Geldt het de-minimisplafond van € 200.000 per lidstaat?

december 2020

De gemeenteraad wil een onderneming € 170.000,- steun verlenen om een duurzaamheidsproject te realiseren. Voor deze steun willen wij gebruik maken van de de-minimisverordening. Zowel de begunstigde onderneming als onze gemeente zijn gevestigd in een grensstreek. Wij vragen ons daarom af of wij rekening moeten houden met de-minimissteun, die aan deze onderneming is verleend, door een overheid uit een aangrenzende lidstaat.

Antwoord in het kort

Nee, met de-minimissteun die is verleend door overheden uit andere lidstaten, hoeft geen rekening gehouden te worden bij de berekening van de de-minimisruimte van de onderneming. Het de-minimisplafond geldt namelijk per lidstaat. Een onderneming kan dus in iedere lidstaat tot € 200.000,- aan de-minimissteun ontvangen over een periode van drie belastingjaren.

Wat is de-minimissteun?

Onder toepassing van de de-minimisverordening van de Europese Commissie kunnen decentrale overheden ondernemingen over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000,- aan steun verstrekken. Dit zonder dat er sprake is van staatssteun. De de-minimisruimte van een onderneming moet op voortschrijdende grondslag worden beoordeeld. Dit houdt in dat als een decentrale overheid de-minimissteun aan een onderneming wil verstrekken, er gekeken moet worden hoeveel de-minimissteun er in dat belastingjaar en in de twee voorgaande belastingjaren reeds aan de desbetreffende onderneming is verstrekt. Het totaal aan de-minimissteun over drie belastingjaren mag nooit meer dan € 200.000,- bedragen.

Administratieve verplichtingen

Indien de gemeente de steun verleent onder toepassing van de de-minimisverordening, is er geen sprake van staatssteun. Een aanmelding overeenkomstig artikel 108, lid 3, VWEU is dus niet nodig. Ook het doen van een kennisgeving, zoals vereist bij steun onder bijvoorbeeld de AGVV, is niet aan de orde. Ondernemingen die de-minimissteun ontvangen, dienen enkel een zogeheten de-minimisverklaring in te vullen. Hierin moet worden aangegeven of, en zo ja hoeveel, de-minimissteun al is ontvangen. De gemeente dient bij het verlenen van de-minimissteun wel ook rekening te houden met andere vormen van staatssteun die de onderneming voor dezelfde subsidiabele kosten heeft ontvangen. Het verlenen van de-minimissteun mag niet leiden tot het overschrijden van de maximale steunplafonds, zie in dit verband artikel 5 lid 2 de-minimisverordening.

De-minimissteun per lidstaat

De gemeente vraagt zich echter af of bij de toekenning van de de-minimissteun ook moet worden gekeken naar eventuele de-minimissteun die is verleend door overheden uit andere lidstaten. Dit is niet het geval. Het de-minimisplafond geldt per onderneming per lidstaat, zie artikel 3 lid 2 van de de-minimisverordening . Met eventuele de-minimissteun, ontvangen van overheden uit andere lidstaten, hoeft dus geen rekening te worden gehouden. Het is dus mogelijk dat een onderneming meer dan € 200.000,- aan de-minimissteun ontvangt, indien deze uit meerdere lidstaten afkomstig is.

DOOR

Laura Hollmann, Kenniscentrum Europa decentraal

 

MEER INFORMATIE

De-minimissteun, Kenniscentrum Europa decentraal
Waar moet u op letten bij het gebruik van de de-minimisverordening als u steun wilt verlenen?, Kenniscentrum Europa decentraal
Kan er sprake zijn van ongeoorloofde samenloop (cumulering) van staatssteun wanneer voor het steunen van ondernemingen in de coronacrisis gebruik wordt gemaakt van de de-minimisverordening?, Kenniscentrum Europa decentraal