Europabewustzijn

Onder Europabewustzijn wordt verstaan dat decentrale overheden bewust(er) omgaan met het Europees recht en beleid. Zij hebben immers direct te maken met Europees recht en beleid en zijn verantwoordelijk voor de juiste uitvoering daarvan.

Europabewustzijn

Een Europabewuste overheid is zich bewust van de verplichtingen die het Europees recht en beleid met zich mee brengen. Het is belangrijk om te weten wat de gevolgen kunnen zijn van het (niet) naleven van het Europees recht. Maar Europees recht en beleid bieden ook vele kansen voor gemeenten, provincies en waterschappen. Bij het Europabewustzijn gaat het ook om het (h)erkennen hiervan. Voor het Europabewustzijn wordt vaak een onderverdeling gemaakt in deskundigheid, (kennis)netwerken en het ‘Europaproof’ maken van een organisatie.

Deskundigheid en kennisnetwerken

Kennis over de Europese onderwerpen die van belang zijn voor decentrale overheden (deze dossiers vindt u onder het menu ‘onderwerpen’) draagt bij aan deskundigheid van die overheden op het gebied van Europees recht en beleid. Kennisdeling ten aanzien van Europeesrechtelijke en- beleidsmatige deskundigheid kan op Europees, maar natuurlijk ook in nationaal verband plaatsvinden. Denk bijvoorbeeld aan intergemeentelijke samenwerking op het gebied van inkoop en aanbesteding, shared services, etc.

Kansen benutten

Naast kennis hebben over- en het nakomen van verplichtingen die de Europese regels met zich meebrengen, betekent Europabewust zijn ook dat decentrale overheden de kansen benutten die Europa biedt. Denk hierbij aan het anticiperen op toekomstig Europees recht en/of beleid, het participeren in Europese (kennis)netwerken en deelname aan stedenbanden of andere grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Maar ook  aan het vergaren van kennis bij andere (Europese) overheden en het verkrijgen van subsidies uit EU-programma’s. Meer informatie hierover vindt u onder GROS, Regionaal beleid en structuurfondsen en de website van de VNG.

Europaproof

Bij het Europabewustzijn komt ook het Europaproof maken van een organisatie kijken. Het Europaproof maken van een organisatie gaat immers ook over de omgang met Europese regels en beleid, zowel binnen als buiten de organisatie. Bijvoorbeeld door proactief op treden op het gebied van Europese beleidsbeïnvloeding.

Beleidsbeïnvloeding

Voor decentrale overheden kan het van belang zijn dat de ontwikkeling van Europees recht en beleid zoveel mogelijk conform hun wensen wordt vormgegeven. Beleidsbeïnvloeding in Brussel – waar het Europees recht en beleid wordt ontworpen – verloopt vaak via de koepelorganisaties en belangenbehartigers van decentrale overheden. Maar gemeenten, provincies en waterschappen kunnen bijvoorbeeld zelf ook via de jaarlijkse werkprogramma’s van de Europese Commissie een beeld vormen van relevante ontwikkelingen.

In het kader van belangenbehartiging stellen de koepelorganisaties ook jaarlijks hun prioritaire Europa dossiers vast. Meer informatie over de totstandkoming hiervan leest u in deze praktijkvraag. Ook de Tweede Kamer geeft jaarlijks een appreciatie van het werkprogramma. Tot slot zijn ook de beleidsmatige ‘hot topics’ die in Europa spelen – zoals de EU 2020-strategie – van belang voor decentrale overheden die bewust met Europa bezig zijn en kansen willen benutten.

Waarom Europabewustzijn?

Decentrale overheden zijn zelf  aansprakelijk voor de juiste uitvoering van Europees recht. Wanneer zij Europese regels niet (goed) naleven kan dit nadelige consequenties hebben, zoals schadeclaims, het opnieuw moeten voeren van (aanbestedings)procedures of het moeten terugbetalen van onrechtmatig verleende staatssteun. Het Kabinet rekent het tot zijn taak eraan bij te dragen dat het besef van de Europese invloed en de verstrekkende betekenis ervan bij decentrale overheden bevorderd blijft worden. Een belangrijke wet voor decentrale overheden is in dit kader de wet uit 2012 over naleving van Europees recht, de wet NERPe.

