Hoe worden EU-doelstellingen voor duurzame stedelijke ontwikkeling vertaald naar de fondsenprogramma’s of initiatieven?

maart 2018

Onze gemeente wil meer gaan investeren in het stimuleren van werkgelegenheid en vaardigheden in het kader van duurzame stedelijke ontwikkeling. In dat verband willen wij ook beter zicht krijgen op de kansen die Europa op dit vlak biedt via de Structuur- en Investeringsfondsen. Hoe worden EU-beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling in grote lijnen vertaald naar de betreffende fondsenprogramma’s of initiatieven? En waar liggen dan dus eventueel kansen voor onze gemeente?

Antwoord in het kort:

Om inzicht te krijgen in de juridische en beleidsmatige vertaling van EU-beleidsdoelstellingen op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling naar de fondsenprogramma’s en Commissie-initiatieven moet worden gekeken naar de wijze waarop de investeringsprioriteiten van de EU in het Meerjarig Financieel Kader (MFK) zijn uitgewerkt. Hieronder wordt stapsgewijs – van algemeen naar specifiek – uitgelegd via welke wetgeving de EU-beleidsdoelstellingen steeds verder worden geconcretiseerd. Er wordt ingezoomd op één voorbeeld: Urban Innovative Actions (UIA). Met dit initiatief ondersteunt de Europese Commissie duurzame stedelijke ontwikkeling door op basis van cofinanciering innovatieve projecten te ondersteunen. Drie Nederlandse gemeenten hebben al succesvolle aanvragen ingediend. Rotterdam haalde op het onderwerp ‘banen en vaardigheden in de lokale economie’ financiering binnen.

Meerjarig Financieel Kader

De investeringsprioriteiten van de EU zijn te vinden in het MFK. Het MFK, dat aan de basis staat van de verdeling van de beschikbare Europese middelen, wordt vastgelegd in een Europese verordening die een langetermijnbegroting van de EU bevat. Over een periode van doorgaans zeven jaar worden maximumbedragen vastgesteld voor de diverse begrotingen van de EU. Het huidige MFK over de periode 2014-2020 is vastgelegd in Verordening 1311/2013 (zoals gewijzigd door Verordening 2017/1123) en beslaat bijna € 1 biljoen. De investeringsprioriteiten van het huidige MFK zijn: slimme en inclusieve groei, duurzame groei (natuurlijke hulpbronnen), veiligheid en burgerschap, Europa als wereldspeler en administratie. Daaronder valt ook het stimuleren van duurzame stedelijke ontwikkeling.

Verordening Gemeenschappelijke Bepalingen

Met het oog op verbetering van de coördinatie en harmonisatie van de uitvoering van de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI-fondsen), die steun verlenen in het kader van het Europese cohesiebeleid, zijn gemeenschappelijke bepalingen voor al deze fondsen vastgesteld in Verordening 1303/2013. Dit zijn: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV).

Elk ESI-fonds steunt de thematische doelstellingen die in art. 9 Verordening 1303/2013 staan opgesomd. Zo wordt bijgedragen aan de strategie van de EU voor slimme, duurzame en inclusieve groei (de EU2020-strategie) en aan fondsspecifieke opdrachten. Een van de thematische doelstellingen is de ‘bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit’. Om de bijdrage van de ESI-fondsen zo groot mogelijk te maken is er in de verordening tevens een gemeenschappelijk strategisch kader vastgesteld, dat de doelen van de EU2020-strategie vertaalt naar investeringsprioriteiten van de EU voor de ESI-fondsen. Voor de genoemde fondsen gelden dus dezelfde regels. Wegens de bijzondere kenmerken van de verschillende ESI-fondsen zijn echter ook voor elk fonds in afzonderlijke verordeningen specifieke regels neergelegd.

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

Waar het gaat om het stimuleren van duurzame stedelijke ontwikkeling is het hierboven genoemde EFRO van belang voor decentrale overheden. Uit art. 176 VWEU volgt dat het EFRO is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het ongedaan maken van de belangrijkste regionale onevenwichtigheden in de EU. Voor het EFRO is in Verordening 1301/2013 (de EFRO-verordening) het fondsspecifieke regelgevend kader vastgelegd. Hierin zijn investeringsprioriteiten en doelstellingen van het fonds opgenomen. De twee algemene doelstellingen voor de periode 2014-2020 zijn ‘Investeren in groei en werkgelegenheid’ en ‘Europese territoriale samenwerking’. Voor de uitvoering hebben de vier Nederlandse Management Autoriteiten allen een operationeel programma opgesteld.

