn er Europese structuur- en investeringsfondsen beschikbaar voor de aanleg van breedband? En hoe verhouden deze fondsen zich met het Europese breedbandfonds?

Bekijk het antwoord

Is steun aan kleine onderneming in moeilijkheden mogelijk?

Een klein bedrijf binnen onze gemeente geeft aan in financiële problemen te zitten die mogelijk op korte termijn zouden kunnen leiden tot beëindiging van de onderneming. Is het mogelijk deze onderneming te helpen met een steunmaatregel binnen de Algemene Groepsvrijstellingsverordening?

Bekijk het antwoord

Publicaties Staatssteun

Cultuur

Informatiewijzer Staatssteun, Europa decentraal en ministerie van BZK
‘Pluk de vruchten van de interne markt’, Europa decentraal en Universiteit Utrecht, december 2011
‘1001 vragen over staatssteun’, Europa decentraal, 2008

Grondtransacties publicaties

Handreiking Grondtransacties en Staatssteun, met achtergrondinformatie over het Europese kader
Handreiking Staatssteun en stedelijke vernieuwing
Staatssteun en gebiedsontwikkeling – een inventarisatie voor verdere discussie, prof. dr. B. Hessel, Tijdschrift voor Bouwrecht 149, november 2012, p. 781-791

Vastgoedtransacties sneller staatssteunproof

Vastgoedtransacties sneller staatssteunproof, A.D.L. Knook, Tijdschrift voor Bouwrecht 6, 2011, p. 374-380. De auteur maakt een analyse van de meest actuele jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de ABRvS over grondtransacties en staatssteun. Daarbij bespreekt de auteur het belangrijke arrest Seydaland van het Hof . Uit dit arrest volgt dat de Mededeling grondtransacties overheden een bepaalde beleidsruimte laat in het berekeningssysteem van de grondwaarde, zolang deze berekeningsmethode tot een ‘reële marktwaarde’ leidt .

De Mededeling staatssteun bij verkoop van grond en gebouwen: simpel maar effectief?

Land sales and state aid, L. de Jong- Goris, Tijdschrift voor Staatssteun 1m 2011, p. 5- 12. De auteur gaat in op de omvangrijke beschikkingspraktijk van de Europese Commissie en Europese en Nederlandse jurisprudentie inzake de toepassing en handhaving van de Mededeling over staatssteun en grondtransacties.

Staatssteun bij locatieontwikkeling

A.G. Bregman, Staatssteun bij locatieontwikkeling, Bouwrecht 2005, Aflevering 6 (BR 2005/108), p. 470-475. Tot voor kort was het verbod op ongeoorloofde staatssteun, zoals bedoeld in art. 87 van het EG-Verdrag (art. 107 VWEU), een nauwelijks besproken onderwerp in relatie tot locatieontwikkeling. De afgelopen periode is de aandacht voor vraagstukken op dit terrein aanmerkelijk toegenomen, in het bijzonder door enkele rechterlijke uitspraken in verband met staatssteun op dit terrein. In dit artikel gaat de auteur in op de betekenis van de staatssteunproblematiek voor locatieontwikkeling.

Staatssteun en gebiedsontwikkeling

Staatssteun en gebiedsontwikkeling, I. Klinge – van Rooij, P. Stol, Het Tijdschrift voor Vastgoedrecht 5, 2006. De auteurs gaan in op de beschikking van de Commissie over het Marktpassageplan Haaksbergen en de vragen die deze opwerpt met betrekking tot financiering van onrendabele projecten .

Stedelijke vernieuwing en de Europese regels van staatssteun

Bart Hessel, Ilze Jozepa, Stedelijke vernieuwing en de Europese regels van staatssteun, Gemeentestem 2004. In dit artikel staat de vraag centraal hoe gemeenten bij projecten van stedelijke vernieuwing reeds bij de vormgeving van hun beleid problemen met staatssteun kunnen voorkomen.

Landbouw publicaties

Boek Pluk de vruchten van de interne markt, Europa decentraal en Universiteit Utrecht
Boek 1001 vragen over staatssteun, Europa decentraal

Artikelen Europa decentraal uit de reeks In 10 stappen op de hoogte:

Andere publicaties

Regiebureau POP over het nieuwe GLB
Programmadocument POP2, met in tabel 9 de specificaties van de staatssteunkaders waarbinnen POP2 viel
Handreiking Boerderijeducatie uit publieke middelen, mogelijkheden voor decentrale overheden

 

Lokale en regionale omroepen publicaties

Vragen en antwoorden nieuwe regels staatssteun aan publieke omroepen, Europese Commissie
Uitkomsten publieksconsultatie over de ontwerpvoorstellen, Europese Commissie
Nederlandse bijdrage aan de eerste publieksconsultatie
Mededeling staatssteun en openbare omroepen
Overzicht van besluiten, over toepassing staatssteunregels publieke omroepen
Financiële ondersteuning van regionale en lokale publieke omroepen, de randvoorwaarden van het Gemeenschapsrecht
Mediawet 2008

Wet- en regelgeving Staatssteun

Regionale steun wet- en regelgeving

In de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en de Richtsnoeren regionale steunmaatregelen zijn de regels voor steun aan achterstandsregio’s opgenomen. Deze regels worden tot 30 juni 2014 toegepast op toegekende regionale steun. Per 1 juli 2014 treden de nieuwe AGVV en richtsnoeren in werking.