Tot slot speelt het subsidiariteitsbeginsel een belangrijke rol als het gaat om de invloed van Europa op regionaal niveau. Voor Europabewuste overheden is het van belang ook hiervan kennis te nemen.

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG


Beleid Europabewustzijn

Europabewustzijn

Vanuit de Europabewuste gedachte dat ook beleidsmatig Europa kansen kan bieden voor decentrale overheden speelt de Europa 2020 strategie van de Europese Commissie een belangrijke rol. Immers, waar de Commissie op beleidsdoelstellingen stuurt, kan een decentrale overheid ook- al anticiperend op deze beleidsdoelstellingen- sturen in haar eigen lokale praktijk.

Europa 2020

De ‘Europa 2020 strategy’ betreft een nieuwe strategie voor een slimmere en groenere sociale markteconomie. Deze strategie verscheen in de vorm van een Mededeling van de Commissie op 3 maart 2010 (COM(2010) 2020): ‘Europe 2020. A strategy for smart, sustainable and inclusive growth’.

Evaluatie

Sinds 2012 wordt de strategie geëvalueerd. Decentrale overheden hebben hier aan bij kunnen dragen door middel van een enquête. Het doel van deze uitgebreide raadpleging is de voorstellen van de overheden om de strategie te verbeteren aan te horen en de doelstellingen te kunnen realiseren. De resultaten worden in maart 2014 gepresenteerd tijdens de Europese Top van steden en regio’s van de EU.

Bedoeling strategie Europe 2020

Europa staat voor een ommekeer. De crisis heeft jaren van economische en sociale vooruitgang tenietgedaan en structurele tekortkomingen van de Europese economie blootgelegd. Ondertussen staat de wereld niet stil en worden de langetermijnproblemen –mondialisering, druk op de hulpbronnen, vergrijzing – steeds nijpender. De EU moet nu haar koers voor de toekomst uitzetten. Europa kan succes boeken als het collectief optreedt, als Unie. Europa heeft een strategie nodig waarmee zij sterker uit de crisis komt en van de EU een slimme, duurzame en inclusieve economie kan maken met een hoog niveau van werkgelegenheid, productiviteit en sociale cohesie. Europa 2020 biedt een visie op de Europese sociale markteconomie van de 21e eeuw.

Europa 2020 stelt drie prioriteiten, die elkaar versterken:

– slimme groei: voor een op kennis en innovatie gebaseerde economie;
– duurzame groei: voor een groenere, competitievere economie waarin efficiënter met hulpbronnen wordt omgesprongen;
– inclusieve groei: voor een economie met veel werkgelegenheid en sociale en territoriale cohesie.

Streefcijfers EU2020 strategie

De EU moet bepalen hoe zij ervoor wil staan in 2020. Daarom stelt de Commissie de volgende centrale EU-streefcijfers voor:

– 75% van de bevolking tussen 20-64 jaar moet werk hebben;
– 3% van het EU-bbp moet worden geïnvesteerd in O&O;
– de “20/20/20”-klimaat- en energiedoelstellingen moeten worden gehaald (dit met inbegrip van een grotere reductie van 30% als aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan);
– het percentage voortijdige schoolverlaters moet minder dan 10% bedragen, en minstens 40% van de jongere generatie moet een hoger onderwijsdiploma hebben;
– het aantal mensen voor wie armoede dreigt, moet met 20 miljoen zijn gedaald.

Deze streefcijfers hangen met elkaar samen en zijn bepalend voor het algehele succes. Om ervoor te zorgen dat iedere lidstaat de Europa 2020-strategie op zijn eigen situatie kan toesnijden, stelt de Commissie voor de EU-doelstellingen te vertalen naar nationale streefcijfers en trajecten.

