Gelden bij de-minimissteun voor pendelbusjes aan een disco de staatssteunregels voor vervoer?

juli 2013

Onze gemeente wil een discotheek subsidie geven voor de aanschaf en exploitatie van busjes die in de zomer jongeren vervoeren tussen stads- en dorpskernen en een aantal discotheken in de regio. De busservice wordt door vrijwilligers uitgevoerd. Als wij de-minimissteun verlenen, moeten wij dan rekening houden met het speciale steunregime voor de vervoerssector?

Versie april 2013

Antwoord

Nee, als de discotheek als niet-beroepsmatige vervoerder ‘s nachts sporadisch voor eigen gebruik bussen inzet, is de De-minimisverordening van toepassing in plaats van het vervoersregime. Dat betekent dat de discotheek maximaal € 200.000,= aan de-minimissteun mag ontvangen in plaats van € 100.000,=.

Ruime definitie vervoersector

De Europese Commissie ziet de vervoersector ruim, inclusief passagiersvervoer en verkeersveiligheid, wegvervoer enz. Het Hof van Justitie heeft in het verleden vastgesteld dat niet-beroepsmatige vervoerders die vervoer voor eigen behoefte verrichten, geen deel uitmaken van de vervoerssector (zie zaken C-351-98 en C-409-00).

Onderneming in vervoerssector

De Commissie had in deze zaken onterecht vastgesteld dat het normale regime van de-minimissteun niet van toepassing was. Zo kan bijvoorbeeld het aanschaffen van een bus door een lokale vrijwilligersorganisatie om bejaarden of gehandicapten te vervoeren wel onder de minimisdrempel van € 200.000,= vallen. Er is, gezien de jurisprudentie, geen sprake is van een onderneming in de vervoerssector.

Vorm de-minimissteun en beroepsmatige exploitatie

Als de discotheek op niet permanente wijze en voor eigen gebruik bussen inzet tussen stads- en dorpskernen en de discotheek, moet de vraag gesteld worden of deze busverbinding op beroepsmatige wijze wordt uitgebaat of dat er sprake is van een niet-beroepsmatige vervoerder. In dat laatste geval kan een bedrag van € 200.000,= verleend worden.

Als de busverbinding zich niet onderscheid van een normale exploitatie van een bustraject is de de-minimisdrempel voor de vervoersector van € 100.000,= van toepassing.

Openbare dienstverplichtingen openbaar vervoer

Is er toch sprake van een beroepsmatige vervoerder, dan bieden de staatssteunregels voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB een extra mogelijkheid. Op ondernemingen in het openbaar vervoer is een specifiek staatssteunregime van toepassing (art. 93 VWEU).

Lex speciales

Het gaat hier om een lex specialis ten opzichte van het staatssteunregime van art. 107 VWEU. Dit artikel bepaalt dat steunmaatregelen toelaatbaar zijn als zij ‘beantwoorden aan de behoeften van de coördinatie van het vervoer’ of als zij ‘overeenkomen met de vergoedingen van bepaalde met het begrip openbare dienst verbonden dienstverrichtingen’.

Onrendabele vervoerstrajecten

Het uitvoeren van openbaar vervoersdiensten kan gezien worden als een DAEB. In dat geval moet er sprake zijn van onrendabele vervoerstrajecten. Mocht de financiering in overeenstemming met de staatssteunregels voor DAEB willen brengen, dan biedt de DAEB de-minimisvrijstelling uitkomst. Deze vrijstelling is van toepassing op het personenvervoer.

Vrijstelling

Deze vrijstelling stelt: ‘Gezien de ontwikkeling van het passagiersvervoer over de weg en het grotendeels lokale karakter van de diensten van algemeen economisch belang in deze sector is het niet passend voor deze sector een lager plafond toe te passen en dient het plafond van € 500.000,= van toepassing te zijn.’

Kortom: de DAEB-de-minimisvrijstelling is van toepassing op passagiersvervoer.

Meer informatie:

De-minimis, Staatssteun
Vervoer en staatsteun, Vervoer

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X