In het kader van deze operationele programma’s ondersteunt het EFRO de duurzame stedelijke ontwikkeling. Dit gebeurt door middel van strategieën die geïntegreerde maatregelen omvatten om de economische, ecologische, klimatologische, demografische en sociale uitdagingen waarmee stedelijke gebieden worden geconfronteerd, aan te pakken. Daarbij wordt rekening gehouden met de behoefte om de banden tussen de stad en het platteland te bevorderen (art. 7 EFRO-verordening). In Nederland worden de EFRO-gelden alleen in het landsdeel West ingezet op de doelstelling ‘bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit’, maar er zijn daarnaast ook andere Europese initiatieven. Dat zal hieronder worden toegelicht.

Urban Innovative Actions

In aanvulling op de EFRO-verordening heeft de Commissie in Verordening 522/2014 regels vastgesteld voor ‘innovatieve acties’ op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling die ondersteund worden door het EFRO. Ook daar liggen dus mogelijkheden voor decentrale overheden. Anders dan bij de operationele programma’s van de Management Autoriteiten komt de impuls bij een dergelijk initiatief niet vanuit de lidstaten, maar exclusief van de Commissie.

Uit art. 8 EFRO-verordening volgt dat het EFRO op initiatief van de Commissie innovatieve acties op het gebied van duurzame stedelijke ontwikkeling kan ondersteunen. Dergelijke ondersteunde acties omvatten studies en proefprojecten voor het vaststellen of testen van nieuwe oplossingen voor het aanpakken van uitdagingen op dit gebied. De acties moeten bovendien van belang zijn op EU-niveau. In dit verband heeft de Commissie Urban Innovative Actions (UIA) opgezet. Het doel van het UIA-initiatief is om steden in Europa de ruimte en middelen te verschaffen om op basis van cofinanciering innovatieve projecten in het kader van stedelijke innovaties te ondersteunen. Voor de periode 2014-2020 is een budget van € 372 miljoen beschikbaar.

Indienen van UIA-voorstellen

Steden die projecten voor duurzame stedelijke ontwikkeling willen steunen, kunnen de zogeheten ‘calls’ (oproepen tot het indienen van voorstellen) in de gaten houden. Er zijn inmiddels in het kader van UIA drie calls geplaatst. De derde call sluit op 30 maart 2018 en heeft de volgende onderwerpen:

Later dit jaar wordt de vierde call opengesteld met de volgende onderwerpen:

De Nederlandse gemeenten Kerkrade, Rotterdam en Utrecht hebben via UIA-projecten kunnen ondersteunen op respectievelijk de onderwerpen ‘circulaire economie’, ‘banen en vaardigheden in de lokale economie’ en ‘integratie van migranten en vluchtelingen’. Bilbao, Madrid en Milaan zijn voorbeelden van andere Europese steden die op het onderwerp ‘banen en vaardigheden in de lokale economie’ reeds succesvolle aanvragen indienden.

Door:

Chris Koedooder en Jos Pees, Europa decentraal

Meer informatie:

Regionaal beleid en structuurfondsen, Europa decentraal
Agenda Stad, Europa decentraal
Europese Agenda Stad, AgendaStad.nl
Europese Agenda Stad: nieuwe partnerschappen bekendgemaakt, nieuwsbericht Europa decentraal
Europese Commissie stelt €50 miljoen beschikbaar voor stedelijke projecten, nieuwsbericht Europa decentraal
Het meerjarig financieel kader: planning van de EU-uitgaven, Europese Raad
Wat is de relatie tussen de Staat van de Unie, het Werkprogramma en het Meerjarig Financieel kader?, praktijkvraag Europa decentraal
Europese subsidies, VNG
Europese Subsidiewijzer 2014-2020, VNG
Europese Stedelijke Agenda, VNG

X