Wat zijn de gevolgen van te late of onjuiste implementatie van de Milieurichtlijnen?

februari 2013

Heeft te late of onjuiste implementatie van Europese Milieurichtlijnen in Nederlandse wetgeving gevolgen voor decentrale overheden?

Versie februari 2008

Antwoord

Ja. Als Nederlandse ministeries Europese richtlijnen te laat of onjuist implementeren zijn gemeenten, provincies en waterschappen zelf verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de bepalingen uit de richtlijn. Het is daarom van belang dat medewerkers van decentrale overheden op de hoogte zijn van Europese deadlines voor het implementeren van de voor hen relevante milieurichtlijnen. Ook is het van belang om op de hoogte te zijn van de doelstellingen van de Europese richtlijn en van wat de Nederlandse wetgeving minimaal moet vastleggen om de richtlijn correct te implementeren.

Zelfstandige toepassing

Als een (deel van een) richtlijn rechtstreeks werkt, zijn de decentrale overheid en de rechter verplicht om bepalingen van Europese richtlijnen die rechtstreekse werking hebben zelfstandig toe te passen. Dit kan op twee manieren: het nationale recht, ook als dat is vastgelegd in formele wetgeving, moet buiten toepassing worden gelaten als dit strijdig is met de Europese richtlijn (negatieve rechtstreekse werking) of er moet via formele Nederlandse wetgeving een nieuw recht aan een particulier (burgers, bedrijven) worden toegekend (positieve rechtstreekse werking).

Als deze verplichtingen door de decentrale overheden niet na worden geleefd, zullen bijvoorbeeld verleende vergunningen bij de rechter sneuvelen, en kan de decentrale overheid met schadeclaims worden geconfronteerd.

Niet blindelings vertrouwen op tijdige en correcte implementatie

Om achteraf kosten of verspilde tijd te voorkomen is het medewerkers van decentrale overheden van belang om niet blindelings vertrouwen op tijdige en correcte implementatie van Europese milieurichtlijnen in Nederlandse wetgeving.

Rechtstreekse werking

Bepalingen uit een Europese richtlijn werken rechtstreeks in twee gevallen:

1. Voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijke bepalingen

In het eerste geval is het belangrijkste criterium dat bepalingen voldoende nauwkeurig en onvoorwaardelijk moeten zijn. Ze moeten precies zijn geformuleerd en geen afwijkingsmogelijkheden voor de lidstaten bevatten. De bepalingen laten dus de lidstaat geen enkele beleidsvrijheid.

2. Beleidsvrijheid

Het tweede geval betreft richtlijnbepalingen die op zich de nodige beleidsvrijheid laten aan de lidstaat – en waarvan men op het eerste gezicht daarom zou denken dat zij niet rechtstreeks werkend zijn – maar die wat betreft de buitengrenzen van die beleidsvrijheid wel ‘voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk’ geformuleerd zijn. Deze tweede categorie bepalingen komt men voornamelijk tegen in richtlijnen op het terrein van het natuurbeschermingsrecht, waterrecht en milieurecht.

Beoordelen van rechtstreekse werking

Het is meestal verre van eenvoudig om vast te stellen of er sprake is van rechtstreekse werking. Daar komt bij dat het, als rechtstreekse werking eenmaal is vastgesteld, nog niet eens zeker is of de Europese of de nationale norm moet worden toegepast. Omdat het gaat om een ingewikkeld leerstuk dat juridisch nog lang niet is uitgekristalliseerd, is het in geval van onzekerheid verstandig om te rade te gaan bij deskundigen bij Europa decentraal of bij het ministerie dat verantwoordelijk is voor de betreffende milieurichtlijn.

Op de hoogte blijven via de I-Timer

De staatssecretaris van Europese Zaken rapporteert de Eerste en Tweede kamer per kwartaal over de stand van zaken met betrekking tot de implementatie van EG-richtlijnen. In 2007 heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken de I-Timer, oftewel het interdepartementaal Termijnbewakingssysteem Europese Regelgeving, hiervoor ontwikkeld. Deze houdt per ministerie bij wat de lengte van de overschrijdingstermijn is bij te laat geïmplementeerde richtlijnen maar ook aangeeft waar termijnoverschrijding dreigt.

Het I-Timer rapport geeft een overzicht van alle op tijd en te laat geïmplementeerde richtlijnen en de nog te implementeren richtlijnen per ministerie. Hiermee kunnen medewerkers van decentrale overheden zichzelf makkelijk op de hoogte houden. Daarnaast zal deze informatie beschikbaar zijn bij Europa decentraal en bij de koepels VNG, UvW en het IPO.

Meer informatie:

Factsheet rechtstreekse werking richtlijnen, van Europa decentraal
Europees recht en beleid decentraal
Milieu en klimaat

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X