Vervoer en milieu

Op deze pagina’s vindt u informatie op het gebied van vervoer en milieu die voor decentrale overheden relevant is. Het vervoeren kan het milieu aantasten, door bijvoorbeeld het uitstoten van brandstoffen. De Europese Unie streeft naar milieuvriendelijkheid. De belangrijkste Europese innovaties worden hieronder alvast besproken.

Vervoer 2050

De Europese Commissie heeft in 2011 Vervoer 2050 gelanceerd. Vervoer 2050 is een ambitieus plan om de mobiliteit te vergroten en de emissies terug te dringen (zie Persbericht Vervoer 2050). De Europese Commissie heeft deze brede strategie vastgesteld voor ‘een concurrerend vervoerssysteem dat de mobiliteit zal vergroten, hinderpalen op belangrijke domeinen uit de weg zal ruimen en een stimulans zal vormen voor groei en werkgelegenheid’. Decentrale overheden krijgen te maken met dit plan op bijvoorbeeld het gebied van emissies (o.a. in steden) en mobiliteitsvraagstukken over passagiersvervoer op de weg en op het spoor.
Meer over het plan Vervoer 2050 leest u hier.

‘Vervuiler betaalt’-principe

Aangezien het een taak van de decentrale overheden is om vervuiling te voorkomen, zouden zij het ‘vervuiler betaalt’-principe kunnen toepassen. In het kort houdt dit principe in dat er een mogelijkheid is tot internalisering van externe kosten om een correct prijspeil vast te stellen. Gebruikers dragen dan de reële kosten die zij veroorzaken en worden er op deze manier toe aangezet om hun vervuilende gedrag te wijzigen. Met het wijzigen van het gedrag kan de gebruiker de kosten namelijk zoveel mogelijk drukken. Meer over dit ‘vervuiler betaalt’-principe kan u lezen onder beleid.

Geluidshinder

Geluidshinder is een belangrijk onderdeel van de Europese strategie voor het stedelijk milieu en zodoende van belang voor steden in Nederland. Geluidsbeleid richt zich op het voorkomen van hinderlijk geluid (lawaai). Het Nederlandse beleid met betrekking tot geluid is gedeeltelijk gebaseerd op Europees beleid. Decentrale overheden hebben met dit beleid te maken in de ruimtelijke ordening en bij de vergunningverlening en handhaving.

Luchtkwaliteit

De EU heeft verschillende instrumenten ontwikkeld met als doel de luchtkwaliteit te verbeteren. U kunt meer informatie over dit beleid hier vinden. Echter zijn er ook verschillende innovatieve plannen door de Europese Unie ontwikkeld met betrekking tot vervoer en luchtkwaliteit. Onder het kopje luchtkwaliteit en vervoer kunt u hier meer over lezen.

Milieueffectrapportage (M.E.R)

In een milieueffectrapportage wordt onderzocht wat de schade van een project of plan voor het milieu is. Vaak moet voor een groot project door een decentrale overheid gesubsidieerd mag worden een m.e.r uitgevoerd worden. Wanneer dit verplicht is leest u in het sub-dossier milieueffectrapportage.

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

 

Beleid Vervoer en milieu

Vervoer en milieu

‘Vervuiler betaalt’-principe

In juli 2008 heeft de Commissie een Mededeling, getiteld Strategie voor de Internalisering van de Externe Kosten van Vervoer opgesteld. De Europese Commissie wijst er in deze Mededeling op dat er volgens haar behoefte is aan een doelmatiger tarifering van het vervoer, die beter overeenstemt met de reële kosten van dat vervoer.

Handvatten voor mogelijkheden

In de mededeling worden enkele handvatten geboden voor het creëren van mogelijkheden om:

– de kosten van het goederenvervoer over de weg te internaliseren;
– duurzamer autogebruik te stimuleren;
– om een strategie voor de internalisering van de externe kosten van de overige vervoerwijze te ontwikkelen (luchtvaart, spoorvervoer, scheepvaart en waterwegen).

Gemeenschappelijk kader voor berekenen van kosten

In de technische bijlage bij de Mededeling wordt een gemeenschappelijk kader geboden voor de berekening van de externe kosten van congestie, luchtverontreiniging, geluidshinder en klimaatverandering op basis van gemeenschappelijke beginselen en een gemeenschappelijke methodologie.

Evaluatie maatregelen

De Commissie zal in 2013 een evaluatie van de maatregelen uit de strategie maken en onderzoeken welke voortgang er is geboekt op het gebied van internalisering. Rekening houdend met de resultaten van wetenschappelijk onderzoek zal de analyse van de externe kosten worden geactualiseerd. Indien nodig en rekening houdend met de geboekte vooruitgang, zullen andere externe kosten, zoals kosten in verband met biodiversiteit, natuur- en landschapskosten en ruimtebeslag, worden meegenomen in de analyse.

