Kunnen omwoners beroep doen op het voorzorgbeginsel in verband met UMTS-straling?

februari 2013

Het college van B&W heeft een lichte bouwvergunning verleend aan een operator op het terrein van de mobiele telefonie voor het oprichten van een antennemast. Daartegen is bezwaar gemaakt door omwonenden. Bezwaarden doen een beroep op het voorzorgsbeginsel dat in het EG-Verdrag zou zijn opgenomen. Men vreest dat de volksgezondheid gevaar loopt door de elektromagnetische velden van mobiele telefoons en antennes. Het staat niet vast dat deze velden ongevaarlijk zijn.

Versie september 2010

In hoeverre moet het voorzorgsbeginsel worden betrokken bij de beslissing op de bezwaren?

Antwoord

Een beroep op het voorzorgbeginsel (art. 174 EG-Verdrag) op zich is niet mogelijk. De norm is van toepassing op de Gemeenschap en dus niet op de lidstaten. De omwonenden kunnen zich daarom niet op dit beginsel beroepen. Zij kunnen zich wel beroepen op de plicht die geldt voor elk bestuursorgaan dat het kennis moet vergaren omtrent de relevante feiten voordat het een beslissing neemt (art. 3:2 Awb). Daartoe behoort ook kennis omtrent de schadelijkheid van stralingen die worden toegestaan.

Beschikbare informatie

Indien uit de beschikbare informatie (bijvoorbeeld rapporten over gevaren van dergelijke magnetische velden) niet blijkt dat ernstig rekening moet worden gehouden met schadelijke effecten, dan mag het bestuursorgaan daarvan uit gaan en een beslissing nemen.

Voorzorgsbeginsel

Volgens de Europese Commissie mag het voorzorgsbeginsel pas worden toegepast wanneer de potentieel schadelijke gevolgen van een verschijnsel, een product of een procédé door middel van een objectieve, wetenschappelijke evaluatie zijn vastgesteld, maar het risico op grond van deze evaluatie niet met voldoende zekerheid kan worden bepaald. De Commissie onderstreept daarbij dat het voorzorgsbeginsel slechts mag worden toegepast bij een vermoeden van potentieel risico en nooit een willekeurig besluit kan rechtvaardigen.

Voldoen aan de noodzakelijke voorwaarden

De toepassing van het voorzorgsbeginsel is dus alleen gerechtvaardigd wanneer aan de drie noodzakelijke voorwaarden – bepaling van de potentieel schadelijke gevolgen, evaluatie van de beschikbare wetenschappelijke gegevens en mate van wetenschappelijke onzekerheid – is voldaan.

Gezondheidsklachten en UMTS-antennes

Onafhankelijke Zwitserse onderzoekers hebben in 2006 geconstateerd dat er geen enkele aanwijzing is dat blootstelling aan elektromagnetische velden van UMTS-antennes gezondheidsklachten (zoals hoofdpijn, vermoeidheid of duizeligheid), een slechter geheugen of verminderde reactiesnelheid veroorzaakt.

Op 6 juni 2006 heeft de Zwitserse Stichting voor onderzoek naar mobiele communicatie (FSM) de resultaten bekendgemaakt van een studie naar de effecten van UMTS-velden op het welbevinden en de cognitieve functies (het Cofam II-onderzoek). Dit onderzoek is uitgevoerd volgens de aanbevelingen van de Gezondheidsraad. Met de resultaten van dit onderzoek is elke grond om het voorzorgbeginsel ook in telecomgevallen toe te passen afwezig en zal het beroep van ‘uw’ bezwaarden op het voorzorgbeginsel niet slagen.

Meer informatie:

Rijksoverheid, over antennes en gezondheid
Mededeling over het voorzorgsbeginsel, Europese Commissie

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X