Wat zijn de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor waterschappen na 2009?

februari 2013

Moeten wij als waterschap, nu het screeningsproces is afgerond, nog rekening houden met de Dienstenrichtlijn?

Versie maart 2010

Antwoord

Ja, ook na 2009 moet rekening gehouden worden met plichten die voortvloeien uit de Dienstenrichtlijn. In de praktijk zullen waterschappen echter weinig met de richtlijn te maken krijgen, omdat de meeste waterschapsregelgeving ervan is uitgezonderd. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste, eventuele, verplichtingen voor waterschappen die voortvloeien uit de Dienstenrichtlijn.

Het screeningsproces

In 2008 heeft de Unie van Waterschappen al haar modelregelgeving gescreend. Het resultaat daarvan was dat slechts in één verordening één bepaling was opgenomen die strijdigheid met de Dienstenrichtlijn opleverde, namelijk de Modelverordening inzake de gegevens die bij een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren moeten worden verstrekt (Verordening gegevensverstrekking).

Artikel 7

De gegevens die op grond van art. 7 van deze Verordening moesten worden verstrekt, vielen niet onder een uitzondering van de Dienstenrichtlijn en werden daarom als strijdig met de richtlijn aangemerkt. Dit strijdige artikel is echter vervallen. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waardoor de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is ingetrokken. Door het invoeren van een digitaal aanvraagformulier is een aparte verordening niet meer aan de orde.

Indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet

Op 1 maart 2010 trad de regeling indicatieve vaststelling reikwijdte Dienstenwet in werking. In de bijlage bij deze regeling zijn alle eisen en vergunningstelsels van zowel het Rijk als decentrale overheden die onder de Dienstenrichtlijn vallen te vinden. Uit de regeling blijkt dat sommige waterschappen ook andere eisen en vergunningstelsels hebben die onder de Dienstenrichtlijn vallen. Voorbeelden hiervan zijn:

– De lozingsverordening;
– De beleidsnotitie ontheffingenbeleid sector waterkeringen;
– De aansluitverordening;
– Nota onroerende zaken, enz.

Zie voor een volledig overzicht de bijlage bij de regeling.

Uitzonderingsgronden

Er is weinig regelgeving van waterschappen die onder de Dienstenrichtlijn valt, omdat vaak één van de uitzonderingen van de richtlijn van toepassing is. In overweging 9 wordt vermeld dat de richtlijn alleen van toepassing is op eisen aangaande de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit. De richtlijn is dus niet van toepassing op eisen zoals regels voor de ontwikkeling of het gebruik van land en water. Ook de regels die de dienstverlener bij de uitvoering van de economische activiteit op dezelfde wijze als een natuurlijk persoon (een particulier) in acht moet nemen, vallen onder overweging 9 en daarmee.

Reguleringssystemen

Nagenoeg alle reguleringssystemen die de waterschappen hanteren vallen onder deze uitzondering. Deze reguleringssystemen hebben als doel de ontwikkeling of het gebruik van land en water overeenkomstig daarover vastgesteld beleid te laten zijn en zien dus niet op de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit.

Permanente notificatieplicht

Ook al heeft een waterschap misschien momenteel geen regelgeving die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn valt, in de toekomst kan dat veranderen aangezien regelgeving altijd in beweging is. Mocht nieuwe of gewijzigde regelgeving nu eisen bevatten die zijn opgenomen in art. 15 of 16 Dienstenrichtlijn, dan moeten deze eisen genotificeerd worden bij de Europese Commissie.

ICER-handleiding

De ICER-handleiding notificatie onder de Dienstenrichtlijn bevat twee doorloopschema’s waarmee gemakkelijk te bepalen is wanneer wel of niet genotificeerd dient te worden. Waterschappen kunnen hun notificatieformulieren insturen via het ministerie van Verkeer en Waterstaat via sophie.van.dierendonck@minvenw.nl en joost.weekers@minvenw.nl.

