Welke gevolgen heeft de economische benadering van staatssteun voor decentrale overheden?

januari 2013

Ik heb begrepen dat de Europese Commissie recentelijk haar staatssteun beleid heeft bijgesteld en staatssteun zwaarder gaat toetsen aan diens economische gevolgen. Wat is deze ‘verfijnde economische benadering’ en wat voor gevolgen heeft het voor het decentraal staatssteunbeleid?

Versie maart 2012

Antwoord

In 2005 kwam de Commissie met het Actieplan staatssteun, een routekaart voor de hervorming van het staatssteunbeleid in de periode 2005-2009. Een van de beginselen van deze hervomingen is minder en beter gerichte staatssteun. De Commissie stimuleert lidstaten om staatssteun te richten op activiteiten waarvoor op de financiële markten weinig middelen beschikbaar zijn of activiteiten die bijdragen tot de doelstellingen:

– Economische groei;
– Vergroting concurrentievermogen;
– Schepping van werkgelegenheid.

Het streven naar minder en beter gerichte staatssteun hangt samen met een ander basisbeginsel van het Actieplan, de verfijnde economische benadering van de toetsing van staatssteun.

De verfijnde economische benadering

De Commissie weegt bij het beoordelen van staatssteun die een (decentrale) overheid aan ondernemers verstrekt, de positieve impact van deze steun (het behalen van een doelstelling van gemeenschappelijk belang) af tegen de potentiële negatieve effecten van deze maatregel (verstoring van het handelsverkeer en de mededinging). Deze al bekende analyse is sinds 2005 geleidelijk versterkt, dat wil zeggen, economischer en verfijnder geworden.

Stappen verfijnde benadering

De verfijnde benadering verloopt in drie stappen. De eerste twee betreffen de positieve gevolgen van staatssteun en de laatste betreft de negatieve gevolgen:

Stap 1. Is de steunmaatregel gericht op een helder omschreven doelstelling van gemeenschappelijk belang, zoals groei, werkgelegenheid, milieu, cultuur en het vergroten van samenhang tussen de regio’s?

Stap 2. Is de steunmaatregel goed genoeg ontworpen om een doelstelling van gemeenschappelijk belang te kunnen realiseren, dat wil zeggen wordt met het steunvoornemen het marktfalen aangepakt of dient hij een andere doelstelling?

– Is staatssteun een geschikt beleidsinstrument? Denk aan andere instrumenten zoals regelgeving.
– Is er een stimulerend effect: verandert de steun de gedragingen van ondernemingen? Bijvoorbeeld, wordt het volume van een project groter of had de activiteit zonder steun niet plaatsgevonden?
– Is de steun evenredig: kan het beoogde effect met minder steun worden bereikt?

Stap 3. Zijn vervalsing van de mededinging en de gevolgen voor het handelsverkeer beperkt, zodat de afweging al met al positief is?

Kaderregeling voor Onderzoek

De Commissie heeft deze benadering inmiddels uitgewerkt in nieuwe regelgeving: Kaderregeling O&O&I (vanaf 2007) en Richtsnoeren voor risicokapitaal (vanaf eind 2006). Hieruit blijkt dat de ruimte voor decentrale overheden om staatssteun te verlenen gekoppeld is aan marktfalen. Dit is een situatie waarin de markt niet tot een economisch doelmatige uitkomst leidt.

Niveau’s van beoordeling

De Commissie introduceert in de nieuwe regelgeving verschillende niveau’s van beoordeling. Steun aan het MKB die aan de gestelde criteria voldoet, kan normaal gesproken automatisch worden goedgekeurd. Aan zwaardere steunmaatregelen, bijvoorbeeld ten gunste van grote ondernemingen of boven bepaalde plafonds, stelt de Commissie zwaardere eisen.

Analyse zonder scenario’s

Zo moet de onderneming bijvoorbeeld door middel van een analyse van scenario’s met en zonder steun, vooraf vaststellen of de steun een stimulerend effect heeft en noodzakelijk is. Omvangrijke steunmaatregelen zal de Commissie in detail aan de verfijnde economische benadering onderwerpen (de drie stappen) en zij zal nadere (economische) informatie verlangen. Kortom, hoe omvangrijker de steun des te zwaarder wordt de goedkeuringstoets.

Deze lijn komt duidelijk terug in de ontwerp Richtsnoeren inzake staatssteun ten behoeve van het milieu, die in maart 2008 in werking zullen treden. Maar ook het ontwerp van de algemene groepsvrijstellingsverordening voor staatssteun bevat elementen van de economische toets (het bewijzen van stimulerend effect).

Verfijnde economische benadering

Voor gemeentelijk staatssteunbeleid betekent de verfijnde economische benadering dat het onvoldoende is om steunverlening te rechtvaardigen met louter verwijzingen naar belangrijke beleidsdoelstellingen. Er moet ook aandacht zijn voor martkfalen en de negatieve effecten van de steun op de markt. Dat geldt zeker voor omvangrijke steunmaatregelen. Maar ook bij lichtere vormen van steun moeten sommige economische aspecten worden meegewogen om het stimulerend effect van de steun te bewijzen en om aan rapportage- en evaluatieverplichtingen te voldoen.

Doelmatiger besteden

Het positieve gevolg hiervan is dat het beleid van de Commissie overheden dwingt om gemeenschapsgeld doelmatiger te besteden. Het negatieve effect is een verwachte grotere administratieve last voor overheden en ondernemingen. Hoe dat in de praktijk zal uitpakken is nog niet in te schatten. De Commissie heeft tot nu toe slechts enkele steunmaatregelen aan de verfijnde economische benadering onderworpen.

De verfijnde economische benadering staat echter centraal in het staatssteunbeleid van de Commissie. Daarmee zouden ook decentrale bestuurders en ambtenaren rekening moeten houden als zij nieuwe steunmaatregelen ontwerpen.

Meer informatie:

‘Europa, je beste kennis. Europa op het grensvlak van recht en beleid’, Europa decentraal (Sdu uitgevers), 2007. Deel 4 Staatssteun
Actieplan staatssteun, Europese Commissie
Milieusteun, Staatssteun, Europa decentraal
O&O&I, Staatssteun, Europa decentraal
Vrijstellingen, Staatssteun, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X