Zeven kerninitiatieven of ‘flagships’

De streefcijfers vloeien voort uit de drie prioriteiten van slimme, duurzame en inclusieve groei, maar ze staan niet op zichzelf: ze zullen moeten worden ondersteund met diverse maatregelen op nationaal, EU- en internationaal niveau. De Commissie stelt zeven kerninitiatieven voor als katalysator voor de verschillende prioriteiten:

– “Innovatie-Unie” moet de randvoorwaarden en de toegang tot financiering voor onderzoek en innovatie verbeteren, zodat innovatieve ideeën worden omgezet in producten en diensten die groei en banen opleveren;
– “Jongeren in beweging” moet de resultaten in het onderwijs verbeteren en jongeren gemakkelijker toegang tot de arbeidsmarkt bieden;
– “Een digitale agenda voor Europa” moet de aanleg van supersnel internet bespoedigen en burgers en bedrijfsleven laten profiteren van een digitale interne markt;
– “Efficiënt gebruik van hulpbronnen” moet helpen economische groei los te koppelen van het gebruik van hulpbronnen, de overgang naar een koolstofarme economie te bevorderen, het gebruik van hernieuwbare energie op te voeren, de vervoersector te moderniseren en energie-efficiëntie te bevorderen;
– “Industriebeleid in een tijd van mondialisering” moet het ondernemingsklimaat verbeteren, met name voor kmo’s, en zorgen voor een sterke en duurzame industriële basis die de mondiale concurrentie aankan;
– “Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen” moet de arbeidsmarkten moderniseren en de mensen meer kansen geven door een leven lang leren mogelijk te maken, zodat de participatiegraad toeneemt en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar worden afgestemd, onder meer dankzij een grotere arbeidsmobiliteit;
– “Europees platform tegen armoede” moet de sociale en territoriale cohesie versterken zodat iedereen kan delen in de groei en de werkgelegenheid, en mensen die met armoede en sociale uitsluiting te kampen hebben, een menswaardig bestaan kunnen opbouwen en actief kunnen deelnemen aan de samenleving.

Deze zeven kerninitiatieven houden verplichtingen in voor zowel de EU als de lidstaten. Om knelpunten te verhelpen en de doelstellingen van Europa 2020 te verwezenlijken zullen de EU-instrumenten, waaronder met name de interne markt, financiële hefbomen en externe beleidsinstrumenten volop worden ingezet.

Inmiddels zijn op kerninitiatieven innovatie-unie, digitale agenda, jongeren in beweging, efficiënt gebruik van hulpbronnen, industriebeleid, armoede en werkgelegenheid en groei diverse uitwerkingen verschenen. Zie voor een overzicht en de stand van zaken inzake de kerninitiatieven deze website.

Twee pijlers: thematisch en landenrapportage

Om tot resultaten te komen is beter economisch bestuur nodig. Europa 2020 heeft twee pijlers: de hierboven geschetste thematische aanpak met een combinatie van prioriteiten en centrale doelstellingen, en de landenrapportage, die de lidstaten moet helpen strategieën te ontwikkelen om weer tot duurzame groei en duurzame overheidsfinanciën te komen.

Op EU niveau worden geïntegreerde richtsnoeren geformuleerd voor alle prioriteiten en doelstellingen van de EU. De lidstaten krijgen aanbevelingen die specifiek op elke lidstaat zijn toegespitst. Wanneer op de aanbevelingen een ontoereikende respons komt, kunnen beleidswaarschuwingen worden gegeven. De rapportage over Europa 2020 en het stabiliteits- en groeipact gebeurt tegelijkertijd, terwijl de twee instrumenten gescheiden blijven en de integriteit van het stabiliteits- en groeipact gehandhaafd blijft.

