Hoe kunnen wij een compensatieregeling voor ondernemingen die zijn getroffen door de coronacrisis ‘staatssteunproof’ inrichten?

maart 2021

Binnen de gemeente zijn wij bezig met het opzetten van een compensatieregeling op basis waarvan ondernemingen, die zijn getroffen door de coronacrisis, een subsidie in de vorm van een lening kunnen aanvragen. Wij kennen de Tijdelijke kaderregeling van de Europese Commissie inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie naar aanleiding van de coronacrisis, maar zien bij veel andere gemeenten een compensatieregeling waarbij steun wordt verleend op basis van de de-minimisverordening. Wat zijn zaken waar wij rekening mee moeten houden wanneer we de compensatieregeling willen baseren op de Tijdelijke kaderregeling staatssteun of op grond van de de-minimisverordening?

Antwoord in het kort

Het is voor een gemeente mogelijk om steun te verlenen aan ondernemingen die door de coronacrisis zijn getroffen. De Tijdelijke Kaderregeling Staatssteun van de Europese Commissie behoort tot de mogelijkheden, maar decentrale overheden dienen daarbij wel rekening te houden met de geldende voorwaarden per steunvorm en het feit dat er een meldingsverplichting geldt. Steun op grond van de de-minimisverordening is een andere mogelijkheid. Hierbij moeten decentrale overheden het steunplafond in de gaten houden en rekening houden met het feit dat een onderneming mogelijk al eerder steun (in verband met de coronacrisis) heeft ontvangen op grond van de de-minimisverordening.

Wanneer is er sprake van staatssteun?

Bij het opzetten van een compensatieregeling, op basis waarvan steun wordt verleend aan een onderneming, dient een (decentrale) overheid rekening te houden met de staatssteunregels. Wanneer er wordt voldaan aan de vijf criteria van artikel 107 lid 1 VWEU is er sprake van staatssteun en dan geldt als uitgangspunt dat deze steun gemeld moet worden bij de Europese Commissie. Dit is een relatief lange en zware procedure waarbij een stand-still verplichting geldt: de steun mag niet worden verleend totdat de Europese Commissie haar goedkeuring heeft gegeven. Het is dan ook raadzaam om te kijken naar manieren waarop de beoogde steun ‘staatssteunproof’ kan worden verleend en dus een uitzondering vormt op de aanmeldingsplicht. De de-minimisverordening is een mogelijkheid om steun ‘staatssteunproof’ te verlenen.

De de-minimisverordening

De steun die op basis van de compensatieregeling verleend wordt aan een onderneming, kan mogelijk op basis van de de-minimisverordening worden verleend zonder dat hiervoor een procedure bij de Europese Commissie gevolgd hoeft te worden.

Op grond van de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013) kunnen (decentrale) overheden over een periode van drie belastingjaren tot € 200.000 steun verlenen aan één onderneming zonder dat dit wordt aangemerkt als staatssteun in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU (artikel 3 lid 2). Deze steun wordt als zo minimaal gezien, dat er weinig tot geen impact op de interne markt wordt verwacht. Daarmee wordt dan niet voldaan aan alle voorwaarden van artikel 107 lid 1 VWEU en is er dus geen sprake van staatssteun (artikel 3 lid 1). Steun die voldoet aan de voorwaarden uit de de-minimisverordening hoeft niet te worden gemeld of te worden kennisgegeven aan de Europese Commissie. Als een overheid de-minimissteun wil verlenen, dan dient te worden gekeken naar de voortschrijdende grondslag. Hierbij wordt gelet op hoeveel de-minimissteun een onderneming in het betreffende belastingjaar en in de twee voorgaande belastingjaren al heeft ontvangen. Wanneer het plafond is bereikt, mag de onderneming geen de-minimissteun meer ontvangen in dat betreffende jaar. De gemeente dient na te gaan hoeveel de-minimisruimte een bepaalde onderneming nog heeft, door de betreffende onderneming een de-minimisverklaring te laten invullen waarin het verklaart hoeveel de-minimissteun het al heeft ontvangen.

