Hoe worden de EFRO-prioriteiten binnen mijn landsdeel vastgesteld?

december 2019

Hoe worden de prioriteiten en voorwaarden voor het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling binnen mijn landsdeel vastgesteld?

Antwoord in het kort:

De Europese Commissie legt de kaders en prioriteiten voor de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) vast in de verordening gemeenschappelijke bepalingen. Hieronder valt ook het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Binnen de Europees vastgestelde EFRO-prioriteiten kiest elke lidstaat zijn eigen specifieke nationale prioriteiten. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat kiest in samenspraak met lokale en regionale overheden, sociale partners en maatschappelijke organisaties de specifieke prioriteiten voor Nederland. Op landsdeelniveau geven managementautoriteiten in samenspraak met betrokkenen invulling aan de Nederlandse EFRO-prioriteiten in regionale operationele programma’s.

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

Het EFRO heeft als doel de economische en sociale cohesie in de EU te versterken door te zorgen voor evenwicht tussen de regio’s. Actoren op Europees, nationaal en landsdeelniveau zijn betrokken bij de vaststelling van de EFRO-prioriteiten in Nederland. 

1. EU-niveau: de verordening gemeenschappelijke bepalingen

De Europese wetgever heeft de kaders en de regels waarbinnen de EFRO-programma’s opgesteld en uitgevoerd moeten worden, vastgelegd in onder andere de verordening gemeenschappelijke bepalingen (VGB). Deze verordening legt gemeenschappelijke bepalingen neer voor de Europese structuur- en investeringsfondsen (waaronder EFRO) om de coördinatie en harmonisatie te verbeteren bij de uitvoering van deze fondsen.

In de EFRO-verordening zijn de Europese EFRO-prioriteiten voor het lopende Meerjarig Financieel Kader (MFK) vastgelegd. Deze prioriteiten maken deel uit van een breder pakket van prioriteiten van het gehele spectrum van Europese structuur- en investeringsfondsen, welke zijn vastgesteld in de VGB.  De Europese EFRO-prioriteiten voor de huidige programmaperiode (2014-2020) zijn:

Binnen de Europese EFRO-prioriteiten kiest elke lidstaat zijn eigen nationale prioriteiten.

2. Nationaal niveau: de Partnerschapsovereenkomst

De nationale prioritering van onder andere EFRO-middelen wordt vastgelegd in een zogenaamde Partnerschapsovereenkomst (PO). Een PO wordt per programmaperiode in een MFK door een lidstaat opgesteld in samenspraak met lokale en regionale overheden, sociale partners en maatschappelijke organisaties, en in dialoog met de Europese Commissie (art.14 VGB). Het PO is een referentiedocument voor het programmeren van financiële middelen uit de Europese structuur- en investeringsfondsen, waaronder EFRO, in een lidstaat.  In de PO staan de door de desbetreffende lidstaat geselecteerde prioriteiten omschreven, en is een lijst opgenomen met de uit te voeren nationale en regionale operationele programma´s (OP´s).

In de partnerschapovereenkomst voor Nederland 2014-2020 is afgesproken dat EFRO-middelen in Nederland met name worden ingezet op de prioriteiten:

Aanvullend hierop is in de verordening gemeenschappelijke bepalingen (art.65 lid 1)  vastgesteld dat nadere subsidiabiliteitsregels (oftewel: regels over welke type uitgaven in aanmerking komen voor EFRO-steun) op nationaal niveau bepaald moeten worden. De Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies (REES) geeft binnen Nederland invulling aan de verplichtingen zoals genoemd in de verordening gemeenschappelijke bepalingen.

3. Landsdeelniveau: de regionale operationele programma’s

De managementautoriteiten van de vier landsdelen (Noord, Oost, Zuid en West) geven een verdere regionale prioritering aan EFRO-middelen aan de hand van regionale OP’s. Regionale OP’s worden opgesteld door landsdelen, waarbij ook de input van decentrale overheden, kennisinstellingen en het bedrijfsleven uit de regio wordt meegenomen.

Daarnaast dienen landsdelen bij het opstellen van regionale OP’s zogenaamde landenspecifieke aanbevelingen in beschouwing te nemen (art 29 lid 1 sub a VGB). De landenspecifieke aanbevelingen, die zijn voorgesteld door de Europese Commissie en vastgesteld door de Raad, geven aanbevelingen omtrent waar macro-economische kansen en bedreigingen zitten voor een lidstaat. De uitdagingen die benoemd worden in de landenspecifieke aanbevelingen hebben vaak ook regionale aanknopingspunten die vertaald kunnen worden in een regionale OP.

EFRO-prioriteit ‘Innovatie’ en de Slimme Specialisatiestrategie

Wanneer een landsdeel invulling geeft aan de EFRO-prioriteit ‘Innovatie’ in het regionale operationele programma, dan is zij verplicht om hierbij ook rekening te houden met de zogenaamde Slimme Specialisatiestrategie (RIS3) voor de betreffende regio (Bijlage XI VGB).

Op grond hiervan moeten lidstaten en -regio’s kennisspecialisaties identificeren, die op basis van regiospecifieke kwaliteiten en kansen, passen binnen hun innovatiepotentieel.  De Slimme Specialisatiestrategie wordt door de betrokken provincies bepaald in samenspraak met verschillende betrokkenen en doelgroepen binnen de regio.

Binnen Nederland heeft daarnaast elk landsdeel voor de programmaperiode 2014-2020 topsectoren bepaald. Dit zijn sectoren waar het landsdeel zich in kan onderscheiden op (inter)nationaal vlak. Door het identificeren van topsectoren wordt de financiële inzet van EFRO-middelen effectiever. Het Rijk heeft negen topsectoren vastgesteld. Per landsdeel zijn specifieke topsectoren in de Slimme Specialisatiestrategie gekozen op basis van een gedegen feitelijke onderbouwing.

Figuur: Topsectoren overzicht landsdelen Nederland. 

 Landsdeel ZuidLandsdeel OostLandsdeel NoordLandsdeel West
Agri&FoodXXXX
ChemieX  X
Creatieve industrie   X
Energie XXX
HighTech Systemen & Materialen XXXX
LogistiekX  X
Life Sciences & HealthXXXX
Tuinbouw & UitgangsmaterialenX  X
Water & Maritiem  XX

Door:

David Schutrups

Meer informatie:

Dossier: Regionaal beleid en Fondsen, Kenniscentrum Europa decentraal
Praktijkvraag: Hoe worden EU-doelstellingen voor duurzame stedelijke ontwikkeling vertaald naar de fondsenprogramma’s of initiatieven?, Kenniscentrum Europa decentraal