Praktijkvraag

Laatste update: 20 oktober 2026

Contact:


Onze gemeente wil bij haar inkopen af van stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Kunnen wij als eis in onze voorwaarden opnemen dat partijen afzien van het gebruik van dergelijke stoffen?
Antwoord in het kort

Ja. Richtlijn 2014/24 en de Aanbestedingswet 2012 geven u in elke fase van de aanbesteding ruimte om milieueisen te stellen: in de technische specificaties, bij de uitsluiting en selectie, in de gunningscriteria en in de voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht. De eis mag zelfs zien op het productieproces, bijvoorbeeld dat bij het maken van het product geen giftige chemische stoffen zijn gebruikt. Voorwaarde is steeds dat de eis verband houdt met het voorwerp van de opdracht, proportioneel is en objectief controleerbaar. Daarnaast verplicht Europese wetgeving u in steeds meer gevallen om milieueisen te stellen, met als nieuwste grondslag de Ecodesignverordening.

Vrijwillige en verplichte Duurzaamheidseisen

Met inkoop kan een overheid bijdragen aan haar duurzaamheidsdoelen, van energiezuinige apparatuur en hernieuwbare energie bij de uitvoering van opdrachten tot ecologisch verantwoorde schoonmaakmiddelen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen criteria die een aanbestedende dienst vrijwillig opneemt en criteria die Europese wetgeving voorschrijft. De verplichte categorie groeit. Zo verplicht Richtlijn 2009/33, zoals gewijzigd door Richtlijn (EU) 2019/1161, aanbestedende diensten tot minimumaandelen schone voertuigen bij de inkoop van wegvoertuigen en vervoersdiensten. Richtlijn (EU) 2024/1275 over de energieprestatie van gebouwen stelt eisen aan nieuwe en te renoveren overheidsgebouwen. Op grond van artikel 7 van Richtlijn (EU) 2023/1791 over energie-efficiëntie moeten aanbestedende diensten bij opdrachten boven de Europese drempel producten, diensten, gebouwen en werken met een hoge energie-efficiëntie inkopen, tenzij dat technisch niet haalbaar is.

De Europese Commissie stimuleert groen inkopen al sinds de Mededeling Overheidsopdrachten voor een beter milieu. Een groene overheidsopdracht is volgens de Commissie een opdracht waarbij de overheid goederen, diensten en werken verkrijgt die over hun hele levenscyclus een minder belastend milieueffect hebben dan vergelijkbare alternatieven met dezelfde functie. Het handboek Buying Green legt uit hoe een aanbestedende dienst dat in de praktijk doet. Op de pagina Green Public Procurement Criteria and Requirements staan vrijwillige EU-criteria per productgroep, inclusief criteria over het beperken van gevaarlijke stoffen. Deze criteria zijn niet bindend. Een aanbestedende dienst die ze overneemt, blijft zelf verantwoordelijk voor de toets aan de aanbestedingsbeginselen.

verplichte groene criteria via de Ecodesignverordening

De belangrijkste nieuwe grondslag is artikel 65 van Verordening (EU) 2024/1781 (Ecodesignverordening). Dit artikel geeft de Commissie de bevoegdheid om per productgroep minimumeisen voor overheidsopdrachten vast te stellen in uitvoeringshandelingen. Dat kan in de vorm van technische specificaties, gunningscriteria, uitvoeringsvoorwaarden of streefdoelen. Voor een gunningscriterium geldt dan een minimumgewicht tussen 15 en 30 procent. Aanbestedende diensten moeten die minimumeisen opnemen bij opdrachten boven de Europese drempel voor producten die onder een gedelegeerde handeling van de verordening vallen, en voor werken en diensten waarbij die producten worden gebruikt.

Dit is direct relevant voor de vraag. De Ecodesignverordening richt zich onder andere op zorgwekkende stoffen in producten als elektronica, textiel, meubels, staal en cement. Zodra de Commissie voor zo’n productgroep minimumeisen vaststelt, is een aanbestedende dienst verplicht die eisen te stellen. Tot dat moment houdt zij de vrijwillige ruimte uit Richtlijn 2014/24. De eerste uitvoeringshandelingen zijn in voorbereiding, maar nog niet vastgesteld. Let op: het voorstel voor een Verordening overheidsopdrachten van de Commissie van 9 september 2026 wil deze bevoegdheid overhevelen naar de nieuwe aanbestedingsverordening. Dat voorstel is nog niet aangenomen en kan nog wijzigen

Ruimte binnen Richtlijn 2014/24

Richtlijn 2014/24 biedt op meerdere plaatsen ruimte voor milieueisen. De volgende bepalingen zijn hier van belang:

  • Artikel 18, lid 2 verplicht lidstaten de naleving van milieurechtelijke verplichtingen te waarborgen. Bijlage X noemt de internationale milieuverdragen die daaronder vallen. Artikel 2.81, lid 2 Aanbestedingswet 2012 implementeert deze bepaling.
  • Artikel 42, lid 3, sub a bepaalt dat technische specificaties milieukenmerken mogen omvatten.
  • Artikel 57, lid 3 staat uitsluiting toe om dwingende redenen van algemeen belang, zoals bescherming van het milieu. Lid 4, sub a bevat een facultatieve uitsluitingsgrond voor ondernemingen die de verplichtingen uit artikel 18, lid 2 hebben geschonden.
  • Artikel 67, lid 2 staat toe dat de aanbestedende dienst milieuaspecten meeweegt in de beste prijs-kwaliteitverhouding (zie ook overweging 96). Artikel 68 regelt hoe levenscycluskosten worden berekend.
  • Artikel 69, lid 3, in samenhang met lid 2, sub d en artikel 18, lid 2, verplicht tot afwijzing van een abnormaal lage inschrijving als die het gevolg is van niet-nakoming van dwingende milieurechtelijke voorschriften.
  • Overweging 88 en artikel 62, lid 2: de aanbestedende dienst mag milieubeheermaatregelen of een milieubeheersysteem verlangen, maar verwijst dan naar EMAS (Verordening 1221/2009) of een ander erkend milieubeheersysteem.