1. Algemene Groepsvrijstellingsverordening

De volgende steunvormen zijn volgens art. 13 en 14 AGVV verenigbaar met het VWEU:

– Regionale investering- en werkgelegenheidssteun;
– Regionale steun voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen.

Voorwaarden

Als de steun aan onder andere de volgende voorwaarden voldoet, is het verenigbaar met het VWEU:

– De gegeven steun wordt verleend aan gebieden genoemd in de Regionale steunkaart;
– De investering moet minimaal vijf jaar behouden blijven voor de regio. Voor kleine of middelgrote ondernemingen (KMO’s) is dit drie jaar;
– De steunintensiteit mag de regionale steundrempel niet overschrijden;
– Steun voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen is niet meer dan 2 miljoen euro. Komt de regio niet voor op de regionale steunkaart, is het maximale steunbedrag € 1 miljoen.

Overige voorwaarden leest u in de AGVV.

Decentrale overheden kunnen ad-hoc steun geven ter aanvulling van eerder toegekende regionale investering- en werkgelegenheidssteun. Deze steun mag niet meer dan 50% van de totale steun bedragen en moet voldoen aan de voorwaarden van de AGVV.

Reikwijdte

De AGVV is niet van toepassing op regionale steun ten behoeve van werkzaamheden in de:

– IJzer- en staalindustrie;
– Scheepsbouwsector;
– Synthetische vezelindustrie;
– Specifieke economische sectoren in de bewerkende en verwerkende industrie of dienstsector (toerisme, breedbandinfrastructuur en de verwerking en verkoop van landbouwproducten wordt niet geacht te zijn gericht op specifieke sectoren).

2. Richtsnoeren regionale staatssteun

De Richtsnoeren regionale steunmaatregelen bevatten bepalingen over:

– Investeringssteun voor materiële activa (bijvoorbeeld grond, gebouwen en installaties);
– Investeringssteun voor immateriële activa (bijvoorbeeld technologieoverdracht);
– Steun voor nieuw opgerichte kleine ondernemingen;
– Steun voor werkgelegenheidsgroei.

Reikwijdte

De richtsnoeren zijn niet van toepassing op de sector visserij en de kolenindustrie. In de landbouwsector gelden deze richtsnoeren niet voor de productie van landbouwproducten in de zin van Bijlage I VWEU. Zij gelden wel voor de verwerking en de afzet van deze producten, voor zover dat vastgelegd is in de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector.

Voor steun aan vervoer en de scheepsbouw geldt hiernaast sectorspecifieke regelgeving. De bepalingen uit de richtlijn over exploitatiesteun, die is bedoeld om de lopende kosten van een onderneming te dekken, zijn niet van toepassing op Nederlandse steunkaartgebieden.

Voorwaarden

In de richtsnoeren zijn bepalingen uit de multisectorale kaderregeling voor grote investeringsprojecten opgenomen. Van een groot investeringsproject is sprake als de voor steun in aanmerking komende uitgaven minimaal € 50 miljoen zijn.

Melden en notificeren

Staatssteun die volgens de richtsnoeren is vormgegeven, moet vooraf gemeld worden bij de Commissie. Steunmaatregelen die voldoen aan de voorwaarden van de AGVV volstaan met een kennisgeving. Voor regionale steun kunnen deze meldingsformulieren gebruikt worden.

Risico niet-naleving Wet- en regelgeving

Wetsvoorstel NErpe

Zodra het wetsvoorstel NErpe in werking treedt, krijgt het Rijk de bevoegdheid om decentrale overheden wettelijk te verplichten de staatssteunregels na te leven. De boete/dwangsom die het Rijk wordt opgelegd bij het niet naleven van de Europese regels, zal bij de verantwoordelijke decentrale overheid verhaald kunnen worden.

Kamerfracties kritisch

In november 2010 is de Eerste Kamerbehandeling in de Vaste Commissie van BZK/Algemene Zaken een aantal Kamervragen ingebracht over het wetsvoorstel. Op 10 mei 2011 verscheen er een Memorie van Antwoord, waaruit blijkt dat de Kamerfracties kritisch zijn op het wetsvoorstel.

