Is de uitzondering op de verplichting van het installeren van een tachograaf in overheidsvoertuigen nog van toepassing?

juli 2015

Voor diverse voertuigen geldt dat zij verplicht een digitale tachograaf moeten hebben. In de Europese verordening 561/2006 over sociale bepalingen in het wegvervoer was een uitzondering opgenomen op de verplichting voor installatie van digitale tachografen in voertuigen van de overheid. Deze verordening wordt gewijzigd door de in 2014 aangenomen verordening 561/2006 over tachografen. Is de uitzondering uit de verordening uit 2006 nog steeds van toepassing en kunnen wij dus als gemeente gebruik maken van de uitzondering op deze verplichting bij de aanschaf van wagens voor ons gemeentepark?

Antwoord in het kort

Ja, deze uitzondering geldt voor voertuigen van de overheid, of zonder bestuurder gehuurd door de overheid, voor gebruik in Nederland. Met het in werking treden van verordening 165/2014 over tachografen blijft de uitzondering voor voertuigen van de overheid zoals vastgelegd in verordening 561/2006 van toepassing (zie art. 3 lid 2 van verordening 165/2014).  Het Nederlandse Arbeidstijdenbesluit vervoer verwijst naar deze uitzondering (zie art. 2.3:2 Arbeidstijdenbesluit vervoer).

De verordening 2014 over tachografen

De digitale tachograaf heeft als doel te zorgen voor meer veiligheid binnen Europa en eerlijkere concurrentie tussen Europese vervoerders en voor het bewaken van rij- en rusttijden. De regels voor tachografen zijn vastgelegd in verordening 165/2014. Die verordening bepaalt de verplichtingen en voorschriften met betrekking tot de constructie, de installatie, het gebruik, het testen en de controle van tachografen die in het wegvervoer worden gebruikt.  De verordening wijzigt bepaalde artikelen uit de eerdere verordening 561/2006. Verordening 165/2014 is, uitgezonderd van de artikelen 24, 34 en 45, van toepassing vanaf 2 maart 2016.Tot die tijd gelden de bepalingen zoals vastgelegd in verordening 561/2006.

Verordening 561/2006 over rij en rusttijden

De regels voor de rij- en rusttijden zijn momenteel nog Europees vastgesteld in verordening 561/2006/EG. Deze verordening geeft voorschriften voor de rijtijden, onderbrekingen en rusttijden van bestuurders in het wegvervoer van goederen en personen. De verordening heeft tevens tot doel betere controle en handhaving door de lidstaten en betere arbeidsomstandigheden in de wegvervoerssector te bevorderen. Verordeningen hebben rechtstreekse werking en hoeven dus niet geïmplementeerd te worden in nationale wetgeving. In Nederland wordt in het Arbeidstijdenbesluit vervoer verwezen naar de regels uit deze verordening. Deze verordening stelt het gebruik van een digitale tachograaf verplicht voor bepaalde categorieën vervoer (zie art. 6 lid 5 en overwegingen 15 van verordening 561/2006).

Arbeidstijdenbesluit vervoer

Onder het Arbeidstijdenbesluit vervoer vallen bepaalde categorieën van vervoer zoals opgenomen in artikel 1 van verordening 561/2006/EG. Het gaat bijvoorbeeld om vrachtauto’s en trekkers die zijn ingericht voor het vervoer van goederen en een toegestane maximummassa (inclusief aanhangers of opleggers) van meer dan 3500 kg en bussen die geschikt zijn voor vervoer van meer dan negen personen inclusief de bestuurder. Voor deze voertuigen geldt de verplichting tot het gebruiken van een tachograaf.

Uitzonderingen

Op grond van artikel 13 van verordening 561/2006 (vanaf 2 maart 2016 art. 3 lid 2 verordening 165/2014) kunnen een aantal categorieën voertuigen, waaronder voertuigen van overheden, worden uitgezonderd van het in verplicht gebruik nemen van de digitale tachograaf. Hiervoor geldt wel dat er geen afbreuk mag worden gedaan aan de doelstellingen van de verordening.

In lid 1 van dit artikel is vastgelegd dat de verplichting voor het in gebruik nemen van de digitale tachograaf niet geldt voor voertuigen van de overheid, mits de overheid hiermee particuliere vervoersondernemingen niet beconcurreert.

Arbeidstijdenbesluit vervoer

De uitzondering van artikel 13 verordening 561/2006/EG over het in gebruik nemen van de digitale tachograaf voor voertuigen van de overheid is overgenomen in het Arbeidstijdenbesluit vervoer (art. 2.3:2 Arbeidstijdenbesluit vervoer). Het moet gaan om voertuigen van de overheid voor wegvervoer die niet ingezet worden voor marktactiviteiten waarbij de overheid concurreert met ondernemingen.

Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van een bestelbus door een provincie die ingezet wordt voor interne koeriersdiensten. Voor dergelijke voertuigen zou de tachograaf-verplichting dus niet aan de orde kunnen zijn.

Overige toepasselijke Bepalingen

Wegvoertuigen van overheden die niet aan de tachograaf-verplichting gebonden zijn, zijn ook niet gebonden aan de bepalingen over pauzes, rijtijden en rusttijden zoals vastgelegd in verordening 561/2006 en het Arbeidstijdenbesluit vervoer. In plaats daarvan gelden de bepalingen voor de pauzes en de dagelijkse en wekelijkse rust zoals die staan in de Arbeidstijdenwet. De overige bepalingen in het Arbeidstijdenbesluit blijven wel van toepassing, zoals die rondom arbeidstijd en nachtdienst.

Decentrale relevantie

De bepalingen uit de verordening over tachografen en verordening 561/2006 kunnen van belang zijn voor decentrale overheden. In bepaalde voertuigen van decentrale overheden hoeft geen digitale tachograaf geïnstalleerd te worden. Voorbeelden van overheidsvoertuigen zijn bijvoorbeeld voertuigen die worden ingezet voor het beheer van bermen of gemeentelijke veegwagens.

Door:

Merit van Veen, Europa decentraal

Meer informatie:

Verordening 561/2006/EG
Verordening 165/2014
Arbeidstijdenbesluit vervoer
Specifieke regels arbeidstijden wegvervoer, brochure Rijksoverheid

Meer weten over dit onderwerp?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG