Kan een burger zich tegenover onze gemeente beroepen op het Handvest van de grondrechten van de EU?

oktober 2016

Dient onze gemeente bij het opstellen van bijvoorbeeld eigen beleid in het verlengde van- en/of daadwerkelijk zelf uitvoeren van (Europese) wet- en regelgeving ook rekening te houden met het Handvest voor grondrechten van de Europese Unie? En wat is de verhouding tussen het Handvest en het EVRM?

Antwoord in het kort:

Ja, burgers kunnen zich in relatie tot de overheid beroepen op hun grondrechten, zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest). De gemeente dient daarom bij het uitvoeren van haar taken ook altijd deze regels in acht te nemen.

Handvest van de grondrechten EU

In 2009 is het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in werking getreden. Het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) bepaalt dat de EU de rechten, vrijheden en beginselen erkent die zijn vastgesteld in het Handvest en dat het Handvest dezelfde juridische waarde als verdragen van de EU heeft (artikel 6 VEU).

Voordat het Handvest in werking trad maakten grondrechten geen onderdeel uit van het Unierecht. Toch werd het Europese Hof van Justitie ook al voor 2009 bij de uitleg van de algemene beginselen van het Unierecht geconfronteerd met een beroep van burgers op fundamentele grondrechten. In dergelijke gevallen beriep het Hof zich dan meestal op gemeenschappelijke constitutionele tradities van de lidstaten zelf en/of mensenrechtenverdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Toezicht op naleving van het EVRM ligt echter bij het Europese Hof voor de rechten van de mensen (EHRM).
Met de inwerkingtreding van het Handvest in 2009 kan het Europese Hof van Justitie nu ook een beroep doen op haar eigen grondrechtencatalogus via artikel 6 van de VEU.

Relatie Handvest – EVRM

Het Handvest maakt dus onderdeel uit van het Unierecht. Het EVRM doet dit niet.  Jurisprudentie van het Hof over grondrechten is echter wel gebaseerd op het EVRM. En uit een overweging bij het Handvest blijkt dat de inhoud van het Handvest de rechten bevestigt die voortvloeien uit het EVRM. Artikel 52 lid 3 van het Handvest bepaalt dat – voor zover het Handvest rechten bevat die corresponderen met rechten die al zijn gegarandeerd door het EVRM – in die gevallen de inhoud en reikwijdte ervan hetzelfde is als die er door het EVRM aan worden toegekend. Deze bepaling verhindert echter niet dat het recht van de EU een ruimere bescherming van deze rechten biedt. Naast een ruimere bescherming biedt het Handvest ook een aantal rechten die niet voorkomen in het EVRM. Voorbeelden hiervan zijn het recht van inzage in documenten (artikel 42 Handvest) en het recht op bescherming van persoonsgegevens (artikel 8 Handvest).
Indien een nationale regeling binnen de werkingssfeer van het EU recht valt, kan een burger een beroep doen op het Handvest. Een dergelijke beperking in het toepassingsbereik geldt niet voor het EVRM. Een burger kan zich wenden tot het EHRM, als de lidstaat partij is bij het EVRM en alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Het toepassingsbereik van het Handvest is daarmee beperkter dan het EVRM. Dit betekent dat als een burger in een specifiek geval geen beroep kan doen op het Handvest, dan alsnog de weg van het EVRM open kan staan.

Inhoud Handvest

Het Handvest is ingedeeld in zeven titels. De eerste zes titels bevatten rechten, vrijheden en beginselen (waardigheid, vrijheden, gelijkheid, solidariteit, burgerschap en rechtspleging), waaronder bijvoorbeeld recht op leven, recht op menselijke integriteit, bescherming van persoonsgegevens, non-discriminatie en vrijheid van verkeer en van verblijf. De zevende titel is een uitleg van het Handvest. De grondrechten in het Handvest zijn gebaseerd op de rechten die voortvloeien uit de constitutionele tradities en de internationale verplichtingen die de lidstaten gemeen hebben, uit het EVRM, uit de door de EU en de Raad van Europa aangenomen sociale handvesten, alsook uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van het Europees Hof voor de rechten van de mens.

Toepassing

Artikel 51 van het Handvest bepaalt dat de bepalingen van het Handvest zijn gericht tot de instellingen, organen en instanties van de EU met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, en, uitsluitend tot de lidstaten wanneer zij het recht van de EU ten uitvoer brengen. In het arrest Åkerberg Fransson geeft het Hof daaraan de volgende uitleg: als een nationale regeling binnen het toepassingsgebied van het Unierecht valt, vinden de door het Handvest gewaarborgde grondrechten toepassing. Ook in de toelichting bij artikel 51 van het Handvest wordt bevestigd dat de lidstaten gebonden zijn wanneer zij optreden binnen het toepassingsgebied van het recht van de Unie.

Wanneer een nationale regeling binnen de werkingssfeer van het EU recht valt, heeft het Handvest zogenaamde rechtstreekse werking en, bij een conflict met nationale regelgeving, voorrang boven het nationale recht. Het Handvest maakt daarmee direct deel uit van de Nederlandse rechtsorde en zal door de wetgever, het bestuur en de rechter in acht moeten worden genomen.

Een burger kan zich daarom ook direct beroepen op het Handvest als sprake is van een nationale regeling die binnen de werkingssfeer van het EU recht valt. Daarnaast moeten de specifieke bepalingen in het Handvest ook ‘onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig’ zijn omschreven, wil er sprake kunnen zijn van rechtstreekse werking en dan kan een burger direct een beroep doen op die specifieke bepaling.

Beperking grondrechten

In uitzonderingsgevallen kan de gemeente grondrechten in het Handvest beperken. Deze beperkingen moeten bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen. Op basis van het evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen in de grondrechten worden gesteld, indien zij ‘noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen’ (artikel 52 lid 1 Handvest).

Door:

Madeleine Heitmeijer-Broersen, Europa decentraal

Meer informatie:

Handvest voor de Grondrechten van de Europese Unie, EUR-lex
Toelichting Handvest voor de Grondrechten van de Europese Unie, EUR-lex
Handvest van de Grondrechten, Ministerie van Buitenlandse Zaken
Strategie EU Commissie grondrechten, Europese Commissie
Rechtstreekse werking, Europa decentraal
Vrij Verkeer, Europa decentraal
Bronnen Europees Recht en Beleid, Europa decentraal
Bronnen Europees Recht, Europa decentraal
Europese Hof van Justitie, Europa decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X