De Europese Raad heeft een sturende taak en vormt de spil van de nieuwe strategie. De Commissie houdt de vorderingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen in het oog, zij faciliteert uitwisseling van beleidsmaatregelen en doet de nodige voorstellen om de maatregelen in goede banen te leiden en de kerninitiatieven van de EU te bevorderen. Het Europees Parlement mobiliseert de burgers en treedt voor de belangrijke initiatieven op als medewetgever. Deze aanpak op basis van partnerschap moet ook gelden voor EU-comités, nationale parlementen en nationale, lokale en regionale autoriteiten, de sociale partners, andere belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld. Iedereen moet erbij worden betrokken om de visie tot werkelijkheid te maken. De Commissie stelt voor dat de Europese Raad in maart de algemene aanpak van de strategie en de centrale doelstellingen goedkeurt, en in juni de details van de strategie vaststelt, waaronder de geïntegreerde richtsnoeren en de nationale streefdoelen. De Commissie kijkt uit naar het standpunt en de steun van het Europees Parlement, want die zijn noodzakelijk om Europa 2020 tot een succes te maken.’

Voorafgaande raadpleging

Voor de totstandkoming van de EU 2020 strategie heeft de Commissie een publieke raadpleging gehouden over de strategie, die betere perspectieven voor de EU economie moet opleveren. Het raadplegingsdocument betreft een werkdocument van de Commissie uit 2009, getiteld ‘ Raadpleging over de toekomstige Europa 2020 strategie’ (COM(2009) 647 def). EU 2020 moet onder meer tot de groenere groei leiden waar iedereen zijn graantje van kan meepikken, zoals voorzitter Barroso die al in zijn politieke richtsnoeren heeft geschetst. De nieuwe strategie bouwt voort op de resultaten van de Lissabonstrategie en op de lering die daaruit is getrokken.

Overzicht van de reacties op het consultatiedocument van burgers, bedrijfsleven en lidstaten.

Goed bestuur voor een goed functionerende Europa2020

De Commissie stelt voor dat de Europese Raad het Europa 2020-proces stuurt door de belangrijke beslissingen te nemen en de doelstellingen op basis van Commissievoorstellen vast te leggen. De Commissie wil dat het Europees Parlement een aanzienlijk grotere rol speelt. Ook de nationale parlementen zullen worden verzocht blijk te geven van hun belangstelling en verantwoordelijkheid in dit verband op te nemen. In de raadpleging wordt voorgesteld dat de conclusies van de Europese voorjaarsraad van 2010 de zogenoemde “geïntegreerde richtsnoeren” ondersteunen en het beleid bevestigen dat de EU en de lidstaten in partnerschap moeten voeren. De nieuwe richtsnoeren zouden de richtsnoeren vervangen die sinds 2005 in het kader van de Lissabonstrategie van kracht zijn.

Lidstaten vijfjarendoelstellingen

De lidstaten zouden worden verzocht voor elk van deze streefdoelen vijfjarendoelstellingen vast te leggen die aangepast zijn aan hun specifieke omstandigheden en uitgangspunten. De Commissie en de Europese Raad zullen jaarlijks de vorderingen in de lidstaten en op EU- niveau nagaan. De inzendingstermijn voor reacties op de raadpleging eindigde op 15 januari 2010. De reacties zijn in te zien via de website van EU 2020: Press pack Europe 2020

Het complete raadplegingsdocument en een dossier Europa 2020 is hier gepubliceerd.

Werkprogramma’s

Jaarlijks publiceert de Europese Commissie haar werkprogramma’s. Werkprogramma’s bevatten concrete actieplannen voor wetgevings- en beleidsinitiatieven die de Europese Commissie in het volgende jaar gerealiseerd wil hebben. Voor elk initiatief worden ook de beoogde resultaten opgesomd. Voor meer informatie over het werkprogramma Europese Commissie 2015 zie publicaties.

