Met welke Europese verplichtingen moeten decentrale overheden rekening houden bij de inzet van uitzendkrachten?

oktober 2018

Onze provincie doet regelmatig een beroep op uitzendkrachten. Welke verplichtingen bevat de Europese uitzendrichtlijn waar de provincie zich als inlenende onderneming aan moet houden? En welke rechten hebben uitzendkrachten?

Antwoord in het kort:

De Europese uitzendrichtlijn (2008/104/EG) heeft tot doel een geharmoniseerd beschermingskader voor uitzendkrachten te creëren door de invoering van minimumvoorschriften die in de hele EU gelden. Ook decentrale overheden die uitzendkrachten inlenen moeten zich hieraan houden. Volgens de richtlijn hebben uitzendkrachten vanaf de eerste werkdag dezelfde rechten als gewone werknemers in hetzelfde bedrijf. De richtlijn kent uitzendkrachten specifiek bepaalde rechten toe. Daarnaast legt de richtlijn het beginsel van non-discriminatie met betrekking tot de meest essentiële arbeidsvoorwaarden voor uitzendwerkers – ten opzichte van werknemers in vaste loondienst – vast.

Waarom een uitzendrichtlijn?

De Europese richtlijn heeft met name tot doel de volledige naleving van artikel 31 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te waarborgen, dat bepaalt dat iedere werknemer recht heeft op:

Het creëren van een geharmoniseerd beschermingskader voor uitzendkrachten kan niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt. Daarom heeft de Europese Gemeenschap maatregelen genomen, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel (zie overweging 23 van de considerans bij de richtlijn). De richtlijn gaat niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken. Dit op grond van het evenredigheidsbeginsel dat in hetzelfde Verdragsartikel is neergelegd.

Rechten en plichten uit de richtlijn

De richtlijn bevat een aantal relevante bepalingen met rechten voor uitzendkrachten en verplichtingen voor de inlenende partij.

Gelijke behandeling (artikel 5)

Uitzendkrachten hebben recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden (onder andere loon, overige vergoedingen, arbeidstijden, verlof) als werknemers die werkzaam zijn in gelijkwaardige functies bij de inlener. Onder bepaalde voorwaarden kan bij CAO worden afgesproken dat van deze gelijke behandelingsnorm kan worden afgeweken.

Toegang (artikel 6)

De inlenende onderneming is verplicht om uitzendkrachten tijdig te informeren over openstaande vacatures binnen de onderneming. De uitlener mag uitzendkrachten niet belemmeren om bij de inlener in dienst te treden.

Uitzendkrachten dienen verder, net als de werknemers van de inlenende onderneming, toegang te hebben tot bedrijfsvoorzieningen als kantines, kinderopvang, trainingsfaciliteiten en vervoersfaciliteiten. Daarnaast dienen de lidstaten maatregelen te nemen om de toegang van uitzendkrachten tot opleidingsmogelijkheden te verbeteren.

Werknemersvertegenwoordiging (artikelen 7 en 8)

Uitzendkrachten worden meegeteld bij de berekening van de drempel van 50 werknemers waarboven een Ondernemingsraad (OR) dient te worden opgericht binnen het bedrijf. De inlenende onderneming verschaft de eigen OR ten minste eenmaal per jaar algemene informatie over de binnen de onderneming werkzame arbeidskrachten.

Hoe implementeerde Nederland deze Europese richtlijn?

De implementatie van de Europese richtlijn 2008/104/EG betreffende uitzendarbeid werd in Nederland op 27 april 2012 voltooid door aanpassingen van de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) en de WOR (Wet op ondernemingsraden). Hiermee heeft Nederland de implementatietermijn met als uiterste datum 5 december 2011 met enkele maanden overschreden. De implementatie had voor Nederland echter geen grote gevolgen, omdat het merendeel van de verplichtingen van de richtlijn reeds in nationale wet- en regelgeving verwerkt was.

Relatie tot detacheringsrichtlijn

De Europese detacheringsrichtlijn (96/71/EG) is van toepassing op werknemers die met hun werkgever meereizen, of via een uitzendconstructie ingezet worden voor een grensoverschrijdende dienst in een andere lidstaat. In de herziening van de detacheringsrichtlijn van juni 2018 worden de arbeidsvoorwaarden voor gedetacheerden gelijk getrokken met de arbeidsvoorwaarden van de werknemers van inleners, zoals geformuleerd in artikel 5 van de uitzendrichtlijn. Lidstaten mogen de gelijke behandeling van gedetacheerde uitzendkrachten nog verder aanvullen.

Door:

Marieke Merkus, Europa decentraal

Meer informatie:

Werkgelegenheid en sociaal beleid, Europa decentraal
Uitzendrichtlijn, Europa decentraal
Temporary agency workers, Europese Commissie

X