Overweging 97 is het meest specifiek voor deze vraag. Een aanbestedende dienst mag in elk stadium van de levenscyclus, van grondstofwinning tot verwijdering, gunningscriteria of contractvoorwaarden hanteren die zien op het productieproces, ook als die factoren geen deel uitmaken van de materiële essentie van het werk, de levering of de dienst. Als voorbeeld noemt de overweging dat bij de vervaardiging van het product geen toxische chemische stoffen zijn gebruikt. Dat is precies de eis die de gemeente wil stellen.

De grens ligt bij het verband met het voorwerp van de opdracht (artikel 67, lid 3). Een eis mag zien op de ingekochte producten en diensten en op hun productieproces, maar niet op het algemene bedrijfsbeleid van de inschrijver. Een gemeente mag dus eisen dat de geleverde verf geen bepaalde stof bevat, maar niet dat de leverancier die stof in geen enkel ander product gebruikt.ochte diensten worden verricht met gebruikmaking van energie-efficiënte machines.”

Keurmerken als bewijsmiddel

Een aanbestedende dienst kan een keurmerk, bijvoorbeeld een eco-label dat schadelijke stoffen uitsluit, als bewijsmiddel verlangen. Artikel 43 van de Richtlijn en artikel 2.78 Aanbestedingswet 2012 verbinden daar zes voorwaarden aan:

  1. alle keurmerkeisen houden verband met het voorwerp van de opdracht,
  2. de keurmerkeisen zijn geschikt om de kenmerken van de werken, diensten of leveringen te omschrijven,
  3. de keurmerkeisen zijn gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria,
  4. het keurmerk is vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden konden deelnemen,
  5. het keurmerk is beschikbaar en toegankelijk voor alle belanghebbenden,
  6. de keurmerkeisen zijn vastgesteld door een derde partij waarop de aanvrager van het keurmerk geen beslissende invloed heeft.

Voldoet een keurmerk niet aan al deze voorwaarden, dan neemt de aanbestedende dienst alleen de keurmerkeisen over die wel aan de voorwaarden voldoen, en neemt zij die eisen integraal in de aanbestedingsstukken op. Het proportionaliteitsbeginsel brengt bovendien mee dat een inschrijver zonder keurmerk de gelegenheid krijgt met ander bewijs aan te tonen dat hij aan de eisen voldoet.

Nederlands beleidskader

Het Rijk ondersteunt maatschappelijk verantwoord inkopen met de Agenda Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2026-2030, de opvolger van het Nationaal plan MVI 2021-2025. Decentrale overheden kunnen het Manifest MVOI ondertekenen, dat is verlengd tot en met 2030. Ondertekenaars stellen een actieplan op met doelen op thema’s als milieu, klimaat, circulair en ketenverantwoordelijkheid. De MVI-criteriatool van PIANOo bevat kant-en-klare eisen, gunningscriteria en contractbepalingen per productgroep, ook over schadelijke stoffen. Voor sectoren met specifieke risico’s bestaan IMVO-convenanten waarnaar een aanbestedende dienst in haar stukken kan verwijzen.

Los van het aanbestedingsrecht geldt voor veel stoffen al een beperking of verbod op grond van de REACH-verordening. Voor PFAS ligt bij het Europees Agentschap voor chemische stoffen een voorstel voor een brede beperking. Een stof die op grond van REACH niet op de markt mag komen, hoeft een aanbestedende dienst niet apart uit te sluiten.

Decentrale relevantie

Gemeenten, provincies en waterschappen kopen jaarlijks voor grote bedragen in en kunnen daarmee de vraag naar producten zonder schadelijke stoffen sturen. Wie dat wil, heeft nu al ruimte: een eis over schadelijke stoffen kan als technische specificatie, gunningscriterium of uitvoeringsvoorwaarde worden opgenomen, mits die eis verband houdt met de opdracht, proportioneel is en controleerbaar. Wie dat niet wil, krijgt er op termijn toch mee te maken: zodra de Commissie onder de Ecodesignverordening minimumeisen voor een productgroep vaststelt, worden die verplicht. Het is daarom verstandig om nu al in het inkoopbeleid vast te leggen welke stoffen de organisatie wil weren, en de MVI-criteriatool en de EU GPP-criteria als vertrekpunt te gebruiken.

Meer informatie

KED legt uit: Verantwoord aanbesteden, Kenniscentrum Europa Decentraal
Duurzaam aanbesteden, Kenniscentrum Europa Decentraal
Mag ik vragen naar een bepaald keurmerk?, Kenniscentrum Europa Decentraal
Green Public Procurement, Europese Commissie
Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen, PIANOo