Als openbaar vervoer volledig commercieel wordt geƫxploiteerd, kan dit ertoe leiden dat het vervoer te duur, te weinig beschikbaar of te onveilig wordt. Ook kan het tot gevolg hebben dat er geen vervoer georganiseerd wordt waar dit wel wenselijk is. Daarom zullen sommige (decentrale) overheden zelf private partijen willen inhuren om onder bepaalde voorwaarden openbare personenvervoersdiensten aan te bieden. Hierop is de PSO-verordening (Verordening 1370/2007) van toepassing.
Toepassingsgebied PSO-verordening
De PSO-verordening is van toepassing op de nationale en internationale exploitatie van openbaar personenvervoer per spoor en over de weg. Hieronder valt vervoer, per bus, tram, metro en spoor
Ook kan de PSO-verordening, volgens artikel 1 lid 2, van toepassing zijn op het openbare personenvervoer over binnenwateren en nationale zeewateren indien de lidstaat daartoe besluit. Het Europees Hof van Justitie heeft in het Liberty Lines-arrest wel verder verduidelijkt dat Verordening 3577/92 omtrent het vrije verrichten van diensten op het zeevervoer wel voorrang heeft wanneer deze van toepassing is. Diensten die hoofdzakelijk de instandhouding van historisch erfgoed of toerisme omvatten vallen niet onder de reikwijdte van de verordening.
Wat staat er in de PSO-verordening?
De PSO-verordening bevat voorwaarden waaraan decentrale overheden zich moeten houden bij het opleggen van een openbaredienstverplichting. Een dergelijke verplichting is volgens artikel 1, lid 1 onder e een dienst in het openbaar vervoer die wordt vastgesteld door de overheid, maar die een exploitant uit zichzelf niet, of op dezelfde manier zou aanbieden omdat dat commercieel niet interessant genoeg, tenzij de exploitant daarvoor een vergoeding krijgt.
Openbaredienstcontracten
Wanneer een bevoegde instantie een exclusief recht of compensatie verleent voor de naleving van een openbaredienstverplichting, moeten zij volgens artikel 3, lid 1 een openbaredienstcontract sluiten met de exploitant. Een openbaredienstcontract is een overeenkomst tussen de overheid en een exploitant waarin de exploitant belast wordt met de exploitatie van openbare persoonsvervoersdiensten. Volgens artikel 4, lid 1 worden de volgende elementen verplicht opgenomen in het contract:
- Een duidelijke omschrijving van de openbaredienstverplichting
- Berekeningswijze van de compensatie voor de exploitant
- De aard en omvang van de eventuele exclusieve rechten
- Hoe de kosten van de dienstverlening worden verdeeld met betrekking tot o.a. personeelsuitgaven en energiekosten.
Ook moet worden bepaald hoe de inkomsten uit vervoersbewijzen verdeeld worden tussen de overheid en exploitant. Daarnaast is de duur van een openbaredienstcontract beperkt tot maximaal tien jaar voor busdiensten en vijftien jaar voor vervoersdiensten per spoor. Onder voorwaarden, waaronder een bijzondere geografische situatie of grote noodzakelijke investeringen, mag deze termijn met de helft verlengd worden.
Afhankelijk van de wetgeving van de lidstaten kan een openbaredienstcontract ook bestaan in verschillende vormen. Ten eerste, kan het contract ook bestaan uit een door een bevoegde instantie genomen besluit. Ten tweede kan deze contract ook bestaan in een vorm van een specifieke wettelijke of bestuursrechtelijk besluit. Ten slotte, kan dit ook bestaan in het geval waarin de voorwaarden worden vastgesteld waaronder de bevoegde instantie de diensten zelf mag verrichten of toevertrouwen aan een interne exploitant.
Jaarlijkse samenvatting
De verordening verplicht, in artikel 7, concessieverleners jaarlijks een samenvattend verslag te publiceren over de openbaredienstverplichtingen die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Dit verslag omvat o.a. de aanvangsdatum en duur van de openbaredienstcontracten. Ook moet het verslag onderscheid maken tussen busvervoer en spoorvervoer.
Welke regels gelden voor openbaredienstcontracten?
Welke regels van toepassing zijn op een openbaredienstcontract hangt volgens de PSO-verordening af van:
- De vervoerswijze: bus, tram, spoor en metro en
- De vorm van het contract: dienstenopdracht of een diensten concessie
Bus- en tram vervoer
Artikel 5, lid 1 van de verordening bepaalt dat contracten voor openbaar vervoer per bus of tram moeten worden aanbesteed volgens de Europese aanbestedingsrichtlijnen. Deze zijn Richtlijnen 2014/25/EU en 2014/24/EU. Echter, wanneer het contract kwalificeert als een dienstenconcessie, gelden de aanbestedingsrichtlijnen niet. In dat geval is, volgens de Richtsnoeren van de Comissie, uitsluitend de PSO-verordening van toepassing.
Spoor- en metro vervoer
Voor openbarebaredienstcontracten voor spoor en metro gelden uitsluitend de regels van de PSO-verordening. Dit geldt ongeacht de vorm van het contract. Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn hier dus niet van toepassing.
Bij sprake van openbaredienstcontracten voor spoor en metro en bij dienstenconcessie bij tram en busvervoer zijn artikel 5, leden 2 tot en met 6 relevant. Deze bepalingen bevatten voorwaarden voor onderhandse gunning of het zelf aanbieden van openbare vervoersdiensten. Zo wordt het toegestaan in lid 5 om noodmaatregelen te treffen wanneer de dienstregeling dreigt uit te vallen, bijvoorbeeld doordat de concessiehouder failliet gaat. Een noodmaatregel mag maximaal twee jaar duren totdat de decentrale overheid een nieuw openbaredienstcontract gunt onder de voorwaarden van de PSO-verordening.
Staatssteun en PSO-verordening
Artikel 9 van de verordening stipuleert dat compensatie die (decentrale) overheden overeenkomstig de PSO-verordening verlenen, verenigbaar wordt geacht met de Europese staatssteunregels. Dergelijke compensatie hoeft daarom niet gemeld te worden in de zin van artikel 108, lid 3 VWEU.