Hoe kunnen we de aanleg van breedband subsidiëren?

juni 2016

Ook onze burgers en bedrijven gevestigd in het buitengebied van de provincie, willen wij voorzien van (super) snel internet. We willen de aanleg van glasvezelinternet stimuleren door het geven van een subsidie. Tijdens het lezen van het rapport Bridge! van Europa decentraal kwam ik een soortgelijke casus tegen: Access2Fiber. Hieruit maak ik op dat bij het subsidiëren van aanleg glasvezel in buitengebieden mogelijk staatssteun of aanbestedingsvragen spelen. Onder welke voorwaarden is het mogelijk de aanleg van breedband te subsidiëren en wat voor lessen kunnen wij trekken uit Access2Fiber?

Antwoord in het kort:

Ja, het is mogelijk om de aanleg van breedband te subsidiëren. Er moet echter wel rekening gehouden worden met de Europese staatssteun- en aanbestedingsregels. Met behulp van de casus Access2Fiber worden vraagstukken met betrekking tot het aanleggen van breedband en het staatssteun- en aanbestedingsrecht geïllustreerd. Het staatssteunrecht stelt dat er zogenaamde ‘witte, zwarte en grijze’ gebieden bestaan: voor elk type gebied gelden andere voorwaarden. De provincie zou er ook voor kunnen kiezen om zogenaamd marktconform te investeren in het hele buitengebied. Zo kan de provincie staatssteun (en daarmee een aanmeldprocedure) mogelijk voorkomen.

Bridge!

In het kader van het Nederlands EU-voorzitterschap en de Urban Agenda for the EU (UAEU) heeft Europa decentraal in opdracht van het ministerie van BZK de afgelopen maanden Europeesrechtelijke vraagstukken in kaart gebracht, die spelen bij gemeenten, provincies en waterschappen. Deze vraagstukken hebben een relatie met de thema’s van de UAEU. De uitkomsten van het onderzoek zijn vervat in het rapport Bridge! In Bridge! worden negen concrete vraagstukken gepresenteerd, waaronder het door u aangehaalde voorbeeld Access2Fiber.

Access2Fiber

Een provincie wil de aanleg van glasvezelinternet stimuleren door het geven van een subsidie. De aanleg van breedbandinfrastructuur in buitengebieden is voor marktpartijen financieel niet aantrekkelijk, omdat het rendement vanwege het zeer beperkte aantal aansluitingen tegenvalt.

De provincie heeft al veel initiatieven moeten faciliteren en wil nu zelf investeren om rurale gebieden aangesloten te krijgen op internet. Ook in de dichtbevolkte, stedelijke gebieden binnen de provincie is steun in sommige gevallen nodig om de bestaande netwerken te moderniseren. Hierdoor kan de  internet snelheid omhoog gaan (bijvoorbeeld door de aanleg van glasvezel).

De provincie kan ervoor kiezen om marktpartijen financieel te stimuleren om bedrijven en burgers toch aan te sluiten. Omdat de provincie kiest voor een subsidie, moeten de staatssteunregels worden toegepast om concurrentieverstoring te beperken. In de praktijk blijkt dat de provincie nog steeds aan zware voorwaarden moet voldoen.

Staatssteun

Bij het verlenen van een subsidie ter bevordering van internettoegang in landelijke gebieden, moeten de staatssteunregels ook toegepast worden. Tijdens de modernisering van het staatssteunpakket heeft de Europese Commissie in 2014 ook een nieuwe vrijstelling voor breedbandinfrastructuur geïntroduceerd. Algemene doelstelling hiervan is dat steun gemakkelijker kan worden verleend, zonder dat er zware procedures doorlopen moeten worden.

De staatssteunregels maken onderscheid tussen zogenaamde zwarte, grijze en witte gebieden:

Wit gebied

Volgens de staatssteunregels hoeft de provincie geen goedkeuring te vragen aan de Commissie voor steun voor de aanleg van breedband in de ‘witte’ gebieden. Als het gebied wit is, volstaat een lichte (kennisgevings-)procedure. De vraag of er sprake is van een wit gebied, moet volgens de steunregels getoetst worden via een open, publieke marktconsultatie. Hierbij legt de decentrale overheid via een centrale, nationale website onder meer de vraag voor of marktpartijen plannen hebben in het buitengebied.

Grijs of zwart gebied

Zodra een marktpartij aangeeft dat er plannen zijn om breedband aan te leggen, is er volgens de steunregels geen sprake meer van een wit, maar van een zwart of grijs gebied. Dan mag de overheid niet zomaar steun geven. De lichte kennisgevingsprocedure voldoet dan niet. De steun moet formeel worden aangemeld bij de Europese Commissie. Dat geldt ook voor ‘zwarte’ gebieden.

Conclusie: lappendeken

De provincie kan dus worden geconfronteerd met een ‘lappendeken’ van zwarte, witte en grijze gebieden in het buitengebied. Om de aanleg van breedband te stimuleren, moet de provincie binnen één en hetzelfde gebied aan verschillende voorwaarden voldoen. Voor de zwarte en grijze gebieden gelden daarbij strengere regels en een langduriger procedure bij de Europese Commissie dan voor witte gebieden. De verschillende staatssteunregels kunnen dus in de weg zitten bij een integrale benadering van aanleg van breedband in het gehele buitengebied.

Marktconformiteit

De provincie kan er ook voor kiezen om geen subsidie te vertrekken, maar om een marktconforme investering te doen. U kunt hierbij denken aan een lening of een garantie. Daarmee kan staatssteun worden voorkomen. Om de marktconforme rente of premie te bepalen, kan de provincie de methode van de Europese Commissie toepassen over referentie- en verdisconteringspercentages.

Door:

Femke Salverda, Europa decentraal

Meer informatie:

aanbestedingen en breedband, Europa decentraal
Breedband en staatssteun, Europa decentraal
Bridge!, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X