Nederlandse standpunten Europabewustzijn

Nieuws Europabewustzijn

Verslag conferentie Europabewustzijn in Groningen op 30 november

Op donderdag 30 november werd op het provinciehuis Groningen in samenwerking met kenniscentrum Europa decentraal een Europabewustzijn bijeenkomst georganiseerd. Ongeveer 70 deelnemers vanuit de noordelijke gemeenten, provincies en waterschappen kwamen hier op af. Diverse onderwerpen kwamen aan bod, zoals de Brexit, Europese fondsen, privacy, staatssteun en duurzaamheid. De conferentie bestond uit een plenair deel en twee workshoprondes waarbij de deelnemers de keuze hadden uit vier verschillende workshops.

Lees het volledige bericht

Wetgevingsvoorstel tot wijziging van de comitologieprocedure

De Commissie heeft op 14 februari 2017 een wetsvoorstel ingediend om de transparantie en de verantwoordingsplicht bij de tenuitvoerlegging van Europese wet- en regelgeving te versterken. Indien dit wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt de huidige comitologieprocedure significant gewijzigd.

Lees het volledige bericht

Pact van Amsterdam aangenomen: betere kennis, regelgeving en financiering

Steden zullen meer worden betrokken bij en meer invloed krijgen op het Europese beleid. Dit is op 30 mei 2016 vastgesteld in het Pact van Amsterdam, dat werd gesloten op de informele ministeriële bijeenkomst in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam. Deze bijeenkomst werd gehouden in het kader van het Nederlands EU-voorzitterschap. Het Pact gaat uitgebreid in op de samenwerking tussen onder andere steden en de Europese instellingen en de prioritaire thema’s van de Urban Agenda for the EU (UAEU).

Lees het volledige bericht

Pact van Amsterdam eerste stap in centraal stellen Europese burgers

Meer dan 70% van de Europeanen woont in steden en stedelijke regio’s. Dit zijn essentiële motoren van groei en innovatie. Door het Pact van Amsterdam, ondertekend op maandag 30 mei jl., krijgen deze steden en stedelijke regio’s meer invloed op EU beleid. De concrete implementatie van de EU Urban Agenda en de vervolgstappen staan centraal tijdens het Comité van de Regio’s forum dat parallel aan de ministersbijeenkomst in Amsterdam werd georganiseerd.

Lees het volledige bericht

Nieuwe Randstadstrategie: wat is de EU-inzet voor 2016-2019?

De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland hebben afspraken gemaakt over hun gezamenlijke inzet in Brussel. Deze Europastrategie Randstad 2016-2019 is op 26 april 2016 vastgesteld door hun Gedeputeerde Staten. Met deze strategie willen de provincies meer invloed uitoefenen op het Europees beleid dat betrekking heeft op de Randstad.

Lees het volledige bericht

Grensoverschrijdende samenwerking met België en Duitsland krijgt financiële injectie

De Europese Commissie heeft 10 december 2015 het Interregprogramma van de Euregio Maas-Rijn goedgekeurd. Dit programma moet de grensoverschrijdende samenwerking in de grensregio’s van Nederland, België en Duitsland stimuleren. Het programma kan tot 140 miljoen euro financieren, waarvan 98 miljoen euro uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) komt.
Lees het volledige bericht

Dag van Europa: 9 mei 2014

Op 9 mei vieren alle lidstaten van de EU de Dag van Europa om te herdenken dat Robert Schuman, de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken, met zijn verklaring de aanzet gaf voor de huidige EU-samenwerking. Europese instellingen, de Rijksoverheid en decentrale overheden gebruiken de dag om het Europa-bewustzijn te vergroten.

Lees het volledige bericht

Europa om de hoek-Kijkdagen

Op vrijdag 9, zaterdag 10 en zondag 11 mei vindt de vierde editie van de ‘Europa om de hoek Kijkdagen’ plaats. De Europese Commissie en de Nederlandse overheid vinden het belangrijk om te laten zien wat er in Nederland allemaal met Europees geld gebeurt. Een groot aantal projecten die financiering ontvangen vanuit Europese gelden, opent daarom tijdens de Kijkdagen hun deuren om te laten zien wat zij precies doen.