Meldingsplicht

Daarnaast geldt voor waterschappen ook een meldingsplicht. Alle nieuwe, gewijzigde of ingetrokken dienstenregelgeving die rechtstreeks de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit regelt moet vanaf 2010 gemeld worden aan het ministerie van Economische Zaken, voor zover deze regelgeving niet al wordt genotificeerd. Deze informatie is nodig voor actueel houden van de  regeling reikwijdte Dienstenrichtlijn. Daarnaast kan de nieuwe of gewijzigde regelgeving gevolgen hebben voor de aansluiting op het Dienstenloket of het Interne Markt Informatiesysteem (IMI).

Echter, ook in dit geval geldt net als bij de notificatieplicht dat dit weinig voor zal komen aangezien veel waterschapsregelgeving onder een uitzondering van de richtlijn valt.

Het Dienstenloket

Vanaf 2009 moeten dienstverleners alle (vergunning)procedures en formaliteiten op afstand en elektronisch via het Dienstenloket kunnen afwikkelen. Doorslaggevend voor de vraag of u aangesloten dient te worden op het Dienstenloket is of een dienstverrichter bij u procedures of formaliteiten afwikkelt die betrekking hebben op eisen of vergunningstelsels die onder de reikwijdte van de Dienstenrichtlijn vallen.

Vrijwillige aansluiting

Heeft een waterschap geen enkele eis of vergunningstelsel dat binnen het bereik van de Dienstenrichtlijn valt, dan bestaat er geen wettelijke verplichting tot aansluiting op het Dienstenloket. Wel kan, voor zover dit nog niet gebeurt is, overgegaan worden tot vrijwillige aansluiting. Uiteraard kan de infrastructuur van het Dienstenloket ook buiten de Dienstenrichtlijn voor andere informatie, bijstand, procedures en formaliteiten worden ingezet.

De Lex Silencio Positivo

Ook voor waterschappen geldt dat voor eventuele (nieuwe) vergunningstelsels die onder de Dienstenrichtlijn vallen moet worden bepaald of de Lex Silencio Positivo (het van rechtswege verlenen van een vergunning na verloop van de beslistermijn) van toepassing is op het desbetreffende vergunningstelsel. Voor decentrale overheden geldt echter een overgangstermijn tot 2012:

– Tot 2012: de LSP moet door het waterschap uitdrukkelijk van toepassing worden verklaard indien er geen dwingende reden van algemeen belang bestaat om af te wijken van het beginsel van LSP. Dit zal per vergunningstelsel moeten worden getoetst;
– Vanaf 2012: de LSP moet uitdrukkelijk worden uitgesloten als er dwingende redenen van algemeen belang bestaan om af te wijken van het beginsel van LSP. Ook dit zal per vergunningstelsel moeten worden getoetst.

Aangezien de meeste waterschappen echter niet over vergunningenstelsels die onder de Dienstenrichtlijn vallen beschikken, zullen weinig waterschappen met de LSP te maken krijgen.

Overige verplichtingen

Bij regelgeving die onder de Dienstenrichtlijn valt moeten waterschappen verder rekening houden met een aantal aanvullende eisen die voornamelijk zien op vergunningenstelsels en procedures. Deze zijn tijdens de aanvullende doorlichting getoetst. Het betreft:

– De verplichting om een beperkte geldigheidsduur van een verleende vergunning te rechtvaardigen;
– Voorschriften voor de selectieprocedure bij een beperkt aantal beschikbare vergunningen;
– Het verbod op kruissubsidiëring tussen vergunningenstelsels;
– Voorschriften over de behandeltermijn van een vergunningaanvraag;
– De inhoud van ontvangstbevestigingen.

Waterschappen mogen dus geen kruissubsidiëring tussen stelsels plaats laten vinden. Mogelijk moet daarom de legesverordening van uw waterschap worden aangepast.

Meer informatie:

Notificeren, Dienstenrichtlijn
Dienstenloket, Dienstenrichtlijn
Hoe staat de Lex Silencio Positivo tegenover vergunningsstelsels die vallen onder de Dienstenrichtlijn? Praktijkvraag
Handreiking Dienstenrichtlijn

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG