Moeten wij in ons kapvergunningenbeleid rekening houden met natuurbeschermingswetgeving?

februari 2013

In hoeverre moet er in het gemeentelijk beleid ten aanzien van kapvergunningen rekening worden gehouden met de (Europese) natuurbeschermingswetgeving?

Versie mei 2007

Antwoord

De Flora- en Faunawet bevat de formele implementatie in Nederlandse wetgeving van de soortbeschermingsbepalingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijnen en van enkele internationale verdragen op het gebied van natuurbescherming (zoals het Verdrag van Bern). In de Flora- en Faunawet is de bescherming van inheemse planten en dieren wettelijk vastgelegd. Als gevolg van de wet geldt dat er bij bomenkap rekening moet worden gehouden met deze wet.

Geen formeel uitvoerende taak

Gemeenten hebben geen formeel uitvoerende taak ten aanzien van de Flora- en Faunawet, dat wil zeggen dat zij als bevoegd gezag geen vergunning of ontheffing op grond van deze wet verlenen. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit zijn hiervoor samen met de provincies het bevoegd gezag. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet kan bij de Dienst Regelingen, ministerie van LNV.

Voor gemeenten volgt er wel een aantal verplichtingen uit de wet en rechtspraak die samenhangen met verschillende rollen die de gemeente heeft, zoals:

1. De actieve zorgplicht

De gemeente moet voldoende zorg in acht nemen voor de in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving (art. 2 Flora- en Faunawet). Ook mag het welzijn van dieren niet onnodig aangetast worden en mag men dieren niet onnodig laten lijden. Dit geldt met name als de gemeente optreedt als beheerder van de openbare ruimte. Dit impliceert dat het in sommige gevallen kan voorkomen dat het kappen van een boom strijdig is met de Flora- en Faunawet.

Voorbeeld

Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van:

– Broedende vogels;
– Slaapplaatsen van vleermuizen in bomen;
– Broedende inheemse vogels (hun nesten zijn wettelijk beschermd).

Het verstoren van broedende vogels en jongen, of het vernielen van nesten en eieren is verboden. Een boom waar een bebroed nest in aanwezig is, mag dus niet gekapt worden. Omdat dit voor boombeheerders zoals gemeenten erg omslachtig is om te controleren, wordt daarom vaak in de Algemene Plaatselijke Verordening een bepaling opgenomen dat tussen half maart en half juli geen snoei of kap van bomen mag worden uitgevoerd.

2. Rekening houden met de verbodsbepalingen

De gemeente moet rekening houden met de verbodsbepalingen (art. 8 t/m 12 Flora- en Faunawet) en waar mogelijk voorkomen dat deze bepalingen overtreden worden. Indien het onvermijdelijk is, kan zij op grond van art. 68 of 75 een ontheffing aanvragen. Dit geldt met name als de gemeente optreedt als initiatiefnemer of beheerder. De gemeente moet rekening houden met de uitvoerbaarheid van plannen.

Ontheffing

Men dient zich ervan te vergewissen of een eventuele ontheffing in het kader van de Flora- en Faunawet nodig is en of deze verkregen zal kunnen worden. Sommige gemeenten houden bij het groenbeheer rekening met de kwetsbare periode van aanwezige beschermde soorten, door een zogenoemde natuurkalender op te stellen. Hierin staat bijvoorbeeld aangegeven wanneer een soort waar broedt, overwintert, of foerageert en op welke momenten men wel of niet ingrepen kan plegen in dergelijke leefgebieden.

Soortenbeschermingsrecht

Het soortenbeschermingsrecht biedt sinds kort ook de mogelijkheid om een gedragscode op te stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van het groenbeheer. Hierin worden dan afspraken ten aanzien van het uitvoeren van maatregelen opgenomen, op grond waarvan men een vrijstelling of ontheffing kan krijgen.

Meer informatie:

Brochure buiten aan het werk, over soortenbeschermingsrecht
Handreiking Bestemmingsplan en natuurwetgeving, over natuurwetgeving

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X