Mogen wij buitenlandse inschrijvers een social return verplichting opleggen?

december 2016

Onze gemeente heeft in haar aanbestedingsbeleid opgenomen dat bij overheidsopdrachten voor werken en diensten boven een bepaalde drempel 5 % van de loonsom op grond van social return moet worden ingevuld. Bij opdrachten die in Nederland worden geplaatst en uitgevoerd is dit geen probleem. Echter, kunnen we ook bij Europese aanbestedingen een dergelijke eis opnemen? Hoe kunnen buitenlandse inschrijvers hieraan voldoen?

Antwoord in het kort:

Wanneer er sprake is van een Europese aanbesteding, mogen ook opdrachtnemers uit het buitenland zich inschrijven. Het opnemen van social-returneisen is hiervoor geen belemmering, zolang opdrachtnemers uit het buitenland ook toegang hebben tot de ‘doelgroepen’ in Nederland en het wordt toegestaan om vergelijkbare doelgroepen uit het buitenland (bijvoorbeeld Duitse werklozen of Belgische arbeidsgehandicapten) in te zetten. Dit is in lijn met het vrije verkeer van werknemers tussen de EU-lidstaten (art. 45-48 VwEU).

Toepasbaar

Uit de inkoopvoorbereiding moet blijken of sociale return bij de betreffende aanbesteding proportioneel en toepasbaar is. Zo kan de hoogte van het percentage nog aangepast worden. Daarnaast kan ook besloten worden dat social return niet toepasbaar of realiseerbaar is bij de betreffende aanbesteding.

Praktische invulling

De praktische invulling van social return is de verantwoordelijkheid van de opdrachtnemer, die daartoe waarschijnlijk gemeenten, SW-bedrijven, re-integratiebureaus of UWV zal benaderen. Deze instanties hebben de benodigde deskundigheid over de doelgroepen en het criterium ‘grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt’. Het is dus niet de bedoeling dat de opdrachtgever oordeelt wie wel of niet in aanmerking komt voor social return.

Proportioneel?

Als minimumeis kan de aanbestedende dienst een bepaald percentage (bijvoorbeeld 5% van de loonsom van de overeenkomst) als social return verplicht stellen. Andere varianten dan een bepaald percentage van de loonsom van de overeenkomst zijn: percentage van de aanneemsom of totaal ingezette uren. Gebruik hiervan is afhankelijk van de toepasbaarheid bij de aanbesteding. Vanwege het proportionaliteitsbeginsel, hanteert het Rijk over het algemeen een percentage van een minimale loonsom van € 250.000,-. Richtlijn kan zijn om bij kapitaalintensieve opdrachten een percentage van de loonsom van de overeenkomst te hanteren en bij opdrachten waar een hoge arbeidscomponent aanwezig is, een percentage van de opdrachtsom vast te stellen. Bedenk steeds dat het gaat om extra arbeidsplaatsen bovenop de bestaande formatie van de opdrachtnemer.

Verband met de opdracht

Het Europese en nationale aanbestedingsrecht biedt de mogelijkheid tot het toepassen van social return bij het verstrekken van overheidsopdrachten, maar wel binnen zekere grenzen. Een belangrijke randvoorwaarde voor toepassing van social return is namelijk, afhankelijk van de gekozen toepassingsvorm, dat er sprake moet zijn van een direct verband tussen de uitvoering van de opdracht/overeenkomst, dan wel het voorwerp van het contract, en de desbetreffende social return bepaling. De personen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt dienen bijvoorbeeld daadwerkelijk te worden ingezet bij de uitvoering van de diensten en werken die worden aanbesteed. Het is niet mogelijk om social return toe te passen zonder dat er een verband met het voorwerp van de opdracht is.

Meer informatie:

Rapport TNO, Social return bij het Rijk, inkooptechnische haalbaarheid, 2011.
Social return, Europa decentraal
Sociale criteria, Europa decentraal.
Social return, Pianoo

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X