Lees het volledige bericht

Praktijk Europabewustzijn

Europabewustzijn

Voorbeelden van Europabewust/proof trajecten

Via de website van de VNG kunnen voorbeelden van (onderdelen van) gelopen Europa-proof trajecten binnen de gemeenten Bodegraven, Rotterdam, Almelo, Leeuwarden, Renkum, Den Haag, Schiedam en Utrecht worden ingezien. Decentrale overheden worden opgeroepen actief voorbeelden van eigen Euroabewusttrajecten aan te leveren, bijvoorbeeld via Europa decentraal, om die informatie te delen met andere overheden en om elkaar te inspireren.

Voorbeelden van beleidsmatig Europabewustzijn

Europabewustzijn betekent ook dat decentrale overheden zich richten op de kansen die het Europese beleid en Europese beleidinstrumenten zoals Europese regelgeving, netwerken en subsidies bieden om de decentrale beleidsdoelstellingen te realiseren. Om beleidsmatig Europabewust te worden zijn er 3 stappen in beleidsdoelstellingen en -instrumenten te onderscheiden. Deze worden in de EUREKAart beschreven.

Naast deze stappen volgen (zie EUREKAart) enkele praktijkvoorbeelden waarin stapsgewijs decentrale beleidsdoelstellingen aan Europese doelstellingen worden gekoppeld en beleidsinstrumenten worden gebruikt ter realisatie van deze decentrale doelstellingen. U kunt deze voorbeelden gebruiken ter inspiratie voor ook het beleidsmatig Europeesbewust denken binnen uw organisatie. U wordt van harte uitgenodigd uw eigen praktijkvoorbeelden via deze aanzet bij Europa decentraal aan te leveren om elkaar verder te inspireren.

Praktijkvragen Europabewustzijn

Wat is de relatie tussen de Staat van de Unie, het Werkprogramma en het Meerjarig Financieel kader?

De laatste tijd komen verschillende begrippen over het beleid van de Europese Unie prominent aan de orde. Wij vragen ons daarbij af wat de relatie is tussen de Staat van de Unie, het jaarlijkse werkprogramma van de Europese Commissie en het Meerjarig Financieel Kader (MFK) en wat de decentrale relevantie daarvan is?

Bekijk het antwoord

Wat is de Europese Green Leaf award?

Onze gemeente wil mede vanuit Europabewustzijn actief bijdragen aan de Europese milieudoelstellingen en het milieu verbeteren. Ook willen wij bijvoorbeeld kennis en ervaring op milieugebied uitwisselen met andere steden. Biedt het nieuwe Europese Green Leaf initiatief hiervoor mogelijkheden?

Bekijk het antwoord

Hoe komen decentrale Europese werkprogramma’s tot stand?

Het onlangs gepubliceerde werkprogramma van de Europese Commissie voor 2015 bevat wetgevingsinitiatieven die ons als waterschap raken. Is er meer informatie beschikbaar over hoe de decentrale belangen hierbij worden behartigd zodat wij ons Europabeleid hierop af kunnen stemmen? En is al bekend op welke dossier de koepelorganisaties inzetten bij de behartiging van decentrale belangen?

Bekijk het antwoord

Publicaties Europabewustzijn

Europabewustzijn

Handreiking Europaproof gemeenten
In de Handreiking Europaproof Gemeenten (versie juni 2008) wordt ingegaan op stappen die gemeenten kunnen nemen om Europa beter in de organisatie te verankeren. Hoofdstuk 1 van deze Handreiking gaat in op het begrip ‘Europaproof’ en de wijze waarop gemeenten Europaproof kunnen handelen. Verder is een ‘checklist’ opgenomen die gemeenten kunnen doorlopen op zoek naar een antwoord op de vraag: ‘Hoe maak ik mijn gemeente Europaproof?’.