Nationaal beleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op nationaal niveau heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) in 2012 de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Daarin wordt onder ander de nieuwe rolverdeling Rijk-decentrale overheden uitgelegd. Provincies zijn onder andere verantwoordelijk voor het afstemmen tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal.

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking komt voor uit de SVIR. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat voor ondermeer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De handreiking ondersteunt decentrale overheden bij de toepassing van de ladder. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Meer informatie

Website Rijksoverheid, Ruimtelijke ordening en bereikbaarheid

Nieuws Vervoer en milieu

Nederlands investeringsplan voor elektrische auto’s goedgekeurd door de Commissie

De Europese Commissie heeft het Nederlandse plan om 33 miljoen euro uit te trekken voor de plaatsing en exploitatie van laadpalen voor elektrische auto’s goedgekeurd. Volgens de Europese Commissie is het plan in overeenstemming met de Europese staatssteunregels. Decentrale overheden kunnen aan de Nederlandse plannen bijdragen door bijvoorbeeld subsidies te verlenen aan investeerders.
Lees het volledige bericht

Utrecht wint Europese prijs met grootste fietsenstalling ter wereld

Tijdens het jaarlijkse Intermodes congres over reizigersvervoer begin februari in Brussel ontvingen de gemeente Utrecht en de NS een Europese prijs voor de nog te bouwen fietsenstalling onder Stationsplein Oost. Ze kregen de Europese ‘Intermodes’ prijs, dit is de Europese Sustainable Mobility Award die wordt uitgereikt aan gemeenten en steden die actief werken aan een duurzaam mobiliteitsplan. Intermodes is een jaarlijks Europees congres gewijd aan de ‘intermodaliteit’ op het gebied van transport.
Lees het volledige bericht

Praktijk Vervoer en milieu

Geluidshinder

Actieplan geluid van de provincie Noord-Holland

In de provincie Noord-Holland zullen de drukste provinciale wegen of delen daarvan worden voorzien van stil asfalt. De Gedeputeerde Staten van de provincie hebben op 3 februari 2009 ‘het actieplan’ geluid vastgesteld, met maatregelen als fluisterasfalt, geluidschermen, en snelheidsverlaging om de geluidsoverlast voor omwonenden te verminderen. De provincie Noord-Holland maakt het ‘actieplan geluid’ op grond van de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Lees meer hierover op de website van provincie Noord-Holland.

Mobiliteitsmanagement praktijk

EPOMM

De Europese Commissie heeft het internationale samenwerkingsverband EPOMM (European Platform on Mobility Management) opgezet. Het idee hierachter is om best practices uit te wisselen, trainingen te organiseren en kennisnetwerken te stimuleren.

Stimuleren van mobiliteitsmanagement

Mobiliteitsmanagement staat hoog op de agenda in het verkeersbeleid van het Rijk en van de stedelijke regio’s. Het woon-werkverkeer veroorzaakt de meeste files. Daarom willen veel overheden dat werkgevers werk maken van mobiliteitsmanagement. Volgens de SER hebben zowel overheden, werkgevers als werknemers baat bij mobiliteitsmanagement. Ze vindt dan ook dat al deze partijen verantwoordelijk zijn voor een goede organisatie van het woon-werkverkeer. De Rijksoverheid heeft de ‘systeemverantwoordelijkheid’.

Faciliterende overheid

Regionale overheden spelen een belangrijke rol in het bijeenbrengen van de betrokken partijen. De overheid hoeft geen trekker te zijn, maar financiert wel vaak het proces. Een regionaal convenant is een goed instrument, maar is geen doel op zich. Voorwaarde voor een goed convenant is een gedeeld probleembesef. Alleen dan is structurele samenwerking mogelijk. Voor de samenwerking richten partijen vaak een programmabureau op.

Het bedrijfsleven wil steeds vaker aan de slag met mobiliteitsmanagement. De uitvoering ligt vaak ook bij het bedrijfsleven. Overheden hebben vooral een ondersteunende rol. Bijvoorbeeld zorgen voor beter openbaar vervoer of het veiliger maken van de fietsroute naar het bedrijventerrein.

In de voorwaardenscheppende sfeer heeft de overheid een actieve rol. De overheid blijft verantwoordelijk voor het verkeerssysteem. Bij nieuwe bedrijventerreinen kan ze voorwaarden stellen aan de manier waarop die bereikbaar zijn.

Bron en meer informatie: Meer over het stimuleren van mobiliteitsmanagement vindt u op de website van de KpVV.

Vervoer en milieu

Duurzaamheid en mobiliteit

Op de website van de VNG kunnen belangstellenden een lijst van praktijkvoorbeelden vinden van initiatieven die verband houden met het onderwerp duurzaamheid en mobiliteit.

Praktijkvragen Vervoer en milieu

Waar dient de gemeente rekening mee te houden bij het instellen of uitbreiden van een milieuzone?

