Zoeken
Staatssteun
Subonderwerpen

Non-notificéprocedure (onrechtmatig verleende steun)

In een non-notificéprocedure beoordeelt de Europese Commissie steun die naar haar eerste oordeel onrechtmatig is verleend. Het is een complexe en langdurige procedure.

Onrechtmatige steun

In de volgende gevallen kan er sprake zijn van onrechtmatige steun::

  • klachtzaken of ex officio-onderzoeken waarbij blijkt dat er naar het eerste oordeel van de Commissie staatssteun verleend is;
  • de steun die onder een vrijstelling is kennisgegeven waarschijnlijk voldoet niet aan de voorwaarden daarvan;
  • de steun die ter goedkeuring bij de Commissie is aangemeld, reeds verleend is of wordt verleend voordat de Commissie een besluit heeft genomen.

Gevolgen

De Commissie onderzoekt de (onrechtmatige) steun op dezelfde wijze als een melding (notificatie). Het is mogelijk dat de steun alsnog verenigbaar wordt verklaard, of dat er geen sprake blijkt te zijn van staatssteun. Het belangrijkste verschil met een meldingsprocedure is het ontbreken van termijnen (zie hieronder).

Langdurige procedure

De non-notificéprocedure kent geen formele termijnen en duurt daarom vaak lang. De Commissie neemt de tijd voor nader onderzoek, waarbij ‘een redelijke termijn’ wordt aangehouden. Als dat niet lukt, moet de Commissie de formele onderzoeksprocedure openen. Dat laatste geldt ook als de lidstaat na herhaalde verzoeken (zie hieronder) onvoldoende informatie verschaft.

Specifieke dwangmiddelen

De non-notificéprocedure kan ertoe leiden dat de steunmaatregel wordt opgeschort in afwachting van een goedkeuringsbesluit (art. 13 lid 1 Procedureverordening 2015/1589). De Commissie vaardigt dan een opschortingsbevel uit.

Als er een risico is voor een grote verstoring van de mededinging, kan de Commissie een terugvorderingsbevel geven (art. 13 lid 2 Procedureverordening). Onrechtmatige steun wordt dan teruggevorderd totdat er een goedkeuringsbesluit is gegeven.

In de Nederlandse praktijk komen opschorting en terugvordering zelden voor. De Commissie maakt vaker gebruik van haar recht om de lidstaat te verplichten binnen een maand gedetailleerde informatie te verschaffen, als de lidstaat niet of onvoldoende reageert op het initiële informatieverzoek (art 12. Procedureverordening).

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


X