Europa checklist provincie Utrecht
Om medewerkers te helpen bij het bepalen van de mogelijke Europeesrechtelijke aspecten van een besluit, heeft de provincie Utrecht een ‘Europa-checklist’ opgesteld. In de checklist komen enkele algemene Europeesrechtelijke onderwerpen aan de orde, waar de provincie mee te maken kan krijgen. Met behulp van een vragenlijst kan worden nagegaan of er sprake is van een situatie waarop Europees recht van toepassing is.

Europagids voor waterschappen
De Europagids is bedoeld om alle waterschapsmedewerkers en -bestuurders meer bekend te maken met Europese wet- en regelgeving. Beoogd wordt een grotere bewustwording van Europa te bereiken binnen de organisatie van de waterschappen. Deze handreiking is een hulpmiddel om waterschapsactiviteiten te toetsen aan Europees recht.

Wegwijzer Europabewust
Deze publicatie beschrijft maatregelen die waterschappen kunnen nemen om vanaf 2010 Europa-bewust te gaan opereren. De vlot leesbare wegwijzer is ook interessant voor andere decentrale overheden, mede door een aantal algemeen bruikbare checklists op Europeesrechtelijk gebied.

Eindverslag Radboud Universiteit voor IPO maart 2013
Titel: Provinciaal positiespel in Brussel en Den Haag, een onderzoek naar de positie van provincies in Europese beleidsvorming. Uitgevoerd door de Radboud Universiteit Nijmegen, 27 februari 2013

Het Monti-rapport: een nieuwe strategie voor de Europese interne markt
In mei 2010 beveelt oud-Eurocommissaris en professor Mario Monti aan dat een nieuwe balans moet worden gevonden tussen economische factoren en de rechten van consumenten en werknemers. Het rapport stelt een nieuwe strategie voor om de interne markt te behoeden voor de risico’s van economisch nationalisme, om hem uit te breiden naar nieuwe gebieden die belangrijk zijn voor de groei van Europa en om een belangrijke mate van consensus daaromheen te bouwen.

Met Europa verbonden
In november 2013 is dit advies van de Rob gepubliceerd: Een verkenning van de betekenis van Europa voor gemeenten en provincies. Ingrijpende veranderingen in Europese wet- en regelgeving leiden niet altijd even snel tot aanpassingen in de organisatie van gemeenten en provincies. De Rob benadert dit vanuit een praktische invalshoek: wat is eigenlijk de betekenis van Europa voor het binnenlands bestuur van ons land? Waar raakt de politiek van Europa, met name de rechtscheppende realiteit van Europa, de verantwoordelijkheid van lokale bestuurders?

Werkprogramma 2015
Bijlagen werkprogramma 2015

Wet- en regelgeving Europabewustzijn

Bronnen Europees recht en beleid

De samenwerking in het kader van de Europese Unie is gebaseerd op Verdragen. Het nieuwe Hervormingsverdrag (Lissabon), dat op 1 december 2009 in werking is getreden, is het huidig geldende EU-Verdrag en bestaat uit het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Het Verdrag van Lissabon wijzigt de tot dan toe bestaande Verdragen. In het document Verdrag van Lissabon leest u de belangrijkste wijzigingen die het Verdrag in het algemeen met zich mee brengt. In het document Decentrale overheden en het Verdrag van Lissabon leest u over de veranderingen die het Verdrag voor decentrale overheden heeft gebracht.

Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon (VEU/VWEU) zijn diverse Europese Verdragen vastgesteld. Hieronder vindt u de voornaamste:

De Europese Verdragen

Verdrag van Nice

Het Verdrag van Nice (in werking getreden op 1 februari 2003) had voornamelijk tot doel de instellingen te hervormen met het oog op een efficiënte werking van de Unie na de uitbreiding tot 25 lidstaten. Het Verdrag van Nice, het voormalige EU-Verdrag en het EG-Verdrag zijn samengevoegd in één geconsolideerde versie.

