Zoeken

ALTIJD OP DE HOOGTE?

Welke ontwikkelingen in de EU zijn van belang voor gemeenten, provincies en waterschappen? En wat betekent dat voor de dagelijkse praktijk?

Ook decentrale overheden moeten netwerkaanbieders straks toegang verlenen tot overheidsinfrastructuur

2 september 2019

Vanaf december 2020 moeten overheidsinstanties in bepaalde gevallen toegang verlenen tot publieke infrastructuur, zoals openbare gebouwen of straatmeubilair. Het moet dan een redelijk verzoek betreffen om op die locatie toegangspunten met klein bereik (small cells) te plaatsen. Dat staat in het concept-wijzigingsvoorstel van de Telecommunicatiewet, dat de Rijksoverheid in juli 2019 ter consultatie heeft gepubliceerd. Hier kan nog tot en met 9 september op gereageerd worden.

Achtergrond: EU-beleid

De Nederlandse Telecommunicatiewet wordt gewijzigd om nieuwe Europese regels te implementeren. Eind 2018 heeft de EU vier richtlijnen samengevoegd tot de ‘Europese Telecomcode’ (richtlijn 2018/1972). Deze bevat regels over elektronische communicatie.

Er bestaat nu al een verplichting voor de netbeheerders om bepaalde verzoeken om medegebruik van hun voorzieningen in te willigen. Ook kunnen Rijksoverheidsinstanties reeds een verzoek om het plaatsen van antenne-installaties op rijkseigendommen krijgen. Deze verplichtingen worden nu uitgebreid naar decentrale overheidsorganisaties omdat dit bijdraagt aan een snelle en efficiënte aanleg van het 5G-netwerk. De Europese Commissie heeft in het ‘5G Actieplan voor Europa’ de doelstelling gesteld om in 2020 te starten met de uitrol van 5G.

Voorwaarden voor de toegang

Hoofdstuk 5C van het wijzigingsvoorstel voor de Telecommunicatiewet gaat over het medegebruik van de voorzieningen van overheidsinstanties. Redelijke verzoeken tot toegang moeten worden ingewilligd. Uit de toelichting op het voorstel blijkt wanneer hier sprake van is.

Wanneer instemmen?

Het verzoek moet gaan over publieke infrastructuur zoals openbare gebouwen, of infrastructuur die onder zeggenschap van een overheidsinstantie staat. Het kan dus ook gaan om straatmeubilair zoals bushokjes en verkeerslichten.

Daarnaast moet het verzoek afkomstig zijn van aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten en aanbieders van bijbehorende faciliteiten. De toegang moet noodzakelijk zijn om een toegangspunt met een klein bereik aan te leggen of te exploiteren. Nadere uitleg over wat precies als zo’n toegangspunt wordt gezien wordt nog opgesteld door de Europese Commissie en het Rijk.

Wanneer weigeren?

Op grond van objectieve redenen mag een overheidsinstantie een verzoek tot toegang weigeren. Bijvoorbeeld indien de publieke infrastructuur niet geschikt is voor toegangspunten met een klein bereik of wanneer het gebruik van de publieke infrastructuur niet noodzakelijk is voor de verbinding van toegangspunten met klein bereik met een backbonenetwerk.

Daarnaast staat in de toelichting dat een verzoek geweigerd mag worden als het gaat om actieve elementen van infrastructuur. Dit zijn bijvoorbeeld de tramrails, rijbanen of fysieke geleidingsdraden.

Administratieve lasten en vergoedingen

In de toelichting bij het wijzigingsvoorstel worden de volgende administratieve lasten voor overheidsorganisaties genoemd: het inventariseren van publieke infrastructuur die geschikt is voor medegebruik en het verstrekken van informatie over de voorwaarden waaronder dit medegebruik kan plaatsvinden. De afspraken over het medegebruik worden door de partijen vastgelegd in een overeenkomst.

Overheidsinstanties mogen voor de toegang tot de publieke infrastructuur ook een vergoeding vragen. Deze vergoeding mag alleen dienen ter dekking van de administratiekosten die voortvloeien uit het beheer, de controle van en het toezicht op de naleving van het systeem door de overheidsinstantie. Naast deze administratieve vergoeding mag de overheidsinstantie ook een marktconforme vergoeding vragen voor het gebruik en de exploitatie van de infrastructuur. Over de hoogte van deze vergoedingen worden nog nadere regels vastgesteld door het Rijk.

Medegebruik bestaande infrastructuur

Voor de overgang naar een 5G-netwerk is het nodig om de dichtheid van het aantal netwerkpunten te verhogen. Verwacht wordt dat de small cells vooral in de binnenstad bijgeplaatst moeten worden. Om de impact op het straatbeeld zo beperkt mogelijk te maken is in het wijzigingsvoorstel  opgenomen dat een bestuursorgaan de aanbieders van elektronische communicatienetwerken die toegang hebben gekregen tot hun overheidsinfrastructuur medegebruik kan opleggen. De aanbieders kunnen dan worden verplicht de locatie of bepaalde netwerkelementen met andere netwerkaanbieders te delen. Voorwaarden voor het medegebruik is dat dit technisch mogelijk is en noodzakelijk is voor de bescherming van het milieu, de volksgezondheid of de openbare veiligheid of noodzakelijk in verband met planologische of stedenbouwkundige doelstellingen (die bijvoorbeeld zijn vastgelegd in een omgevingsplan).

Consultatie

Het concept-wijzigingsvoorstel voor de Telecommunicatiewet staat nog open voor consultatie. Decentrale overheden kunnen tot 9 september 2019 op de stukken reageren. De Europese Telecomrichtlijn moet op 21 december 2020 in de nationale wetgeving zijn geïmplementeerd.

Door:

Juliëtte Fredriksz, kenniscentrum Europa decentraal

Meer informatie:

Wetsvoorstel implementatie Telecomcode, Rijksoverheid
Towards 5G, Europese Commissie
Europese Telecomcode

X