Risicokapitaal wet- en regelgeving

Richtsnoeren risicokapitaal

In de Richtsnoeren risicokapitaal wordt bepaald wanneer sprake is van risicokapitaal en hoe een dergelijke maatregel wordt getoetst. Innovatieve MKB ondernemingen ondervinden vaak opstartproblemen in de kapitaalsector.

De richtsnoeren verbeteren de steunmogelijkheden voor deze MKB’ers, voornamelijk wanneer een alternatieve steunmethode ontbreekt.

Toepassing

Zowel de overheid als een particuliere investeerder moeten een startende onderneming financieren in de begin-, aanloop- en expansiefase. De richtsnoeren zijn alleen van toepassing op risicokapitaalregelingen, niet op ad-hoc maatregelen voor individuele ondernemingen.

De richtsnoeren gelden ook niet voor steun aan ondernemingen in moeilijkheden of aan ondernemingen in de scheepsbouw, de kolen-, ijzer- en staalindustrie.

Steundrempel

Decentrale overheden mogen per MKB € 1,5 miljoen steunen voor een periode van twaalf maanden. De Europese Commissie gaat er vanuit dat alternatieve financiering via financiële markten ontbreekt en er sprake is van marktfalen. Dit moet de decentrale overheid kunnen aantonen.

Wordt de steundrempel overschreden, dan maakt de Commissie een gedetailleerde beoordeling, vanwege het grotere risico van verstoring van de mededinging.

Snelle beoordeling

Voldoet de maatregel aan de volgende voorwaarden, dan past de Commissie een snelle beoordelingsprocedure toe:

– De steun is minder dan € 1,5 miljoen aan een MKB voor een periode van 12 maanden;
– De steun betreft de financiering tot de expansiefase voor MKB in steungebieden en tot de aanloopfase voor MKB buiten steungebieden;
– Ten minste 70% van het totale budget wordt in de vorm van aandelenkapitaal en hybride kapitaalinstrumenten verschaft;
– Buiten steungebieden moet de financiering tem minste voor 50% afkomstig zijn van particuliere investeerders, binnen de steungebieden voor 30%;
– De investeringen moeten winstgericht zijn;
– Het fondsbeheer moet op zakelijke basis plaatsvinden;
– De gerichtheid op een bepaalde sector is mogelijk voor fondsen die in innoverende technologieën of sectoren investeren.

Gedetailleerde beoordeling

In de volgende situaties wordt er een gedetailleerde beoordeling toegepast:

– Maatregelen waarbij de steun een bedrag van € 1,5 miljoen aan een MKB voor een periode van 12 maanden overschrijdt;
– Steun die de financiering verschaft voor de expansiefase van MKB buiten steungebieden;
– Maatregelen waarmee vervolginvesteringen worden gefinancierd en waarbij € 1,5 miljoen en de early-growth-financieringsfase worden overschreden;
– Maatregelen met een particuliere deelneming van minder dan 50% buiten de steungebieden of minder dan 30% binnen de steun gebieden;
– Maatregelen die een ‘seed capital’ verstrekken aan kleine ondernemingen waarin weinig of geen particuliere investeerders deelnemen en/of de nadruk ligt op financiering via schuldinstrumenten;
– Maatregelen waarbij investeringsvehikels zijn betrokken (alternatieve marktplaatsen);
– Maatregelen waarmee de kosten worden gedekt die verband houden met het doorlichten van ondernemingen voor tot investering over te gaan.

Melding

Steun op basis van deze richtsnoeren moet worden gemeld bij de Commissie.

Steun voor het MKB wet- en regelgeving

Vrijgestelde steuncategorieën voor het MKB

Decentrale overheden die steun aan MKB onder de AGVV of de Landbouwvrijstellingsverordening verlenen, moeten deze volgens art. 108 VWEU melden bij de Europese Commissie. Deze meldingsplicht kent uitzonderingen, die hieronder worden omschreven.

Daarnaast zijn er specifieke steunkaders voor het MKB, waarvoor melding wel verplicht is:

– Richtsnoeren risicokapitaal voor MKB (zie punt 3 hieronder);
– Richtsnoeren Milieusteun 2008;
– Kaderregeling O&O&I.

1. MKB-steun onder AGVV

Decentrale overheden kunnen het MKB stimuleren met steun die valt onder de AGVV. De AGVV kent 26 steunintensiteiten (zie MKB-steun onder AGVV) die worden vrijgesteld van deze meldingsplicht. Deze steuncategorieën kennen verschillende steunintensiteiten. De hoogte van de steun is afhankelijk van de grootte van de onderneming.