Zowel in Nederland als in de Europese Unie is er een toenemende trend waar te nemen wat betreft het aantal milieuzones dat wordt ingesteld om luchtvervuilende vervoersmiddelen in en rondom de stad te weren. Onze gemeente overweegt ook om een milieuzone in te stellen. Wat zijn geldende Europeesrechtelijke normen op het gebied van milieu en vervoer en waar moet de gemeente zoal rekening mee houden?

Bekijk het antwoord

Welke verplichtingen vloeien voort uit de Richtlijn Schone en energiezuinige wegvoertuigen?

Wij als gemeente begrijpen dat wij bij de aanschaf van- en een aanbestedingsprocedure voor schone voertuigen de EU Richtlijn Schone en energiezuinige wegvoertuigen (richtlijn 2009/33/EG) in acht moeten nemen. Er zijn echter bij ons nog onduidelijkheden m.b.t. deze richtlijn. Welke verplichtingen voor decentrale overheden vloeien hieruit voort? In welke Nederlandse wetgeving is deze richtlijn omgezet? En hoe verhoudt de Europese richtlijn zich met de implementatie van de Europese aanbestedingsrichtlijnen in de Nederlandse Aanbestedingswet?

Bekijk het antwoord

Publicaties Vervoer en milieu

Wet- en regelgeving Vervoer en milieu

Vervoer en milieu

Aarhus-verordening

Op 28 juni 2007 is de Aarhus Verordening van kracht geworden. Door middel van deze verordening worden de instellingen en organen van de EU gebonden aan het Verdrag van Aarhus. Het doel van het verdrag is het recht op toegang tot milieu-informatie, het recht op inspraak in de besluitvorming en de toegang tot de rechter te waarborgen bij milieuaangelegenheden. In Nederland is het verdrag van Aarhus geïmplementeerd middels de uitvoeringswet Verdrag van Aarhus. Overeenkomstig deze wet rust op overheden de verplichting om burgers voor te lichten over de rechten die voor hen voortvloeien ui de Wet milieubeheer (Wm) en de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Op basis van de Aarhus-verordening en de nationale uitvoeringswet verdrag Aarhus dienen ondermeer emissiegegevens openbaar te zijn. Deze verplichting geldt ondermeer voor de vervoerssector.

Meer informatie over dit onderwerp en de procedures in de uitvoeringswet Verdrag van Aarhus kunt u vinden in het dossier Milieu en Klimaat. Op de website van Agentschap NL vindt u ondermeer een handreiking over de verplichtingen die voor nationale en regionale overheden voortvloeien uit het Verdrag van Aarhus.

Richtlijn 2009/33/EG

De richtlijn over de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (2009/33/EG) is belangrijk voor decentrale overheden. Deze richtlijn verplicht namelijk aanbestedende diensten, waaronder gemeenten, provincies en waterschappen, om bij de aankoop van wegvoertuigen rekening te houden met energie- en milieueffecten. Denk daarbij onder meer aan het energieverbruik en de uitstoot van CO2 en vervuilende stoffen.
Hiertoe kunnen aanbestedende diensten ervoor kiezen om in een aanbestedingsprocedure in de documentatie voor de aankoop van wegvoertuigen op technische specificaties voor energie en milieu prestaties op te nemen . Ook kan een aanbestedende dienst de energie en milieu effecten mee nemen in de aankoopbeslissing.

Implementatie in Nederland
In Nederland is de richtlijn geïmplementeerd via een wijziging van diverse wetten. Dit zijn de Wet Milieubeheer, in de Wet op de Economische Delicten, de Elektriciteitswet en in de Regeling bevordering aankoop schone en energiezuinige wegvoertuigen.
Richtlijn 2009/33 is niet geïmplementeerd via de Nederlandse Aanbestedingswet. Om aan de verplichtingen uit de richtlijn te voldoen kunnen wel milieucriteria in de aanbestedingsprocedure worden opgenomen.

Toepassingsgebied
De richtlijn is van toepassing op contracten voor de aankoop van wegvoertuigen gesloten door:
– Aanbestedende autoriteiten en aanbestedende entiteiten;
– Exploitanten voor het voldoen van openbaredienstverplichtingen in het kader van een openbare dienst contract.

Aankoop van schone en energiezuinige voertuigen
De richtlijn somt een aantal operationele-energie- en milieueffecten op waar aanbestedende diensten verplicht rekening mee moeten houden. Daarnaast kunnen aanbestedende diensten ook andere milieueffecten meenemen.

Methodologie operationele levensduurkosten
De richtlijn voorziet in een specifieke methodologie voor de berekening van de kosten die verbonden zijn aan brandstofverbruik en de uitstoot van broeikasgassen bij de aankoop van wegvoertuigen.

Werkprogramma Commissie 2014
In bijlage III van het nieuwe werkprogramma van de Commissie voor 2014 wordt gemeld dat deze richtlijn wordt opgenomen in de nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Deze richtlijn komt dan te vervallen zodra de implementatietermijn voor de nieuwe richtlijnen is afgelopen.