Leningen

Een compensatieregeling waarbij steun wordt verleend in de vorm van leningen kan mogelijk op basis van de de-minimisverordening verstrekt worden. Ook leningen die boven de € 200.000 liggen en die langer dan 3 jaar doorlopen, kunnen onder de de-minimis uitzondering vallen. In artikel 4 lid 1, en meer specifiek in lid 3, van de verordening zijn enkele specifieke regels uiteengezet. Voor alle de-minimissteun die vervat is in leningen geldt dat deze ‘transparant’ moet zijn. Dat wil zeggen dat het zogenoemde bruto-subsidie-equivalent van de lening vooraf kan worden vastgesteld zonder dat een risicoanalyse hoeft te worden uitgevoerd. Dit volgt uit artikel 4, lid 1, van de de-minimisverordening. In artikel 4, lid 3, van de de-minimisverordening wordt uiteengezet wanneer steun vervat in leningen als transparante de-minimissteun wordt beschouwd. Voor het bepalen van het bruto-subsidie-equivalent van een lening kan gebruik worden gemaakt van de calculator van Kenniscentrum Europa decentraal.

Tijdelijk staatssteunkader

Op grond van artikel 107(3)(b) van het Verdrag voor de Werking van de EU kunnen lidstaten steun verlenen aan ondernemingen om zo een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen. Per 19 maart 2020 geldt de Tijdelijke Kaderregeling inzake Staatssteun (hierna: Tijdelijk steunkader of TSK) in verband met de economische gevolgen van het coronavirus. De geconsolideerde versie van het Tijdelijk steunkader is hier te vinden (informeel document).

De Europese Commissie benoemt in het TSK een aantal vormen van tijdelijke steunmaatregelen die mogelijk zijn. In het TSK worden de voorwaarden beschreven voor de toepassing van deze mogelijkheden. Voor decentrale overheden zijn de volgende vormen relevant:

Mocht er gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden zoals beschreven in het TSK, dan geldt wel de verplichting tot het aanmelden van deze regelingen bij de Europese Commissie (punt 16 van het TSK).

Tijdelijk steunkader of de-minimisverordening?

Voor gemeenten is het verlenen van steun op basis van een compensatieregeling aan ondernemingen op grond van de de-minimisverordening eenvoudiger dan de toepassing van het Tijdelijk steunkader, wanneer deze steun nog onder het de-minimisplafond valt. Steun die wordt verleend op basis van de de-minimisverordening hoeft namelijk niet te worden kennisgegeven of te worden gemeld aan de Europese Commissie. Een decentrale overheid dient echter wel rekening te houden met het de-minimisplafond. Mogelijk heeft een onderneming namelijk al eerder coronasteun, dat ook op basis van de de-minimisverordening verleend kan zijn, ontvangen. Bij het verlenen van steun op grond van de de-minimisverordening dient de decentrale overheid dus na te gaan hoeveel de-minimissteun de betreffende onderneming in totaal al heeft ontvangen, om te voorkomen dat het de-minimisplafond wordt overschreden.

Voor het Tijdelijk steunkader geldt wel een meldingsverplichting. Mochten bij de compensatieregeling bijvoorbeeld meerdere partijen betrokken zijn en geen enkele vrijstellingsverordening uitkomst bieden, dan kan een melding op grond van het Tijdelijk steunkader uitkomst bieden. In het Tijdelijk steunkader heeft de Europese Commissie  namelijk bepaald dat de tijdelijke staatssteunmaatregelen die op basis van dit kader worden aangemeld, vrij snel kunnen worden goedgekeurd (punt 16 van het TSK). Een voorbeeld van een Nederlandse regeling die door de Europese Commissie is goedgekeurd op grond van het Tijdelijk steunkader is de Corona-OverbruggingsLening (de COL-regeling) voor startups, scale-ups en innovatieve mkb’ers.

Andere mogelijkheden

De nadruk in deze vraag ligt op de mogelijkheden die de de-minimisverordening en het TSK aan de gemeente bieden om steun aan een onderneming, die is getroffen door de coronacrisis, te verlenen. De gemeente kan naast deze mogelijkheden natuurlijk ook onderzoeken of wellicht steun op grond van een andere vrijstellingsverordening, bijvoorbeeld de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV), verleend kan worden. Meer hierover leest u in deze praktijkvraag.

Meer informatie

Coronacrisis, Kenniscentrum Europa decentraal
Staatssteun: coronacrisis, Kenniscentrum Europa decentraal

Tags

,