Geldt het de-minimisplafond van € 200.000 per lidstaat?

februari 2016

De gemeenteraad wil een onderneming € 150.000,- steun verlenen om onderzoek te verrichten naar armoede in onze gemeente. Dit onderzoek sluit aan bij één van de thema’s die centraal staan tijdens het Nederlands voorzitterschap. Voor deze steun willen wij gebruik maken van de de-minimisverordening. Aangezien zowel de begunstigde onderneming als onze gemeente is gevestigd in een grensstreek, vragen wij ons af of wij rekening moeten houden met de-minimissteun, die aan deze onderneming is verleend, door een overheid uit een aangrenzende lidstaat.

Antwoord in het kort

Nee, met de-minimissteun die is verleend door overheden uit andere lidstaten, hoeft geen rekening gehouden te worden bij de berekening van de de-minimisruimte van de onderneming. Het de-minimisplafond geldt namelijk per lidstaat. Een onderneming kan dus in iedere lidstaat tot € 200.000,- aan de-minimissteun ontvangen over een periode van drie belastingjaren.

Wat is de-minimissteun?

Onder toepassing van de de-minimisverordening van de Europese Commissie kunnen decentrale overheden ondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000,- aan steun verstrekken. Dit zonder dat er sprake is van staatssteun. De de-minimisruimte van een onderneming moet op voortschrijdende grondslag worden beoordeeld. Dit houdt in dat als een decentrale overheid de-minimissteun aan een onderneming wil verstrekken, er gekeken moet worden hoeveel de-minimissteun er in dat belastingjaar en in de twee voorgaande belastingjaren reeds aan de desbetreffende onderneming is verstrekt. Het totaal aan de-minimissteun over drie belastingjaren mag nooit meer dan € 200.000,- bedragen.

Administratieve verplichtingen

Indien de gemeente de steun verleent onder toepassing van de de-minimisverordening, is er geen sprake van staatssteun. Een aanmelding overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU is dus niet nodig. Ook het doen van een kennisgeving, zoals vereist bij steun onder een bijvoorbeeld de AGVV, is niet aan de orde. Ondernemingen die de-minimissteun ontvangen, dienen enkel een zogeheten de-minimisverklaring in te vullen. Hierin moet worden aangegeven of, en zo ja hoeveel, de-minimissteun al is ontvangen. De administratieve lasten blijven dus beperkt wanneer van de de-minimisverordening gebruik wordt gemaakt.

De-minimissteun per lidstaat

De gemeente vraagt zich echter af of bij de toekenning van de de-minimissteun ook moet worden gekeken naar eventuele de-minimissteun die is verleend door overheden uit andere lidstaten. Dit is niet het geval. Het de-minimisplafond geldt per onderneming per lidstaat. Met eventuele de-minimissteun, ontvangen van overheden uit andere lidstaten, hoeft dus geen rekening te worden gehouden. Het is dus mogelijk dat een onderneming meer dan € 200.000,- aan de-minimissteun ontvangt, indien deze uit meerdere lidstaten afkomstig is. In theorie zou dit kunnen oplopen tot maar liefst € 5,6 miljoen (28 maal € 200.000,-).

EU Voorzitterschap

Van januari tot en met juni 2016 is Nederland voorzitter van de Raad van de Europese Unie. Nederland richt zich tijdens het voorzitterschap op de Urban Agenda en het traject van Better Regulation. Eén van centrale thema’s tijdens het voorzitterschap van Nederland is de bestrijding van armoede in de stad. De de-minimisverordening staat er niet aan in de weg dat dit project door meerdere lidstaten, onder toepassing van de de-minimisverordening, kan worden gefinancierd, ook al bedragen de totale projectkosten meer dan € 200.000,-.

Door:

Zana Sami en Lukas Ament, Europa decentraal

Bron:

De-minimisverordening, Europese Commissie

Meer informatie:

Reguliere de-minimis, De-minimis, staatssteun, Europa decentraal
EU voorzitterschap, Europees recht en beleid decentraal, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X