Verdrag van Amsterdam

Door het Verdrag van Amsterdam (in werking getreden op 1 mei 1999) werden de EU- en EG-Verdragen gewijzigd en hernummerd. Geconsolideerde versies van de EU- en EG-Verdragen zijn aan het Verdrag van Amsterdam toegevoegd. De letters A tot S waarmee de artikelen van het Verdrag betreffende de Europese Unie werden aangeduid, werden bij het Verdrag van Amsterdam vervangen door artikelnummers.

Verdrag betreffende de Europese Unie

Bij het Verdrag betreffende de Europese Unie (‘Verdrag van Maastricht’, in werking getreden op 1 november 1993) werd de benaming Europese Economische Gemeenschap (EEG) gewijzigd in ‘Europese Gemeenschap’ (EG). Bij het Verdrag van Maastricht zijn ook nieuwe vormen van samenwerking tussen de regeringen van de lidstaten ingevoerd, bijvoorbeeld op het gebied van ‘justitie en binnenlandse zaken’. Door de toevoeging van deze intergouvernementele samenwerking aan het bestaande ‘gemeenschapssysteem’, heeft het Verdrag van Maastricht een nieuwe politieke en economische structuur gecreëerd met drie ‘pijlers’. Dit is de Europese Unie (EU).

Europese Akte

De Europese Akte (in werking getreden op 1 juli 1987) regelde de aanpassingen die nodig waren voor de voltooiing van de interne markt.

Fusieverdrag

Het Fusieverdrag (in werking getreden op 1 juli 1967) zorgde ervoor dat er één enkele Commissie en één enkele Raad kwamen voor de drie Europese Gemeenschappen die er toen waren.

Verdrag van Rome

Het Verdrag van Rome, tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), trad op 1 januari 1958 in werking. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) werd samen met het EEG-Verdrag op 25 maart 1957 in Rome ondertekend. Deze verdragen worden vaak aangeduid als ‘de Verdragen van Rome’.

Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) trad op 23 juli 1952 in werking en verstreek op 23 juli 2002.

De oprichtingsverdragen zijn verscheidene malen gewijzigd, in het bijzonder naar aanleiding van de toetreding van nieuwe lidstaten. Dit was het geval in 1973 (Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk), 1981 (Griekenland), 1986 (Spanje, Portugal), 1995 (Oostenrijk, Finland en Zweden), 2004 (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië en Tsjechië) en 2007 (Bulgarije en Roemenië).

Overige Verdragen

Handvest

In artikel 6 van het VEU wordt aangegeven dat de Unie de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgesteld in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 7 december 2007 (aangepast op 12 december 2007 te Straatsburg) erkent. Dit Handvest heeft dezelfde juridische waarde als de Verdragen, maar de bepalingen van het Handvest houden geenszins een verruiming in van de bevoegdheden van de Unie zoals bepaald bij de Verdragen. Het Handvest ziet met name op bescherming van sociale rechten van werknemers, bescherming van gegevens, bio-ethiek en het recht op behoorlijk bestuur.

Het EU-Handvest van de Grondrechten geldt niet alleen voor de EU-instellingen. Het geldt ook voor de EU-lidstaten, maar uitsluitend als zij “het recht van de Unie ten uitvoer brengen”. Uit conclusies van Advocaten-Generaal blijkt dat er bij deze adviseurs van het Hof van de EU onduidelijkheid heerst over de uitleg van deze omschrijving.

EVRM

Daarnaast geeft artikel 6 VEU aan dat de Unie toetreedt tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De grondrechten zoals zij worden gewaarborgd door het EVRM maken als algemene beginselen deel uit van het recht van de Unie. Het EVRM ziet vooral op de bescherming van burgerlijke en politieke rechten.

Zie voor meer informatie

Website van Europa over EU-Verdragen
Nieuwsbericht ‘Reikwijdte EU-Handvest Grondrechten nog onduidelijk’ 

X