2. MKB-steun onder Landbouwvrijstellingsverordening

Ook kunnen decentrale overheden MKB-landbouwbedrijven steunen. Onder de Landbouwvrijstellingsverordening komen er 14 categorieën (zie MKB-steun onder Landbouwvrijstellingsverordening) in aanmerking voor de vrijstelling.

3. Richtsnoeren risicokapitaal

De richtsnoeren staatssteun risicokapitaalinvesteringen MKB zijn van toepassing op steun voor risicokapitaal aan MKB gedurende hun eerste ontwikkelingsfasen, de financiering is zowel van de overheid als van particuliere investeerders afkomstig. Ze worden niet toegepast op ad-hoc maatregelen voor individuele ondernemingen.

De richtsnoeren bevatten voorwaarden die bepalen wanneer sprake is van risicokapitaal. Ook bevatten zij criteria voor de toetsing van betreffende steunmaatregelen.

Investeringsdrempel

De investeringsdrempel is € 1,5 miljoen per MKB voor één jaar. Alternatieve financiering via financiële markten moet ontbreken en er moet sprake zijn van marktfalen. Wanneer de drempel wordt overschreden, maakt de Commissie een uitgebreide beoordeling en moet de decentrale overheid het marktfalen aantonen. Dit vanwege het grotere risico op verstoring van de markt. Meer informatie over de beoordelingsprocedures vindt u in ons document over de Richtsnoeren risicokapitaal.

SW-bedrijven wet- en regelgeving

1.  Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV)

De AGVV maakt het voor decentrale overheden mogelijk om SW-bedrijven steun te verlenen ten behoeve van de aanwerving en indienstneming van kwetsbare en gehandicapte werknemers. De mogelijkheden hiertoe zijn neergelegd in de artikelen 32 t/m 35 van de AGVV.

Kwetsbare werknemers

Als kwetsbare werknemers kwalificeren onder meer personen die ten minste zes maanden werkloos zijn, jongeren tussen 15 en 24 jaar, laaggeschoolden, alleenstaande ouders en personen ouder dan 50 jaar.

Verenigbare steun

Als steun voor de aanwerving en indienstneming van kwetsbare en gehandicapte werknemers voldoet aan de voorwaarden uit de AGVV is deze verenigbaar met de interne markt en hoeft deze niet bij de Europese Commissie te worden aanmeld. Decentrale overheden dienen de Commissie alleen op de hoogte te stellen van de steun door middel van een kennisgeving.

Uitgebreide informatie over de artikelen 32 t/m 35 van de AGVV leest u op de pagina over werkgelegenheidssteun.

2. De-minimissteun

Als steun van een decentrale overheid aan een onderneming die sociale werkvoorzieningen aanbiedt, over een periode van drie jaar onder € 200.000 ligt, kan mogelijk van de de-minimisverordening gebruik worden gemaakt. Steun die aan de voorwaarden uit de de-minimisverordening voldoet, kwalificeert niet als staatssteun en hoeft dus ook niet bij de Europese Commissie te worden aangemeld.

3. Diensten van algemeen economisch belang

Uit de DAEB Commissie gids van 2013 volgt dat decentrale overheden maatschappelijke en arbeidsintegratie als DAEB kunnen definiëren en de uitvoering ervan kunnen toewijzen aan een onderneming. Dergelijke steun kan onder het DAEB Vrijstellingsbesluit vallen. Dit betekent dat als de steun aan alle voorwaarden uit dit besluit voldoet, deze is vrijgesteld van de meldplicht bij de Europese Commissie.

Niet Economische Diensten van Algemeen Belang (NEDAB) zijn echter uitgezonderd van de staatssteunregels.

Een commerciële re-integratiedienst is wel een economische activiteit. Als een SW-bedrijf naast de NEDAB een economische taak uitvoert, is het van belang de boekhouding te scheiden.

Uitgebreide informatie over DAEB en het DAEB Vrijstellingsbesluit vindt u in ons DAEB dossier.

 

 

 

 

 

 

Zorg wet- en regelgeving

De-minimis

Op basis van de de-minimisverordening mogen decentrale overheden maximaal € 200.000,= steun per drie belastingjaren aan één onafhankelijke onderneming geven. Vanwege de geringe storing van tussenstaatse handel is de-minimissteun geen staatssteun.

Diensten van Algemeen Economisch Belang

Door toenemende liberalisatie van de gezondheidszorg is het lastig een DAEB in te richten voor onder andere ziekenhuizen en gezondheidscentra. Onder het vrijstellingsbesluit DAEB is dit alleen mogelijk als er duidelijk sprake is van marktfalen, vanwege de marktwerking in Nederland is dit lastig aan te tonen. De DAEB-de-minimisverordening is ook van toepassing op de zorg.

X