Kan onze overheid worden aangesproken bij niet-naleving van de IPPC-richtlijn door een bedrijf?

februari 2013

Hoe kunnen wij, als milieuvergunningverlenend orgaan, worden aangesproken als een bedrijf dat onder onze bevoegdheid valt, op 31 oktober 2007 niet in het bezit is van een milieuvergunning conform de IPPC-richtlijn?

Versie mei 2007

Antwoord

Allereerst bepaalt art. 10 EG-Verdrag dat lidstaten alles moeten doen om de naleving van het Verdrag en de verplichtingen die hieruit voortvloeien na te komen (beginsel van gemeenschapstrouw). Op basis van dit artikel kunnen decentrale overheden ook door benadeelde particulieren aansprakelijk gesteld worden voor schade als gevolg van inbreuken op het gemeenschapsrecht.

Inbreukprocedure

Wanneer lidstaten verplichtingen ter uitvoering van de richtlijnen niet correct toepassen, kan dit leiden tot een ingebrekestellingsprocedure (ook wel inbreukprocedure genoemd). De Europese Commissie kan gerechtelijke stappen ondernemen tegen lidstaten die zich niet aan de verplichtingen houden (art. 226 EG-Verdrag). Deze procedure valt uiteen in drie fasen.

Administratieve fase

De eerste (administratieve) fase begint met een aanmaningsbrief van de Commissie aan de lidstaat. Deze bevat het verzoek om binnen een bepaalde termijn opmerkingen te maken over de betreffende aangelegenheid.

Met redenen omkleed advies

De tweede fase is het met redenen omkleed advies. Is de Commissie, nadat de lidstaat al dan niet op de aanmaningsbrief heeft geantwoord, van mening dat er van een verdragsschending sprake is? Dan zet zij dit standpunt uiteen in een met redenen omkleed advies.

Beroep Hof van Justitie

Wordt aan dit advies geen gevolg gegeven door niet binnen de gestelde termijn een einde aan de inbreuk te maken, dan kan de Commissie een beroep bij het Hof van Justitie EU indienen. Dit is de derde fase. In zijn uitspraak kan het Hof bevestigen dat de betrokken lidstaat zijn verplichtingen verzaakt heeft. De lidstaat dient dan zo spoedig mogelijk het nodige te doen om zich naar de uitspraak van het Hof te richten.

De Commissie heeft de bevoegdheid op te treden tegen een lidstaat die niet in overeenstemming handelt met een eerder arrest van het Hof (art. 288 EG-Verdrag). Bij zo’n optreden is sprake van een formele ingebrekestelling en een met redenen omkleed advies. Op grond van dit artikel kan de Commissie het Hof tevens verzoeken de lidstaat in kwestie een geldboete op te leggen.

Rechtspraak

In de rechtspraak van het Hof wordt de lidstaat aansprakelijk gehouden voor schendingen van het EG-recht. Een ingebrekestellingsprocedure kan uitsluitend tegen de lidstaat worden gevoerd. De verplichtingen die uit het EG-recht voortvloeien, worden doorgaans geformuleerd als verplichtingen voor de lidstaten.

Aansprakelijkheid

Als er op decentraal niveau in strijd met het EG-recht wordt gehandeld, kan de Commissie uitsluitend de Staat der Nederlanden aansprakelijk stellen. Deze kan dus aansprakelijk worden gesteld voor onvolkomenheden die zich op decentraal niveau hebben voorgedaan. Hoe die aansprakelijkheid binnen de lidstaat over de verschillende overheden wordt verdeeld is aan de lidstaat zelf.

Regresrecht

Momenteel vindt in het kader van de ‘Europese dimensie van toezicht’ discussie plaats over uitbreiding van de toezichtsmogelijkheden ten aanzien van decentrale overheden voor de rijksoverheid, zoals een regresrecht op decentrale overheden, wanneer de centrale overheid wordt veroordeeld tot het betalen van een dwangsom of boete wegens het niet voldoen aan richtlijnverplichtingen (zie hiervoor ook het kabinetsstandpunt ‘De Europese dimensie van toezicht’, Kamerstukken II 2003/04, 21109, nr. 138).

Hier heeft echter nog geen definitieve besluitvorming over plaatsgevonden.

Naleving IPPC-richtlijn

Om een ingebrekestelling op grond van onvolledige en niet-tijdige implementatie van de IPPC-richtlijn te voorkomen, is in de tweede helft van 2006 door het rijk een inspectieonderzoek naar de voortgang van de uitvoering van de IPPC-richtlijn gestart.

Toenmalig Staatssecretaris Van Geel heeft hiervan gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat per brief op de hoogte gebracht en hun medewerking daarbij gevraagd. Uit deze brief blijkt dat de Commissie grote waarde hecht aan tijdige en correcte implementatie en uitvoering van de IPPC-richtlijn. Na de deadline van 31 oktober 2007 zal naar verwachting nagegaan worden in hoeverre de lidstaten aan de verplichtingen inzake de IPPC-richtlijn hebben voldaan. Hierop zal zonodig met een ingebrekestellingsprocedure gereageerd worden.

Meer informatie:

Europees recht en beleid decentraal

MEER WETEN OVER DIT ONDERWERP?

Werkt u voor een decentrale overheid of het Rijk en hebt u een vraag over dit onderwerp? Neem dan contact op met de helpdesk van Europa decentraal:

STEL UW VRAAG

X