Heeft het voorstel tot wijziging van de Jeugdwet en de Wmo 2015 een relatie met de uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen door gemeenten?

februari 2018

Minister Hugo de Jonge (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) heeft onlangs een wetsvoorstel naar de Kamer gestuurd om knelpunten in de uitvoering van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) weg te nemen. Welke wijzigingen brengt dit wetsvoorstel met zich mee voor gemeenten? Zijn de veranderingen van het wetsvoorstel ook gerelateerd aan de uitvoering van Europese regelgeving door gemeenten?

Antwoord in het kort

Het voorstel tot wijziging van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 beoogt handhaving van de bestaande mogelijkheid om gemeenten in uitzonderingsgevallen tot onderlinge samenwerking bij de uitvoering van de Jeugdwet te verplichten en daarnaast vermindering van de uitvoeringslasten voor zorgaanbieders in het kader van de Jeugdwet en de Wmo 2015. Indien het wetswijzigingsvoorstel wordt aangenomen, brengt dit mogelijk gevolgen met zich mee die een relatie hebben met de uitvoering van Europeesrechtelijke verplichtingen door gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van de aanbestedingsregels, staatsteun en DAEB, mededinging en privacy.

Lastenvermindering door uniformering regels uitvoering Jeugdwet en Wmo 2015

Het wetswijzigingsvoorstel streeft ernaar de administratieve lasten voor zorgaanbieders in de jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning te beperken door voortaan bij ministeriële regeling regels te stellen over de wijze van bekostiging, gegevensuitwisseling en verantwoording vanuit de Jeugdwet en Wmo 2015. De kosten die zorgaanbieders moeten maken voor administratieve handelingen rondom het verlenen van zorg zijn volgens de toelichting bij het voorstel momenteel hoog door de diversiteit aan werkwijzen die gemeenten hanteren bij de uitvoering van bovengenoemde wetten.

Verplichte samenwerking uitvoering Jeugdwet

Het voorstel pleit er daarnaast voor om de (tijdelijke) delegatiegrondslag op grond waarvan gemeenten bij algemene maatregel van bestuur verplicht kunnen worden tot onderlinge samenwerking bij de uitvoering van de Jeugdwet te behouden. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel wordt aangegeven dat de delegatiegrondslag inzake verplichte samenwerking noodzakelijk blijft, omdat er nog geen sprake is van een ‘stabiele uitkristallisering van het decentrale jeugdzorgstelsel met sterke samenwerkingsbanden en goede afspraken over inkoop en behoud van goede specialistische zorg’.

Relatie met Europese regelgeving

Gemeenten kunnen bij bovenstaande wijzigingen van de Jeugdwet en de Wmo 2015 mogelijk geconfronteerd worden met vraagstukken gerelateerd aan Europese regelgeving.

Europees aanbestedingsrecht

Er spelen diverse aanbestedingsvraagstukken bij de samenwerking tussen gemeenten bij zorginkoop. Publiek-publieke samenwerking kan op verschillende wijzen worden vormgegeven. Te denken valt aan een inkoopbureau van gemeenten of een shared-services centrum. De gedachte achter het wetswijzigingsvoorstel is dat zorgaanbieders minder met verschillende gemeenten te maken hebben wanneer gemeenten samenwerken en de zorginkoop dus minder versnipperd is. Gemeenten kunnen op diverse manieren gezamenlijk inkopen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van raamovereenkomsten (artikel 33 richtlijn 2014/24).

Bij publiek-publieke samenwerking moet er een onderscheid gemaakt worden tussen aanbestedingsactiviteiten die gebaat zijn bij een open mededinging onder ondernemers (zoals geregeld door Europese aanbestedingswetgeving) en andere regelingen die niet onder toepassing van de aanbestedingsrichtlijnen vallen die aanbestedende diensten kunnen gebruiken om de uitvoering van openbare taken te verzekeren. De aanbestedingsregels omtrent de uitzonderingen voor inbesteden en alleenrechten spelen tevens een rol bij samenwerkingsverbanden.

Raad van State over beleidsvrijheid gemeenten

Een ander prominent aanbestedingsvraagstuk dat speelt bij de inkoop van zorg is de vraag naar het instrumentarium dat de gemeente gebruikt om de zorg te bekostigen. De Afdeling advisering van de Raad van State wijst er in haar advies naar aanleiding van het wetsvoorstel op dat de bepaling over de ‘wijze van bekostiging van aanbieders’ zodanig ruim geformuleerd is dat deze het mogelijk maakt dat regels gesteld zullen gaan worden die raken aan het zorginkoopbeleid van gemeenten. De voorgenomen regels zouden er echter volgens de afdeling Advisering niet toe mogen leiden dat gemeenten bij de inkoop van zorg beperkt worden in hun beleidskeuzes.

Handreiking aanbesteden Wmo 2015 en Jeugdwet

De Handreiking aanbesteden Wmo 2015 en Jeugdwet biedt gemeenten inzicht in de verschillende wijzen waarop op dit moment uitvoering kan worden gegeven aan de Wmo 2015 en Jeugdwet. De handreiking schetst de diverse mogelijkheden waarop gemeenten zorg kunnen inkopen. De keuze uit de instrumenten aanbestedeninbestedensubsidie en open house zorgt volgens de handreiking voor een optimale beleidsvrijheid voor gemeenten. Mocht het wetswijzigingsvoorstel inzake de uniformering van de wijze van bekostiging worden aangenomen en consequenties gaan hebben voor bijvoorbeeld de keuze tussen subsidie of opdracht, dan zullen er mogelijk enkele aanpassingen van de handreiking nodig zijn.

Relatie met overige Europese regelgeving

Bij publiek-publieke samenwerking treden er ook geregeld mededingingsvragen op. Het betreft dan bijvoorbeeld de vraag of de overheid als participant van een publiek-publieke samenwerkingsverband activiteiten verricht die als ondernemingsactiviteiten kunnen worden aangemerkt en of deze rol in overeenstemming is met de mededingingsregels.

Verder is het mogelijk dat er staatssteunvraagstukken aan de orde zullen komen als gevolg van uniformering van regels voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015 en bij het oprichten van samenwerkingsverbanden tussen gemeenten. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan de vraag of een subsidieafspraak voor samenwerking in de zorg onrechtmatige steun kan betreffen. Ook spelen er vraagstukken inzake Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) of Sociale Diensten van Algemeen Belang (SDAB) bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo 2015.

Tot slot is er een belangrijke rol weggelegd voor de Europese privacyregelgeving bij de uniformering van gegevensuitwisseling en het tot stand brengen van samenwerkingsverbanden. Gemeenten zullen immers als gegevensverwerker rekening moeten houden met de verplichtingen tot bescherming van persoonsgegevens op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), maar ook in de nadere uitwerking van samenwerkingsverbanden zal aandacht moeten uitgaan naar de wijze waarop AVG-verplichtingen in acht genomen moeten worden.

Door:

Marieke Merkus, Europa decentraal

Bron:

Kamerstukken II 2017/18, 34 857, nr. 3 (memorie van toelichting), Tweede Kamer der Staten-Generaal

Meer informatie:

Aanbesteden, Europa decentraal
Sociaal domein, Europa decentraal
Aanbesteden in het sociaal domein, Europa decentraal
Privacy in het sociaal domein, Europa decentraal
Staatssteun en zorg, Europa decentraal
Sociale diensten van algemeen belang, Europa decentraal
Handreiking aanbesteden Wmo 2015 en Jeugdwet, PIANOo
Advies RvS inzake wijzigingsvoorstel, Afdeling advisering Raad van State

X