Heeft de Europese Unie bevoegdheden op het terrein van de ruimtelijke ordening?

december 2013

De Europese Commissie werkt alweer een poos aan regelgeving voor bodem. Maar mag de Europese Unie zich eigenlijk wel bemoeien met de ruimtelijke ordening in lidstaten, vraagt ons waterschap zich af?

Antwoord in het kort

Nee, formeel is de Europese Unie niet bevoegd regelgeving te ontwikkelen op het terrein van de ruimtelijke ordening in lidstaten. Die bevoegdheid ligt ook ingevolge het VWEU uitsluitend bij de lidstaten.

Subsidiariteitsvraag

De subsidiariteitsvraag speelt een belangrijke rol wanneer de Europese Commissie voorstellen doet die raken aan de vraag of zij bevoegd is op bepaalde terreinen die voorstellen te doen. De Commissie was in het bodemdossier van mening dat de Unie toch regelgeving voor bodem mocht maken en dat het voorstel voldeed aan het subsidiariteitsbeginsel. Acceptatie van het voorstel voor bodemregelgeving was vooral een politieke afweging.

Weerstand

Door weerstand in de lidstaten heeft het bodemvoorstel acht jaar stilgelegen. Onlangs heeft de Europese Commissie het voorstel voor een Bodemrichtlijn ingetrokken.

Sturen van regionale ontwikkeling

De Europese Commissie kan wel bepaalde regionale ontwikkelingen sturen. Zo stimuleert zij Europese beleidsdoelstellingen bijvoorbeeld via de Europese Structuur- en Investeringsfondsen. Daarnaast oefent de Europese Unie natuurlijk indirect veel invloed op de ruimtelijke ordening, door Europese regelgeving uit te vaardigen op terreinen waar zij wel bevoegd dat te doen, zoals op het gebied van milieu en klimaat (geluid, luchtkwaliteit, bodem- en habitat) en door de interne marktregels (aanbesteden en staatssteun).

Bevoegdheden Europese Unie

In het Verdrag over de Werking van de Europese Unie (VWEU) zijn de bevoegdheden van de Europese Unie om wetgeving te maken vastgelegd (Titel I, artikel 2 tot en met 6, VWEU):

– bij een exclusieve bevoegdheid mag alleen de Unie wetgeving maken en juridisch bindende handelingen vaststellen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de douane-unie en het monetair beleid.
– bij een gedeelde bevoegdheid wordt de wetgevende bevoegdheid met de lidstaten gedeeld, zoals bij interne markt, milieu, energie en vervoer.
– op een aantal terreinen mag de Unie de lidstaten ondersteunen, coördineren of aanvullen, maar is het aan de lidstaten voorbehouden om wetgeving te maken. Dat geldt bijvoorbeeld voor cultuur, toerisme en industrie.

Geen bevoegdheden

Voor beleidsterreinen die niet in het VWEU zijn genoemd, heeft de Unie geen bevoegdheden gekregen (zie Titel I, artikel 2, lid 6, VWEU). Zo zijn volksgezondheid, belastingen en familierecht niet opgenomen in het VWEU. Deze terreinen zijn de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten. Dat geldt ook voor ruimtelijke ordening, mits op nationaal niveau voldaan wordt aan regels ter bescherming van flora en fauna.

Toch een bodemrichtlijn?

Zoals u in de Klimaat, Energie en MiliEUverkenner kunt lezen, werkt de Europese Commissie al sinds 2007 aan een Voorstel voor een Kaderrichtlijn bodem (COM(2006) 231).

De Europese Commissie was van mening dat de Unie regelgeving voor de bodem mocht maken en dat het voorstel voldeed aan het subsidiariteitsbeginsel om de volgende redenen:

– Verslechtering van de bodem kan de welvaart en concurrentiekracht van de hele Unie aantasten;
– Door een eenduidig bodembeschermingsregime wordt het level playing field voor bedrijven in de Unie bevorderd;
– Als eisen worden gesteld aan landbouwproducten wordt de gezondheid van mens en dier beter beschermd;
– Met bodem zijn grensoverschrijdende aspecten gemoeid zoals verontreiniging van het grondwater, waterbodems en verhoogde sedimentvracht door bodemerosie;
– Een gezonde bodem draagt bij aan het realiseren van de internationale klimaatdoelstellingen.

Subsidiariteitstoets

De Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets en de Commissie voor Milieu van de Eerste Kamer waren destijds van mening dat het voorstel in strikte zin de subsidiariteitstoets doorstond. Zij achtten het vooral een politieke afweging of het voorstel paste binnen de doelstellingen van de EU. Het dossier heeft acht jaar stilgelegen door een blokkerende minderheid in de Europese Milieuraad. Vanwege het gebrek aan voortgang heeft de Europese Commissie het voorstel onlangs voorlopig ingetrokken (EC werkprogramma voor 2014, pagina 18).

Indirecte invloed op ruimtelijke ordening

Indirect kan de Europese Unie wel invloed uitoefenen op de ruimtelijke ordening in lidstaten en daarmee op het beleid van decentrale overheden. Dat komt door Europese regelgeving op het terrein milieu en klimaat en door de interne marktregels over staatssteun en aanbesteden.

Waterschappen

Voor waterschappen hebben met name de richtlijnen over water, de Vogel- en Habitatrichtlijn en Natura2000 en de regelgeving over prioritaire stoffen invloed op hun werk in de ruimtelijke omgeving. Bij gebiedsontwikkelingsprojecten krijgen decentrale overheden met specifieke aanbestedingsvraagstukken te maken.

Staatssteunregels

En de staatssteunregels op het terrein ruimtelijke ordening hebben gevolgen voor grondtransacties, nadeelcompensatie, groenblauwe diensten en natuurbeheer. De staatssteunregels bepalen in hoeverre waterschappen steun kunnen verlenen aan ondernemingen voor projecten in de omgeving, zoals aan- en verkoop van gronden, bedrijfsverplaatsing van agrariërs en het beheer van natuurgebieden.

Meer informatie:

Bodem, Europese Commissie
Europees recht decentraal en bevoegdheden Europese Commissie, Europa decentraal
Factsheet Verdragsbeginselen en Praktijkvraag over subsidiariteit, Europa decentraal
Milieu en klimaat, staatssteun en Europees aanbesteden, Europa decentraal
Milieuverkenner, Europa decentraal
Ruimtelijke ordening: Europese regelgeving, subsidies en kennisnetwerken: Een handreiking voor gemeenten (juni 2011), VNG

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG